Gemeente Monumenten Roosendaal

BADHUISSTRAAT 39 - 44

Typering

Het betreft een rij van zes aaneengebouwde eenlaags woonhuizen van elk drie traveeën, afwisselend voorzien van lijstgevel en trapgevel, gedekt met zwarte kruispannen.

Historische omschrijving

De panden zijn rond 1910 gebouwd in opdracht van de verzekeringsmaatschappij "Antverpia" naar een ontwerp van architect A.J. de Bruijn.

Tussen 1975 en 1985 zijn er diverse veranderingen aangebracht, zoals nieuwe deuren (nummers 40, 42 en 44), dakkapellen (nummers 39, 40, 41, 42, 43 en 44), rolluiken (nummers 39, 41 en 43) en het uitbreken van het raam op nummer 40. Bovendien doet de kleur van het schilderwerk afbreuk aan de panden.

De woonfunctie is tot op heden gehandhaafd.

Omschrijving exterieur

De gepleisterde plint wordt doorbroken door ronde roostertjes, openingen voor schoenschrapers en de twee hardstenen treden voor elke deur.

In het bovenpaneel bevinden zich twee langwerpige gietijzeren deurroosters. Boven deze deur bevindt zich een glas-in-lood bovenlicht. De deuren bevinden zich in een getoogd portiek.

De lijstgeveldelen zijn opgetrokken uit roodbruine machinale baksteen, de halfsteens risalerende trapgeveldelen zijn opgemetseld in grijze cementsteen. Het metselwerk van de baksteen is gedecoreerd met gele en geel met grijze baksteen als rollagen, boven de plint,alsmede bij onder- en wisseldorpel, rondom de vensters en de deur en als sierlijst bij het fries. De grijze cementsteen is op dezelfde plaatsen voorzien van rode baksteen met een grijze cementsteen tussenlaag.

De vensters hebben hardstenen dorpels met klosjes. De trapgevelvensters zijn getoogd en de sierrand heeft een tuitvormig uiteinde. Vrijwel alle kozijnen zijn inmiddels van hardhout, andere zijn donkerbruin geschilderd. De lijstgevelvensters zijn voorzien van een rondboog bovenlicht. Hierboven een afwisselend gele en grijze laag, vervolgens een grijze sierrand en tenslotte een gele met een tuitvormig uiteinde. Boven het fries met siermetselwerk bevindt zich de donkerbruin geschilderde geprofileerde gootlijst op klosjes. De dakvlakken worden doorbroken door de dakkapellen.

Bij de trapgevels bevindt zich ter hoogte van de gootlijst een sierband van gele en rode baksteen, met centraal de hardstenen dorpel voor het openslaande venster met rondboog met daarin siermetselwerk. Tussen rode speklagen bevinden zich smalle flankerende getoogde raampjes.

De trapgevel heeft aan weerskanten hardstenen aanzetstenen met profiel, de treden zelf hebbem een hardstenen afdekplaat.

Boven het middenvenster is in rechte reliëfletters de naam "Antverpia" te lezen.

De panden verkeren in redelijke tot goede staat.

Redengevende omschrijving

De woonhuizen met Jugendstil elementen is van architectonische waarde vanwege constructie en detaillering en van stedebouwkundige waarde vanwege de markante locatie aan de Boulevard Antverpia en langs de spoorlijn Roosendaal-Antwerpen. Het maakt onderdeel uit van een aantal panden in dezelfde stijl. De panden zijn een voorbeeld van woningbouw door een verzekeringsmaatschappij.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Badhuisstraat 39

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 2068

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.C.J.M. de Nijs

Adres : Badhuisstraat 39

Woonplaats : Roosendaal

Badhuisstraat 40

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 2069

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.C. Potters

Adres : Badhuisstraat 40

Woonplaats : Roosendaal

Badhuisstraat 41

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 2070

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M. Leyten

Badhuisstraat 41

Roosendaal

Badhuisstraat 42

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 2071

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : N.M.J. van Poppelen en M. Dijkstra

Adres : Badhuisstraat 42

Woonplaats : Roosendaal

Badhuisstraat 43

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 2072

Soort recht : recht van gebruik en/of bewoning

Gerechtigden : A.A. van Dorst en M.L. Wagtmans

Adres : Badhuisstraat 43

Woonplaats : Roosendaal

Soort recht : eigendom belast met recht van gebruik en bewoning

Gerechtigden : L.A. van Ham en A.van Dorst

Adres : Van den Houtenstraat 10

Woonplaats : Rucphen

Badhuisstraat 44

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 2073

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.A.C. Muller

Adres : Badhuisstraat 44

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/11 januari 1994

BLOEMENMARKT 2

Typering

Het betreft een drielaags hoekpand van zes traveeën aan de Bloemenmarkt met afgeschuinde hoek, een gelijke lengte aan het Tongerloplein, een plat dak en dakschilden.

Historische omschrijving

Het pand werd in 1911 gebouwd als winkel-woonhuis naar een ontwerp van de architect Joseph de Lepper. Het pand is regelmatig verbouwd, waaraan diverse Roosendaalse architecten een bijdrage leverden (M. Vergouwen. F.B. Sturm en Jac. Hurks). In 1970 werden de erker en het balkonhek vernieuwd.

Omschrijving exterieur

De hoofdgevel en de afgeschuinde hoek met entree liggen aan de zijde van de Bloemenmarkt. Boven de plint is de gevel opgetrokken uit bruine machinale baksteen.

De winkelpui bestaat uit drie zeer grote ruiten boven een lage afgeschuinde plint. Deze plint is voorzien van horizontale sleuven en een rand cirkelvormige motieven met binnencirkel.

Eenzelfde plint vindt men op de hoek en bij het gelijkvormige winkelraam aan de zijde van het Tongerloplein.

De ruiten zijn geplaatst in teakhouten kozijnen met smalle luchtroosters aan de bovenzijde.

Vlak voor de raamstijlen staan ijzeren zuiltjes met een vierkante doorsnede en geometrische vlakdecoratie. De bovenzijde van deze zuiltjes is voorzien van gebogen ijzeren steunen.

Bij de hoeken van de entree en de hoeken die het einde van de winkelpui markeren is er een vrij breed gepleisterd deel. Dit is gedecoreerd met een gestileerd lotusmotief aan de onderzijde en aan de bovenkant een variant op de klassieke eierlijst.

Het portiek wordt aangegeven door een segmentboog. Deze boog is voorzien van stucwerk; een centrale zonnebloem met linten aan weerskanten en andere tussengevlochten bloemen.

De teakhouten paneeldeur met groot getoogd deel van glas, is geplaatst in een diep portiek op de hoek. De deur heeft een bovenlicht en zijvensters. De houten stijlen zijn voorzien van afrondingen en snijwerk. Het portiek is betegeld met kleine ronde tegeltjes in diverse kleuren. Kleine ruitpatronen vormen samen een betegeld tapijt.

Boven de vensters, tevens de borstwering van de vensters van de eerste etage, is een brede gepleisterde band aangebracht. Deze band loopt door op de hoek als de witgeschilderde houten borstwering van de rechthoekige erker.

Deze erker, met sterk vereenvoudigde grote ramen tussen houten stijlen, rust op grote kwartronde consoles. De zijkanten hiervan zijn voorzien van een waaiermotief. Op de smalle voorzijden is een dubbele rij gestileerde lindeblaadjes aangebracht. Boven de erker is een eenvoudig vernieuwd ijzeren hekwerk geplaatst. Zowel de vernieuwing van de erker als het gedeeltelijk vernieuwen van het hekwerk zijn als negatief aan te merken. Openslaande balkondeuren met bovenlicht geven toegang tot dit balkon. De gootlijst rust hier behalve op klosjes op twee bewerkte consoles aan de zijden.

Op de hoek bevindt zich een tweelichts dakkapel met driehoekig fronton op bewerkte consoles.

Op de eerste en de tweede verdieping is een reeks van zes T-vensters aangebracht, met witgeschilderde kozijnen. De vensters hebben een gepleisterde omlijsting en hardstenen dorpels. De bovenhoeken hebben gepleisterde sierklosjes, doorlopend tot een waterlijst. De schuif-vensters op de tweede verdieping hebben eveneens een gepleisterde omlijsting. Deze hebben echter een sluitsteen die doorloopt tot velden van pleisterwerk boven de vensters. De gevel wordt afgesloten door een geprofileerde houten gootlijst op een smal fries van pleisterwerk. De gootlijst rust op klosjes. In dit dakvlak zijn twee dakkapellen geplaatst zoals hierboven beschreven.

De gevel aan het Tongerloplein is op het deel van de winkelpui na veel eenvoudiger en onregelmatiger. De bakstenen gevel wordt hier geleed door speklagen van donkergrijze machinale baksteen. Enkele vensters op de begane grond zijn dichtgetimmerd. Er zijn verschillende vormen schuifvensters toegepast. In het dakschild is één dakkapel van de hierboven beschreven vorm geplaatst.

Het pand verkeert in matige staat.

Redengevende omschrijving

Het hoge en brede winkel-woonhuis met Neo-Classicistische motieven is van belang vanwege de markante situering en met name de gaafheid van de pui.

Het pand maakt deel uit van de historische gegroeide stedebouwkundige structuur van de Bloemenmarkt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4472

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.J.G. de Bruijn

Adres : Bloemenmarkt 2

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 maart 1992/3 maart 1993

BLOEMENMARKT 16

Typering

Een tweelaags pand van twee traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een mansardedak met wolfeinde, gedekt met zwarte kruispannen.

Historische omschrijving

Het huis werd in 1810 gelijktijdig gebouwd met het naastliggende kerkgebouw. Het was sindsdien kosterij van de Nederlandse Hervormde gemeente.

Oorspronkelijk had het pand een halsgevel met een fronton als bekroning, na 1900 is dit veranderd in de huidige lijstgevel, waarvan de kroonlijst met gepleisterd fries op dezelfde hoogte ligt als de kroonlijst van de kerk.

De architect is niet bekend.

Omschrijving exterieur

De voorgevel van het pand is opgetrokken uit roodbruine handvorm baksteen van klein formaat.

De rechterzijgevel is opgetrokken uit gele baksteen en heeft drie rechte steekankers, de bovenste dertien lagen zijn gemetseld van dezelfde roodbruine baksteen als die bij de voorgevel zijn toegepast.

Het voegwerk in kalkspecie is platvol afgewerkt.

De gevelindeling is opvallend, de twee vensterassen zijn opgeschoven naar de linkerzijde en de donkergeschilderde paneeldeur met bovenlicht bevindt zich in de linkerzijgevel. De entree bevindt zich dus in de poortzône, die gewoonlijk toegang tot het achtererf verleent.

In de voorgevel op de begane grond zijn er twee kleine witgeschilderde T-vensters, met uitkragende rechte hardstenen dorpels.

Boven de vensters gemetselde strekken, hierboven een hardstenen waterlijst op dezelfde hoogte als de uitkragende hardstenen lekdorpels van de witgeschilderde T-vensters op de eerste etage.

Het kozijnwerk is hier van vellingkanten voorzien.

Ook boven de verdiepingramen zijn er gemetselde strekken.

Direct boven de hardstenen waterlijst is een hardstenen band in het muurwerk opgenomen.

Het gepleisterde fries is witgeschilderd en heeft aan de onderzijde een eenvoudige profilering. Boven het fries een houten gootlijst op rechthoekige klosjes.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het relatief kleine pand is een goed voorbeeld van sobere Klassicistische stijl. Als kosterij behoort het bij de naastgelegen kerk.

Het pand maakt onderdeel uit van de historische gegroeide stedebouwkundige structuur van de Bloemenmarkt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 1760

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Kerkvoogdij der hervormde gemeente van Roosendaal en Wouw

Adres :

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 1 november 1990/10 november 1993

BOULEVARD 57 - 59

Typering

Het betreft twee aaneengebouwde villa's in twee bouwlagen en elk vier traveeën, vrijstaand op de hoek en voorzien van een samengesteld dak met rode leien en vernieuwde leien in maasdekking.

Historische omschrijving

De villa's zijn omstreeks 1905 gebouwd in opdracht van de gebroeders Van Gilse, later N.V. Roosendaalsche Maatschappij tot de Exploitatie van Onroerende Goederen. De architect is onbekend. Er is in de loop van de jaren weinig aan verbouwd.

Omschrijving exterieur

De villa's hebben een grotendeels om de as gespiegelde opzet. De panden worden visueel van elkaar gescheiden door een halfhoog opgemetseld muurtje met ezelsrug en een liseen, die doorloopt tot de dakrand. De panden zijn opgetrokken in machinale roodbruine baksteen met een grijsgele platvolle voeg.

De gepleisterde plint wordt onderbroken voor de segmentboogportieken, waarin zich de paneeldeuren bevinden. De deuren zijn vernieuwd, die van nummer 57 recent, die van nummer 59 in de jaren dertig. De deuren zijn te bereiken via drie inpandige treden en hebben een glas-in-lood bovenlicht.

Daarnaast bevinden zich de vijfzijdige erkers. Deze erkers hebben verspringend metselwerk en een gesneden afsluitende sierlijst met onder meer een klaverbladmotief.

De witgeschilderde schuifvensters hebben hardstenen dorpels met neutjes en vernieuwde glas-in-lood bovenlichten. De ramen zijn geplaatst onder segmentbogen.

Ter hoogte van de onder- en bovendorpels bevinden zich witgepleisterde speklagen.

In 1990 is het schilderwerk bij nummer 57 grotendeels vervangen door een grijze kleur. Ook bij de speklagen is dit gebeurd.

Bij de wisseldorpels bevinden zich blokjes en de segmentbogen zijn voorzien van witgepleisterde aanzet- en sluitstenen. Boven de erkers is een driezijdig balkonhek aangebracht met bij nummer 59 vernieuwde rechte houten balusters.

Nummer 57 heeft nog het originele houten balkonhek. De hoekbalusters hebben sierbollen met daartussen een verdeling in vierkanten met om en om een vulling met ijzeren spiralen. Bij de aanzet en de leuning zijn speklagen in de gevel. Het balkon is toegankelijk via openslaande balkondeuren, geflankeerd door smalle vensters. Bij de bovendorpel en de onderdorpel hiervan zijn op dezelfde hoogte als de balkonleuning speklagen aangebracht. Boven de entreedeuren, tussen de speklagen op de verdieping, zijn ronde tuimelramen geplaatst. Deze ramen hebben aan boven- en onderzijde een gepleisterd stukje. Vanaf deze hoogte zijn de panden verschillend vormgegeven.

Boven de balkondeuren van nummer 57 bevindt zich een halve steen verdiepte borstwering met baksteenmozaiëk en aan weerszijden band en rolwerk in pleisterwerk.

Hierboven, in de kap, is een rondboograam met een speklaag bij de wisseldorpel en boven de sluitsteen, een diamantkopje. Dit wordt bekroond door een hoge overkragende kap met overstek en timmerwerk in Chaletstijl. Deze kap rust op bewerkte houten schoren. De makelaar is eveneens gedecoreerd.

Rechts van deze steekkap is een hoge langwerpige dakkapel geplaatst.

De balkondeuren en zijvensters van nummer 59 zijn onder een ijzeren profielbalk geplaatst met rozetten. Hierboven zijn hoge rondbogen met baksteenmozaiëk. In de lage steekkap bevinden zich twee kleine venstertjes. De uitkragende steekkap heeft een betimmering in Chaletstijl met een gesneden makelaar. Links van de steekkap is een kleine dakkapel geplaatst.

Vrijwel alle hoekpunten van de daken zijn bezet met ijzeren danwel zinken pironnen.

De gevels aan de Van Gilselaan vertonen een gevarieerd beeld. Ten eerste zijn er twee risalerende traveeën met een steekkap met originele betimmering in Chaletstijl. Het is eenzelfde steekkap als die aan de zijde van de Boulevard 57. In het dak bevinden zich twee dakkapellen met piron. Na een inspringend deel met dakkapel volgt een risalerend deel met een rechthoekige serre, die op de eerste verdieping overgaat als erker.

De bovenlichten zijn met glas-in-lood gevuld en er zijn gesneden houten sierlijsten aan toegevoegd. Het opgaand metselwerk is hier uitgevoerd met houten vakwerk en een opvallende glas-in-loodrand onder de gootlijst. Tenslotte volgt een dakkapel met smeedwerk sierpiron. De gevel maakt hier een scherpe hoek naar binnen. In dit deel van de gevel bevindt zich op de eerste verdieping een driezijdige erker. Haaks hierop volgt een laatste deel. Er is een tweelaags deel aan toegevoegd van dezelfde bouwtijd, met een plat dak. Dit deel heeft een gesneden gootlijst en een uitkragende hoektoren met torenspits op de linkerhoek. De muur is voorzien van een staande strekkenlaag en een muizetandlijst.

Er is een erfafscheiding bestaande uit ijzeren puntige spijlen met hekjes en staanders met gekruld ijzerwerk.

De panden verkeren in goede staat.

Redengevende omschrijving

Deze relatief grote en brede dubbele villa met Chaletstijlelementen is van belang wegens gaafheid en van groot stedebouwkundig belang vanwege de situering op de hoek Boulevard/Van Gilselaan en de met de andere panden corresponderende opbouw.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Boulevard 57

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 6861

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : G.J. Gabriëls

Adres : Boulevard 57

Woonplaats : Roosendaal

Boulevard 59

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 2337

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.E.J. Rommens

Adres : Boulevard 59

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 10 november 1993

BOULEVARD 156 - 156A

Typering

Het betreft een tamelijk ver van de openbare weg gesitueerd vrijstaand tweelaags herenhuis van vijf traveeën, voorzien van een lijstgevel en gedekt door een plat dak met dakschilden rondom, gedekt met rode leien.

Historische omschrijving

Het pand is rond 1900 gebouwd als herenhuis. De architect is niet bekend. In 1912 werd het pand ingrijpend verbouwd naar een ontwerp van de architect Joseph de Lepper. Tussen 1930 en 1950 vond een aantal wijzigingen plaats. In 1934 werd aan de achterzijde van het bouw het nodige verbouwd, terwijl in 1938 ter linkerzijde een aanbouw werd gerealiseerd en de bovenlichten van de vensters een eenvoudig ruitjespatroon kregen. Het pand vervult nog steeds de woonfunctie.

Omschrijving exterieur

Het pand wordt van de openbare weg gescheiden door een brede ligusterhaag en een hoog zwart geschilderd ijzeren hek met pijlpuntmotief. Behalve een groot voorterrein is er ook een zeer grote achtertuin met diverse grote loofbomen.

Het huis heeft een hardstenen plint, die risaleert ter plaatse van de pilasters, die zich in het midden van de hoektraveeën en naast de voordeur bevinden. Deze pilasters lopen door en verbreden zich ter plaatse van de kroon- en gootlijst.

De voorgevel is gebouwd in bruine machinale baksteen met gele bakstenen speklagen. De geverniste

paneeldeur bevindt zich centraal in een diep portiek. Het bovenpaneel wordt ingenomen door een groot gietijzeren rooster met een centrale medaillon. De deur is te openen middels een gietijzeren duwstang.

Boven de deur en de T-vensters met witgeschilderd kozijnwerk en hardstenen dorpels bevindt zich een geprofileerde kunststenen latei en een rondboog met aansluitende koppenlaag, voorzien van een sluitsteen als diamantkop. De boogvelden zijn gevuld met ruitmotief in blauw, geel en rood.

Boven de openslaande vensters met bovenlicht van de eerste etage is een korfboog geplaatst, met aansluitende koppenlaag en diamantkop als sluitsteen. De boogvelden zijn hier voorzien van ruit en vlechtmotieven in rood en geel.

Onder de gootlijst bevindt zich een tandlijst met grotere tussenblokjes.

Het dakvlak wordt onderbroken door drie dakkapellen aan de voor- en achterzijde, terwijl de dakvlakken van de zijgevels elk één dakkapel hebben. Deze zijn voorzien van een rondraam, een wolfdak met leien en een zinken bolpiron.

De zijgevels en de achtergevel zijn grauw geblokt gepleisterd.

Het pand verkeert in matige tot slechte staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed voorbeeld van een groot herenhuis met Neo-Renaissance-elementen en is door de locatie in Roosendaal zeer zeldzaam.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 4543

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.J.A. Cockx

Adres : Verlengde Gusberweg 30

Woonplaats : Bergen

Gerechtigde : C.C.A. Cockx

Adres : Boulevard 156A

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 3 febrari 1992

BOULEVARD ANTVERPIA 2 - 2A

Typering

Het betreft een tweelaags hoekpand met hoektoren op de kruising van de Boulevard Antverpia en de Badhuisstraat, voorzien van een samengesteld dak met de nokas parallel aan de straat, voorzien van zwarte leien.

Historische omschrijving

Het pand is in 1906 gebouwd in opdracht van de verzekeringmaatschappij Antverpia naar een ontwerp van A.J. de Bruijn. Het pand maakt deel uit van een aantal panden, in dezelfde stijl, welke gebouwd zijn door particuliere beleggers. Het woonhuis is in de loop van de decennia nauwelijks gewijzigd. Bij enkele vensters is de indeling vereenvoudigd en de paneeldeuren zijn vervangen door opdekdeuren. De schoorsteen is recent nieuw opgemetseld. Het pand wordt nog steeds gebruikt als woonhuis.

Omschrijving exterieur

Het ondiepe pand is aan de zijde van de Boulevard Antverpia opgebouwd uit drie delen.

Er is een tweelaags deel van twee traveeën onder een zadeldak met eindschild.

Dit wordt visueel gescheiden van het tweelaagse deel van drie traveeën door een liseenachtige uitmetseling; bovendien is de gootlijst en daarmee de kap van dit deel iets hoger geplaatst. Ook dit deel heeft een zadeldak met eindschild, waarop zich een kleine piron bevindt. In dit gedeelte bevindt zich ook een kleine dakkapel onder zadeldak.

Op de kruising van de straten bevindt zich de drielaagse hoektravee, waarvan de toren gedekt is met een gedrukt meloenvormige koepel op vierkante basis.

De gepleisterde plint wordt onderbroken door enkele rondboogroostertjes en een schoenenschraper. Hierboven bevinden zich twee lagen gele machinale baksteen. Deze loopt als sierband door bij de deur in het tweede bouwdeel, tot de hoogte van de onderdorpels.

De gevel is opgetrokken in roodbruine machinale baksteen met een lichtgrijze voeg. Bij de onder- en bovendorpels bevinden zich speklagen die bestaan uit gele machinale baksteen met een band van grijze cementsteen in het midden.

Alle vensters zijn voorzien van hardstenen dorpels. In het eerste gedeelte zijn twee stolpvensters met bovenlicht boven elkaar geplaatst rechts van de paneeldeur. Deze bevinden zich onder een segmentboog bestaande uit afwisselend grijze en gele steen. De smalle liseen heeft als decoratie kunststeen kussens waar de speklagen doorlopen; voorts mondt deze uit in de vierkante halfhoge vernieuwde schoorsteen.

De houten gootlijst is, evenals de rest van het houtwerk, witgeschilderd. De gootlijst is voorzien van een gesneden geschulpte rand.

Dit laatste is ook het geval bij het tweede bouwdeel.

In dit gedeelte bevindt zich een centrale deur in ondiep portiek. De gele baksteen sierrand bevindt zich ook in het deel tussen de bovendorpels van de ramen en de segmentboog boven het bovenlicht van de deur. De boog is afgewerkt met witgeschilderde knoppen aan de zijden, een diamantkop als sluitsteen en een profielrand. Aan weerskanten van de deur zijn schuifvensters met een halfrond bovenlicht geplaatst. De bovenlichten hebben elk twee verticale deelroeden. De rondbogen zijn omgeven door een afwisselend gele en grijze laag, een grijze koppenlaag met een hoger tuitvormig uiteinde aan de bovenkant en een afsluitende gele koppenlaag.

De vensters op de eerste verdieping hebben een zelfde afwerking, maar zijn geplaatst onder een segmentboog. Het venster boven de deur is smaller. Onder de geschulpt gesneden gootlijst bevindt zich een sierlijst van gele en grijze steen, ingesloten door de liseen ter linkerzijde en een korte liseen met driehoekige kunststeen bekroning ter rechterzijde. Deze liseen dient als decoratieve ondersteuning van een luchtboogachtig element, dat de overgang naar de toren vormt. Deze luchtboog bestaat uit een driehoekig deel, afgedekt door een hardstenen lijst met trappen en een tuitvormige bovenzijde. De geelgrijze sierband loopt in de liseen verder door onder de luchtboog en over het torenoppervlak. In de driehoek bevindt zich een halfronde uitsparing, die aansluit op de in een hoek geplaatste toren. De hoektravee is op de begane grond afgeschuind en heeft daar een smal venster. De afgeschuinde muurvlakken worden verbonden door een keperboog, die bestaat uit trapsgewijs gestapelde kunststenen blokken met kwartronde uitsparingen. In het centrum bevindt zich een schijfvormig sierelement. Op dit punt vormt de gevel weer een rechte hoek. De oorspronkelijke zandsteenkleur van de kunststeen is zichtbaar in de blokken die zich onder het loggiaachtige hoekbalkon bevinden. De borstwering van het balkon bestaat uit vaasvormige balusters, afgedekt met een hardstenen deklijst. Het muurwerk is aan de zijden geknikt afgeschuind; de balkondeur is eveneens in een schuine hoek geplaatst. Het hoekpunt wordt geschraagd door een bakstenen pijler met gele en grijze sierbanden. De bovenzijde van het kleine balkon is afgewerkt met een geprofileerde brede kunststenen band. Hierboven bevindt zich een dicht gedeelte van de toren, met aan beide zijden een smal staand venster. De hoek is voorzien van grijze cementsteen. Tenslotte is er een open gedeelte vlak onder het torendak. Dit bestaat uit drie gekoppelde vierkante vensters aan alle vier de zijden. Het kozijnwerk is voorzien van decoratie als afschuiningen en cirkelvormen. Het dak steekt aan alle zijden uit en is bekroond met een bolle vaasvormige piron van zink.

Aan de zijde van de Badhuisstraat bevinden zich nog twee traveeën. De bij de toren aansluitende travee is vergelijkbaar met die op de andere hoek. Er zijn evenwel enige verschillen. Boven het venster op de eerste verdieping bevindt zich een rechthoekige plaat met in relifletters het woord "Antverpia". Hierboven bevindt zich een zesruits rondboogvenstertje. De gevel wordt hier afgesloten door een asymmetrische topgevel met cirkelvormig uiteinde. Onder de deklijst is de kunststeen trapsgewijs gestapeld.

De hoektravee bevat een deur met omlijsting zoals die in het tweede bouwdeel, waarmee de spiegeling verder ophoudt. Hierboven bevindt zich een luchtboog met afsluitende korte liseen ter rechterzijde. Onder de deklijst is een trapsgewijze stapeling, in de hoek een tuitvormige beëindiging. De boog is met een groot kwartrond opengewerkt, welke is voorzien van gele en grijze steen.

Het pand verkeert in goede staat en is in 1992 gerestaureerd.

Redengevende omschrijving

Het pand met Jugendstil elementen is van architectonische waarde vanwege constructie en detaillering en van stedebouwkundige waarde vanwege de markante locatie op de hoek van de Badhuisstraat en de Boulevard Antverpia en langs de spoorlijn Roosendaal-Antwerpen. Het maakt onderdeel uit van een aantal panden in dezelfde stijl.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 2074

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : P.M. Lorier

Adres : Boulevard Antverpia 2-2A

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 september 1991/10 november 1993

BOULEVARD ANTVERPIA 4 - 6

Typering

Het betreft twee aaneengebouwde eenlaags woonhuizen in de rooilijn onder eigen zadeldak met zwarte verbeterde hollandse pannen, met de nokas loodrecht op de straat.

Historische omschrijving

Deze woonhuizen behoren tot een groep woningen, die in 1906 in opdracht van de verzekeringsmaatschappij "Antverpia" zijn gebouwd naar ontwerp van A.J. de Bruijn. Het pand op nummer 6 is in de loop van de tijd niet gewijzigd; het pand op nummer 4 heeft in de jaren zeventig en tachtig veranderingen ondergaan bij de vensters, die deels vergroot en deels dichtgemetseld zijn. Ook zijn bij nummer 4 rolluiken aangebracht. Beide huizen zijn nog steeds in gebruik als woning.

Omschrijving exterieur

De gepleisterde plint wordt onderbroken door ronde luchtroostertjes en de centraal geplaatste paneeldeuren, die toegankelijk zijn via twee hardstenen treden. Boven de pleisterlaag bevinden zich twee lagen gele verblendsteen. Deze lagen worden voortgezet als dubbele sierband en omlijsten de deuren, tot waar zij afbuigen boven de hardstenen dorpels van de vensters.

De gevel is voorzien van diverse van deze speklagen bestaande uit gele baksteen en een tussenlaag van grijze cementsteen. De rest van de gevel is opgetrokken in roodbruine machinale baksteen met lichtgrijze voeg.

Naast en tussen de deuren bevindt zich een iets terugwijkend geplaatst deel, met een dubbele grijze profielrand terugkomend bij de speklagen van de bovendorpels.

Boven de deuren bevindt zich een deurkalf met getande decoratie en een getoogd bovenlicht. De boog is afgedekt met een strek van afwisselend gele en grijze steen. Deze afwerking is ook toegepast bij de twee getoogde schuifvensters, waarvan de kozijnen wit en donkergroen zijn geschilderd. De vensters hebben een verticale sierroedenverdeling in het bovenlicht en aan de zijden.

Het venster op de begane grond van nummer vier bestaat uit een breed uitgebroken raam.

De borstwering is opgemetseld als een brede rand van bruine bakstenen blokjes en gele koppen tussen grijze lagen cementsteen. Op de zolderverdieping is een centraal rondboogvenster geplaatst, met aan weerskanten op afstand een klein tweelichts staand smal raampje. Bij nummer 6 is het stolpraam voorzien van een gedeeld bovenlicht, bij nummer 4 zijn het bovenlicht en de flankerende raampjes dichtgemetseld.

Ter hoogte van de wisseldorpels van de rondboogramen begint de aanzet van de beide trapgevels. Alle trappen zijn voorzien van een hardstenen afdekplaat, geaccentueerd door een sierrand van gele en grijze steen.

Het bovenlicht van de rondboog is afgewerkt met een afwisselend grijze en gele laag en een tuitvormig uiteinde. De trapgevels zijn elk versterkt met drie rechte ijzeren schietankers.

In het midden bevindt zich een rond vlieringraam. Bij nummer 4 is dit dichtgemetseld, bij nummer 6 heeft het een vierruits indeling.

De zijgevevels zijn voorzien van een houten gootlijst met gesneden schulprand en siermetselwerk in zigzagvorm.

De panden verkeren in redelijke tot goede staat.

Redengevende omschrijving

De woonhuizen met Jugendstil elementen zijn van architectonische waarde vanwege constructie en detaillering en van stedebouwkundige waarde vanwege de markante locatie aan de Boulevard Antverpia en langs de spoorlijn Roosendaal-Antwerpen. Ze maken onderdeel uit van een aantal panden in dezelfde stijl. De panden zijn een voorbeeld van woningbouw door een verzekeringsmaatschappij.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Boulevard Antverpia 4

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 2076

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : M.G.P.M. Molenaar en M.E.M. Hagenaars

Adres : Boulevard Antverpia 4

Woonplaats : Roosendaal

Boulevard Antverpia 6

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4968

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : R.A.M.C.M. Liebau

Adres : Boulevard Antverpia 10

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 31 januari 1992/10 november 1993

BOULEVARD ANTVERPIA 12 - 16

Typering

Het betreft een rijtje eenlaags woonhuizen van elk drie traveeën in de gevelwand onder zadeldak, deels met zwarte kruispannen, parallel aan de straat en met een trapgevel aan de linkerzijde.

Historische omschrijving

De woningen werden in 1909 gebouwd in opdracht van de verzekeringsmaatschappij "Antverpia" naar een ontwerp van de architect A.J. de Bruijn.

Het oorspronkelijke pand op nummer 10 maakte deel uit van de opzet, waarbij er aan beide einden een trapgevel heeft bestaan. Het huidige pand op nummer 10 is naoorlogs. Het dichtgetimmerde bovenlicht van nummer 16, de dakkapellen van de nummers 12-14 en de kleur van het schilderwerk van de goten en de rolluiken (nummers 12-14) zijn negatieve elementen.

De woonfunctie is behouden gebleven, deuren en ramen zijn in de loop van de tijd vereenvoudigd.

Omschrijving exterieur

De gepleisterde plint wordt onderbroken door ronde roostertjes en schoenschrapers, tevens voor de twee hardstenen treden die toegang geven tot de vernieuwde paneeldeuren in getoogd portiek.

Boven het bovenlicht bevindt zich een verdiepte zône met rood, geel en blauw siermetselwerk in geometrisch blokpatroon.

De gevel is opgetrokken uit roodbruine machinale baksteen met blauwe sierlagen, zoals één laag boven de plint en banden met roodbruine tussenlaag bij de hardstenen dorpels met klosjes, de bovendorpels en

boven de vensters en deuren. De kozijnen van de schuifvensters zijn witgeschilderd. Boven de vensters is een gerekte Tudorboog aangebracht. Deze heeft net als de deuren een rand van blauwe koppen en een grijze cemensteen sluitsteen. De vulling van de twee trapgevelramen bestaat uit een verticaal gericht sierpatroon. De boogvulling van de vier ramen ter rechterzijde heeft een ruitvormig patroon.

Het fries bestaat uit een blauwe ingemetselde tandlijst en verspringend gemetselde roodbruine baksteen. De witgeschilderde gootlijst rust op geprofileerde klosjes.

Het dakvlak wordt doorbroken voor twee tweelichts dakkapellen.

Iets onder de gootlijst bevindt zich een blauwe sierrand bij het trapgeveldeel. De aanzet voor de trap wordt gevormd door een hardstenen deel met kwartrond profiel. De treden zijn afgedekt met een hardstenen afdekplaat en zijn geaccentueerd door een randje blauwe baksteen. Centraal geplaatst is een openslaand venster met tweelichts bovenlicht op een hardstenen dorpel. Zowel dit venster als de twee kleine flankerende rechthoekige venstertjes zijn gevat in een hoefijzerboog met kunststenen aanzet- en sluitstenen en blauwe sierrand. Boven het centrale raam bevindt zich een klein rondraam met blauwe koppenlaag rondom.

De panden verkeren in goede staat.

Redengevende omschrijving

De woonhuizen met Jugendstil elementen is van architectonische waarde vanwege constructie en detaillering en van stedebouwkundige waarde vanwege de markante locatie aan de Boulevard Antverpia en langs de spoorlijn Roosendaal-Antwerpen. Het maakt onderdeel uit van een aantal panden in dezelfde stijl. De panden zijn een voorbeeld van woningbouw door een verzekeringsmaatschappij.

Kadastrale aanduiding en kadastrale tenaamstelling

Boulevard Antverpia 12

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 1935

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : J.L.J.M. Linders en M.A.C. Mol

Adres : Boulevard Antverpia 12

Woonplaats : Roosendaal

Boulevard Antverpia 14

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 1934

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : F.J.A. van de Wijngaard

Adres : Boulevard Antverpia 14

Woonplaats : Roosendaal

Boulevard Antverpia 16

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 1933

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : N.J.G. van Zon

Adres : Boulevard Antverpia 16

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 31 januari 1992/10 november 1993

BOULEVARD ANTVERPIA 22 - 28

Typering

Het betreft een rijtje van vier woningen (een en tweelaagswoningen om en om) van elk drie traveeën in de gevelwand, geplaatst onder plat dak met schilden, parallel aan de straat, met daarop rode leien.

Historische omschrijving

De woonhuizen zijn in 1910 in opdracht van de verzekeringsmaatschappij "Antverpia" gebouwd naar een ontwerp van architect A.J. de Bruijn.

Op drie vernieuwde voordeuren na hebben de panden de tijd vrijwel ongewijzigd doorstaan.

De woonfunctie is tot op heden behouden gebleven.

Omschrijving exterieur

De gepleisterde plint wordt onderbroken door ronde roostertjes en door de twee hardstenen treden, die naar de voordeur leiden. De deur op nummer 28 is de oorspronkelijke paneeldeur met duwstang. De bovenlichten zijn gedeeld of hebben drie verticale deelroeden. Hierboven bevindt zich in een verdiept veld een patroon van siermetselwerk in rood, blauwe en geel in blokvorm.

De gevel is opgetrokken in rode machinale baksteen. Deze wordt opgesierd door een laag blauwe baksteen boven de plint, blauwe banden met rode tussenlaag bij onder- en bovendorpel en bij de sierbogen van deuren en vensters.

Boven de hardstenen dorpels bevinden zich de schuifvensters met witgeschilderde kozijnen.

De bovenlichten hebben drie verticale deelroeden. Hierboven bevindt zich een gerekte Tudorboog. De omlijsting bestaat uit afwisselend rode en blauwe baksteen, een kunststenen sluitsteen en een blauwe koppenlaag. De vulling van de bogen bestaat bij de hoekpanden uit een ruitvormig patroon, de boogvulling van de vier middelste vensters is verticaal gericht.

De twee middenpanden worden afgesloten door een witgeschilderde gootlijst met geprofileerde grote en kleine klosjes. Deze gootlijst wordt doorbroken door twee centraal geplaatste, risalerend gemetselde dakkapellen met blauwe getrapte aanzetstukken ter hoogte van de blauwgeel-blauwe speklaag.

De vensters worden gedekt door een hardstenen latei met tandhoekige uitsparingen en aanzetstenen met kwartrond profiel. Een hardstenen trapvorm volgt de vorm van het tuitvormige zadeldakje.

De halfsteens risalerende hoekpanden hebben op de verdieping schuifvensters met drie (verder uit elkaar geplaatst dan op de begane grond) verticale deelroeden. Hierboven bevinden zich strekken met hardstenen sluitsteen en een blauwe koppenlaag.

Het fries met polychroom ruitjesmotief en de gootlijst met geprofileerde korte en lange klosjes wordt onderbroken door de uitgemetselde dakkapel.

Het platte dak van de dakkapel met openslaande vensters en stenen latei ligt op dezelfde hoogte als de rest van het platte dak.

De panden verkeren in goede staat.

Redengevende omschrijving

De woonhuizen met Jugendstil elementen is van architectonische waarde vanwege constructie en detaillering en van stedebouwkundige waarde vanwege de markante locatie aan de Boulevard Antverpia en langs de spoorlijn Roosendaal-Antwerpen. Het maakt onderdeel uit van een aantal panden in dezelfde stijl. De panden zijn een voorbeeld van woningbouw door een verzekeringsmaatschappij.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Boulevard Antverpia 22

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 1931

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.S. Franken

Adres : Boulevard Antverpia 22

Woonplaats : Roosendaal

Boulevard Antverpia 24

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 1930

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.A.A. van Gastel

Adres : Boulevard Antverpia 24

Woonplaats : Roosendaal

Boulevard Antverpia 26

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 1929

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.C.A. Notenboom

Adres : Kalsdonksestraat 89

Woonplaats : Roosendaal

Boulevard Antverpia 28

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 1928

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : C.P.E.M. van den Ouwelant

Adres : Boulevard Antverpia 28

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/10 november 1993

BOULEVARD ANTVERPIA 58

Typering

Het betreft een tweelaags pand met afgeschuinde hoek in de gevelwand van in totaal zeven traveeën, voorzien van een lijstgevel en omlopende dakschilden met zwarte leien en een plat dak. Het pand is het gespiegelde tweelingpand van Hulsdonksestraat 71.

Historische omschrijving

Het pand is tussen 1900-1910 gebouwd als een dubbel woonwinkelhuis met werkplaats. De architect is onbekend. Er is in de loop van de jaren vrijwel niets verbouwd aan het pand. Wel is op de hoek de deur vervangen door een venster.

Omschrijving exterieur

De lage hardstenen plint wordt onderbroken voor een enkel rond luchtroostertje en de uitkragende pilastervoeten.

De gevel is verder opgetrokken in bruine machinale baksteen. De speklagen zijn van grijze cementsteen, de diamantkoppen en de frieslijsten zijn witgeschilderd.

Er zijn witgeschilderde schuifvensters met een verticale middenroe en een verdeling met een, twee of drie roeden in het bovenlicht. De smalste vensters bevinden zich naast en boven de hoofddeur.

De deuren zijn vernieuwd, maar de omlijsting is gebleven. De sierroosters in de zijvensters zijn verdwenen.

De gepleisterde omlijsting van de iets verdiept ge

plaatste deur gaat recht omhoog tot de vensterbankjes van de zijraampjes en vormt vandaar een getrapt gepleisterde boog met sierrand en cirkelvormen. Het geheel wekt aldus de indruk van een hoefijzerboog.

De vensters aan weerskanten van de hoek op de begane grond zijn breder van opzet. Boven de vensters is een brede gepleisterde band aangebracht, die overgaat in een waterlijst. Tussen de vensters van de eerste etage en de waterlijst bevindt zich per venster een borstwering. De verschillende decoratie van de borstwering is gespiegeld aan die van het buurpand 71.

De schuifvensters op de eerste verdieping hebben hardstenen dorpels en zijn geplaatst onder een segmentboog met aanzet- en sluitstenen.

De deur op de eerste etage in de afgeschuinde hoek is voorzien van een spijltjeshek als Frans balkon.

Het dakvlak wordt onderbroken door vier dakkapellen. De opgetilde eenlichtsvensters hebben een zadeldakje. Er is een dakkapel op de hoek, aan weerskanten van de hoek en één boven de deur.

Achter een muur bevindt zich aan de zijde van de Hulsdonksestraat ter linkerzijde van het pand een lagere twee en een eenlaags aanbouw met plat dak, daterend uit de bouwtijd.

Het pand verkeert in matige staat.

Redengevende omschrijving

Het relatief grote en hoge pand met onder meer Neo-Renaissancemotieven is van architectonisch en stedebouwkundig belang, als gespiegeld tweelingpand van Hulsdonksestraat 71, als poort tot de Boulevard Antverpia en in relatie staand met de panden Hulsdonksestraat 56-62 aan de overzijde.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 5908

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : G. Fortuin

Adres : Boulevard Antverpia 58

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 12 maart 1991/10 november 1993

BREDASEWEG

Typering

Het betreft een Rooms-Katholieke begraafplaats, gelegen aan de uitvalwegen van Roosendaal tegenover het bejaardencentrum Charitas aan de Kalsdonksestraat 89.

Historische omschrijving

De begraafplaats is in de negentiende eeuw aangelegd en nadien diverse malen vergroot. Op de laatste rustplaats bevond zich oorspronkelijk een monumentale Neo-Gotische grafkapel. Een baarhuisje uit ca. 1900 verkeert in slechte staat.

Omschrijving

De begraafplaats wordt deels omringd door hekwerken en deels door een groenaanleg, waaronder een beukenhaag. Vanaf de Kaldonksestraat is er een toegangshek bestaande uit een dubbel ijzeren klaphek en de tekst; rust in vrede. De spijlen zijn voorzien van cirkel- en spiraalvormen, bekroning in kruisvorm met klaverbladeinden. Bij de Bredaseweg is er een openslaand hek met pijlpunten, lelies en zweepslagvormen waar zich het hoofdpad met de voornaamste oude graven bevindt. Verderop is er aan de Bredaseweg een groot hoog ijzeren hek van convexe vorm, voorzien van pijnappels, pijlpunten en de tekst: rust in vrede.

Iets rechts van eerstgenoemde ingang bevindt zich het baarhuisje. Dit is opgetrokken uit bruine machinale baksteen met rechte muurankers en heeft een zadeldak en steekkap met zwarte kruispannen. De rondboogramen zijn met tralies dichtgezet.

De deuren zijn voorzien van een kraalprofiel. De rondramen op de verdieping zijn dichtgemetseld. Aanzetblokjes en lateien zijn van hardsteen.

De oude graven bevinden zich aan de zijde van de Kalsdonksestraat op een minder goed onderhouden terrein tussen hoog opschietend gras, kruiden en bloemen. Veel zerken staan dan ook scheef of zijn reeds omgevallen. Er is nog een deel van de oorspronkelijke aanleg te zien, namelijk de graven van de notabelen aan een hoofdpad vanaf de ingang aan de Bredaseweg. Daar achter bevinden zich zeer veel andere monumentale grafkruisen.

Tot de meest in het oog springende graven behoren de volgende.

- Het hardstenen graf van de familie Van Gilse. Het graf bestaat uit een brede rechthoekige tombe met de namen en levensdata van de overledenen en een brede gelede opstand. Oorspronkelijk was het geheel afgezet door hardstenen paaltjes met kettingen.

De laatste zijn verdwenen. Boven een naamplaat met fronton verheft zich een kruis, met vierpas en asymmetrisch omgehangen krans. In de zijpanden bevinden zich gedrongen granieten zuiltjes en kransen. De hoeken bestaan uit bewerkte steunen met afgeplatte bekroning. Op de granieten naamplaat staat: "In memoriam Petrus A.G. van Gilse en Fransisca A. Janssens R.I.P.".

In het fronton staat het Chiroteken met aan weerszijden een Alpha en een Omega.

- Het hardstenen graf van de familie Schoonheyt, gesigneerd door G. Jonckheere. Hier rust onder meer de Roosendaalse burgemeester die tot deze familie behoorde. De u-vormige opstand bestaat uit een hoog middendeel met marmeren naamplaten en een zadelvormig eind met kruis. De zijden zijn gewelfd en voorzien van draperie en zuiltjes, waaronder tekst. De hoeken bestaan uit gecanneleerde pijlers met afgeronde koppen. De u-vorm omsluit een tombe met kruisvorm. Hier voor is een marmeren bloembak geplaatst.

- Het hardstenen graf van de familie Goyarts, gesigneerd Ch. Petit, met het oudste graf uit 1917. Het rechthoekige geheel is afgesloten door hardstenen platen. De opstand aan de achterzijde heeft een hoog middendeel met een voetstuk waarop marmeren naamplaten, een gwelfde bovenzijde met vierpas en een kruis met Corpus. De lagere zijdelen bevatten nisjes met kalkstenen beeldjes van Maria en Johannes.

Het oude deel van het kerkhof bevat vele andere waardevolle grafmonumenten, waaronder hier een selectie uit de voornaamste.

- Er zijn gietijzeren kruisen, waarvan één voor Mevrouw M. de Bra, overleden in 1926. Het opengewerkte kruis is voorzien van een engel. Er is er één voor M. Heeren, gestorven in 1934 en Janna Jaspers, gestorven 1943. De kruisen hebben voorstellingen van Christus met Heilig Hart, hostie, kelk, St. Petrus en Paulus. Er is een hoog gietijzeren kruis met gekruisigde Christus in hoogreliëf, Johannes en Maria, uit 1906. Er is een kruis met alleen de gekruisigde. Er zijn kruisen met schutsengel, onder meer voor Cornelis Geerts 1872-1922.

Een ander kruis toont de gekruisigde Christus in een doornenkroon, met wingerdranken, een os, een adelaar en een leeuw.

Een tekst in glas geeft aan dat dit de rustplaats is van Anna Olfers, 1916, en Pieter Hach, 1936.

- Sommige graven bezitten (nog) gietijzeren onderdelen zoals sierhekjes, waaronder bij dat van Charles van der Veken uit 1927.

- Twee maal een ongedateerd kruis met klaverbladeinden op granito sokkel en gekruisigde Christus, op de sokkel een herenportret.

- Enkele houten kruisen met medaillonportret.

- Er zijn diverse boomstamkruisen van hardsteen, waarbij een kruisvorm rustiek is vormgegeven als een stuk hout met knoesten. Bij voorbeeld voor Dhr. Lambertus Amb. de Waal 1875-1907, voor Gijsbert Boere, echtgenoot van Helena Kramp 1909, Cornelia van Roomen, gestorven 1899, Adrianus de Klerk, overleden 1897. Voorts een klein boomstamkruis met lelietak. Een ander boomstamkruis voor mevrouw C. van Gastel, overleden in 1900.

Het graf van Felix Egidius Janssens dateert uit 1905.

Het kruis heeft gebeeldhouwde wingerdbegroeiïng en een krans en draperie, gesigneerd door G. Boeren.

Er is er één voor M. van Gastel uit 1925 met een emaille plaatje van Ch. Petit. Uit hetzelfde jaar dateert het graf van mej. Henr. van Bruyninck. Een andere, met een medaillon waarin Christus is gemaakt ter nagedachtenis aan de in 1931 gestorven Joannes Keij.

Uit 1913 dateert het boomstamgraf van Philomena Theunis, met een sokkel waarop een opengeslagen boek. Om het kruis is van steen een touw geknoopt, waaraan een anker hangt. In het midden is in een ovaal een brandend heilig hart geplaatst.

Anita Ridder kreeg in 1932 een boomstamkruis met de tekst: rust in vrede, gesigneerd door Ch. Petit.

- Op het gedeelte van het kinderkerkhof vindt men diverse graven met porseleinen engeltjes. De best bewaarde zijn die van Franciscus C.M. Koppen, overleden in 1936 en Alfons C.M. Koppen, overleden in 1931. Een engel houdt een palmblad en rozenkrans.

Voor de in 1924 overleden G.J.M. Kriesels is er een taps toelopend hardstenen zuiltje met een jongensportret en een engel van biscuitporselein, die een jongen beschut.

Voor Keesje Thielen werd in 1928 een door L. v. Hooff gesigneerde steen gemaakt, bestaande uit een hardstenen sokkel en een porseleinen beeld van een jongen die opkijkt van een gebedenboek, staand bij een met bloemen omkransd boomstamkruis.

Voor Joke v. A. uit 1934 een medaillon en een geknield engeltje bij een gebedenboek.

Pietje de Visser kreeg in 1937 een marmeren graf met twee geglazuurde engelen met de handen gekruist voor de borst.

In 1899 werd er "ter nagedachtenis aan ons dierbaar kind en geliefde zuster Maria A.J. Peeters" een zerk opgericht met een engel en een anker van kalksteen.

- Diverse graven zijn voorzien van bronzen of verbronsde reliëfs. Dat is onder meer het graf van mevr. Cor. van Eck-Roset uit 1935. De zerk heeft een rechthoekig bronzen reliëf van een engel met een boeket en een medaillonportret. Voorts één voor Dhr. Marinus van de Biggelaar uit 1937, een kruis met Corpus. Voor Stanislas van Hasselt en zijn vrouw werd in 1929 in een van zuilen voorziene gewelfde opstand een Expressionistisch reliëf geplaatst van de gekruisigde Christus met festoenen van rozen.

Op een grijs granieten graf van V.A. van Gilse (1930) en Maria van Loon (1945) is een bronzen hugenotenkruis te vinden en de tekst: Dies eenigst wat er overschiet - ten troost in 't afgepijnt verdriet - is 't goed geweten - 't eenig goed van 't afgemartelde gemoed - .... (verder onleesbaar)

- Op de begraafplaats rusten diverse religieuzen. Hiertoe behoort het graf van de Eerwaarde moeder M. Claver uit 1916, van het St. Joseph missiehuis, gesigneerd Ch. Petit. Op de zerk is een reliëf te zien van twee handen in een wolk bij een dubbel kruis.

Behalve zusters werden er ook broeders begraven, zoals in 1934 de Eerwaarde Broeder Simon van de IJssel van Mill Hill.

- Daarnaast hebben de notabelen zeer rijke graven. Velen bestaan uit grote staande zerken met hekken er om heen, zoals die voor Frans E. Goyarts en zijn vrouw uit 1925. De zerk bezit een fronton op zuiltjes.

- Een zerk met kruis, een brief en een duif, het geheel met bloemen omkransd "Wederom zal ik zien" gesigneerd Janssens.

- Een hoge zerk met ster versierde urnen, hart, kruis, korenaren, Christus aan kruis "Die leeft en in mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven" voor Willem Laane en weduwe uit 1900.

- Voor Maria H.F. Merkes uit 1924 een graf met treurengel bij kruis en doodshoofd tussen twee zuiltjes met dobbelsteenkapiteel.

- Het familiegraf voor de familie Konings, oudste graf uit 1926. Hier ligt ook H. M. Konings, de in 1960 overleden stichter en pastoor van de H. Hartkerk.

- Christiaan de Veer en Annie Bogaerts, in 1925 en 1924 het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hebben, bezitten een graf met twee bronzen tondo's van portretten in laagreliëf.

- Henriëtte Segers, overleden 1918 en notaris Johannes Mertens, 1933, hebben ronde portretten met gebeeldhouwde krans er om heen.

- Josephine Peeters kreeg in 1921 een gebeeldhouwde steen met wingerd en een gedrapeerde lap waarop tekst; Rust in vrede.

- De in 1894 overleden Joh. J. Vingerhoed heeft een gebeeldhouwd kruis met wingerd, een zwart glazen plaat (van Ant. Bouvy, Amsterdam) opgehouden door een stenen touw. De zerk is gesigneerd door G. Boeren.

- Dezelfde opbouw van de zerk, maar de tekst in hardsteen; "Hier wacht de verrijzenis des vleesches Joannes P.C. Luyckx, 1893". Hardstenen paaltjes en kettingen schermen het graf af.

- Het uit 1906 daterende familiegraf van Van Loon - Van Weel heeft de namen staan tussen twee rood granieten zuiltjes met komposietkapiteel. Er is een kruis met draperie, de hardstenen zijpanden zijn uitgevoerd in gotiserende stijl.

- Een zerk uit 1875 voor de familie Van Loon, met een engel bij een graf door M. van Bokhoven, de zerk zelf is gesigneerd door J. Bolsius uit Den Bosch.

- Andere bijzondere typen van grafzerken zijn de volgende. Het graf van mej. Anna Maria van der Heijden uit 1934 heeft portretreliëfs aan beide zijden. In het midden is een treurengel afgebeeld bij een graf met een krans van rozen. Het is gesigneerd door A. Wesel uit Tilburg.

Voor Joh. van der Heijden en Rosalie Lemmens (1927 en 1933) werd er een zeer langwerpig graf ontworpen omringd door paaltjes met kettingen.

De familie Brüglemans heeft een graf met een gietijzeren schutsengel en een reliëf met vierpas, anker, kruis en twee handen die elkaar aanraken.

Voor Adrianus Tiebackx, die leefde van 1841 tot 1918 werd een graf ontworpen met een bekransd kruis op een deel van een zuil, met eikeloof. De hardstenen paaltjes en kettingen zijn nog deels aanwezig.

Maria Cornelia Segers kreeg in 1922 een door L. Hooff gesigneerde grafzerk. Tussen twee hardsteen zuiltjes met afdekking bevindt zich een reliëf van grijs aardewerk van Christus als goede herder en de tekst: Heden ik, morgen gij.

Van de graven op het nieuwere gedeelte moet worden genoemd dat van de in 1952 overleden burgemeester C.A. Prinsen. Achter de vlakke brede tombe staat een reliëf met de Piëta als voorstelling.

Redengevende omschrijving

De begraafplaats is van belang als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling in Roosendaal. Bovendien is het belang gelegen in de zeldzame gaafheid en de hoogwaardige kwaliteit van de samenstellende onderdelen.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : B

nrs. : 5894 (Kalsdonksestraat) en 3489 (Bredaseweg)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Gemeente Roosendaal en Nispen

Adres : Stadserf 1

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 30 september 1994

BRUGSTRAAT 1A

Typering

Het betreft een tweelaags hoekpand met afgeschuinde hoek met topgevel, gelegen in de rooilijn en voorzien van een geknot mansardedak met schilden waarop zwarte leien en een bovenzijde met zwarte kruispannen.

Historische omschrijving

Het pand is in 1910/1911 gebouwd als winkel-woonhuis naar een ontwerp van architect F.B. Sturm. De indeling van de vensters en de deuren is in de loop van de decennia gewijzigd, maar is niet vergroot. De winkelfunctie is behouden, de woonfunctie is verloren gegaan ten gunste van opslagruimte.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint met ronde luchtroostertjes en dubbele horizontale sierrand risaleert op de plaatsen waar de verder in gele verblendsteen uitgevoerde penanten de vensters scheiden.

De rest van de gevel is, met uitzondering van enig siermetselwerk, opgetrokken in roodbruine machinale baksteen.

Aan de zijde van de Brugstraat bevinden zich tien traveeën; na de schuine hoektravee volgt nog een deel ter breedte van anderhalve travee aan de Molenstraat. Alle vensters van de begane grond worden afgedekt door een stalen profielbalk als latei, die bruin geschilderd is.

De zijde aan de Molenstraat heeft hierbij de oorspronkelijke houten indeling. Bij de rest van de etalageruiten zijn stalen kozijnen aangebracht. De vensters bij het woonhuis zijn smaller en korter. In de derde travee van links bevindt zich een bruin geschilderde paneeldeur, in de zesde travee en op de hoek zijn vernieuwde glaspaneeldeuren geplaatst. De borstwering van de vensters wordt omlijst door een rand profielsteen.

In de vijf rechtse traveeën aan de Brugstraatzijde bevinden zich de oorspronkelijke witgeschilderde schuifvensters. Zij zijn voorzien van sierroeden in geometrisch patroon. Deze en alle overige vensters zijn voorzien van een stalen latei en bij onder en bovendorpel voorzien van een gele bakstenen speklaag. De overige vensters, die wit en bruin zijn geschilderd, zijn openslaand met een tweelichts bovengedeelte.

Onder de bruin geschilderde geprofileerde houten gootlijst bevindt zich het fries. Dit bestaat uit een iets vooruitspringend deel met gele baksteen vierkantjes aan weerskanten van de penanten en een tandlijst met gele baksteen tussenblokjes. De lijst wordt op de hoek onderbroken door verlengde penanten met driehoekige bekroningen en dito decoraties. De driehoeken zijn voorzien van een verdiept cirkelmotief. Tussen en boven de penanten verheft zich een grote tweeruits dakkapel. Deze is zelf ook tussen gele bakstenen kolommetjes met stompe bovenzijden geplaatst en heeft als bekroning een driehoekig gevelveld met driehoekige reliëfdecoratie.

De lijst wordt bovendien aan de zijde van de Brugstraat onderbroken door een stompe topgevel die geflankeerd wordt door verhoogde penanten met driehoekige toppen.

De topgevel, ter breedte van de zesde en zevende travee van rechts, heeft een groot tweeruits venster en in de top een geel bakstenen vierkantje.

Rechts van het pand staat een hoge bakstenen muur welke grenst aan het buurpand. In de muur is een deur aangebracht.

De rechterzijgevel bezit een dichtgemetselde rondboogopening en een hijinstallatie.

Het pand verkeert in redelijke tot goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand van gemiddelde hoogte en vrij grote lengte is als groot winkelpand van belang voor het stadsbeeld vanwege de markante plaatsing op een kruising van straten.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3090

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : H.P. van Meer

Adres : Brugstraat 1A

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/10 november 1993

BRUGSTRAAT 17

Typering

Een pand in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met zadeldak, daarachter een plat dak, gebouwd in Neo-Renaissancestijl.

Historische omschrijving

Het pand werd omstreeks 1905 gebouwd als woonhuis met opslagruimte. De architect F.B. Sturm verbouwde in 1922 het achtergedeelte en de voorgevel waarbij de poorttravee links bij het huis werd getrokken. In de loop van de tijd is de raamindeling vereenvoudigd, overigens is het pand gaaf. Het huis is in gebruik als woonruimte met winkel.

Omschrijving exterieur

Het drielaagse pand telt vier traveeën en heeft een rechthoekige plattegrond.

Boven de hardstenen plint is de gevel opgetrokken uit oranjerode machinaal gevormde bakstenen, geleed door speklagen van grijze, machinaal gevormde baksteen.

Links een houten, halfhoge deur, die toegang gaf tot de opslagruimte van het huis, rechts hiervan de deurpartij van het woonhuis, deze deur en de omlijsting zijn rijk gedecoreerd. Boven de deur een fronton gevuld met een schelpfiguur, aan weerskanten daarvan en erboven een pionknop met gepleisterde achtergrond.

Rechts van de deur de twee lage vensters van het souterrain, voorzien van hardstenen dorpels en een gemetselde segmentboog, het kozijnwerk van deze en de overige vensters is wit geschilderd.

De vensters van de bel étage hebben terugliggende borstweringen metsiermetselwerk in ruitpatroon, onder de schuifvensters hardstenen dorpels, bij het bovenlicht van de deur een hoge rondboog met stucwerkvulling, het stucwerk voorzien van verfijnde symmetrische patronen van ruiten en bladwerk.

Op de verdieping openslaande vensters met bovenlicht, onder segmentboog.

Onder de wit geschilderde houten gootlijst met geschulpt snijwerk een segmentboogfries van profielsteen met een verbindende sierband.

Het dakvlak met leien in maasdeking wordt onderbroken door vier dakkapellen met eigen schilddak, eveneens gedekt met leien in Maasdekking, drie kleine dakkapellen hebben één venster, de dakkapel boven de deurtravee is aanzienlijk groter en heeft een zesruits raam met snijwerk in het omrandende houtwerk, alle dakkapellen hebben een haakvormige dunne piron.

Aan de einden van de nok staan bakstenen schoorstenen.

Redengevende omschrijving

Omdat een pand met souterrainverdieping in Roosendaal nagenoeg niet voorkomt is het pand van typologische waarde. Als zodanig is het plaatselijk van architectuurhistorisch belang, verder heeft het stedebouwkundige waarde als onderdeel van de straatwand.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3288

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J. Rens

Adres : Brugstraat 17

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

BRUGSTRAAT 19 - 21

Typering

Een deels symmetrisch, tweelaags dubbel herenhuis met lijst- en topgevels. De dakschilden zijn gedeeltelijk gedekt met rode asbestleien en gedeeltelijk met kunstleien, de achterbouw heeft een plat dak.

Het pand is gebouwd in de rooilijn.

Historische omschrijving

De herenhuizen werden in 1912 gebouwd naar ontwerp van architect Joseph de Lepper. Omstreeks 1985 is het pand nummer 19 op de begane grond geheel uitgebroken en verbouwd.

De houten kozijnen zijn toen ook vervangen door kunststof kozijnen. De dakbedekking is ook vernieuwd.

Nummer 19 is deels in gebruik als winkel, nummer 21 heeft nog steeds een woonfunctie en is nog geheel in de oorspronkelijke staat.

Omschrijving exterieur

De gevel is opgetrokken in oranje-gele verblendsteen en heeft brede sierranden bij onder- en bovendorpels.

De begane grond van 19 is geheel uitgebroken.

Nummer 21 heeft een hardstenen plint, rechts onderbroken door een brede vleugeldeur met halfrond bovenlicht. De donkere voordeur heeft smalle staande kussens en koperen handgrepen, in het bovenpaneel ovaalvormige liggende ramen waarvoor een wit smeed

ijzeren rooster met een geometrisch motief.

Boven het ovaalvormige raam aansluitend nog kleine raampjes.

Het bovenlicht is bezet met glas-in-loodramen (gestileerde bloemen).

De plint is ter hoogte van de twee vensterdorpels iets terugliggend. De schuifvensters zijn donker geschilderd, het bovenlicht heeft een verticale verdeling door roeden en is bezet met okerkleurig kathedraalglas, met in het midden een gestileerde bloem. De vensters hebben houten rolluiken.

Bij de onderdorpels van de ramen is een brede sierrand gemetseld, tussen twee donker oranjegeel geglazuurde lagen zijn vijf lagen bricornasteen in crème en bruin aangebracht, dit geometrische siermotief van ruitjes en driehoekjes wordt herhaald bij de onder- en bovendorpels van de vensters op de verdieping.

De hardstenen latei, omlopend rond de hoek, met uitgekerfde wig- en cirkelvormen wordt beëindigd door een koppenlaag.

Op de verdieping drie smalle schuifvensters, met doorgaande hardstenen dorpel en latei, detaillering van de vensters als bij de vensters van de begane grond.

Boven de voordeur een rechthoekige houten erker onder lang doorlopend lessenaardak, de erker rust op een hardstenen plaat met drie hardstenen consoles, ranke, gedecoreerde houten stijlen verdelen de erker als bij een vakwerk. In de witte panelen van de borstwering decoraties, waartussen de tekst: "anno 1912" en "J.d.L."

Het bovenlicht van de erker is bezet met glas-in-loodglas.

Boven de erker, op zolderhoogte, een dakkapel met plat dak.

Het pand op nummer 19 heeft op de verdieping gespiegeld eveneens drie smalle vensters, deze zijn vervangen door kunststof kozijnen. Daarnaast in plaats van een erker hier een venster, de gevel erboven wordt afgesloten door een wit geschilderde gootlijst op geprofileerde houten klosjes, in het dakvlak een dakkapel met plat dak.

De brede middenpartijen van de beide huizen worden afgesloten door een topgevel, in beide topgevels een venster in de vorm van een variant op het palladiaanse raam.

De topgevels zijn opgemetseld in siermetselwerk, waarbij twee liggende en twee staande blokjes een mozaïek vormen en worden afgedekt met een hardstenen afdekrand, die aan de bovenzijde afgerond is en op de hoeken een voluutkrul heeft.

De hemelwaterafvoer tussen de topgevels is fraai gedetailleerd, onder de middelste voluutkrullen is in een hardstenen blok een grote vis uitgehakt, door de wijd opengesperde bek kan het hemelwater afvloeien in een zinken schotel, die verbonden is met de regenpijp.

De waterspuwer is in Jugendstilvorm gehouwen.

Omschrijving interieur

Het interieur van huisnummer 21 is nog geheel gaaf. Op de begane grond een gang, een voor-, een tussen- en een achterkamer. De gang is bezet met tegels met centraal geometrisch patroon in de kleuren: crème, blauw, bruin en roze.

De plint is van Naamse steen, er zijn nog restanten van gestucadoorde composietpilasters op de muren, de stucranden zijn uitgevoerd met touwmotieven en gestileerde bloemmotieven.

De bewerkte houten deurstijlen hebben Jugendstil siermotieven van cirkels met strepen.

Een neo-Lodewijk XV-stucrozet siert het plafond.

De houten trap naar de verdieping heeft een hoofdbaluster, met bolknop en sleuven, de tussenbalusters zijn bewerkt met afgeronde blokjes en verdiepte cirkels.

In de woonvertrekken zijn de plinten, de dorpels en de schouw uitgevoerd in Naamse steen. De schuifdeuren hebben glas-in-loodramen en gefacetteerde ruitjes.

In de voorkamer een stucplafond in Art Nouveau belijning.

Redengevende omschrijving

Het dubbelpand uit 1912 van Joseph de Lepper is van belang als onderdeel van de gevelwand en vanwege de gaafheid van de Jugendstil-details.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4449 (Brugstraat 19)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : B.J.M. van Beek

Adres : Hippocrateslaan 49

Woonplaats : 4624 VG Bergen op Zoom

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4424 (Brugstraat 21)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.P.M. Meeuwis

Adres : Brugstraat 21

Woonplaats : 4701 LB Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

BRUGSTRAAT 23 - 25

Typering

Twee symmetrisch gebouwde drielaagse herenhuizen met lijstgevels en zadeldaken, gedekt met kruispannen.

De voorgevels zijn in de straatwand opgenomen. Het woonhuis nr. 23 heeft een voor- en een achterhuis. Het later aangebouwde achterhuis heeft boven het souterrain twee bouwlagen en is gedekt met een plat dak. Bij het huis hoort een zeer ruime achtertuin.

Historische omschrijving

Het aan de straatzijde gelegen woongedeelte van nr. 23 werd samen met de andere helft van het dubbelpand omstreeks 1910 gebouwd/verbouwd door architect F.B. Sturm.

De begane grond en de verdieping van nr. 25 zijn omstreeks 1930 en later nogmaals ingrijpend verbouwd.

In 1932 werd het woonhuis nr. 23 uitgebreid met een groot achterhuis naar ontwerp van architect Jac. Hurks. Ook de vensters, de deur en de gootlijst van het voorhuis zijn toen aangepast. Het architectonisch zeer waardevolle achterhuis is daarna niet meer gewijzigd. Nr. 23 is nog geheel in gebruik als woonhuis. Nr. 25 wordt op de verdieping bewoond, maar de begane grond is in gebruik als winkel.

Omschrijving exterieur, beide panden.

De voorhuizen zijn opgetrokken uit bruine machinaal gevormde baksteen met een gele, platvolle voeg.

Behalve hoeklisenen heeft het dubbelpand een halfsteens risalerende middenpartij met daarin voor elk woonhuis de hoofdtoegang.

De ramen in het risalerend deel zijn veel breder dan de twee vensterassen aan weerskanten daarvan. De beide panden hebben een hardstenen plint met afschuining, hardstenen dorpels met klosjes en op de begane grond twee schuifvensters onder segmentboog. De kozijnen zijn wit geschilderd met daarboven een boogvulling van gele, rode en blauwgrijze verblendsteen in ruitmotief. De segmentbogen zijn uitgevoerd in profielsteen, met een diamantkop als sluitsteen en een afsluitende koppenlaag.

Woonhuis nr. 23 heeft in het risalerend gedeelte een brede segmentboogportiek met een geverniste houten paneeldeur van de verbouwing in de jaren dertig. De deur heeft een glas-in-lood omlijsting. De portiek heeft hardstenen pilasters met profielen en knoppen.

Boven de ingangspartij een brede vensteras. Het schuifvenster met smalle zijpanelen heeft een breed zesruitsraam met daarboven een segmentboog met een vulling in diagonaal blokjespatroon. Ook de twee schuifvensters links van de risaliet hebben een gelijkvormige segmentboog met veld.

De ramen van de tweede verdieping zijn minder hoog. Ook hier één brede raamtravee in de risaliet en twee smallere vensterassen. De roedeverdeling van de ramen is hier sterk gewijzigd. De boogvullingen zijn uitgevoerd in een blokjespatroon.

Als gevelbekroning tussen de lisenen is een dubbele uitgemetselde rand met daarboven een omtimmerde gootlijst aanwezig.

Nr. 25 heeft in de middenrisaliet een lagere, smalle paneeldeur in een segmentboogportiek, daarnaast de uitgebroken en vernieuwde winkelpui, die wit geschilderd is. De gevelindelingen op de verdiepingen zijn gelijk aan de indelingen van nr. 23.

Op de nokeinden staan smalle bakstenen schoorstenen.

Het achterhuis van nr. 23 bestaat uit een rechthoekig blok met links een halfronde erker en een balkon, daarvoor een groot terras met ronde vormen. De gevels zijn gemetseld in bruine, imitatiehandvorm baksteen, waarbij de lintvoeg verdiept met een donkergrijze en de stootvoeg platvol met een geelwitte voeg is afgewerkt. Het metselwerk is uitgevoerd in kettingverband.

Vanuit de tuin is links onder de erker, met vier treden, de toegang naar de kelderverdieping. De opgang vanaf het terras naar het woonhuis bestaat uit vier verspringende treden met afgeronde aantreden.

Een gebogen borstweringsmuurtje sluit aan op de gevel en eindigt bij de terrasopgang in een halfronde vorm. De borstweringmuurtjes zijn afgedekt met een brede hardstenen plaat. Het terras is asymmetrisch belegd met steenrode, zwarte en witte tegels.

De grote, halfronde erker op het terras heeft zes ramen. Het meest links geplaatste raam staat al in de zijgevel. Onder de erkerramen is een brede doorgaande hardstenen dorpelband.

De openslaande ramen hebben een twintigruitsverdeling door middel van loodstrippen, daarboven lichten met glas-in-loodbeglazing.

Tussen raam en bovenlicht bevindt zich een rondgaande betonnen luifel, doorlopend als brede rechte luifel t.p.v. de tuindeuren.

T.p.v. de zijmuur is de luifel opgelegd op een sierkogel.

Op de verdieping heeft de achtergevel vier zestienruits vensters met loodstrippenverdeling, onder de vensters een doorgaande hardstenen dorpel. Links van de vensters een paneeldeur naar het balkon. Boven deur en vensters een doorgaande koppenlaag en uitgemetselde hoekjes.

Het halfronde balkon met gesloten bakstenen borstwering heeft een afdekrand van hardsteen, doorlopend in de linker zijgevel.

Rechts op het dak een brede bakstenen schoorsteen met sierband.

Omschrijving interieur

Het oudere voorhuis heeft een kamer-en-suite indeling met een marmeren schouw, parketvloeren en een plafond met eenvoudig stucwerk in lineair patroon.

Tussen de kamers schuifdeuren met kasten.

Het achterhuis heeft een driedeling:

vanaf het tuinterras:

- de zitkamer met ronde erker

- de halkamer met trap naar de verdieping

- de wintertuin, nu in gebruik als eetkamer met annex de keuken.

Het pand is voorzien van centrale verwarming; de radiatoren hebben nog de oorspronkelijke goudkleur. Zeldzaam en uniek in het interieur is de bewaard gebleven eenheid van glas-in-lood, betegeling en verlichting.

De zitkamer met ronde erker

De vensterbanken boven de verwarmingsradiatoren zijn van zwart-wit geaderd marmer. De hoge houten lambrizering heeft panelen voorzien van behangwerk. De bovenlichten zijn bezet met Art Deco beglazing in de kleuren: oker, blauw, zwart en oudroze.

Het plafond van de erker is betimmerd met smalle donkere latten met klosjes, alle gericht naar het centrale lichtpunt. De hoofdruimte heeft eveneens een hoge lambrizering, met rechts twee ingebouwde hoekkasten en linksachter een kastdeur, met Art Deco-motief in oranjegeel op zwart hout. Smalle donkere houten latjes vormen op het plafond een geometrisch patroon. Tussen de zitkamer en de halkamer zijn schuifdeuren aangebracht.

De halkamer

Deze nagenoeg vierkante ruimte is twee verdiepingen hoog en opgedeeld in streng geometrische Art Deco-vormen. Rechts, tussen radiatoren, een brede hoge spiegel met betegelde omlijsting waarin verlichting is opgenomen. De spiegel bestaat uit vierkante delen met verchroomde bevestigingspunten, op de vier hoeken spiegeldelen in siermotief. Naast de spiegel aan beide kanten hoge, betegelde delen, een lager gedeelte van melkglas met daarachter verlichting en weer iets lager een brede zuil met een plantenbak, de opbouw met uitgespaarde diepe bak is bezet met zwarte en koningsblauwe vierkante hoogglanstegels, de tegels hebben een formaat van tien bij tien centimeter. Vóór de (planten)bak zes oranje betegelde ornamenten.

Tegenover de spiegelwand een deur en een okergele pluche bank met hoge rugleuning, de hoge donkere lambrizering, eindigt in een omlopende donkere lijst. Aan de lijst hangt links van de bank een melkglazen bollampje. Naast de bank de steektrap met bordes naar de voormalige kinderkamer op de eerste verdieping, de trap heeft een houten zijdeel met kubistische vormen.

De vormen in de donkere houten lambrizering en het muurwerk stemmen overeen met de vormen van het tredenverloop.

Onder het plafond is in drie wanden een raamstel geplaatst van gebundelde, staande glas-in-loodpanelen op driehoekige grondvorm, deze smalle raampjes kunnen geopend worden.

Aan de kant van de woonkamer is extra verlichting aangebracht. Aan de bovenkant van de ramen zijn aan zes donkere consoles bollampen opgehangen, d.m.v. een lange verchroomde buis.

De ruimte wordt verlicht via een glas-in-lood legraam met geometrisch rand- en middenpatroon. Op de verdieping bevinden zich slaapkamers zonder decoratieve elementen.

Door de deur in de hal komt men in een gangetje waarin een toilet met een glas-in-loodraampje en een betegelde lambrizering. Het gangetje wordt verlicht door een glas-in-lood legraam.

De doorgang tussen hal en wintertuin is met een rolscherm afsluitbaar.

De wintertuin is nu in gebruik als eetkamer.

Deze langwerpige ruimte loopt enigszins taps toe. De vloer is voornamelijk betegeld met matzwarte tegels, witte tegels volgen met drie parallelle banen de vorm van de kamer en de ingebouwde delen. De op de wand aansluitende vloertegels hebben een afgeronde, holle hoek.

Deze wandtegels zijn blauw en zwart geglazuurde tegels met goudkleurige onderdelen.

In de ruimte zijn er diverse betegelde plantenbakken en een bak met daarboven een kraan. Boven twee van de plantenbakken in de linker zijwand zijn glas-in-loodramen geplaatst.

Aan de rechterwand in het midden van de ruimte vijf smalle, cilindervormige staande melkglas lampen met sieromlijsting in goud en zwart, eveneens aan de rechterkant drie brede lampen van hetzelfde materiaal, ook met een verchroomde houder.

De ruimte krijgt daglicht door een glas-in-lood legraam.

Grenzend aan de eetkamer is later een aan de eisen van de tijd aangepaste keuken gebouwd.

Redengevende omschrijving

Het dubbelpand heeft waarde als onderdeel van de gevelwand. Het achterhuis Brugstraat 23 ontworpen door Jac. Hurks is architectonisch van belang in diens oeuvre. Het is een buitengewoon gaaf voorbeeld van een woonhuis met een compleet interieur in de stijl van de Art Deco.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale gegevens

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4325 (Brugstraat 23)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.W.I. Westerbos

Adres : Brugstraat 23

Woonplaats : Roosendaal

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3320 (Brugstraat 25)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : H.J.H.J. Poelwijk

Adres : Schutsestraat 44

Woonplaats : 4841 EE Prinsenbeek

Opname gegevens : 11 november 1993

BRUGSTRAAT 26

Typering

Het betreft een halfvrijstaand pand van twee lagen en een afgeschuinde hoek, voorzien van lijst- en topgevels met samengesteld dak en leien in maasdekking.

Historische omschrijving

Het pand werd in 1904 gebouwd als pastorie van de H. Antoniuskerk. De architect was M. Vergouwen, die tevens architect was van de kerk. Na de sloop van de kerk bleef het pand de woonfunctie behouden. Er is in de loop van de tijd weinig tot niets aan het pand veranderd.

Omschrijving exterieur

Boven de hardstenen plint met afgeschuinde bovenzijde is de gevel opgetrokken in bruinrode machinale baksteen die platvol grijs is gevoegd. Aan de zijde van de Brugstraat bevinden zich naast de afgeschuinde travee, vier vensterassen. De hoektravee heeft dezelfde vensterindeling als de hieronder beschrevene.

De paneeldeur in risaliet wordt geflankeerd door twee vensters aan de rechterzijde en één venster aan de linkerzijde.

De vernieuwde paneeldeur bevindt zich in een segmentboogportiek en is bereikbaar via drie inpandige hardstenen treden. De deur heeft een getoogd bovenlicht en glasomlijsting aan de zijden.

De getoogde T-vensters hebben witgeschilderde kozijnen en hardstenen dorpels. De segmentboog is net als bij het portiek voorzien van profielsteen.

Iets onder de boog vormt de profielsteen ook de aanzet tot een risalerend deel over de gehele gevel, ombuigend in de vorm van een korfboog boven de T-vensters op de eerste etage. De korfbogen hebben een vulling van geometrisch siermetselwerk. Boven de segmentboog op de begane grond en de hardstenen dorpels van de vensters erboven is een borstwering, gemetseld in de vorm van siervlechtwerk.

De witgeschilderde gootlijst rust op afgeronde houten sierklosjes met knoppen.

De deurtravee risaleert nog twee keer een halve steen. Boven de deur via een lijst van hardstenen blokjes, en aan weerskanten via het getoogde T-venster via profielsteen.

Hierna verbreedt de topgevel zich via trapsgewijs gestapelde blokjes. In de topgevel bevindt zich een T-venster onder korfboog.

De zijgevel heeft een middentopgevel van twee traveeën, twee vensters links en een even breed blind muurgedeelte rechts hiervan. De plint wordt hier onderbroken door kelderramen met ijzeren roosters en voor een portiek met een paneeldeur. De gevel- en vensterindeling volgt vrijwel het patroon van de voorgevel. De topgevel bezit hier nog de originele gesneden houten windveer. Rechts van de topgevel bevindt zich een kleine dakkapel met een wolfdak met leien in maasdekking, twee ruitjes, houtwerk in driepasvorm en een opengewerkte piron.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een pastorie, die rond de eeuwwisseling is gebouwd, en is van belang als herinnering aan het kerkelijk leven in de stationswijk. Het pand past goed in de stedebouwkundige structuur en is van belang voor de straatwand.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : O

nr. : 233

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : H. ter Hark

Adres : Brugstraat 26

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/10 november 1993

BRUGSTRAAT 30

Typering

Het betreft een vrijstaande eenlaagse kapel met plat dak en open klokketoren. Achter de kapel bevindt zich een tegen de nieuwbouw aangebracht beeld van St. Antonius van Padua. De kapel hoorde oorspronkelijk bij de in 1980 gesloopte St. Antoniuskerk.

Historische omschrijving

De kapel is in 1952 gebouwd naar een ontwerp van architect C. Sturm uit dankbaarheid voor het bespaard blijven tijdens de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Het natuurstenen beeld van de patroonheilige St. Antonius uit de gesloopte kerk is in de kapel ondergebracht.

Omschrijving exterieur

De hoge plint bestaat uit kalkstenen blokken en heeft een profilering aan de bovenzijde. De centrale getoogde deuropening is omlijst door kalkstenen blokken met fronton en pilasters.

De gevel bestaat uit imitatie handvorm baksteen met grote lichtgrijze voegen. Aan de bovenzijde bevindt zich een keperboogfries op blokjes. Op de hoeken zijn grote siervazen van kalksteen geplaatst. In het midden bevindt zich een hoog zeshoekig koperen klokketorentje met helmkoepel en gedecoreerd smeedijzeren kruis op bol. In de zeskantige trommel die op het platte dak aansluit bevinden zich ronde ramen met aan de bovenzijde sieromlijsting en op de hoeken ijzeren sierdecoraties in de vorm van een open cirkel met punt.

De kapel verkeert in goede staat.

Achter de kapel bevindt zich een hoog aan de gevel van de nieuwbouw aangebracht beeld van St. Antonius van Padua. Het beeld staat op een sokkel. De heilige is traditiegetrouw afgebeeld in pij, met het Kind op de arm, zittend op de Bijbel en leliebloemen.

Omschrijving interieur

De vloer is betegeld met Naamse Steen en een ruitpatroon van travertijn.

De binnenmuren bestaan uit witgeschilderde baksteen met zes spaarnissen in de zijwanden en een hoge nis in de achterwand, waarin een polychroom houten Mariabeeld met Heilig Hart. De bruin geschilderde houten zoldering is uitgevoerd in vakwerk, met druppen op de overgang naar de zeshoekige koepel. Hierin bevinden zich per vlak ronde ramen met glas-in-lood met voorstelling van gestileerde rozen. Het dak is vlak afgewerkt. De kapel bevat een beige stenen altaar met ingewerkte kruis- en lelievormen. Er zijn twee smeedijzeren standaards met een kroon en kruis. Er staat een polychroom houten beeld van St. Antonius van Padua met leliebloem en Christus op de arm, zittend op de Bijbel. Vier eikehouten Neo-Gotische bidstoelen met drie- en vierpassen. Links van de ingang hangt een houten bord met tekst; "Deze Lieve Vrouwe kapel werd spontaan gesticht in de oorlog 1940-45 door de parochianen van den H. Antonius van Padua en anderen uit dankbaarheid aan de maagd Maria, moeder van God en de mensen."

Redengevende omschrijving

De kapel is van belang als herinnering aan de Antoniuskerk en heeft een cultuurhistorische waarde.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : O

nr. : 314

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Parochie van de H. Joannes den Dooper

Adres :

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/10 november 1993

BRUGSTRAAT 39

Typering

Een woonhuis in de rooilijn, drie traveeën, de travee aan de rechterzijde met trapgevel en de twee traveeën links met een lijstgevel en omgaande dakschilden, gebouwd in Neo-Renaissance-stijl met Neo-Francois I decoraties.

Historische omschrijving

Het pand is in 1908 gebouwd als woonhuis en vervult deze functie nog steeds. Architect F.B. Sturm was ontwerper en eerste bewoner van het pand. Het pand is vrijwel geheel gaaf.

Omschrijving exterieur

Het tweelaagse woonhuis met drie traveeën heeft een rechthoekige plattegrond.

De voorgevel boven de samengestelde hoge hardstenen plint is opgetrokken uit rode verblendsteen. De gevel wordt geleed door natuurstenen speklagen bij de onder-, wissel- en bovendorpels en door een cordonlijst ter scheiding van de etages. De linkergevel staat vrij en heeft een achterom via een smalle doorgang bij de voorgevel, afgesloten door een poortje.

Op de begane grond zijn twee schuifvensters, rechts een vleugeldeur. Boven de deur een erker met trapgevel, links daarvan op de etage twee schuifvensters.

De vensters op de begane grond zijn geplaatst onder een segmentboog, de boog heeft aanzetstenen en een diamantkopvormige sluitsteen met lijstje, de boog-vulling bestaat uit verfijnd wit geschilderd stucwerk, gedecoreerd evenals het overige stucwerk in

Neo-Francois I stijl, de symmetrische voorstelling bestaat uit linten, mascarons en leeuwekopjes.

De geverniste vleugeldeur is bereikbaar via vier afgeronde hardstenen, inpandige treden in een segmentboogvormig portiek, de deur en de omlijsting zijn uitbundig gedecoreerd. De erker erboven is opgebouwd uit hardsteen, ze heeft borstwering, voorzien van knoppen en diamantkoppen, smalle vensters aan weerszijden met een smalle pilaster in het muurwerk en brede hoekstijlen. De hoekstijlen zijn aan de voet voorzien van zwaar Neo-Renaissancewerk met diamantkoppen en daarboven verdiepte velden. Het erkervenster is aan de voorzijde zevendelig en heeft een dubbel draairaam.

Het rechthoekige balkon op de tweede verdieping is rijk geornamenteerd, boven de balkondeur een hoge rondboog met verfijnd stucwerk waarin het jaartal "1908", dit gevelgedeelte wordt beëindigd met een trapgevel met zadeldak, de diamantkopvormige sluitsteen van de rondboog wordt voortgezet als overhoekse pinakel met topbekroning.

Links van het erkergedeelte twee vensters op de eerste etage, dit zijn openslaande ramen met bovenlicht. Boven deze vensters een boogveld op dezelfde wijze afgewerkt als op de begane grond, het boogveld is gevuld met stucwerk in de vorm van een met bloemen gevulde vaas en linten rondom.

Onder de geprofileerde, wit geschilderde houten gootlijst met klosjes is een fries met fijn stucwerk van arabesken en twee putti.

Het dakvlak wordt onderbroken door een dakkapel met spits veelhoekig dak. Op de dakschilden liggen leien in maasdekking.

Redengevende omschrijving

Het gave woonhuis uit 1908 is van architectuurhistorisch belang en stedebouwkundig als onderdeel van de straatwand.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3698

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.C.M.F. Sturm

Adres : Brugstraat 39

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

BRUGSTRAAT 44 - 44A

Typering

Een half vrijstaand hoekpand in de rooilijn gesitueerd met een onderbroken lijstgevel, afgedekt met een plat dak met hoge dakschilden.

Historische omschrijving

Oorspronkelijk stond op deze plaats een woonhuis, in 1912 gebouwd door architect Joseph de Lepper, in 1930 is het pand verbouwd en vergroot door architect Jacq. Hurks, tot woonhuis met kantoor, als in de huidige opzet.

Het hekwerk dat de tuin afschermt dateert ook uit ca. 1930.

In 1932 verbouwt architect A. van Hees het kantoorgedeelte; in 1937 bouwt Jacq. Hurks een tuinkamer aan het huis. Het pand is vrijwel geheel gaaf en nog in gebruik als woonhuis.

Omschrijving exterieur

Het tweelaagse woonhuis telt vijf traveeën in de voorgevel waarvan de vijfde rechts als hoektravee fungeert, het pand heeft een samengestelde plattegrond.

Boven de hardstenen plint is de gevel opgetrokken uit oranjerode verblendsteen, op onder- en wisseldorpelhoogte zijn hardstenen banden met decoraties aangebracht.

De middenpartij met entree risaleert een halve steen, rechts daarvan bevindt zich een inpandig erkerraam over twee bouwlagen, daarnaast de hoektravee met raam, links heeft de gevel twee vensterassen, deze resteren van het pand uit 1912.

Op de begane grond, links, een geverniste gedecoreerde deur met glas-in-lood bovenlicht (de kantooringang). De vensters met wit geschilderd kozijnwerk hebben hardstenen onderdorpels.

Op de begane grond is er aan de onderzijde een hardstenen sierbalk met horizontale sleuven en sterpatroon, de schuifvensters op de begane grond en de openslaande vensters met bovenlicht op de etage zijn voorzien van afgeschuind kozijnwerk en een glas-in-lood bovenlicht in de vorm van een ovaal met kruisvorm in rechthoekige omlijsting.

De middenpartij doorbreekt het dakoverstek; op de begane grond is er een dubbele geverniste deur voor het woonhuisgedeelte in een portiek. In de penanten daarnaast zijn smalle vensters geplaatst. Boven de deur een naar voren geplaatst bovenlicht met glas-in-loodvulling tussen gewelfde consoles, die de ondiepe segmentvormige erker dragen. Het erkerraam heeft smalle zijvensters.

Boven de erker een balkon met een ijzeren hekje met ovaal- en spiraalvormen en een balkondeur met sierroeden. Een getrapt driedelige bakstenen opbouw sluit het centrale gedeelte af.

Op dezelfde hoogte als de balkondeur met sierluifel is links en rechts een brede vensterzône met elk vier ramen onder een uitkragend houten overstek, de hoge dakschilden voor het platte dak zijn gedekt met zwarte leien.

De rechterzijgevel aan de kant van de Hofstraat heeft twee verdiepingen onder plat dak. Er is een ronde erker met balkon, waarboven een betonnen luifel, de vensters zijn voorzien van glas-in-lood bovenlichten.

Op een bakstenen voet staat het ijzeren hekwerk, dat de tuin met diverse loof- en naaldbomen op de hoek van de Brugstraat en de Hofstraat afschermt. De toegangspoort bevindt zich direct rechts naast de hoektravee van het woonhuis, de hoofdvorm van de poort is opgebouwd uit segmentvormen.

Het hekwerk bestaat uit spijlen tussen staanders, in het midden gedecoreerd met spiraal- en tandvormen, de staanders hebben een paraboolvorm met een vulling van plaatijzer.

Redengevende omschrijving

Het gave pand is van architectuurhistorisch belang en samen met het hek van stedebouwkundig belang als onderdeel van de straatwand.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3689

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : L.J.M. Dingemans

Adres : Brugstraat 44

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 januari 1994

BURGERHOUTSESTRAAT 3

Typering

Een vrijstaand, tweelaags herenhuis, in de rooilijn gesitueerd, met een samengesteld dak waarop rode, verbeterde hollandse dakpannen en een hoektorenachtig element waarop een met leien gedekte spits.

Historische omschrijving

Het herenhuis werd rond 1898 gebouwd. De architect is M. Vergouwen. Het pand, genaamd "Rust Roest", is in de periode 1988-1993 intern en extern gerenoveerd. Het pand heeft een woonfunctie.

Omschrijving exterieur

Boven de afgeschuinde geprofileerde hardstenen plint is het pand crèmekleurig gepleisterd en wordt geleed door speklagen van rode verblendsteen ter plaatse van de boven- en onderdorpels, deze steen omrandt ook de bogen boven vensters en deur. De gevel heeft diverse verspringingen. Op de begane grond bevindt zich links een smalle afgeschuinde travee met draai- en klepramen, alle vensters van het pand zijn geplaatst onder segmentbogen, ze hebben aluminium rolluiken en kozijnwerk. Alle vensterdorpels zijn van hardsteen en hebben een gewelfde vorm.

Het middelste gedeelte van de straatgevel is het breedste en bevat een raam en een natuurstenen sluitsteen. Rechts is de deur geplaatst in een segmentboogportiek. De rood geverfde deur is toegankelijk via vier afgeronde hardstenen treden, waarvan één uitpandig.

Het onderpaneel van de deur is in vieren verdeeld met kussens en diamantkoppen, in het midden een gedecoreerde gietijzeren brievenbus, het bovenpaneel heeft

een getoogd bovenlicht waarvoor een ijzeren sierrooster met vlammotief. Op de verdieping boven de deur een getoogd venster en een baksteengedeelte met polychroom siermetselwerk onder de witte houten gootlijst. Vlak boven het middelste, brede raam een rechthoekige erker, met versmallingen aan de zijden. De vlakke, natuurstenen onderzijde van de erker rust op natuurstenen consoles, geplaatst boven diamantkoppen, de liggende consoles hebben aan de voorzijde een accanthusblad, aan de buitenzijde een distel met blad en aan de binnenzijde een voluutrol, in een banderolle aan de linkerkant de tekst: "rust", en rechts: "roest".

De speklaag bij de onderdorpel van het getoogde raam (tevens van de smalle vensters in de zijden van de erker) loopt in de afschuining door als getande afwerkingsrand van een klein balkon met toegangsdeur.

De driehoekige inspringing waardoor het balkon wordt gevormd is tevens de aanzet voor het hoektorenachtige element, hierop staat een overstekend, spits tentdak met piron, achter het torentje een uitspringend tweelaags gedeelte onder lessenaardak, aan de voorzijde, boven de erker en daarnaast, loopt deze daklijn vloeiend door als zadeldak. In de topgevel onder het zadeldak een getoogd T-venster.

De windveer van het dak steekt aan de zijkant buiten het erkergedeelte uit en wordt gedragen door halfspantjes van gesneden houtwerk.

Redengevende omschrijving

Het gave herenhuis uit ca. 1900 is van belang ondat het gebouwd is in de Chaletstijl en vanwege zijn ligging tegenover de grote villa, Burgerhoutsestraat 12.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 4321

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : G.J.M. Pollemans

Adres : Burgerhoutsestraat 3

Woonplaats : 4701 EK Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

BURGERHOUTSESTRAAT 12

Typering

Het betreft een vrijstaande, in een park gelegen villa van twee lagen en een samengesteld dak met bitumenbekleding.

Historische omschrijving

De villa werd in 1900 gebouwd voor de fabrikantenfamilie J. Van Gilse. De architect is niet bekend.

Het pand is sedert 1975 in gebruik als muziekschool.

Omschrijving exterieur

De voorgevel van het pand is het meest uitgewerkt en driedelig asymmetrisch van opbouw. De gevel is opgebouwd uit lichtbruine machinale baksteen met een platvolle lichtgrijze kalkvoeg. De plint en de speklagen zijn van hardsteen.

De voorgevel is opgebouwd uit hoekrisalieten en een middenstuk met entree.

De risaliet aan de linkerzijde is opgebouwd als een bouwdeel met afgeschuinde zijden over de beide bouwlagen. Aan de voorzijde is er op de begane grond een breed schuifvenster onder latei en segmentboog, daarboven een schuifvenster van gebruikelijke breedte onder segmentboog. In de linkerzijde is er op de begane grond een smal schuifvenster onder latei met rondboog, de sluitsteen daarvan gaat over in een gewelfde zandsteen uitkraging waarop het schuifvenster met segmentboog rust. Aan de rechterzijde is er op de begane grond een schuifvenster met latei en segmentboog, daar boven een schuifvenster met rondboog.

De sluitsteen daarvan gaat over in een gewelfde zandstenen uitkraging met daarop een uitkragend gemetseld deel op hardstenen consoles. Deze lijst volgt links de afgeschuinde hoek, maar is door de vorm van de uitkraging rechts omgevormd tot een rechte hoek. In het midden en rechts is er een een gemetseld deel met kantelen met afgeschuinde zijden, als een middeleeuwse weergang.

Links is er een achthoekige toren met vensters, profiellijst met daarop een borstwering met kantelen en een spitse toren. In de spits is een dakkapelletje met zadeldak aangebracht. De spits is voorzien van een bewerkte smeedijzeren piron en een windvaan. Achter de "weergang" bevindt zich een hoge steekkap met kleine dakkapel onder zadeldak. Op de haaks geplaatste nokas staat een hoge geornamenteerde sierkam van smeedijzer.

Het middelste gedeelte heeft een portiek onder twee rondbogen. De portiek is te bereiken via een deurrooster en drie treden. De rondbogen zijn voorzien van sierblokken natuursteen. De geprofileerde aanzetsteen heeft een gebeeldhouwde vossekop met sierbanden; de sluitstenen hebben naast de vossekop bladmotieven. Links en rechts zijn in de muren blinde bogen aangebracht. De zoldering bestaat uit troggewelfjes op stalen balkjes. De beide vleugeldeuren zijn voorzien van smeedijzeren sierroosters met cirkels en rozetten, alsmede vlakke diamantkoppen. De bovenlichten hebben elk twee verticale deelroeden.

Centraal boven de entree staat een groot raam onder segmentboog met sluitsteen en aanzetblokjes van grijze baksteen. De boogvulling is siermetselwerk. De meeste vensters van dit pand hebben deze afwerking.

Het bovenste gedeelte is uitkragend gemetseld met hardsteen consoles, ter hoogte van het overeenkomstig uitgemetselde deel aan de linkerzijde. In het dakvlak bevinden zich vooraan een grote, links en rechts daarboven kleine dakkapellen onder een stijl puntdak.

Nog voor de risaliet rechts is een grote erker geplaatst. De erker steekt iets voorbij de hoekrisaliet. Deze vierzijdige hoekige erker dient tevens als balkon met kantelen als borstwering. De kantelen zijn schuin afgedekt met hardstenen platen.

De borstwering staat op een uitkragende rand met consoles van hardsteen. De smalle schuifvensters hebben boven de afgeronde hardstenen latei een segmentboog, met grijze baksteen als aanzet en een sluitsteen met diamantkop.

Links van de erker is een T-venster met afgeschuinde dorpel. Op de verdieping hierboven eenzelfde venster. Smalle openslaande balkondeuren met bovenlicht komen uit op het balkon boven de erker.

De risaliet is aan de linkerzijde voorzien van siermetselwerk met een smalle doorgaande sleuf.

Iets onder de uitkragende lijst met consoles verbreedt dit geveldeel zich aan beide zijden door uitkragende zandstenen blokjes. De hoekpunten van de gevel bestaan uit twee trappen, de zijden zijn bekleed met een afdekplaat. De top bestaat uit een gewelfde tuit met voluten en driehoekige topbekroning. In het uitgespaarde gevelveld hiervan bevindt zich de naam Mariahove, het jaartal in Latijnse cijfers een wapen en in het fronton een vossekop.

In deze topgevel is een centraal raam met rondboog en lagere segmentboograampjes aan de zijden. De rondboog heeft een vulling van rood-geel en grijs baksteenmozaïek. De sluitstenen hebben een diamantkop, bogen van rode en grijze verblendsteen.

In de onderkelderde rechtergevel bevindt zich een deel van de erker, diverse getraliede vensters met cirkel en haakdecoratie. In het midden is een deur, te bereiken via drie uitpandige treden. De paneeldeur heeft kussens en een gietijzeren deurrooster. Belangrijk zijn voorts de twee hoge vensters die de trappartij hierachter verlichten. In het dak bevindt zich hier één dakkapel.

De linkergevel wordt deels ontsierd door de aangebrachte metalen brandtrap. Er zijn diverse T-vensters, een rondboogfries boven het middelste T-venster op de verdieping. Rechts boven de twee traveeën aldaar een uitkragend gemetseld deel op consoles met afgeschuinde kantelen. Er is één dakkapel.

Aan de achterzijde bevindt zich over de gehele breedte een grote uitbouw met balkon en drie dakkapellen.

Het pand is omringd door een park, dat tegelijkertijd met de bouw van de villa is aangelegd. Aan de voorzijde is een taxushaag geplant. Het middenstuk bestaat uit een Franse siertuin van buxushaagjes met perkjes gele afrikaantjes en fuchsia's, de bestrating uit schelpenpaden. Verder staan er acht eiken, waaronder één met een omtrek van 3.20 meter. Er staat een rhododendron en uiterst rechts drie platanen. Aan het pad in de tuin staan vier esdoorns.

In de tuin aan de achterzijde bevinden zich onder meer een ceder, een acacia, een slangeden, een esdoorn, een rode beuk en een kaukasische vleugelnoot. De achtertuin heeft een grote vijver met houten beschoeiing en een rustieke houten brug.

Omschrijving interieur

Via de zij-ingang komt men in een smalle gang waarin een aantal kussenpaneeldeuren, onder meer toegang gevend tot de vernieuwde toiletruimte. Via de keuken komt men in de kelder op stahoogte. Hierin bevinden zich originele luiken voor bevoorrading en ijzeren stangen om wijnschappen e.d. te plaatsen. Verder staat er een grote opgemetselde bakstenen bak. Het plafond bestaat uit troggewelfjes op ijzeren profielbalken. De vloer is van cement. De kelder bevindt zich onder de helft van het huis.

De grote centrale hal is zowel via de hoofdingang als via de hal van de zijdeur te bereiken. De vloer van deze ruimte is bedekt met grote langwerpige grijswitte marmeren platen. Tussen de beide voordeuren bevindt zich een smalle hoge spiegel met een plankje erboven.

In de tot klaslokalen en administratieve ruimtes verbouwde kamers op de begane grond zijn nog enkele oorspronkelijke elementen, zoals zeer grote vleugeldeuren, een zwart marmeren schouw met roodzwarte diamantkopjes en zuiltjes en een eenvoudig stucplafond met lineaire decoratie. Rechts van de hoofdingang bevindt zich de steektrap naar boven. Op de hoofdbalusters staan bronzen of verbronsde beeldjes van wachters in 16e eeuws kostuum, bestaande uit pofbroek, kuras, hellebaard en helm. De trap bevindt zich aan beide zijden tussen muren, onder een rondboog met diamantkoppen aan de zijden.

Op de tussenverdieping staat een balustrade van sierijzerwerk met rozetten. Op de eerste etage bevinden zich de originele deuren en een eenvoudige schouw van zwart marmer met witte aders. De kamers en de indeling hiervan is grotendeels gewijzigd. Een houten trap leidt naar de tweede verdieping.

De zolder was een grote ruimte maar is nu afgetimmerd en verdeeld in diverse leslokalen. De trap, die toegang gaf tot de torenspits is weggehaald. Op de vliering ziet men de grenen kap met kraalprofiel. Van hieraf kan met een trap het platte dak bereikt worden.

De villa verkeert in goede staat.

Bij de villa staat een eenlaags bijgebouw, opgetrokken uit baksteen en voorzien van een wolfdak. De gevels zijn voorzien van polychroom siermetselwerk, rechte en rondboog deuren, vensters en hijsluik. Dit voormalige pakhuis of schuur bezit een hardstenen gevelsteen met de naam Jan van Gilse en het jaartal 27-6-1900. Het gebouw verkeert in slechte staat.

Redengevende omschrijving

Deze grote villa is tesamen met het omliggende park van belang vanwege de gaafheid van het geheel, de opvallende architectuur met Engelse kasteel elementen en als belangrijk voorbeeld van een sociaal-economische ontwikkeling van Roosendaal.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 7809

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Gemeente Roosendaal en Nispen

Adres : Stadserf 1

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 maart 1992/10 november 1993

BURGERHOUTSESTRAAT 51

Typering

Een vrijstaand pand in de rooilijn, voorzien van een onderbroken lijstgevel met schilddak, met elementen in Art Decostijl.

Historische omschrijving

Het pand werd in 1926 gebouwd als woonhuis met kantoor voor de directeur van de er tegenover en er achter gelegen houthandel; deze functies vervult het pand nog steeds. De architect is F.B. Sturm. Het pand is geheel gaaf.

Omschrijving exterieur

Het tweelaagse pand heeft een rechthoekige plattegrond en vijf vensterassen.

De gevel is boven de natuurstenen plint opgetrokken uit roodbruine machinaal gevormde baksteen. De gevel is verticaal geleed door middel van lisenen naast de hoeken en aan weerszijden van de middentravee.

In de middentravee op de begane grond bevindt zich de entree met er boven een erker. De lisenen hebben een blokvormig voet- en kopstuk van natuursteen, een horizontale geleding vindt plaats door brede staande rollagen boven en onder de raampartijen.

Op de begane grond, links, twee schuifvensters, aan de rechterzijde een driedelig raam ter breedte van twee verdieping-vensterassen.

Onder de vensters natuurstenen dorpels, het kozijnwerk is wit geschilderd met donkergroen raamwerk.

Op de zoldervensters na zijn alle ramen voorzien van een glas-in-lood bovenlicht, naast een deelroede hebben ze bovendien een laddervormige indeling.

De middenpartij heeft een diep portiek met drie inpandige natuurstenen treden. De natuurstenen plint, die zich in het portiek voortzet wordt geaccentueerd door smalle donkere natuurstenen banden. De geverniste paneeldeur heeft een glas-in-loodraam met decoratief snijwerk rondom. Het bovenlicht is eveneens voorzien van glas-in-lood.

Boven de deur een massale rechthoekige erker, rustend op vier getrapte consoles. De erker heeft een natuurstenen borstwering en een bakstenen opbouw met segmentvormige luifel. Het erkerraam is zesdelig met openslaande ramen.

Het fries boven de rollaag van de vensters is in reliëf gemetseld.

De kopstukken van de lisenen dragen de overkragende, witte houten gootlijst.

Het middengedeelte boven de erker breekt door de gootlijst heen, het zolderraam, volgt de vorm van de topgevel, die afgewerkt is met een natuurstenen afdekplaat met langgerekte spiraalvormen op de hoeken en een zich verbredende blokvorm in de top.

Het dakvlak wordt aan beide zijden onderbroken door dakkapellen met overstekend plat dak.

Op de nok van het schilddak, gedekt met rode verbeterde hollandse dakpannen zijn ter plaatse van de eindschilden bakstenen schoorstenen met siermetselwerk in reliëf geplaatst.

Redengevende omschrijving

Het gave kantoorwoonhuis uit 1926 is van architectuurhistorisch belang.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 8427

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.A.M. van Dorst

Adres : Burgerhoutsestraat 51

Woonplaats : 4702 BA Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

DAMSTRAAT 38

Typering

Het betreft een eenlaags woonhuis met afgeschuinde hoek, met twee vensterassen aan de zijde van de Nieuwstraat en drie traveeën aan de zijde van de Damstraat. Mogelijk is het pand oorspronkelijk gebouwd als dubbel woonhuis. Het zadeldak met de twee steekkappen is gedekt met zwarte kruispannen.

Historische omschrijving

Het oorspronkelijk half vrijstaande pand is rond 1900 gebouwd als woonhuis. In 1931 heeft er een verbouwing plaatsgevonden, waarbij enkele ramen zijn vergroot en de deur vernieuwd. Het pand is toen in gebruik gesteld als winkel, maar is het weer een woning.

Omschrijving exterieur

Boven de donkergrijs geschilderde gepleisterde plint is de gevel opgetrokken in zandkorrelige geelwitte cementsteen. De gevel is bij de onder- en bovendorpels, alsmede boven de vensters en het fries geleed door rode verblendsteen. De afgeschuinde hoek en de hoeken in de zijgevels risaleren elk een halve steen.

De grijs en wit geschilderde paneeldeur uit ca. 1930 is in de afgeschuinde hoek geplaatst. De brede latei boven het glas-in-lood bovenlicht is donkergrijs geschilderd. Onder de smalle hoge puntgevel bevindt zich een vierruitsraam. Het kozijnwerk is evenals de rest van de vensters lichtgrijs en wit geschilderd; de hardstenen dorpel is donkergrijs. De wisseldorpels zijn geaccentueerd door een rood bakstenen hoekblokje.

Boven het venster een rondboog van rode verblendsteen en donkergrijze sluitsteen. De boogvulling bestaat uit polychroom siermetselwerk. De windveer, het beschot en de gootlijst van het pand zijn geheel vernieuwd en wit geschilderd.

Aan de zijde van de Nieuwstraat is in de risaliet een schuifvenster, met geprofileerde smalle latei onder segmentboog waaronder rood en geel siermetselwerk. Het raam ernaast is vergroot en verbreed en heeft een tweedelig glas-in-lood bovenlicht. De brede latei is donkergrijs geschilderd. Het fries onder de gootlijst bestaat uit een rode tandlijst en rood en geel siermetselwerk.

Hetzelfde fries is tussen de hoekrisalieten aan de Damstraat aangebracht. Deze gevelzijde bevat een groot en verbreed venster met driedelig glas-in-lood bovenlicht en een brede donkergrijze latei. Daarnaast, in het midden, een lichtgrijs geschilderde poortdeur onder smalle geprofileerde latei met segmentboog.

Onder de puntgevel van de rechter travee bevinden zich twee brede ramen, die samen verdiept zijn geplaatst onder een segmentboog. Het raam op de begane grond heeft diverse verticale deelroeden, het venster erboven is vernieuwd. De borstwering is rood omkaderd en met rood zigzagwerk ingevuld.

Redengevende omschrijving

Het kleine woonhuis is individueel van belang als voorbeeld van tamelijk gave en rijk gedetailleerde woningbouw voor arbeiders en vormt in stedebouwkundig opzicht een zeldzaam geheel met de eveneens afgeschuinde panden op de tegenover gelegen straathoeken.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 2833

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.G.M. Hurkmans

Adres : Kerkstraat 4

Woonplaats : Geertruidenberg

Gerechtigde : E.G. Vandenbroek

Adres : Kerkstraat 1

Woonplaats : Geertruidenberg

Opname gegevens : 11 maart 1992

DAMSTRAAT 40 / WILHELMINASTRAAT 1A

Typering

Het betreft een half vrijstaand dubbel eenlaags woonhuis met afgeschuinde hoek met vier vensterassen aan de Damstraat en drie traveeën met uitbouw aan de zijde van de Wilhelminastraat. Op het zadeldak en de steekkappen bevinden zich voornamelijk rode kruispannen.

Historische omschrijving

Het pand werd rond 1900 gebouwd als dubbel woonhuis. De architect is niet bekend. Het pand is bijzonder gaaf en heeft nauwelijks wijzigingen ondergaan. Wel is het pand in 1990 voorzien van kunststof rolluiken, die ontsierend werken. Het is nog steeds in gebruik als dubbele woning.

Omschrijving exterieur

Het pand is boven de hardstenen plint met rechthoekige luchtroostertjes opgetrokken uit bruine machinale baksteen. De gevel is geleed door witte bakstenen speklagen bij onder- en bovendorpels en door de hoek- en zijrisalieten met puntgevels.

Alle vensters zijn voorzien van afgeschuinde en afgeronde hardstenen dorpels, zo ook het smalle schuifvenster op de afgeschuinde hoek. De wisseldorpel wordt net als de overige vensters geaccentueerd door een wit bakstenen hoekblokje. Al het kozijnwerk is wit en donkergroen. Boven de smalle geprofileerde latei staat een lichtgrijze segmentboog met witte hogere sluitsteen. De siermetselwerkvulling is polychroom.

In de smalle hoge puntgevel bevindt zich een naar binnen draaiend vierruits venster onder segmentboog. Onder het venster is een siermetselwerk geplaatst. De gehele borstwering is wit omkaderd.

De aan de bovenzijde afgeknotte gootlijst kraagt over en rust op diagonale stijlen op klosjes. De hoeken aan de zijden zijn voorzien van een zweepslagmotief. Het beschot bestaat uit twee geprofileerd gezaagde opgelegde cirkels. Het spitse puntdak is bekleed met rode leien.

De gevel aan de Damstraat heeft op de linkerhoek een halfsteens risalerende travee met puntgevel. De hoeken van plint tot onderdorpel zijn in kettingvorm gemetseld van witte baksteen. Het brede schuifvenster heeft diverse verticale deelroeden. De borstwering tussen dit en het samengestelde zoldervenster bestaat uit een ruitvormig patroon in rood, geel en grijs metselwerk. Het venster is een variant op het Palladiaanse venster. Drie smalle gelijke vensters met afgeschuinde kozijnen zijn onderling verbonden door een hoge rondboog, overgaand in voluutkrullen boven de bewerkte lateien van de zijvensters. De boog en bijbehorend deel zijn uitgevoerd in witte (natuur)steen met diamantkop, blokken en profilering. De boogvulling bestaat uit gele en rode baksteen in ruitmotief. De overkragende kap is uitgebreid gedecoreerd in Chalet-stijlvormen. Al het hout, windveer, makelaar, beschot en sierconstructies zijn voorzien van snijwerk.

Naast de risaliet is de paneeldeur in portiek met twee inpandige hardstenen treden te vinden. De deur en het bovenlicht zijn voorzien van zeldzaam gemarmerd glas-in-lood.

Ter rechterzijde zijn twee T-vensters geplaatst. Het fries onder de wit en groen geschilderde gootlijst bestaat uit witte deels houten velden met sierklosjes aan de onderzijde en een invulling met polychroom blok- en kruismetselwerk. De nok van de steekkap en de nok van het parallel aan de straat lopende dak zijn voorzien van een terracotta sierkam met driepasmotief.

Boven het middelste venster is er in het dakvlak een dakkapel geplaatst. Het zadeldakje en de spitse voorzijde zijn voorzien van rode leien en heeft een bekroning met een zinken schotelpiron. Aan de voorzijde is er boven het venster een witgeschilderd houten beschot. Dit heeft divers snijwerk en kruislatjes.

De gevel aan de Wilhelminastraat heeft op de rechterhoek een halfsteens risalerende travee met puntgevel. De hoeken van plint tot onderdorpel zijn in kettingvorm gemetseld van witte baksteen. Het brede T-venster en het samengestelde zoldervenster zijn gescheiden door een borstwering. Het rode zigzagpatroon is rood omkaderd, heeft gele tussenblokjes en een lichtgrijs fond.

Het zoldervenster is een variant op het Palladiaanse venster. Het bestaat uit een vierruits middendeel met aan beide zijden een tweeruits zijraam. De kozijnen hebben afschuiningen. De ramen worden onderling verbonden door een hoefijzerboog boven het middelste en twee hoge rondbogen boven de zijvensters. De witte (natuur)stenen omlijsting is voorzien van banden, blokken en profielen. De vulling van de bogen bestaat uit blokvormig siermetselwerk in rood en lichtgrijs. Het overkragende dak heeft een houten beschot met sierlatjes en een makelaar, alles voorzien van snijwerk.

Naast de risaliet is de witgeschilderde paneeldeur in portiek met twee inpandige hardstenen treden te vinden. De deur met bovenlicht is waarschijnlijk, op de door ruiten vervangen kussendelen na, authentiek. Op de linkerhoek is een T-venster geplaatst.

Het fries onder de groen geschilderde gootlijst heeft dezelfde decoratie als aan de zijde van de Damstraat, dus houten velden met siermetselwerk en geprofileerde gootklosjes. Op de nok van de steekkap en de nok van het parallel aan de straat lopende dak is een terracotta sierkam met driepasmotief.

Rechts van de risaliet bevindt zich een eenlaags uitbouw onder lessenaardak. Tussen een speklaag en bandjes aan boven- en onderzijde is een rond ijzeren met sierindeling venster geplaatst. Onder de schuin aflopende witte gootlijst loopt een klimmend fries.

De hieraan grenzende erfafscheiding bestaat uit een hoge bakstenen muur met toegangspoortje. Tussen de muurgedeelten onder ezelsrug staan hogere en bredere bakstenen pilaren. Deze zijn aan de bovenkant bezet door een (natuur)stenen bekroning. Deze heeft een basis van vier driehoekige schelpmotieven, waarop een ring met geknotte denneappelvariant.

Redengevende omschrijving

Het dubbele kleine woonhuis is een goed voorbeeld van zeer rijke en zeer gedetailleerde woningbouw voor arbeiders en vormt in stedebouwkundig opzicht een geheel met de eveneens afgeschuinde panden op de tegenover gelegen straathoeken. De oorspronkelijke muur aan de zijde van de Wilhelminastraat is eveneens van groot belang.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Damstraat 40

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9154

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : P.I.F. Veraart

Adres : Damstraat 40

Woonplaats : Roosendaal

Wilhelminastraat 1A

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9155

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.H.M. van Strien en G. Bakker

Adres : Wilhelminastraat 1A

Woonplaats : 4701 GV Roosendaal

Opname gegevens : 11 maart 1992 / 11 november 1993

DAMSTRAAT 47

Typering

Het betreft een vrijstaand eenlaags woonhuis met afgeschuinde hoek met één vensteras aan de Damstraat en vier traveeën aan de zijde van de Nieuwstraat. Het zadeldak met zijschild is gedekt met opnieuw verbeterde rode hollandse dakpannen.

Historische omschrijving

Het woonhuis is gebouwd rond 1900. Tussen 1970 en 1992 zijn de vensters vereenvoudigd, de deur en de dakbedekking op storende wijze vernieuwd.

Omschrijving exterieur

Het huis is van het buurpand aan de Damstraat gescheiden door een poortje en heeft aan de andere zijde een plaats.

De gepleisterde donkerbruine plint is op de hoek en bij de aangrenzende vensters hoog opgetrokken. De gevel is verder opgetrokken uit roodbruine machinale baksteen en geleed door zandsteenkleurige speklagen bij de boven-, wissel- en onderdorpels en met Toscaanse pilasters op de hoeken. Deze pilasters hebben aan de voet een liggende diamantkop.

De vensters op de hoeken zijn breder en hoger dan de overige vensters, die als T-venster zijn uitgevoerd. De vensters zijn voorzien van hardstenen dorpels. De kozijnen zijn donkerbruin geschilderd. Boven de vensters en de vernieuwde paneeldeur op de hoek is een segmentboog aangebracht.

Deze heeft zandsteenkleurige aanzetstenen en een sluitsteen in de vorm van een diamantkop. Hiertussen bevindt zich een afsluitende koppenlaag van

grijze baksteen. De gevelvelden zijn gepleisterd.

Tussen de twee ramen rechts aan de Nieuwstraat en het daarop volgende raam is tussen de speklagen een cirkel van pleisterwerk aangebracht. Aan de boven-, onderzijde en zijkanten ervan zijn er bandjes.

Onder de vernieuwde gootlijst en boven de pilasters bevindt zich een gepleisterde kroonlijst.

De gootlijst wordt onderbroken door de trapgevel op de hoek. Dit deel is geheel gepleisterd. Ter plaatse van de gootlijst is een verdiepte sierlijst met symmetrisch krulwerk te zien.

In het gevelveld bevindt zich een rond raam met davidsster. Dit raam heeft een sieromlijsting met bandjes. De trappen zijn voorzien van afgeschuinde afdekplaten. De top wordt bekroond door een halve cirkelvorm met schelpmotief en een bol met lijstje.

Redengevende omschrijving

Het kleine woonhuis is individueel van belang als voorbeeld van tamelijk gave en rijk gedetailleerde woningbouw voor arbeiders en vormt in stedebouwkundig opzicht een zeldzaam geheel met de eveneens afgeschuinde panden op de straathoeken er tegenover.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 2187

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : W. Carter

Adres : Damstraat 47

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 maart 1992

DEURLECHTSESTRAAT 5

Typering

Een achthoekige kapel, centraalbouw met voorgebouwde ingangsparty, een omgang en een tamboer met torenspits, verhoogd gelegen in het landschap op het einde van een eveneens verhoogde weg die met platanen is omzoomd. Kapel en omgeving zijn bekend onder de naam Kapelberg. Rondom de kapel staan lindebomen, de kapel bevindt zich in het landelijke buitengebied van Roosendaal.

Historische omschrijving

Op de plaats van de huidige kapel is al in een vroeg verleden een kapel gebouwd. Volgens de legende kwam een schipper tijdens de St. Elisabethsvloed (1421) in deze buurt in nood, hij riep Maria te hulp en beloofde haar een kapel te bouwen wanneer hij gered zou worden. In 1648 werd de kapel verwoest, maar men bleef op die plaats samenkomen om de Mariadevotie te vieren. In 1897 werd de huidige kapel gebouwd, met toepassing van Neo-Gotische elementen. De ontwerper is niet bekend. De kapel is in 1947 en in 1981 gerestaureerd. Het voordien aanwezige, zwarthouten Mariabeeldje is nadien verdwenen.

Omschrijving exterieur

De gevels zijn opgetrokken van rode machinaal gevormde baksteen. De plint is van hardsteen. Alle dakvlakken zijn gedekt met leien in Maasdekking, de overstekken van de daken rusten op sierklosjes.

Het voorportaal is een houten vakwerk met siermetselwerk vullingen.

De vleugeldeuren zijn voorzien van kussens met cirkelvormige decoratie, boven de deuren een bewerkte latei en een glas-in-lood bovenlicht. Boven de latei een rondboog met boogstenen en een diamantkop als sluitsteen. In het boogveld staat de geschilderde tekst: "Sanctae Dei Matri Mariae Consolatrici Afflictorum Sacrum". Rond het boogveld drie natuurstenen cirkelelementen met daarin een kruisvorm.

Het voorportaal wordt gedekt met een zadeldak waarop een bewerkt kruis van natuursteen. In de gevelvlakken van de kapel zijn in elk vlak drie spitsboogvensters met glas-in-loodramen, de ramen zijn afgeschermd door een bewerkt smeedijzeren tralierooster. Boven de vensters een spitsvormige, gemetselde boog, de hoek- en sluitstenen zijn van natuursteen.

In de lessenaardaken zijn enkele kleine dakkapellen aangebracht.

In de tamboer zijn in de acht zijden ronde vensters met glas-in-loodbeglazing geplaatst. Op het ingezwenkte achtzijdige spitse dak staat een smeedijzeren sierkruis.

Omschrijving interieur

In de kapel een nieuwe vloer van plavuizen en muren van schoon metselwerk.

De plafonds bestaan uit een houten tongewelf in het voorportaal, een koepelgewelf met ribben in het torenelement en bij de omloop een lessenaardak met trekbalken.

Het altaar en het Mariabeeld, beide van hout, staan in het midden van de ruimte die door bakstenen muren en glas van de omloop wordt afgeschermd. Het bewerkte altaar, baldakijn en beeld dateren uit 1947.

Op de muren hiervan litho's voorstellende de Zeven Smarten van Maria, de litho's zijn gesigneerd door Jozef Jansens.

De drie gebrandschilderde ramen in de achterzijde van de omgang dateren uit 1947 en stellen de geschiedenis van de totstandkoming van de kapel voor.

Redengevende omschrijving

De kapel is sociaal en kerkelijk historisch van belang, ook vanwege de architectonische vorm en de typologische zeldzaamheid.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 1859

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De parochie van H. Hart van Jezus

Adres : H. Hartplein 29

Woonplaats : 4702 RE Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

DOMINÉSTRAAT 1 - 3

Typering

Het betreft een tweelaags pand van zes traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een zadeldak met verbeterde hollandse dakpannen, evenwijdig aan de voorgevel.

Historische omschrijving

Het bedrijfsgebouw, dat de voorganger was van het huidige gebouw, werd in 1902 afgebroken. In dat jaar werd er in opdracht van P. Rassers door architect M. Vergouwen een kantoor met bovenwoning gebouwd. Tot aan het begin van de dertiger jaren was het pand in gebruik als kantoor van de "Grands Magasins du Printemps". Vervolgens heeft het meerdere bedrijfsfuncties gehad, waaronder één als showroom voor een natuursteenhandel van 1954 tot 1979. Het pand heeft ook nu nog een gecombineerde woon- en winkelfunctie.

Omschrijving exterieur

De hardstenen gefrijnde plint van het pand heeft vooruitstekende delen bij de deuren van de omlijstende penanten en de deelliseen. De plint is voorzien van twee horizontale sleuven en afgeronde bovenzijde. Er zijn vier openingen voor ronde roostertjes.

De witgeschilderde paneeldeuren bevinden zich in een segmentboogportiek in de rechter- en de linkertravee. Het kalf heeft een getande afgeronde profilering. De panelen zijn door glas vervangen.

Op de begane grond zijn in 1954 twee grote etalageramen aangebracht met een hardstenen omlijsting. Boven de plint bevindt zich een zandsteenkleurig gepleisterd deel met horizontale schijnvoeg. Dan volgt een smalle uitkragende hardstenen sierlijst met daarboven een smal gepleisterd deel en een grijze koppenlaag.

De gevel is opgetrokken in verschillende kleuren baksteen en kalkzandsteen. De hoofdkleur van de machinale steen is lichtgrijsgele steen en de voeg is verdiept en grijs.

De gevel wordt verdeeld door een rechte hardstenen waterlijst, waaronder een sierlijst van grijze baksteen. Op het punt van de deelliseen is een langwerpige diamantkop met middensleuf. De witgeschilderde T-vensters hierboven hebben, net zoals dat nog zichtbaar is op de begane grond, een speklaag bij de onder- en bovendorpel. Deze bestaat aan de onderkant uit een pleisterlaag en grijze koppen, aan de bovenzijde een pleisterlaag tussen twee koppenlagen. Dan volgt er een stalen profielbalk als latei met elk drie rozetten. De middelste vier traveeën hebben daarboven een segmentboog van afwisselend grijze en crème steen en een afsluitende grijze koppenlaag. Het verdiepte veld wordt afgesloten door een rij stenen met kettingmotief; daarboven is een geprofileerde rand met een profiel dat ook zichtbaar is in het sluitstuk van de liseen en de risalieten.

Het venster in de linker travee heeft een rechthoekig stucreliëf van een driemaster met zeilen in een medaillon en renaissance bloemranken aan de zijden.

Boven het venster in de rechter travee bevindt zich eveneens een rechthoekig stucreliëf met de voorstelling van een haan in medaillon. De voorstellingen hebben betrekking op Parijs, waar het moederbedrijf van het warenhuis "Le Printemps" gevestigd was.

Boven deze reliëfs is een latei met profiellijst geplaatst. Enige lagen hierboven is een segmentboog met om en om verschillend gekleurde stenen. De uitkragende gootlijst is witgeschilderd en is voorzien van houten klosjes.

De rechterzijde van het pand is verbonden met het pand ernaast, tussen de linkerzijde en het naburige pand bevindt zich een brede gang.

De linker zijgevel is van genuanceerd roodbruine baksteen en heeft rechte schietankers. Er is een hardstenen gevelsteen met de tekst "J.R.F. Rassers 20 mei 1902". Midden op de eerste etage is er een ijzeren margrietraam. De geveldriehoek wordt beëindigd door een horizontale roodbruine/crème sierlijst en door een getrapte lijst langs de goot met boven een halve cirkel met siermetselwerk.

Meer naar achteren bevindt zich een nieuwe garagedeur onder een stalen profielbalk met rozetten.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed voorbeeld van een groot en voornaam kantoorpand (thans woon-/winkelpand), dat zich voegt naar de bestaande stedelijke structuur en onderdeel uitmaakt van de historische bebouwingswand van de Dominéstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4620

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : VIGAR

Adres : Dominéstraat 1-3

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/14 oktober 1992

DOMINÉSTRAAT 9 - 11

Typering

Het betreft een tweelaags pand van zes traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een stijl dakschild met zwarte kruispannen, evenwijdig aan de voorgevel. De rest van het dak is plat.

Historische omschrijving

Op deze plek stond van 1615 tot 1888 de gereformeerde pastorie, die tot 1810 behoorde bij de St. Janskerk en vanaf 1810 bij de Nederlands Hervormde Kerk aan de Bloemenmarkt. In 1889 werd dit pand afgebroken en vervangen door het huidige. De bouw geschiedde in opdracht van het kerkbestuur van de hervormde gemeente, de architect is onbekend.

Dominéstraat 9 was tot 1954 in gebruik als pastorie van de hervormde gemeente en kreeg daarna een woonbestemming, terwijl Dominéstraat 11 vanouds die bestemming had. Van 1958 tot 1974 was in nummer 11 het wijkgebouw van het Groene Kruis ondergebracht en vanaf 1975 tot voor kort de Stichting SAROEN. Dominéstraat 11 is sedert oktober 1991 in gebruik als kerkelijk centrum "De Windroos" en boven het begane grondniveau als woonruimte.

Omschrijving exterieur

De gefrijnde plint van het pand bestaat uit twee horizontale delen. Er is een laag deel met afgeschuinde zijde tot de traptreden. De middelste twee traveeën hebben paneeldeuren met twee uitpandige hardstenen treden. De plint loopt verder door tot onder de vensters en is geprofileerd.

De oorspronkelijke, donker geschilderde, deuren zijn in het midden geplaatst. De nummers 9 en 11 hebben verschillende maten. Nummer 11 en de linkertravee van

nummer 9 risaleren ten opzichte van de twee andere traveeën een halve steen.

De deuren zijn voorzien van twee vlakke kussens, een groot rechthoekig venster en een uitgewerkte toog in segmentvorm. In de bovenpanelen zijn ze voorzien van groot ijzeren sierroosters. Bij nummer 9 is dat het tralievormig origineel met kleine bloemvormige rozetten op de hoekpunten. Bij nummer 11 is het een slang die zich om een beker kronkelt, een decoratie in overeenstemming met de functie van wijkgebouw.

De hoge witgeschilderde T-vensters hebben een rechte hardstenen dorpel. Ze zijn onder een segmentboog met siermetselwerk geplaatst. Daarboven is een uitgemetselde koppenlaag. De baksteen is machinaal en heeft een lichtgrijze voeg die iets is uitgemetseld. Er zijn speklagen van vier lagen baksteen in grijze kleur bij de onder- en wisseldorpel.

De begane grond en de eerste verdieping worden gescheiden door een waterlijst, die wordt gevormd door een koppenlaag, een rollaag, een geprofileerde rand en drie lagen grijze baksteen. Hierboven bevinden zich de T-vensters van de eerste etage. Bij de vijf rechtse traveeën is er een gietijzeren gekruld sieranker tussen de segmentbogen. De vensters van nummer 9 hebben gietijzeren raamhekjes met netwerkpatroon en een gestileerd bladpatroon in het centrum. Deze zijn wit, groen en oranje geschilderd. Hierboven bevindt zich een geprofileerde bakstenen rand die de dakkapel, welke de gootlijst doorbreekt, draagt. Deze heeft aan de hoekpunten klauwstukken en aan de zijkanten bij het raam kleine voluutvormige elementen. Hierboven is een smalle sierlijst van stuc, een v-vormig metselwerk en een uitkragende houten lijst. De flauw hellende stuclijst hierboven heeft twee sierbollen en een obelisk.

De dakkapel boven de middelste travee van nummer 11 is vergelijkbaar, al begint deze boven de geprofileerde houten daklijst. In het midden zijn in 1954 en 1958 twee kleine dakkapellen toegevoegd, die afbreuk doen aan het pand. Boven de vijf vensters van de andere traveeën is er een uitkragende lijst, bestaande uit segmentbogen met tandlijstvulling, welke steunen op kunststenen consoles met een bolvormig eind. De zijkanten van het dak zijn afgewerkt met een trapsgewijs uitgemetselde rand en met het dak oplopend muurwerk.

De zijgevels zijn opgetrokken uit lichtrode baksteen en hebben rechte schietankers.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een voornaam hoog en breed pand, dat van belangrijke cultuurhistorische waarde heeft vanwege de verbinding met de Nederlands Hervormde Gemeente in Roosendaal. Het pand maakt onderdeel uit van de historische bebouwingswand van de Dominéstraat.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3594 en 3595

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Kerkvoogdij der hervormde gemeente van Roosendaal en Wouw

Adres : p/a Alexanderdonk 7

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/14 oktober 1992

DOMINÉSTRAAT 13

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een schilddak met zwarte oudhollandse pannen met de nokas loodrecht op de straat.

Historische omschrijving

Het pand staat op de plaats, waar een deel van een herenhuis stond. In 1863 werd er een houthandel, "De Nieuwe Houttuin" gevestigd. Toen in 1889 het restant van het herenhuis werd afgebroken liet de exploitant van De Nieuwe Houttuin, J. Timmermans, in dat jaar het huidige pand als woonhuis optrekken. In 1890 werd het buurpand op nummer 15 gebouwd. Omdat de opdrachtgever de panden in dezelfde stijl liet optrekken en de panden verbond met een doorlopende gootlijst vormen deze visueel een eenheid. Er is in de loop van de tijd weinig aan het pand veranderd. Er is een andere paneeldeur in gezet en de raamindeling is gewijzigd. Aan de linkerzijde bevindt zich een poortje (steegje). Sinds 1966 is het pand gedeeltelijk als horecabedrijf in gebruik.

Omschrijving exterieur

De hardstenen afgeschuinde en van profielrand voorziene plint wordt onderbroken voor twee rechthoekige roosters en de vernieuwde donkergroene paneeldeur aan de linkerzijde. Twee hardstenen treden, waarvan één uitpandig, geven toegang tot de entree.

Aan de linkerkant staat het pand vrij. De toegang tot de achterom wordt gevormd door een witgepleisterd rondboogpoortje.

De gevel is crèmewit gepleisterd. Het gedeelte van de gevel tussen de plint en de doorlopende hardstenen dorpellijst is vlak gehouden, evenals de eerste verdieping. De begane grond is geblokt gepleisterd met diepe schijnvoegen. De kozijnen van de klepvensters zijn witgeschilderd.

Onder de hardstenen waterannex dorpellijst is per venster een eenvoudig reliëfstucgedeelte aangebracht. De schuifvensters zijn voorzien van een rechte geprofileerde lijst met uitspringende delen aan de bovenzijde. Het rechter- en linkervenster hebben een kuif met lotusmotief. Het middelste venster heeft als decoratie een breed uitgewerkte kuif met bladmotief, daarboven een kroonlijst op smalle voluutconsoles. Deze kroonlijst draagt een meer vlak uitgewerkt stucwerk met voluten en diamantkopjes. Ter hoogte van de kroonlijst bevindt zich een smalle geprofileerde, vlak onder de gootlijst een brede geprofileerde stuclijst.

De gootlijst is geplaatst op houten klossen.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand van gemiddelde grootte en breedte is een goed en gaaf voorbeeld van een huis in Eclectische trant. Het pand maakt onderdeel uit van de overwegend 19e eeuwse gevelwand van de Dominéstraat.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie :

nr. : 4306

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.L.M. Smits

Adres : Dominéstraat 13

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 september 1991/15 oktober 1992

DOMINÉSTRAAT 15

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een schilddak met zwarte oudhollandse pannen en de nokas loodrecht op de straat.

Historische omschrijving

Het pand staat op de plaats, waar een deel van een herenhuis stond. In 1863 werd er een houthandel, "De Nieuwe Houttuin" gevestigd. Toen in 1889 het restant van het herenhuis werd afgebroken liet de exploitant van De Nieuwe Houttuin, J. Timmermans, in dat jaar het buurpand op nummer 13 als woonhuis optrekken. In 1890 werd het huidige woonhuis op nummer 15 gebouwd. Omdat de opdrachtgever de panden in dezelfde stijl liet optrekken en de panden verbond met een doorlopende gootlijst vormen deze visueel een eenheid. Wel is het pand nummer 15 breder dan nummer 13. Er is in de loop van de tijd weinig aan het pand veranderd. Een negatief element vormt de grote dakkapel, die in 1970 is aangebracht. Ca. 1985 is de raamindeling gewijzigd en zijn de houten kozijnen vervangen door kunststof kozijnen.

De woonfunctie is tot op heden gehandhaafd.

Omschrijving exterieur

De hardstenen afgeschuinde en van profielrand voorziene plint wordt onderbroken voor twee rechthoekige roosters en de paneeldeur aan de linkerzijde. Twee hardstenen treden, waarvan één uitpandig, geven toegang tot de entree.

De entree wordt gevormd door een brede bruine vleugeldeur. Het onderpaneel is voorzien van kussens en een brievenbus annex deurstang met guirlande. In het bovenpaneel bevindt zich een gietijzeren netwerkrooster met een medaillon. Boven de deur bevindt zich een gedeeld bovenlicht.

De gevel is crèmewit gepleisterd. Het gedeelte tussen de plint en de doorlopende hardstenen dorpellijst is vlak gehouden, evenals de eerste verdieping. De begane grond is geblokt gepleisterd met diepe schijnvoegen. De kozijnen van de vensters zijn uitgevoerd in witte kunststof.

Onder de hardstenen water-annex dorpellijst is per venster een eenvoudig reliëfstucgedeelte aangebracht. De schuifvensters zijn voorzien van een rechte geprofileerde lijst met uitspringende delen aan de bovenzijde. Het rechter- en linkervenster hebben een kuif met lotusmotief. Het middelste venster heeft als decoratie een breed uitgewerkte kuif met bladmotief, daarboven een kroonlijst op smalle voluutconsoles. Deze kroonlijst draagt een meer vlak uitgewerkt stucwerk met voluten en diamantkopjes. Ter hoogte van de kroonlijst bevindt zich een smalle geprofileerde, vlak onder de gootlijst een brede geprofileerde stuclijst.

De gootlijst is geplaatst op houten klossen.

In het dakschild is een grote tweelichts dakkapel aangebracht.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand van gemiddelde grootte en breedte is een goed en gaaf voorbeeld van een huis in Eclectische trant en vormt een ensemble met het pand Dominéstraat 13. Het pand maakt bovendien onderdeel uit van de overwegend 19e eeuwse gevelwand van de Dominéstraat.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4401

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : L.P.A.A.M. Baaijens

Adres : Dominéstraat 15

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 september 1991/15 oktober 1992

DOMINÉSTRAAT 19

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een schilddak met de nok loodrecht op de straat, gedekt met rode oudhollandse pannen.

Historische omschrijving

In 1863 werd er op deze plaats houthandel "De Nieuwe Houttuin" gevestigd. Een deel van het herenhuis dat stond op de huidige nummers 13 tot en met 19 werd in 1871 om deze reden afgebroken. In dat jaar werd het pand op nummer 17 gebouwd met een houtloods. Toen deze houtloods in 1900 werd afgebroken, liet A. Kuijpers door architect A.J. de Bruijn het huidige woonhuis ontwerpen. De woonfunctie is tot op heden gehandhaafd.

Het pand is vrijwel gaaf en ongewijzigd.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint wordt onderbroken door twee ronde roostertjes en een schoenenschraper ter rechterzijde van de paneeldeur. De plint heeft een afgeschuinde rand bij het portiek.

De links geplaatste paneeldeur bevindt zich in een segmentboogportiek en is bereikbaar via één uitpandige en drie inpandige hardstenen treden. De geverniste paneeldeur is rijk gedecoreerd met kussens, lijsten, een tandlijst en rozetten. Metalen decoraties zijn de bewerkte duwstang en het gietijzeren rooster met netwerkmotief.

Het bovenlicht van de deur is voorzien van glas-in-lood in de kleuren blauw, geel en groen.

Naast de hoofdindeling van het pand is er nog een extra travee, die veel smaller is en een halve steen terugspringt.

Hierin bevindt zich de smalle getoogde deur met kraalprofiel en een bewerkt gietijzeren klinkje. De deur van dit poortje, dat toegang geeft tot een steegje, is evenals het kozijnwerk crèmekleurig geschilderd. De kleuren en de decoratie van het muurwerk komen overeen met het hoofdpand, maar de poort springt na enige baksteenlagen een halve steen terug over de gehele hoogte van het huis.

De gevel is opgemetseld in roodbruine machinale baksteen. Daarnaast is de gevel gedecoreerd met diverse kleuren verblendsteen. Boven de plint bevinden zich twee lagen rode verblendsteen. De speklagen ter hoogte van de onder- en bovendorpels alsmede aan de randen van de borstwering zijn blauwgrijs en rood.

De schuifvensters hebben hardstenen dorpels met klosjes aan weerskanten. De wisseldorpel is voorzien van een gesneden geschulpte rand. Het bovenlicht heeft een glas-in-lood vulling. Boven de vensters bevindt zich een segmentboog met rode en blauwgrijze aanzet- en sluitsteen.

Onder elk van de vensters op de eerste etage bevindt zich een verdiepte borstwering met een baksteen vlechtpatroon in geel, blauw en rood. De schuifvensters hebben weer een hardstenen dorpel en een segmentboog met een andere detaillering dan de vensters op de begane grond. De schuifvensters zelf zijn vernieuwd en hebben geen glas-in-lood of geschulpte rand.

Boven de segmentboog bevindt zich een afsluitende koppenlaag.

Onder de gootlijst met brede houten klosjes bevindt zich tenslotte een fries met bakstenen decoratie in eenvoudig geometrisch patroon en profielsteen.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand van gemiddelde grootte en hoogte valt op door een gave baksteendetaillering. Het pand maakt onderdeel uit van de overwegend 19e eeuwse gevelwand van de Dominéstraat.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4400

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M.L.J.A. Rademakers

Adres : Amstenraderweg 8

Woonplaats : Hoensbroek

Gerechtigde : A.M. Rademakers

Adres : Keizersgracht 480

Woonplaats : Amsterdam

Gerechtigde : J.L.P. Rademakers

Adres : Dominéstraat 19

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 september 1991/15 oktober 1992

DOMINÉSTRAAT 21

Typering

Het betreft een drielaags pand van twee traveeën in de gevelwand, met de nokas loodrecht op de straat en een schilddak met zwarte kruispannen.

Historische omschrijving

Op het terrein bevond zich van 1823 tot 1862 een deel van het erf van een herenhuis. Vanaf 1863 maakte het deel uit van het bedrijfsterrein van een houthandel. In 1900 liet P. Straasheijm, als vertegenwoordiger van de Brusselse "Grands Magasins de la Bourse", er een kantoor bouwen. In 1906 werd het verbouwd; de kantoorfunctie bleef naast de nieuwe functies van magazijn en bergplaats. In 1909 vond de laatste verbouwing plaats. In opdracht van de firma Gebrs. Van Wely ontwierp F. van Overveld de huidige gevel voor het nog steeds als magazijn in gebruik zijnde pand. Rond 1980 heeft men het pand van een crèmekleurige verflaag voorzien.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint is voorzien van een profielrand en afschuining aan de bovenzijde. Bij de onderbreking aan de linkerzijde zijn vlakke, afgeronde schampstenen aan de plint verbonden. De plint en het opgaande muurwerk hebben een brede afgeschuinde rand. Deze afschuining wordt ter hoogte van de geprofileerde cordonlijst weer versmald. Zowel links als rechts zijn inrijpoorten aangebracht. Deze houten deuren zijn, net als het kozijnwerk en de gootlijst, helderblauw geschilderd. Deze kleur is niet oorspronkelijk en derhalve te beschouwen als een negatief element. De deuren hebben langwerpige tweedelige ramen, een onderverdeling die ook is

aangebracht in de getoogde bovenlichten. De bovendorpels hebben een tandlijst. De segmentbogen zijn gemetseld met profielsteen en hebben een afsluitende koppenlaag.

De rechterzijde van het pand heeft een doorgaande liseen: de linkertravee risaleert vanaf de geprofileerde lijst, die daar de functie heeft van kraagsteen.

De vensters op de eerste etage hebben hardstenen dorpels en brede twaalfruits vensters onder een stalen latei met kleine bloemrozetten. De dagkanten van de vensters zijn eensteens diep; de met zigzag metselwerk gedecoreerde borstweringen zijn een halve steen verdiept gemetseld.

De twaalfruitsvensters van de tweede etage zijn eveneens voorzien van hardstenen dorpels maar zijn, net als de bovenlichten van de poorten, getoogd en van profielsteen voorzien.

De rechtertravee wordt beëindigd door een segmentboogfries met profielsteen. De linkertravee heeft een smalle tandlijst.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een middelgroot magazijn met een verzorgde detaillering. Het pand maakt onderdeel uit van de overwegend 19e eeuwse gevelwand van de Dominéstraat.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3243

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Van Poll/Brabants Nieuwsblad B.V.

Adres :

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 september 1991/15 oktober 1992

DORPSSTRAAT 26

Typering

Een vrijstaand molenaarswoonhuis met een lijstgevel en zadeldak, een aanbouw en een schuur.

Historische omschrijving

Het woonhuis is in 1908-1909 gebouwd en de bijgebouwen zijn daarna in 1909-1910 in opdracht van de molenaar Alouisius Aerden aangebouwd naar een ontwerp van architect F.B. Sturm, zij dienden als woning en schuur bij de er achter gelegen molen (gebouwd in 1853). De centraal geplaatste dakkapel is afgebroken, in plaats hiervan werden vier tuimelvensters geplaatst. Het geheel is vrijwel gaaf; de molen, een Rijksmonument, is tijdelijk buiten gebruik.

De woonfunctie van het huis is behouden gebleven, de bijgebouwen oorspronkelijk ingericht met een bakkeet, een paardenstal, een koestal, een varkensstal, een dorsvloer en een karhuis worden nu gebruikt als opslagruimten.

Omschrijving exterieur

Het eenlaagse woonhuis heeft een rechthoekige plattegrond en telt vijf traveeën, met centraal de voordeur.

De voorgevel van het aan de straat gesitueerde woonhuis heeft een natuurstenen plint en is daarboven opgetrokken in rode verblendsteen. Ter hoogte van de onder- en bovendorpels wordt de gevel geleed door hardstenen speklagen. In de gevelvlakken op diverse plaatsen polychroom metselwerk.

De T-vensters met hardstenen vensterdorpels en de deur zijn gevat in een korfboog met pilasters, met

daarin weer een dieper geplaatste korfboog en een vulling van bakstenen mozaiëk. De wit geschilderde vensters hebben houten rolluiken, het houtwerk is voorzien van afschuiningen en heeft aan de bovenzijde gesneden loodslabben. De geverniste gedecoreerde paneeldeur bevindt zich in een ondiep portiek. Het bovenlicht is bezet met een geometrische beglazing in glas-in-lood.

De gootlijst rust op klosjes en een fries met wit geschilderde consoles, waartussen een bakstenen fries met staand metselwerk, de consoles zijn gedecoreerd met blad- en bloemmotieven en guttae.

Vlak boven de gootlijst zijn rond 1985 vier tuimelvensters aangebracht, die het geheel licht ontsieren. Het zadeldak is gedekt met zwarte kruispannen, op de uiteinden van de nok een bakstenen schoorsteen, oorspronkelijk was er een aan de zijkanten overstekend dak met een gesneden houten lijst als randafwerking.

De in gele bakstenen gemetselde rechterzijgevel en de linkerzijgevel zijn ingedeeld met speklagen en hebben een klimmend trapfries van rode baksteen. Op de begane grond zijn in beide gevels twee nieuwe vensters aangebracht, het smalle schuifvenster met rolluik aan de voorzijde van de linkerzijgevel is echter oorspronkelijk.

De linkerzijgevel heeft op de verdieping een vierruits venster onder hoge rondboog. De rechterzijgevel, die grenst aan de oprit naar de molen, heeft in de topgevel onder een rondboog een deur, oorspronkelijk een laadluik, waarboven een overkapte hijsinrichting op houten consoles met snijwerk.

De bijgebouwen, gebouwd in 1910, evenals naar ontwerp van arch. F.B. Sturm, zijn haaks op het woonhuis aangebouwd, links achter aan het huis staat een klein laag bakstenen bijgebouw onder schilddak met getoogde venster- en deuropeningen, hierachter, aangebouwd een hoge bakstenen schuur onder zadeldak, waarop kruispannen.

De zijgevels hebben evenals het woonhuis een getrapt klimmend fries.

De ronde gietijzeren ramen hebben een davidstermotief.

Redengevende omschrijving

Het gave voormalige molenaarswoonhuis met bijgebouwen uit ca. 1910 is van belang vanwege de samenhang met de molen en vanwege de gaafheid in de detaillering.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : F

nr. : 3600

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.C.W.M. Aerden

Adres : Dorpsstraat 26

Woonplaats : Nispen

Opname gegevens : 11 november 1993

DR. SCHAEPMANLAAN 90

Typering

Het betreft een kerk van het basilicale type, met verhoogde koortravee en halfronde absis met arcade, gedekt door zadel- en lessenaardaken met zwarte Romaanse pannen. De lengterichting van de kerk is gelegen in een grote bocht aan de straat. De pastorie, die door een bouwlid verbonden is aan de kerk, heeft geen monumentale waarde.

Historische omschrijving

De O.L. Vrouwe van Fatimakerk werd van 1951-1952 gebouwd naar ontwerp van architect J. Hurks.

Het ontwerp voorzag ook in een toren bij de ingangspartij, maar deze is niet gerealiseerd.

De kerk was een onderdeel van de uitbreiding van Roosendaal, oostelijk van de wijk Kalsdonk. De in 1952 gestichte Fatimaparochie nam tevens een deel over van de Heilig Hartparochie.

De kerk is ongewijzigd en vervult nog altijd een parochiale functie.

Omschrijving exterieur

De gevel van de kerk is opgetrokken uit machinale bruine baksteen.

De vlakke voorgevel, de westgevel, heeft drie rondbogige ingangsportalen met vleugeldeuren met cassetten. De portalen hebben hardsteen neuten, tufsteen blokken en latei. In de rondboog ronde raampjes met hoeksteentjes en ijzeren vulling. Aan weerszijden een rechthoekig venster met natuurstenen omlijsting.

Deze vensters ook aan beide zijden van het hoogreliëf hier boven.

Het hoogreliëf ingemetseld van geglazuurd gebakken aardewerk, verdeeld over rechthoekige en vierkante stukken. Het is een voorstelling van Maria met gevouwen handen en aureool, staande op een grote roos. (Maria als rosa mystica) Het reliëf werd in 1952 vervaardigd door

P. Schoenmakers.

Siermetselwerk in ruitvorm, langs de dakrand en onder de goot elders een sierlijst van koppenlagen en tandlijst. De horizontale randen worden om de hoek een stukje voortgezet. De goten rusten op smalle ijzeren consoles. Ijzeren kruis op nok voorgevel.

De lichtbeuk van het middenschip telt elf traveeën met rondboogramen waarin glas-in-lood. Eenvoudig siermetselwerk bij de ramen.

In de zijbeuk kleine rechthoekige vensters met natuurstenen omlijsting.

De verhoogde koortravee heeft een dwars geplaatst zadeldak met centraal een kleine veelhoekige opengewerkte klokketoren met kruis.

In de korte zijden rozetvensters met bakstenen netwerk.

Segmentboogfries in de lange zijden.

Hoge halfronde absis met op afgeschuinde rand een blinde arcadenboog, met vulling van siermetselwerk en uitgemetseld kruis.

Aan noordzijde bij koortravee rechthoekige zijkapel onder zadeldak, parallel aan het schip. Entree onder zadeldak op twee bakstenen pijlers. Segmentbogige paneeldeur met smeedijzeren handgreep. Hooggeplaatste rondboogramen aan voorzijde, blinde zijgevels. De acht rondboogramen hebben glas-in-lood.

Hoeken en tussenblokken van natuursteen.

Aan zuidzijde bij koortravee een lagere zijkapel onder zadeldak, dwars op het schip. Vier smalle rondboogramen met profilering aan de zijden, met glas-in-lood. Op de nok open bakstenen klokkestoel zonder klok.

Omschrijving interieur

Narthex met plavuizen vloer en houten zoldering, links poort naar zijkapel met klein gipsen Mariabeeld.

Rechts deur naar kerk. Hier vier vijfhoekige wijwaterbakjes van Naamse steen. Plavuizen vloer en zichtbare donkere houten kapconstructie in middenschip en zijbeuken. Balken op kwartronde consoles, kap versterkt met rode ijzeren trekstangen. De kap is van het meervoudige hangwerp type. De zijbeuken hebben geprofileerde consoles.

Het metselwerk heeft een rollaag bij de aanzet van de consoles. Onder de houten balken een stroomlaag. Onder de ramen van de lichtbeuk een iets uitgemetselde rand.

Wanden opgetrokken in schoon metselwerk. In muurwerk goudkleurige wijkruisjes in vierkant blok. Het glas-in-lood is ruitvormig en in tinten als lichtblauw, groen en roze.

Houten orgeltribune met eenvoudig modern orgel. De tribune is rustiek geprofileerd.

Rondbogen als scheibogen naar de zijbeuken. Bogen op tufsteen tussenblokken. Gekrulde sierankers tussen de bogen.

De koortravee heeft na een grote rondboog een rechte zoldering op driehoekige houten consoles. De zijwanden worden gedragen door twee bij twee zuilen met teerlingkapiteel. Hier; altaar met zeshoekige gemetselde doopvont. Eerste steen met tekst; me posuit N. Theeuwes pr. par.

1-4-1951 en; Ecclesia consecrata est 24-3-1952.

Daarachter rondgesloten absis met houten kruisbeeld met de lijdende Christus, door J. Vlak, ca. 1955.

Kapel rechts; rechte houten zoldering, achterin vaste kastenwand. 19de eeuws beeld van Maria met Kind op de arm, scepter ontbreekt.

Wit geschilderd hout. Vanuit hier; deur rechts naar sacristie.

Twee hoge rondramen in buitenmuur, twee inpandige.

Een wit geschilderd houten beeld uit de tweede helft van de 19de eeuw van Maria met Kind op de arm, scepter in de andere hand ontbreekt.

Verder behoort onder meer tot de inventaris:

twee beeldengroepen van gepolychromeerd zacht hout. Deze zijn afkomstig van de communiebank van Bavel. Het Mannawonder en Laatste avondmaal.

Communiebank met polychroom snijwerk, arabesken en knop/kelk in stralenkrans met tekst; panis angelorum.

Een op doek geschilderde kruisweg in veertien staties, ongesigneerd, in voornamelijk gedekt blauwe en rode tinten.

Redengevende omschrijving

De O.L. Vrouwe van Fatimakerk uit 1952 van J. Hurks is van belang vanwege de gaafheid en de traditionele naoorlogse bouwstijl met romaniserende elementen.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : 5742

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Rooms Katholieke Parochie van Onze Lieve Vrouw van Fatima

Adres : Dr. Schaepmanlaan 88

Woonplaats : 4702 GZ Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

HEIJBEEKSESTRAAT 30

Typering

Een zeshoekige centraalbouw met spits dak, gelegen dicht bij de bebouwde kom van Nispen. De Mariakapel staat met de ingang gericht op de hoek van de Heybeeksestraat en de Broekakkerstraat.

Historische omschrijving

De kapel is in 1945 ter herinnering aan de bevrijding gebouwd door de bewoners van het door oorlogsgeweld zwaar getroffen dorp Nispen.

De kapel werd toegewijd aan Maria, Koningin van de vrede.

Het ontwerp voor de kapel is genaakt door architekt J. Kuypers te Roermond.

Omschrijving exterieur

De gevels zijn opgetrokken van handvorm baksteen. De lage plint is afgewerkt met een schuine rollaag, eveneens een rollaag onder de dakaanzet. Het iets ingezwenkte spitse dak kraagt over en is gedekt met leien in Maasdekking.

Op de dakspits een zinken kroon. De toegangsdeuren zijn spitsbogige vleugeldeuren van gevernist hout, voorzien van eenvoudig sierbeslag.

Rechts van de deur een polychroom reliëf van terracotta, een voorstelling van St. Michaël met een schild waarop het opschrift: "Quis ut deus", met een vlammend zwaard bedwingt hij een zwarte duivel.

Boven de deur is in hardstenen platen met gele letters de naam van de kapel aangegeven: "Koningin van de Vrede".

In de gevelvlakken aan weerszijden van de deur zijn drie smalle rechthoekige vensters aangebracht waarin okerkleurige en rode glas-in-loodbeglazing.

Aan beide zijden van de kapel is een laag bakstenen muurtje gemetseld, dat afgedekt is met een ezelsrug, het muurtje loopt trapsgewijs af.

De overige gevelvlakken van de kapel zijn blind.

Rondom de kapel is een eenvoudige beplanting aangelegd. Aan de achterzijde van de kapel staan enkele berkenbomen, rechts van de ingang een monumentale treuriep, een geënte boom.

Het toegangspad naar de kapel is aan de straat afgesloten door een smeedijzeren hekje tussen bakstenen staanders waarop een granaatappel.

Omschrijving interieur

De muren zijn opgetrokken uit schoon metselwerk. Tegenover de toegangsdeur is op een trede een eenvoudig altaar geplaatst. Achter het altaar in een gemetselde nis een Mariabeeld. Naast het altaar aan weerszijden een ondiepe blinde gemetselde nis.

Redengevende omschrijving

De kapel is beeldbepalend voor zijn direkte omgeving, heeft herinneringswaarde en is eenvoudig maar gaaf van vormgeving.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : F

nr. : 2217

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De Parochie van de H. Maria Hemelvaart

Adres : Kerkplein 8

Woonplaats : 4709 BJ Nispen

Opname gegevens : 25 oktober 1994

HEILIG HARTPLEIN 29

Typering

Een tweelaagse pastorie van vijf traveeën, voorzien van een lijstgevel en een zadeldak gedekt met opnieuw verbeterde hollandse dakpannen. Aan de linkerzijde van het pand een eenlaagse terugspringende uitbouw onder zadeldak, aan de rechterzijde is de pastorie door middel van een overdekte gang verbonden met de Heilig Hartkerk.

Historische omschrijving

De pastorie werd in 1935 ontworpen door architect F. Sturm. Het was een onderdeel van het roomskatholieke complex, dat in die jaren ontworpen werd in de nieuwopgezette wijk Kalsdonk. Er is weinig aan het pand veranderd en het is nog steeds als pastorie in gebruik.

Omschrijving exterieur

De gevel is opgetrokken uit bruine machinaal gevormde baksteen. De vensters hebben wit geschilderde stalen roeden. Links op de begane grond een zestienruits venster, de overige vensters hebben twintig ruitjes.

In de tweede travee van links de entree, de paneeldeur bevindt zich in een segmentboogportiek van natuurstenen blokken met een zadeldakbekroning, de voordeur is samengesteld uit geverniste diagonaal geplaatste planken, waarin een rond raam is uitgespaard, in het bovenlicht sierroeden.

Op de verdieping twaalfruitsvensters, boven de muurdammen tussen de vensters Y-vormige muurankers.

Onder de goot een witte profiellijst en een fries in visgraatpatroon. Dezelfde bouwdelen zijn ook bij de zijbouw aan de linkerkant aangebracht.

Boven de deurtravee een vierruits dakkapel met plat dak.

Op de hoeken van de nok een bakstenen schoorsteen met natuurstenen hoekblokken in de bovenhoeken.

De lage aanbouw aan de rechterkant in hoekvorm en onder zadeldak verbindt de pastorie met het kerkgebouw.

Omschrijving interieur

Op de vloeren ligt nog het oorspronkelijke parket. De lambrizering is betegeld, evenals de schouw in de ontvangstkamer, dit is de kamer links van de ingang.

Het tegelwerk is uitgevoerd in een streng geometrisch patroon van gewolkt beigebruine en roodoranje kleuren, de randen zijn afgezet met glanzende zwarte tegels.

Redengevende omschrijving

De gave sobere pastorie uit 1935 van architect Sturm is sociaal-historisch van belang als onderdeel van het kerkelijk centrum aan het Heilig Hartplein.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : B

nr. : 3314

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De parochie van H. Hart van Jezus

Adres : H. Hartplein 29

Woonplaats : 4702 RE Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

HEILIG HARTPLEIN 31

Typering

Een kerkgebouw op een kruispunt van wegen in de wijk Kalsdonk te Roosendaal.

De kerk is van het basilicale type met een vijfzijdig gesloten absis en een in de zijbeuk opgenomen westtoren.

De kerk heeft een asymmetrische opzet.

Het kerkgebouw is voorzien van zadel- en lessenaardaken, die gedekt zijn met zwarte opnieuw verbeterde Hollandse dakpannen, de vierzijdige torenspits is gedekt met leipannen.

Voor de kerk staat in het plantsoen een Heilig Hart beeld.

Historische omschrijving

De kerk staat in de wijk Kalsdonk die rond 1932 werd gebouwd volgens stedebouwkundig ontwerp van het architectenbureau Schaap uit Arnhem. In 1934 besloot het Bisdom Breda om er een nieuwe parochie te stichten.

De kerk zou worden ontworpen door de Roosendaalse architect Sturm, onder supervisie van prof. Granpré Molière, door drukke werkzaamheden van de laatste werd de kerk uiteindelijk ontworpen door Sturm met medewerking van Ir. J. van der Laan uit Leiden, de visie van Architect van der Laan is bepalend geweest voor het aanzien van het kerkgebouw. In de loop van de tijd is het gebruik van de kerk enigszins gewijzigd, zo is de doopkapel onder de toren verplaatst, bij verbouwingen in 1980 is de ambo afgebroken, het priesterkoor werd vergroot en het aantal zitplaatsen is teruggebracht.

Het Heilig Hart beeld werd in 1921 onthuld in de Wasservasstraat, bij de St. Janskerk. Het werd gemaakt door Vic. Sprenkels van de kunstwerkplaatsvan Cuypers. Het werd in 1936 verplaatst naar de achterzijde van de St. Jan, het huidige Tongerloplein, in 1969 verplaatste men het beeld naar de huidige standplaats op het Heilig Hartplein. De oorspronkelijke sokkel, vier kolommen met de gebeeldhouwde hoofden der evangelisten ging verloren, er kwam een betonnen sokkel voor in de plaats.

Omschrijving exterieur

De kerk is opgetrokken in bruine machinaal gevormde baksteen.

De voorgevel, de vlakke westgevel, is voorzien van drie rondboogportalen, te bereiken via drie uitpandige treden. De hoeken en aanzetstenen van de portalen zijn van natuursteen. Boven de portalen drie gekoppelde rondboogramen met grote natuurstenen tussenstukken.

Bij de aanzet van de topgevel opgewipte hoekpunten van natuursteen, op het nokstuk een ijzeren kruis.

Aan de rechterzijde een zijkapel onder lessenaardak, aansluitend bij de toren op vierkante plattegrond. De relatief korte toren is van het entasis-type, waardoor een zekere spanning opgeroepen wordt.

De toren heeft een segmentboogfries met natuurstenen aanzetstukken en rondboograampjes.

Een klok met romeinse cijfers in het muurvlak, daar boven het klokkegedeelte met diverse natuursteenblokken, zoals bij de gekoppelde rondbogige galmgaten met deelzuil en teerlingkapiteel, bij de aanzet op de hoeken en de opgewipte hoekpunten.

De spits heeft aan elke zijde een kleine dakkapel onder zadeldak en een ijzeren kruis als bekroning.

De zijbeuk achter de toren steekt iets verder uit, in de zijbeuk vindt men afwisselend drie gepaarde rondbogen met deelzuilen en een smaller rondboograam, met in totaal vier hoofdtraveeën. Het middenschip heeft in elke travee twee bredere rondboogramen. Alle vensters zijn voorzien van glas-in-loodramen.

Op de hoek rechts een hoge smalle schoorsteen met ontluchtingsvensters.

De smallere en lagere absis heeft rondboogramen en een vijfzijdig schilddak. Onder de witte houten gootlijsten is het metselwerk licht getrapt uitgevoerd.

Het Heilig Hartbeeld is uitgevoerd in zandsteen. Christus staat op een wereldbol met gestileerde rozen en een kruis, daaronder een tussenrand met golfpatroon en een band met in reliëf de tekst: "Zie hier het hart dat U zoo zeer heeft lief gehad".

De christusfiguur staat met licht genegen hoofd en een geheven rechterhand, met de linkerhand wijzend op zijn hart, dat omringd is door de doornenkroon.

Het beeld is ca. twee meter hoog.

Omschrijving interieur

Het hoge en brede middenschip heeft een in het zicht gelaten houten bekapping met witte natuurstenen consoles, het donkere hout van de kap steekt af tegen de menierode ijzeren banden. De kap is een variant op het verbeterde Hollandse spant.

Rechts van het middenschip rondbogen als scheiboog naar de zijbeuk, links een smalle processiegang als zijbeuk. De bogen zijn bij de zijbeuk groter en zwaarder uitgevoerd dan bij de processiegang. De rondbogen rusten op ronde zuilen met brede vierkante voet en met gewelfde afschuiningen op de hoeken.

In de processiegang staan de originele eiken banken nog opgesteld.

In de zijbeuken is de bekapping zichtbaar: in de rechterbeuk een zadeldak en in de linkerbeuk een lessenaardak.

Achter de processiegang zijn de voormalige kinderkapel en de sacristie. De basilica wordt afgesloten door een halfronde absis.

Op de vloer ligt Naamse steen, de wanden zijn opgetrokken in schoon metselwerk. Bij de koortribune en de absis is het metselwerk verlevendigd met grof geglazuurde tegels in geel en dof oranje, in kruis- en in ruitvorm.

De vijfhoekige wijwaterbakjes zijn van witte steen met een rood kruis.

Op diverse plaatsen in het muurwerk zijn wijkruisen in ruitvorm aangebracht, ze zijn rood met een hoekvulling in groen en oranje.

De ramen links in de zijbeuk bestaan uit twee bogen met een ronde wit stenen deelzuil met een teerlingkapiteel dat gewelfd is afgeschuind, de bogen bestaan uit twee rollagen, een spaarboog overspant de twee bogen.

De rondboogvensters in de lichtbeuk en de absis hebben glas-in-loodramen in de kleuren lila, lichtgroen, lichtblauw en bruin.

Het metselwerk is aan de kanten voorzien van afschuiningen met eenvoudig siermetselwerk.

Op de muren zijn direct op de baksteen schilderingen aangebracht, het zijn de staties van de Kruisweg, deze werden van 1946 tot 1949 geschilderd door G. van Geffen uit Den Haag.

Dezelfde schilder maakte in 1951 ook de schildering van het Lam Gods in de absis en in 1953 schilderde hij op de triomfboog Het Laatste Oordeel.

Het werk is gesigneerd.

De tinten van het werk zijn overwegend oker, karmozijnrood, grijsblauw en groen.

Voor in de kerk het sobere marmeren hoofdaltaar met kruis en doornenkroon en de woorden: "God is liefde", het dateert uit 1935 en komt uit het atelier van Brom.

De eerste steen van de kerk werd gelegd door pastoor Georgius Henricus Maria Konings op 5 juli 1935, een steen met een dergelijke tekst is in een muur van de kerk ingemetseld.

Inventaris van de kerk:

Kunsthistorisch zeer waardevol zijn de grote bronzen beelden die in het Utrechtse atelier van Leo Brom werden vervaardigd. Deze werden in 1936 geplaatst, het zijn twee kaarsdragende engelen met banderolle, een beeld van St. Joseph dat in een boognis staat en een Mariabeeld dat eveneens in een nis in de kerk staat.

Deze beelden hebben beiden een strakke hoekige stijl, waarbij de hamerslag in het brons zichtbaar is gelaten, de figuren hebben een Grieks profiel met diepliggende plaatjes achter de ogen. Een Heilig Hartbeeld met verguld hart staat in een boognis elders in de kerk.

Van atelier Brom bezit de kerk ook nog een bronzen vat met kruis, een kelk en een monstrans.

Verder zijn in de kerk aanwezig:

Een geelkoperen doopvont uit ca. 1900.

Een onleesbaar gesigneerd polychroom beeld van St. Joseph.

Een laat 19de eeuws beeld in romantische stijl van de gekroonde Maria met Kind, in goud en grijs. Gesigneerd: Mayer en Hof... München.

In de absis een houten kruis met Corpus van gebakken aardewerk, op het kruis de tekst: "I.N.R.I." Dit kruisbeeld van W. Harzing dateert uit 1934 en stond oorspronkelijk aan de Bredaseweg, later aan de Gastelseweg en sinds 1980 in de kerk.

*bron; H. de Jong; Vijftig jaar hart van de parochie. Roosendaal, 1986

Redengevende omschrijving

De kerk uit 1935 is van sociaal-historische waarde inzake de toenmalige uitbreiding van Roosendaal, van architectonische waarde vanwege de door architect J. van der Laan toegepaste Delftse Schoolstijl met romaniserende elementen. Verder heeft de toren silhouetwaarde in het stadsbeeld.

Het Heilig Hart beeld uit 1921 is van belang vanwege gaafheid en de context met de katholieke bebouwing.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : B

nr. : 3314

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De parochie van H. Hart van Jezus

Adres : H. Hartplein 29

Woonplaats : 4702 RE Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

HOEKSTRAAT 1

Typering

Een langgevelboerderij in het landelijke buitengebied.

Historische omschrijving

De boerderij dateert uit de tweede helft van de negentiende eeuw, omstreeks 1910 en 1985 is de boerderij verbouwd.

Omschrijving exterieur

De boerderij heeft een nagenoeg rechthoekige plattegrond met een inspringend woongedeelte.

De gevels zijn opgetrokken uit handgevormde baksteen, de plint is gepleisterd. Het zadeldak met eindschild op de stal is gedekt met riet. De stalmuren zijn gedeeltelijk gepleisterd en daarboven plaatselijk beplankt, het lessenaardak van de aanbouw is gedekt met golfplaten.

Het woongedeelte van de boerderij heeft aan de straatzijde een venster met luiken en een paneeldeur met bovenlicht en in het stalgedeelte: twee zesruits stalramen, twee kleine halfronde stalramen en twee staldeuren, op de hoek is een steunbeer gemetseld.

De zijgevel van het woonhuisgedeelte heeft bij de topgevel vlechtingen, ter hoogte van de zolder zijn later twee vensters aangebracht, de gevel eindigt in een kleine tuitvormige uitmetseling.

In de zijgevel van het stalgedeelte is de toegang tot de stal met mendeuren, boven deze deuren twee ramen

in een houten beschieting.

Het erf wordt afgeschermd door een ligusterhaag, op het erf staat een grote treurwilg.

Redengevende omschrijving

De boerderij en de erfbebouwing zijn van belang vanwege de eenvoud van vormgeving en de wijze waarop zij in de direkte en wijdere omgeving zijn ingepast.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : G

nr. : 2285

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.F.P. Bové

Adres : Hoekstraat 1

Woonplaats : 4708 PL Nispen

Opname gegevens : 25 oktober 1994

HOOGSTRAAT 14

Typering

Een halfvrijstaand, tweelaags woonhuis, in de rooilijn gesitueerd, met lijst- en topgevel, de dakvlakken zijn gedekt met kunstleien in Maasdekking; de voorgevel in drie traveeën, achterliggend een werkplaats onder plat dak, naast de hoofdbouw een poort in smeedwerk.

Historische omschrijving

Het pand werd in 1908 gebouwd als woning met werkplaats voor de steenhouwer Charles Petit. De architect van het huis en de ontwerper van het hek was Joseph de Lepper. Het pand is op de vernieuwde dakbedekking na geheel gaaf en is nog in gebruik als woonhuis.

Omschrijving exterieur

De hoge hardstenen plint heeft twee kleine ronde luchtroostertjes en een decoratieve band van driehoeken en lijnen onder de uitkragende, onder beide vensters doorgaande, hardstenen vensterdorpels, de plint is afgeschuind.

Direct boven de plint en bij alle onder-, wissel- en bovendorpels van de vensters een hardstenen speklaag.

De voorgevel is opgetrokken in oranjerode verblendsteen met verdiepte donkergrijze voeg.

De paneeldeur in de linkertravee heeft een patroon van langwerpige en vierkante verdiepte kussens en in het bovenpaneel een rechthoekig raampje voorzien van een ijzeren sierrooster met een motief van cirkels en strepen.

Links naast de voordeur is een schoenenschraper in de plint uitgespaard met een eenvoudige ijzeren strip.

Naast de deur een hardstenen plaquette met sierreliëf en verdiepte letters met als tekst: "Charles Petit Steenhouwerij", over deze plaquette is later een nieuw naambord geplaatst.

De twee schuifvensters hebben een driedelig bovenlicht evenals de voordeur, de bovenlichten zijn bezet met groene kathedraalglas.

Boven alle vensters een hardstenen latei en een gemetselde bakstenen ontlastingsboog, de lateien zijn gedecoreerd met een sterpatroon, lijnen en afschuiningen.

De identieke vensters op de verdieping hebben elk een aparte dorpel, het driedelige bovenlicht is bezet met flessegroen kathedraalglas.

De voordeur wordt overluifeld door de hardstenen bodemplaat van de rechthoekige erker erboven, deze steunt op getrapte, voluutvormige consoles van hardsteen, deze consoles en de bodemplaat zijn rijk bewerkt met verdiepte sterren, blokjes en bouchardeerwerk (steenhouwerswoning), de houten erker heeft hoek- en raamstijlen bij de borstwering doorlopen, de bovenlichten van de erker zijn gedeeld.

Het hoge dakvlak loopt met een knik als lessenaardak door boven de erker, het rust op vier haakvormige, geprofileerde klosjes.

Het hoge dakvlak wordt onderbroken door een tweeruits dakkapel onder lessenaardak.

De twee rechtertraveeën rechts worden beëindigd met een topgevel met afgeplatte aanzetten; de topgevel is afgedekt met een natuurstenen lijst.

Op de hoeken bij de vlakke aanzetten van de topgevel waren oorspronkelijk natuurstenen knopelementen geplaatst; het verhoogde, horizontaal afgewerkte topgevelelement was vroeger bekroond met een smeedijzeren ornament.

In een brede rondboog met hardstenen blokken een variant op het palladiaanse venster, centraal een getoogd venster met gedeeld bovenlicht, daarnaast twee lage venstertjes, het gedeelte boven de lage vensters is gevuld met diagonaal gemetseld baksteenwerk in twee kleuren.

Het zadeldak van de topgevel heeft nog de oorspronkelijke, zwarte kruispannen als dakbedekking, het dak aan de straatzijde is later gedekt met asfaltleien.

De zijgevel is gepleisterd en heeft rechte steekankers t.p.v. de balklagen, in de zijgevel op de verdieping een schuifvenster en een klein, niet origineel w.c.-raampje. Beneden zijn er nog twee schuifvensters.

Rechts van de gevel een poort, met aan de linkerzijde een hardstenen schamppaal, de dubbele poort is van smeedijzer en donkergroen geverfd, ze heeft een compositie van parallel uitwaaierende lijnen met spiraalvormige uiteinden en enkele zweepslaglijnen.

Achter het woonhuis staat het aangebouwde bedrijfsgebouw, een tweelaags pand van machinaal gevormde bruine baksteen en een plat dak; de tussenbouw is eenlaags.

Redengevende omschrijving

Het gave woonhuis met werkplaats en hek uit 1908 is van sociaalhistorisch belang, architectonische waarde heeft het vanwege de toegepaste elementen in Art Nouveau-stijl.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9938

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : G.C.M. Valkenburg en A.M.C.C. Spee

Adres : Hoogstraat 14

Woonplaats : 4702 ZT Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

HOOGSTRAAT 110

Typering

Een half vrijstaand tweelaags, onderkelderd herenhuis van drie traveeën met voortuin en hek, de voorgevel gedeeltelijk een lijst- en gedeeltelijk als topgevel. Het zadeldak is gedekt met eternite leien in rijndekking, het achtergedeelte van het pand heeft een plat dak.

Historische omschrijving

Het herenhuis werd samen met het aangrenzende herenhuis op huisnummer 112 omstreeks 1900 gebouwd in opdracht van en voor de direkteur van de tegenover gelegen stijfselfabriek.

De architect is niet bekend.

Het pand heeft nu een woon- en praktijkfunctie. Het woonhuisgedeelte is nog in zijn oorspronkelijke staat.

Omschrijving exterieur

De voorgevel heeft een hardstenen plint; de gevel is opgetrokken uit bruine machinaal gevormde baksteen met lichtgrijze, verdiepte voegen en is horizontaal geleed door wit geschilderde speklagen en sierblokken.

Het pand wordt optisch gescheiden van het buurpand doordat het met een kleine voorsprong is gebouwd.

Het voorgevelgedeelte wordt verticaal gedeeld in een smal gedeelte, links, in de voordeuras en een breder gevelgedeelte rechts over twee vensterassen, dit gedeelte risaleert halfsteens tot nabij de rechterhoek en wordt beëindigd met een topgevel.

In de linkervensteras is de paneeldeur geplaatst, ervoor een verhoogd terras met gele tegels te bereiken via drie versmallende treden, het ondergedeelte van de brede deur heeft twee diamantkopvormige panelen; in de middenregel een brievenbus met duwstang, het bovenste deurpaneel is voorzien van een gietijzeren rooster met in het midden een medaillon.

Het deurkalf is gedecoreerd met stippen en een zigzaglijn.

De muurnegkant van de deur is gepleisterd, boven de deur een brede latei met kussen en een geprofileerde lijst op voluutconsoles met sleuven, ter afsluiting een segmentboog met gepleisterde aanzetstenen, een diamantkop-sluitsteen en een koppenlaag, de segmentvulling van siermetselwerk is in twee kleuren uitgevoerd.

De schuifvensters ernaast met wit geschilderd kozijnwerk hebben tussen de plint en de afgeschuinde hardstenen dorpel diamantkopjes als verticale binding.

De vensters zijn voorzien van houten rolluiken.

Ter hoogte van de brede latei boven de deur is boven de vensters een ompleisterd muurvlak van polychroom bakstenen siermetselwerk in ruitmotief aangebracht, daarboven segmentbogen met aanzetstenen, enz. als boven de deur.

In een geprofileerde cordonlijst zijn kleine consoles verwerkt voor de er boven gelegen dorpels van de vensters op de verdieping, deze vensters hebben openslaande ramen met bovenlicht, boven deze vensters een smalle latei en een rondboog gevuld met polychroom bakstenen siermetselwerk, smalle aanzetstenen, een boogsteen en een sluitsteen in diamantkopvorm.

In de speklaag ter hoogte van de bovendorpels van de verdiepingramen zijn afgeronde consoles opgenomen, die de lisenen van het topgevelgedeelte dragen.

De lisenen gaan rond als blinde boog tot de sluitsteen van de vensters op de eerste verdieping, in de boogvullingen een wit gepleisterde cassette, op gelijke hoogte is er ook een dergelijke cassette in de middelste dubbele, hoge rondboog, boven de cassette een tweelichts venster.

Boven de deurtravee een lijstgevel met wit fries en consoles, in het dakgedeelte daarboven een vierruits dakkapelletje met spits dak waarop een bolpiron.

Op de eindpunten van de nok gemetselde schoorstenen.

De topgevel wordt afgesloten door een tuit met fronton en een overhoeks geplaatste pinakel, alles gedecoreerd met voluutconsoles, band- en rolwerk en diamantkopjes in de velden.

De rechter zijgevel is eveneens opgemetseld in baksteen en is later opnieuw gevoegd.

In de zijgevel vier segmentbogige kelderlichten met tralies, boven de plint zeven smalle uitgebouwde segmentboognisjes, waarboven een ijzeren balkje, vermoedelijk voor een schoorsteenaanzet. Op de begane grond en de verdieping enkele openslaande segmentboogramen, rechte muurankers t.p.v. de balklagen.

Achtergevel: Een tuitgevel is voorzien van rechte en gekromde muurankers en heeft in de top een rondraam.

Aangebouwd een één- en een tweelaagse uitbouw onder plat dak met een vernieuwde entree voor de praktijkruimten.

Achter het huis een grote tuin met diverse loof-, naald- en fruitbomen.

Zowel het hekwerk aan de straatzijde zowel als het hek tussen de voortuinen is van smeedijzer en samengesteld uit een spijlenhek met pijlpunten, gesteund door gietijzeren staanders met cannelures, bandwerk en knop, in het hek opgenomen een toegangspoort.

Redengevende omschrijving

De grote en gave voormalige fabrikantenwoning met hek, gebouwd ca. 1900 is van belang uit sociaal-historisch oogpunten en vanwege de toegepaste Neo-Renaissance stijl.

Het vormt een gaaf geheel met het aangrenzende pand nummer 112.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 8600

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.J.M. Begemann

Adres : Hoogstraat 110

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

HOOGSTRAAT 112

Typering

Een half vrijstaand, tweelaags, onderkelderd herenhuis van drie traveeën met voortuin en hek, voorzien van een tuitgevel, het zadeldak gedekt met zwarte kruispannen.

Historische omschrijving

Het herenhuis is samen met het aangrenzende herenhuis op nummer 110 omstreeks 1900 gebouwd in opdracht van en voor de direktie van de tegenoverliggende stijfselfabriek.

De architect is niet bekend.

Het pand heeft nog een woonfunctie; het is gaaf gebleven.

Omschrijving exterieur

In de hardstenen plint zijn twee kelderlichten met tralies.

De gevel is opgetrokken in bruine machinaal gevormde baksteen. De gevel wordt verticaal geleed door lisenen en horizontaal door wit gepleisterde speklagen ter hoogte van de onder- en bovendorpels van de ramen; op de begane grond zijn er ook speklagen bij de wisseldorpels.

De paneeldeur is rechts geplaatst in een ondiepe portiek, ze is via vier inpandige treden bereikbaar. Het onderpaneel van de deur heeft twee kussens en een sleuf, in het bovenpaneel van de donkergroene deur een groot gietijzeren rooster met in het midden een medaillon.

De kozijnen van de openslaande vensters met boven

licht zijn wit geschilderd. De hardstenen dorpels zijn afgerond. Boven de vensters van de begane grond en het bovenlicht van de deur een rondboog gevuld met bakstenen siermetselwerk in ruitpatroon, de bogen zijn voorzien van sierblokken en hebben een diamantkop als sluitsteen; de bogen zijn van rode baksteen, de afdekkende koppenlaag van grijze baksteen, een dergelijke afwerking vindt men ook bij de deur en de overige vensters.

Op de eerste verdieping zijn de vensters als beneden, maar boven de vensters is een segmentboog aangebracht, bovendien is er ter hoogte van de aanzet van de boog een smalle latei.

In de topgevel een tweelichts raam met latei, onder een rondboog, de flankerende lisenen eindigen aan beide zijden in getrapte vorm onder een vlak, verdiept gevelveld.

De topgevel heeft rechte aanzetblokken van natuurstenen, getrapt siermetselwerk langs de zijden en ze eindigt in een tuitgevel, waarin een veld met "concentrische" vierkanten en een driehoekig fronton.

Voor het pand staat een ijzeren hek, vergelijkbaar maar iets hoger dan het hek bij huisnr. 110, het hek is samengesteld uit spijlen met pijlpunten en gietijzeren staanders met cannelures, bandwerk en een eindknop, de horizontale tussendelen zijn uitgevoerd met krulornament.

Redengevende omschrijving

De grote en gave voormalige fabrikantenwoning met hek uit ca. 1900, is van belang uit sociaal-historische oogpunt en vanwege de toegepaste Neo-Renaissance stijl.

Het woonhuis vormt een gaaf geheel met het aangrenzende pand op huisnr. 110.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 8602

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : J.H.P. van der Heijden en C.M.T. Hentenaar

Adres : Hoogstraat 112

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

HUIJBERGSEWEG 35

Typering

Een vrijstaande kleine landarbeiderswoning in het landelijke buitengebied.

Historische omschrijving

De landarbeiderswoning dateert waarschijnlijk uit de eerste helft van de negentiende eeuw. Het inmiddels in vervallen staat verkerende gebouw is al langere tijd buiten gebruik.

Omschrijving exterieur

Het dicht langs de weg gelegen gebouw heeft een rechthoekige plattegrond.

De gevels zijn opgetrokken uit handvorm baksteen, de plint is gedeeltelijk gepleisterd. Het zadeldak met stro gedekt eindigt aan de linkerkant bij het stalgedeelte, als schilddak. Bij de dakvoet een bakstenen stroomlaag: Aan de rechterkant, bij het kleine woongedeelte is op de hoek een schoorsteen gemetseld.

De gevel aan de straatzijde heeft een opgeklampte deur met aan weerszijden een driehoekig gedeeld stalraam met afgeronde bovenhoek, ook in dezelfde gevel de opgeklampte deur voor de woning en een klein venster, dat is afgesloten met een luik.

De rechtergevel, geheel begroeid met klimop, is een blinde gevel.

In de linkergevel een stalraam als in de voorgevel en een boven het maaiveld gelegen opgeklampt luik. In de achtergevel twee laag geplaatste negenruits schuifvensters en de hoofdtoegangsdeur, in deze gevel eveneens een hoog opgemetselde schoorsteen.

Naast de rechter zijgevel een betonnen waterput.

Achter en naast het pand staan diverse loofbomen, o.a. knotwilgen.

Redengevende omschrijving

De landarbeiderswoning is van belang vanwege de typologische zeldzaamheid, de gaafheid en de eenvoud van vormgeving. Het boerderijtje vormt een organisch geheel met zijn direkte en wijdere omgeving.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : H

nr. : 1137

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.C. Maas

Adres : Huijbergseweg 31

Woonplaats : 4708 SC Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

HUIJBERGSEWEG 38

Typering

Een boerderij met een monumentaal woonhuisgedeelte waar het stalgedeelte haaks achter is gebouwd.

De bouwstijl heeft elementen van Jugendstil.

De boerderij is gelegen in het landelijke buitengebied.

Historische omschrijving

De boerderij is gebouwd omstreeks 1915. Vooraf werd de bouwplaats sterk opgehoogd zodat de boerderij op een terp lijkt te staan.

In 1953 werd er een tweede stal achter de reeds bestaande stal gebouwd, deze valt buiten de te beschermen onderdelen. De boerderij is wel in gebruik als woonhuis, er is echter geen boerenbedrijf meer gevestigd.

Omschrijving exterieur

De voorgevel van het woonhuis is gericht naar de straat. Het eenlaagse gebouw, dat deels is onderkelderd, heeft gevels van machinaal gevormde rode baksteen, de plint is van hardsteen met een sierband. Het dak is plat en heeft aan de straat- en de achterzijde schilden gedekt met zwarte asbestleien, ook het zadeldakje van de topgevel boven de centrale entree is met dergelijke leien gedekt.

Het huis heeft vijf traveeën. De schuifvensters hebben hardstenen lekdorpels met klosjes en hardstenen sierstukken daar onder. Het bovenlicht van de vensters is voorzien van glas-in-loodbeglazing en heeft sierroeden. De kozijnen zijn wit geschilderd.

Boven de vensters stalen lateien met smeedijzeren rozetten boven de lateien en een segmentboog van oranje profielstenen.

De paneeldeur met bovenlicht is teruggeplaatst in een portiek, onder een segmentboog, het kalf boven de deur is voorzien van snijwerk.

In de wit geschilderde deur smeedijzeren sierroosters. Boven de deur, in de tuitgevel een driedelig raam met dorpel en latei als beneden, boven de latei een smaller driedelig raam met als afsluiting een rondboog van oranje profielstenen. De tuitgevel is afgezet met een witte sierrand en wordt bekroond door een plaatijzeren windvaantje.

Het muurgedeelte boven de vensters wordt beëindigd door een bakgoot die rust op consoles, de decoratieve versiering ter plaatse heeft een cassettemotief.

De hoeken worden bekroond door een grote en een kleinere driehoek van witte kunststeen.

In de rechtergevel van het huis op de begane grond een half schuifvenster en twee kelderramen waarboven twee schuifvensters en ter hoogte van de zolderverdieping twee schuifvensters. De zijgevels hebben een gepleisterde plint en rechte muurankers. Ter plaatse van de dakschilden voor voor- en achtergevel is het muurwerk trapvormig uitgemetseld. Op de nokpunten van het dak staan vier bakstenen schoorstenen. Achter het huis bevindt zich de aangebouwde schuur, onder een zadeldak gedekt met zwarte kruispannen.

In de linkergevel van het huis op beide hoeken een half schuifvenster en ter plaatse van de zolderverdieping twee schuifvensters. In de achtergevel een openslaande deur met glas-in-lood bovenlicht, beide met sierroeden, het kalf van de deur is bewerkt met snijwerk, boven de deur een stalen latei en een segmentboog. In de hoek tussen stal en woning is een aanbouw onder plat dak, daterend uit de bouwtijd, met daarin een paneeldeur en een klein raam. In het staldeel een schuifvenster, een paneeldeur en drie getoogde, negenruits ijzeren stalramen.

De boeiboorden zijn veelal bewerkt met snijwerk.

De erfbeplanting bestaat uit een beukenhaag en vijf eiken.

Omschrijving interieur

Achter de voordeur een lange gang, voorzien van een terrazzo vloer met siermotieven in de hoeken, aan beide zijden van de gang twee paneeldeuren, boven deze deuren stucdecoraties in de vorm van knoppen in een rechthoekige omlijsting en grove zweepslagvormen. De lambrizering in de gang is vernieuwd, maar de bovenrand is nog van papierstuc materiaal met concentrische cirkels en margrietmotieven. Rond het plafond een kooflijst, deze is voorzien van consoles met acanthusblad en triglyphachtige decoraties. In het midden een stucrozet met rozenmotief, deze decoraties zijn beschilderd in oudroze, mosgroene en gele kleuren, die volgens de eigenares overeenstemmen met het oorspronkelijke toegepaste kleurengamma.

Links van de ingang bevinden zich de kamers-en-suite, de kamers kunnen worden gescheiden door schuifdeuren met hoekkasten. In beide kamers is een bewerkte schouw van zwart en groen marmer aanwezig.

De plafonds zijn voorzien van een dubbele sierrand en een grote stucrozet met een bloem en een lintmotief.

Via een kleine zijhal, komt men in wat vroeger de melkkeuken zal zijn geweest, deze is nu omgebouwd tot een grote woonkeuken, in deze ruimte is de toegang tot de kelder en de opkamer, hier bevindt zich nog een oorspronkelijke kastenwand met ovale houten deurknoppen.

Redengevende omschrijving

De boerderij is van belang als voorbeeld van een typologische ontwikkeling en vanwege de toegepaste stijl, dit in samenhang met de gaafheid van het in- en exterieur.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : H

nr. : 2042

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : R.C. Stevens

Adres : Huijbergseweg 38

Woonplaats : 4708 SH Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

HULSDONKSESTRAAT 56 - 62

Typering

Het betreft vier een- en tweelaags aaneengebouwde herenhuizen staande op de as van de Boulevard Antverpia, voorzien van een lijstgevel en dakschilden met rode leien en een plat dak.

Historische omschrijving

Het bouwblok, bevattende vier woningen, is in 1912 ontworpen door de architect A.J. de Bruijn in opdracht van V. v.d. Zande, die handelde in naam van de directie van de Nederlandse Levensverzekeringsmaatschappij "Antverpia".

Aan de woningen is in de loop van de tijd zeer weinig verbouwd of veranderd.

Omschrijving exterieur

Het bouwblok is symmetrisch van opzet. De middelste woningen zijn tweelaags met centraal torenelement, de zijwoningen zijn eenlaags met hoektoren. De woningen beschikken zowel over een voor als achtertuin.

De panden hebben een hardstenen plint, die onderbroken wordt door ronde roostertjes. Ook is er een onderbreking door een tweelaagse grijze baksteenlaag met hardstenen tussenblokjes. De bovenzijde is afgeschuind.

Hierboven volgt een tweelaags bakstenen laag van oranjerode verblendsteen. Er zijn meer lagen en decoraties in deze kleur, namelijk bij de onder en bovendorpel, in afwisseling bij de segmentbogen en aan weerszijden van de erker.

De gevel is verder opgetrokken in gele verblendsteen en heeft lichtgrijze voegen. De dorpels zijn van hardsteen en zijn voorzien van waterkerende neutjes. De kozijnen zijn creme of witgeschilderd.

De hoekpanden zijn drie traveëen breed. In de buitenste traveëen zijn de paneeldeuren.

Deze deuren hebben in het bovenpaneel een klein vierkant sierrooster en een getoogd bovenlicht met acht ruitjes. De deur is bereikbaar via drie treden, waarvan één uitpandig.

Boven de kozijnen bevinden zich lichtgrijs geschilderde lateien met horizontale sleuven.

Daarboven is een segmentboog van rode en gele baksteen, het boogveld wijkt iets terug. Een dergelijke boog is ook boven het deurportiek te vinden.

Boven de deur is een in zessen verdeeld bovenlicht met okergeel kathedraalglas. De deurpartij van de hoekpanden is geplaatst in een éénsteens uitkragende hoektoren. Ter hoogte van het begin van het bovenlicht is er een getrapt opgemetseld gedeelte als smalle lisenen, tot een grijs geschilderde band met kwartrond profiel aan de onderzijde. Dan volgt een oranje koppenlaag, een gele staande koppenlaag met grijze hoekblokje en weer een oranje koppenlaag. Dit correspondeert met het fries van de raamtraveeën. Dit fries zet zich nog voort in de vorm van een geblokt siermotief. Hierboven is een uitkragende houten gootlijst.

In de toren bevindt zich een tweelichts openslaand venster. Er is een hardstenen dorpel en een latei, maar ook kleine hoekblokjes bij de onderdorpel en een oranje sierband boven de latei. Onder de goot zijn oranje sierlijsten tussen staande koppenlaag. De uitkragende houten goot wordt gedragen door gewelfde houten brede klosjes. De vierkante spits is puntig en gedekt met grijze leien. Dit in tegenstelling tot de rode leien van het dakschild boven het raam. Centraal hierin is een dakkapel met een vier ruitsraampje waarvan de stijlen zijn voorzien van vellingen en de vulling hierboven is voorzien van geometrische banddecoratie.

Boven het zadeldak met wolfseind is een kleine bolpiron. Het torendak is geknikt en heeft dezelfde dakkapel, maar dan eenlichts en kleiner. Op het topje is een kleine zinken bolpiron.

De hoekpanden risaleren ten opzichte van de middenpanden. De overgang wordt bereikt door een halfsteens risalerende liseen met een hardstenen schijfvormige bekroning met ingewerkt stermotief.

De geverniste paneeldeuren bevinden zich centraal maar hebben een ander bovenpaneel. In een cirkelvorm in een omlijstend vierkant bevindt zich een rechthoekig sierrooster van geometrische vorm. Nr. 60 heeft nog een achtruits bovenlicht, bij nummer 58 is er een onderverdeling met loodstrippen. De deuren worden van elkaar gescheiden en zijn in een portiek geplaatst, omdat dit deel tweeënhalve steen risaleert en de middentoren aangeeft.

Ter weerszijden bevinden zich de segmentboogvormige erkers, die tussen oranje bakstenen zijn geplaatst. De vensters hebben een hardstenen dorpel en een latei met sleuven. De ramen zijn in vijf verticale vakken onderverdeeld die elk een vierruits bovenlicht met oker kathedraalglas bevatten; dit is overigens niet bij nummer 58. De rode geknikte bakstenen dammen zetten zich voort als ondersteuning van het balkon. Het witgeschilderde ijzeren balkonhek bestaat uit horizontalen en verticalen met cirkels en heeft een segmentvorm.

Op dezelfde hoogte bevindt zich boven de deuren een rechthoekig houten balkon. Het ijzerwerk is aan de voorzijde hetzelfde. De hoekpunten zijn afgeronde houten delen met vellingen en geometrisch snijwerk. Het ijzerwerk tussen de twee huizen heeft aan de bovenzijde een parabool siermotief. De muurdam tussen de deuren is hier scheidsmuur en is afgewerkt met een schijfvormig hardstenen element met stermotief. Er zijn oranjegeel-oranje tussenlagen bij onder- en bovendorpels. De toegang tot het centrale balkon is mogelijk via twee openslaande vleugeldeuren met vijftienruits bovenlicht. Het is deels een loggiabalkon met een vlakke houten zoldering, maar met een brede toog aan de voorzijde en twee lagere kleine, die tevens toegang geven tot de andere balkons. De togen hebben afwisselend rode en gele baksteen. De openslaande vleugeldeuren van de erkerbalkons hebben elk een verticale roede aan de zijkanten. Het bovenlicht is hoog boogvormig en heeft een roedeverdeling met kathedraalglas. Er is een oranjegele sierlijst om de boog. Aan weerszijden hiervan is een gemetselde sierruitvorm. De grote toog wordt ondersteund door een ijzeren band en een trekstang. De gootlijst steekt sterk uit en begint met schoren in driehoeksvorm. In het bakstenen deel correspondeert dit met een oranje sierlijst en oranje vierkantjes. De schoren zijn voorzien van vellingen, afrondingen en snijwerk. Bij de zijdelen zijn dakkapellen in de dakvlakken van grijze leien aangebracht, die vergelijkbaar zijn met de andere maar aan de zijkanten zijn uitgebreid met tweelichtsramen. Het middengedeelte is van witgeschilderd hout met vlakverdeling met vellingen. Er zijn twee ramen in geplaatst met een drielichts verdeling aan de bovenzijde. Hierboven bevinden zich panelen van pleisterwerk, zoals een centrale vaas met rozen omlijnd door een cirkel met meander- en bladmotieven in de hoeken. Er zijn schoorstenen van rechthoekige vorm. Deze bevinden zich op de hoekpunten en hebben een oranje-geeloranje sierband. De middenpartij wordt bekroond door een rechthoekige toren, die op het afgeknotte schilddak staat. Het is een wit houten open toren met een geknikt daktorentje met piron. Het hoofdpand heeft een afgeknot schilddak, die van de risaliet is afgewolfd. De bovenzijde is plat.

De voortuin wordt afgescheiden van de weg door een ijzeren hek met gepunte ronde spijltjes. Ook tussen de woningen is zo'n hek. De naar binnen slaande hekjes zijn voorzien van een cirkelvormig smeedwerk.

Het bouwblok verkeert in goede staat.

Omschrijving interieur

Van het gedeeltelijk onderzochte linkerhoekpand zijn met name de originele stucplafonds van belang, namelijk een groot cirkelvormig centraal werk met Jugendstilmotieven.

Redengevende omschrijving

Deze vier aaneengebouwde herenhuizen bevat elementen van de Chaletstijl en zijn van architectonisch belang wegens gaafheid en van stedebouwkundig belang vanwege de plaatsing op de as van de Boulevard Antverpia.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Hulsdonksestraat 56

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 2695

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : R.P.P. Hurkx en K.A. Sluis

Adres : Hulsdonksestraat 56

Woonplaats : Roosendaal

Hulsdonksestraat 58

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 2694

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.C.M. van Loon

Adres : Hulsdonksestraat 58

Woonplaats : Roosendaal

Hulsdonksestraat 60

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 2693

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Nederlandse Provincie van de kongregatie van de missionarissen van de H. Familie

Adres :

Woonplaats : Goirle

Hulsdonksestraat 62

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 2692

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : F.H.N. van Gerwen

Adres : Hulsdonksestraat 62

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 12 maart 1991/10 november 1993

HULSDONKSESTRAAT 71

Typering

Het betreft een tweelaags pand met afgeschuinde hoek in de gevelwand van in totaal zeven traveeën, voorzien van een lijstgevel en een plat dak met omlopende dakschilden met zwarte leien. Het pand is het gespiegelde tweelingpand van Hulsdonksestraat 69.

Historische omschrijving

Het pand is gebouwd als een dubbel woon- en winkelhuis rond 1900-1910. De architect is onbekend. Het pand, dat nu volledig als woonhuis is ingedeeld, heeft in 1966 een verbouwing ondergaan, waarbij de etalagevensters zijn gewijzigd en de onderpui is gepleisterd. Ook de bovenpui heeft enige wijzigingen ondergaan. Daardoor is het pand minder gaaf dan Hulsdonksestraat 69.

Omschrijving exterieur

De laatste twee traveeën aan de zijde van de Hulsdonksestraat van dit pand hebben een lage hardstenen plint met ronde luchtroostertjes en links van de vernieuwde deur een voetenschraper met ijzeren stang.

De deuromlijsting bestaat uit een hardstenen en een gepleisterd deel, het geheel is iets verdiept. Om de deur bevinden zich panelen met okergeel kathedraalglas. De zijpanelen zijn voorzien van witgeschilderde sierroosters van gedraaid ijzer, en een centraal bloemmotief. Het witgeschilderde houtwerk is zorgvuldig gedetailleerd en bewerkt met vellingen, cirkels, driehoeken en dergelijke. De stucomlijsting gaat vanaf de plint recht omhoog tot de vensterbanken van de raampjes en vandaar in getrapte boogvorm met sierrand en twee cirkels aan de bovenzijde.

Het geheel wekt de indruk van een hoefijzerboogomlijsting. Rechts van de deur is een wit venster met een hardstenen dorpel en klosjes.

Er zijn drielaags speklagen, die groenbruin geschilderd zijn. De rest van de pui is voorzien van een dikke geblokt gepleisterde laag in diezelfde kleur.

Op de hoek bevindt zich een nieuwe glaspaneeldeur. Aan weerskanten hiervan bevinden zich etalages. De oorspronkelijke roedenverdeling is hierbij verdwenen en de ramen zijn lager geworden, omdat het originele bovenlicht is dichtgezet. Boven de latei en deurboog bevindt zich een brede geprofileerde waterlijst, waarboven de borstwering van de vernieuwde vensters staat.

Daar waar de gevel verder is opgetrokken in roodbruine machinale steen, heeft de borstwering ook grijze en gele steen. De decoratiemotieven van de borstwering verschillen per venster, maar zijn gespiegeld aan die van het buurpand 69.

De vensters hebben hardstenen dorpels, een segmentboog en gepleisterde delen als speklagen en bij de sluitsteen. Op de afgeschuinde hoek zijn er pilasters en deze zijn ook na het eerstvolgende raam om de hoek aangebracht. Deze zijn voorzien van langwerpige diamantkoppen. Tussen de drie overige vensters zijn langwerpige nisjes met omlijsting.

Het fries is geelgrauw gepleisterd er is een overstekende houten gootlijst.

De vier dakkapellen zijn voorzien van een zadeldak en op de hoek en de zijkanten voorzien van dezelfde decoratie als aan de overzijde, met opgetild vierlichtsraampje. De dakkapellen bevinden zich op de hoek, aan weerskanten hiervan en boven de hoofddeur.

Aan de rechterzijde van het pand aan de zijde Hulsdonksestraat is een lagere tweelaags uitbreiding met plat dak; deze uitbreiding dateert uit de bouwtijd.

Het pand verkeert in redelijke tot goede staat.

Redengevende omschrijving

Het relatief grote en hoge pand met onder meer Neo-Renaissancemotieven is vooral van stedebouwkundig belang als gespiegeld tweelingpand van Hulsdonksestraat 69, als poort tot de Boulevard Antverpia en in relatie staand met de panden Huldonksestraat 56-62 aan de overzijde.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 2680

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.G.M. Potters

Adres : Hulsdonksestraat 71

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 12 maart 1991/ 10 november 1993

HULSDONKSESTRAAT 73

Typering

Het betreft een eenlaags vrijstaand pand van drie traveeën, met een topgevel en een lijstgevelgedeelte, beide voorzien van een zadeldak met rode leien.

Historische omschrijving

Het pand is in 1923 in opdracht van het R.K. kerkbestuur der parochie van den H. Cornelius gebouwd als hoofdonderwijzerswoning naar een ontwerp van architect C. W. Bennaars. De woning maakte aanvankelijk deel uit van de op nummer 75 gesitueerde Corneliusschool, die een jaar daarvoor was opgericht en die in de zeventiger jaren is afgebroken. Er is in de loop van de tijd weinig aan het woonhuis veranderd.

Omschrijving exterieur

De gevel bestaat uit machinale bruine baksteen met lichtgrijze platvolle voeg met een rollaag bij de plint. In het midden bevindt zich de vernieuwde donkergroene paneeldeur, geplaatst in een ondiep portiek.

De witgeschilderde vensters rechts hebben hardstenen dorpels met klosjes en zijn voorzien van groene houten rolluiken. Vrijwel alle vensters zijn voorzien van afschuiningen. Boven het brede venster links bevindt zich een witte stalen latei met rozetten.

Het rechter gedeelte van de gevel, waarin zich de deur en een venster bevinden, is eenvoudig gehouden.

De gevel wordt afgesloten door een lijstgevel. De lijst rust op houten doorgaande klosjes met cirkels en sleuven. Deze verdelen het fries in vakken die in siermetselwerk zijn uitgevoerd. Zowel deze als alle andere gootlijsten zijn voorzien van snijwerk.

Hierboven bevindt zich een dubbele vierruits dakkapel onder lessenaardak met leien en zinken bolpuntpiron.

De vorm van de topgevel wordt geaccentueerd door de verspringende verdiepte plaatsing van het raam op de begane grond en het deel daarboven, zoals de borstwering met siermetselwerk in ruitpatroon. De twee openslaande vensters met bovenlicht en het achthoekige raam met davidsstermotief zijn gevat in een afsluitende driehoek, die de hoek van de topgevel op afstand volgt. De tussenruimtes in de driehoek zijn gevuld met siermetselwerk.

De rechterzijgevel is voorzien van een eenvoudige deur. Aan weerskanten van een korte gootlijst met sierklosjes bevindt zich een schoorsteen met getrapt verspringend asymmetrisch siermetselwerk als lisenen. Hiertussen bevinden zich symmetrisch verspringend geplaatste smalle vensters met verdiepte borstwering.

Aan de rechterkant van de gevel bevindt zich een dubbel ijzeren hek. Dit hek loopt door aan de zijkant en ook verder naar de achtertuin. Het zwart geschilderde hek is deels gesmeed en heeft deels gezaagde Jugendstilmotieven, waaronder vierkantje en zweepslag. Het hek geeft toegang tot de garage, gebouwd van hout en rode machinale baksteen. Op de rechterhoek is een betonnen taps toelopende veelhoekige zuil geplaatst. Boven de gootlijst met bewerkte klosjes bevindt zich een plat dak.

Hierachter staat een lagere huisaanbouw onder zadeldak met rode leien en een deel met zwarte leien.

Aan de linkerzijde is het pand door een deels recent vernieuwde muur met garagedeuren verbonden aan nummer 71.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het woonhuis is van belang vanwege de vroegere functie en vanwege de ligging en gaafheid.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 4821

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : W.M. Heijnen

Adres : Hulsdonksestraat 73

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/10 november 1993

KADE 21

Typering

Een basilicale kruiskerk met twee noordtorens, zijabsiden, een vieringtoren en een halfrond gesloten absis met lagere, halfronde zijkapellen.

De zadel- en lessenaardaken zijn gedekt met kunstleien.

Historische omschrijving

Omdat de parochiekerk Johannes de Doper te klein was geworden voor het gegroeide aantal Roosendalers kregen de Redemptoristen in 1867 toestemming van de bisschop van Breda om zich te Roosendaal te vestigen en er een kerk te bouwen. De eerst gebouwde noodkerk uit 1868 werd vervangen door de huidige kerk, die ingewijd werd op 19 oktober 1874. De architect van de kerk was de uit Amsterdam afkomstige Th. Asseler.

De stijlkeuze viel op Romaans-Byzantijns, omdat deze stijlperiode binding had met de verering door de Redemptoristen van de icoon van O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Zij werd tevens de schutspatrones van de kerk.

In 1903 werd er een bakstenen tuinmuur om het complex gebouwd.

Tussen 1907 en 1909 werd de kerk onder toezicht van architekt P. Cuypers verbouwd door de Roosendaalse architect A. de Bruin, de kerk werd verlengd met drie en een halve travee en voorzien van een vieringtoren. De kooromgang verdween. De oorspronkelijke interieurschilderingen werden in 1910-1912 vervangen. De schilder A. Damen maakte daarenboven naar ontwerp van Cuypers ook de kruiswegstaties, die nadien aan de Fatimakerk geschonken werden.

Het merendeel van de oorspronkelijke glas-in-loodramen werd in 1944 verwoest door oorlogshandelingen.

Tussen 1963 en 1968 vond er een ingrijpende restauratie plaats onder leiding van architect Jac. Hurks. De fundering van de kolommen werd verbeterd, de vloer werd vernieuwd en de beschilderingen werden overgeverfd.

Omschrijving exterieur

De niet georiënteerde kerk heeft een voorgevel evenwijdig aan de straat, de Kade. De gevels zijn boven de hardstenen plint opgetrokken uit bruine handgevormde baksteen, de decoratieve onderdelen van gele baksteen en witte natuursteen.

De torens flankeren de risalerende topgevel met hoofdportaal. Links en rechts van de torens een uitbouw met blinde boog en een rondboogpoortje met klimmend rondboogfries in het metselwerk.

De smalle vierkante torens bestaan uit vier geledingen van verschillende hoogte. De eerste twee hebben verspringend geplaatste rondboogramen met afzaat, de derde heeft in een blinde boog twee rondbogen met daarboven een ronde muuropening. De tweede en derde geleding worden afgesloten door een rondboogfries.

Alle bogen zijn gemetseld met afwisselend gele en bruine baksteen.

De geledingen worden onderscheiden door natuurstenen lijsten.

De bovenste geleding is achthoekig. Achterliggend ten opzichte van de rondbogen op natuurstenen zuiltjes met teerlingkapiteel eveneens rondboog openingen (galmgaten), er boven verdiepte cirkels onder puntgevels, daarboven een achtzijdige spits met gedecoreerd ijzeren kruis.

Het middengedeelte heeft in een rondboogportiek met hardstenen stoep een gevernist houten vleugeldeur met snijwerk rond en in de cassetten.

Naast de deur houten stijlen met sierkapiteel, boven de deur een bewerkte latei en een halfrond reliëfwerk met Neo-Renaissance ranken waaraan met koorden een wapenschild met tekst en bladmotieven is opgehangen. De tekst luidt; "Beata Maria Virgini de Perpetuo Succursu".

Het portaal heeft aan beide zijden drie hardstenen zuiltjes, met vierkante basis, ring en teerlingkapiteel, waarop achtereenvolgens een boog met parel koord- en zigzagrand. Ter hoogte van de kapitelen bewerkte hardstenen consoles van de bakstenen overhuiving met afgeronde tuit en gesculpteerd kruis. In de archivolt een sierrand.

Boven het portaal een rondboogarcade met zes ramen met afzaat tussen zuiltjes met teerlingkapiteel. De vier middelste ramen hebben glas-in-loodbeglazing, de buitenste ramen zijn dichtgemetseld.

Vanaf de arcade lisenen die onder de lijst van de afgeronde topgevel eindigen in een klimmend rondboogfries met bewerkte natuurstenen consoles. In het muurveld een roosvenster met in het natuursteenwerk uitgespaard gotiserende vormen met glas-in-loodbeglazing en een bakstenen sierrand.

Op de nok een gesculpteerd kruis in dezelfde vorm, maar groter als bij het hoofdportaal.

Door de verbouwing in 1907-1909 is de kerk zeer langgerekt geworden. Voor het brede hoge transept van twee traveeën telt de kerk zes traveeën, daarachter drie-en een halve travee en daarna de lagere absis.

Rechts, na de toren, een rijkbewerkte rondboogdeur in portiek.

De deur is voorzien van diamantkopcassetten en sierbeslag.

Zowel in de zijbeuken als in de lichtbeuk zijn spaarvelden met rondboogfries aangebracht en een sierlijst onder de dakgoot. In de zijbeuken zijn gekoppelde rondboogramen en in de lichtbeuk drie gekoppelde vensters waarvan het middelste het hoogste is, de vensters zijn voorzien van afzaten, glas-in-lood en een uitgemetselde koppenrand rond de boog. De muurgeleding is hetzelfde bij de zijabsiden in de zijgevel en in het transept.

Tussen de puntgevels van het transept bevindt zich de achthoekige vieringtoren. In de spaarvelden met rondboogfries zijn er ronde vensters met maaswerk en glas-in-loodbeglazing.

In de achtzijdige spits, met kruis en weerhaan, dakkapellen onder zadeldak. In het dakvlak van het schip zijn kleine dakkapellen met driepasdecoratie onder zadeldak aangebracht.

Na het transept staat haaks op de hoofdmassa een rechthoekige aanbouw van twee bouwlagen onder een schilddak, met identieke geleding en vormgeving als de kerk.

De achtergevel heeft een rondgesloten absis met zeven hoge rondboogramen in spaarvelden met rondboogfries. Eenzelfde muurgeleding bij de veel lagere halfronde zijkapellen met elk drie rondbogige openingen, waarvan de middelste is dicht gemetseld.

Omschrijving interieur

De wanden en plafonds zijn gepleisterd en crèmekleurig geschilderd. Schip en zijbeuken worden gescheiden door zuilen van Naamse steen met teerlingkapiteel. De wandopbouw; boven de rondbogen een schijntriforium met zuiltjes; daar boven in de afsluitende rondboog de ramen van de lichtbeuk. Zijbeuken en middenschip worden afgesloten door tongewelven, voorzien van opgelegde kruisribben en banden. Op de kruising van de ribben een ronde sluitsteen.

In de muren zijn wijkruisen opgenomen, dit zijn ronde geëmailleerde platen, wit met een rood kruis en een zwarte rand. Er resteren ter hoogte van het orgel nog kleine stukken figuratieve muurbeschildering.

In de zijbeuken zijn acht biechtstoelen gebouwd, deze zijn uitgevoerd in bewerkt hout met glas-in-loodramen, de biechtstoelen zijn geheel gesloten.

De vloer in het schip en de zijbeuken is vernieuwd, de vloer van de absis en omgeving is nog origineel, deze vloer is uitgevoerd in geel en wit granito met rode randen en gestileerde cirkels met bloemmotieven in verschillende kleuren marmer.

De aankleding van de kerk met altaren en beelden is zeer rijk. Van groot belang zijn de volgende onderdelen, met verfijnd beeldhouwwerk. De werken zijn merendeels grijs geschilderd.

- Het Neo-Romaanse hoofdaltaar, gesigneerd Camille Esser Weert fec. 1910. De koperen tabernakeldeur is mogelijk afkomstig van het oude altaar uit 1877.

- Het Neo-Romaanse zijaltaar toegewijd aan St. Jozef, van atelier Peeters uit Antwerpen uit 1909.

- Het Neo-Romaanse zijaltaar toegewijd aan de Heilige Familie, gemaakt in 1909 door het atalier Peeters.

- Het Neo-Romaanse zijaltaar toegewijd aan St. Alfonsus, 1909, atelier Peeters. De heilige Alfonsus van Liguori was ook schutspatroon van de kerk.

- Zijaltaar, toegewijd aan het Heilig Hart, uit 1909. Dit altaar werd ontworpen door R.P. Luyckx en uitgevoerd door de firma Van Bokhoven.

- In het schip vier beelden uit 1880-1884, grijs geschilderd met goudkleurige accenten. Het zijn beelden van de H. Anna, de H. Joachim, de H. Clemens Hofbauer en St. Antonius van Padua.

- In de Gerarduskapel het beeld van Gerardus uit 1893, de muurschildering in de kapel dateert uit 1945 en is van de hand van G. Mathot.

- Rechts van de Gerarduskapel twee glas-in-loodramen naar ontwerp van G. Mathot, uitgevoerd door P. Wiegersma in 1948.

- Het orgel uit 1894, dat diverse keren is verbouwd met de eikehouten orgelbalustrade uit ca. 1910-1912, mogelijk van A. Damen. De medaillons, met o.m. Cecelia en David, zijn beschilderd.

- In de Mariakapel bevindt zich de icoon van de O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand, daterend uit 1869. Maria en Kind zijn gekroond met een metalen kroon waarop vermoedelijk echte edelstenen. Hierbij hoort een schilderij van A. Damen, waarop de paus, een pater Redemptorist en een tekening van de icoon staan. Er is een marmeren altaar met een aan Maria gewijde tekst.

- Het houten beeld van de Piëta, door T.J.A. Cuypers uit Den Bosch, ca. 1880-1884.

- In de Mariakapel en de Gerarduskapel bevinden zich houten ex-votokasten met inhoud uit de late 19de eeuw. Bij beide kapellen hoort een bewerkt ijzeren sierhekwerk.

- In de kerk staan de oude kerkbanken die aan de zijkanten zijn voorzien van Neo-Renaissance decoratie in papier stuc.

- Onder de vieringkoepel bevindt zich het Altare pro Populo uit 1964, gebeeldhouwd door Niels Steenbergen, hierin het gebeente van de twee martelaren te Oeganda, die in 1866 op de brandstapel om het leven kwamen.

- Sinds 1985 bezit de kerk drie marmeren Neo-Gotische beelden uit de 19de eeuw, van Christus, Johannes en Maria, deze beelden zijn afkomstig van de fam. Dreesmann uit Amsterdam.

Daarnaast heeft de kerk nog vele Neo-Romaanse koperen kaarsenstandaards, hostiehouders, houten engelenbeelden uit ca. 1930 en latere decoratieve toevoegingen.

Redengevende omschrijving

De O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstandskerk (Paterskerk) uit 1874 is van belang als voorbeeld van de Romaans-Bijzantijnse stijl in het oeuvre van Th. Asseler en bovendien heeft de kerk sociaal-historische waarde.

* met dank aan de Stichting Kerkelijk Kunstbezit te Utrecht

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4979

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Succursaalkerk "Onze Lieve Vrouw"

Adres : Kade 23

Woonplaats : 4703 GA Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

KADE 23

Typering

Een twee en gedeeltelijk drielaags klooster met een onregelmatige U-vormige plattegrond waarop een samengesteld dak met kruispannen. Het naar de straat toegekeerde gedeelte in de stijl van de ernaast gelegen kerk, de andere gevels zijn zeer sober.

Tot het complex behoort ook de ommuurde kloosterhof.

Historische omschrijving

Het klooster werd gebouwd voor de paters Redemptoristen naar ontwerp van architect Van der Vaart.

In februari 1877 werd de eerste steen van het huidige gebouw gelegd. De bijbehorende kerk, toegewijd aan de O.L. Vrouwe van Altijddurende Bijstand, was reeds eerder gereed gekomen. De vensters in de achter- en zijgevels van het klooster zijn vereenvoudigd en deels uitgebroken en vergroot rond 1960, ook het interieur is aan de eisen van de tijd aangepast.

De monumentale waarde is vooral gelegen in het gaaf bewaarde bouwdeel naast de kerk. De bakstenen tuinmuur is gebouwd in 1903, deze muur schermt de tuin aan alle zijden af, de tuinaanleg stamt uit de bouwtijd van het klooster en de kerk.

Omschrijving exterieur

De gevels zijn opgetrokken uit baksteen.

De voorgevel van het kloostergedeelte naast de kerk wordt geleed door hoeklisenen eindigend in een klimmend rondboogfries, de puntgevel is aan de zijden afgeplat en heeft in het midden drie treden met een tandlijstdecoratie, de bovenste trede wordt bekroond door een hardstenen kruis, achter de topgevel een zadeldak.

De gevel heeft een bakstenen plint met rechthoekige luchtroostertjes, centraal een trap met drie uitpandige treden voor de paneeldeur in een rondboogportiek. De deur heeft een bovenlicht in rondboogvorm met romaanse houten tracering, deze tracering treft men ook aan de in bovenlichten van de rondboogvensters aan weerskanten van de deurpartij.

Deze ramen zijn, net als de overige vensters van de voorgevel, geheel voorzien van glas-in-lood. Alle vensters hebben hardstenen onderdorpels. Op de eerste verdieping drie gekoppelde rondboogvensters met afgeplat hardstenen deelzuiltje en afsluitende koppenlaag in lichtere kleur baksteen, ter plaatse van de zolderverdieping een driedelig rondboogvenster, daarboven een bakstenen cirkeldecoratie.

Nabij de topgevel gaan de lisenen langs de zijgevel over in een rondboogfries dat de topgevellijn voegt. De getrapt gemetselde topgevelbeëindiging wordt bekroond met een natuurstenen kruis.

In de zijgevels van dit kloostergedeelte gekoppelde rondboogvensters, die gedeeltelijk zijn dichtgemetseld. Bij de daklijn afwisselend topgevels en dakkapellen met driehoekig fronton. De laatste drie traveeën zijn hoger opgetrokken dan de voorgaande.

Links van de voorgevel een haakse eenlaagse aanbouw onder plat dak met gekoppelde rondboogvensters, die aansluiten op het transept van de kerk.

De achtergevel bestaat uit een blind gedeelte met aangebouwd een lager risalerend deel onder zadeldak met kruis op de nok. Boven de kelderdeur een rondboograam met tracering en glas-in-loodbeglazing. In een rondboognis drie dichtgemetselde rondboogramen, bij de nok een klein staand raam met natuurstenen werken aan onder- en bovenzijde.

De vormgeving van de overige gevels is zeer sober, naar de tuin toe sluiten twee bouwdelen in L-vorm aan op het bovenbeschreven deel. Boven de risalerende bakstenen plint vier traveeën in het haakse deel en zeven traveeën in het parallelle deel. De drie bouwlagen hebben vensters van afnemende hoogte, op de begane grond en de eerste etage getoogde schuifvensters, vlak onder de dakrand slechts licht getoogde vensters. Onder de daklijst een gemetselde sierlijst.

In het haaks aangebouwde gedeelte in het midden een gevelsteen met de volgende tekst: "PetrUs OoMen BeoUIn GLaLI hUnG - hI- DIeUs IcGiz".

Voor dit bouwdeel staat een wit stenen Mariabeeldje op een bakstenen sokkel. Maria heeft de handen gevouwen, rond het hoofd een metalen aureool.

In de achtergevel van het parallelle deel drie brede vernieuwde vensters en in het dakvlak een dakkapel onder zadeldak. De zijgevel van dit deel heeft een andere gevelindeling en is tweelaags, voorzien van getoogde T-vensters.

Omschrijving interieur

In de gang tussen de kerk en het klooster bevinden zich enkele waardevolle heiligenbeelden uit de 19de eeuw.

- Een ca. 180 cm. hoog gepolychromeerd houten beeld van Maria met sluier en Kind, beide met metalen kroon waarop stenen.

- Een kruisbeeld met Corpus van lindehout.

- Een wit marmeren beeld van ca. 128 cm. hoog, in 1985 verworven van de familie Dreesmann uit Amsterdam, voorstellende Maria die het Kind voor zich uit houdt.

De bakstenen tuinmuur uit 1903 heeft een ezelsrugafdekking en wordt geleed door baksteen staanders en verdiepte velden met tandlijst.

De kloostertuin is aangelegd met slingerende grindpaden. Er is een kleine vijver en een deel is ingericht als moestuin. Ook is er een tuingedeelte met bloemen en hagen; rozen, rhododendrons, liguster en buxus.

In de tuin een vooroorlogs beeld van gewapend beton voorstellend de gekruisigde Christus. Er staan diverse oude loofbomen, zoals bij de vijver een treurwilg met een omtrek van 2,5 meter.

Bij de tuinmuren staan omvangrijke bomen o.a. twee beuken met een omtrek van 3 meter, bovendien lindebomen, essen, beuken, een walnoot, een esdoorn en kastanjebomen.

Redengevende omschrijving

Het klooster is van belang vanwege sociaalhistorische waarde en de Neo-Romaanse stijl.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4979

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Succursaalkerk "Onze Lieve Vrouw"

Adres : Kade 23

Woonplaats : 4703 GA Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

KADE 65

Typering

Een tweelaags pand van vier traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een zadeldak gedekt met zwarte kruispannen, de nok is evenwijdig aan de voorgevel.

Historische omschrijving

Het pand is rond 1890 gebouwd. Er was een café en een paardenhandel in ondergebracht, op de bovenverdieping een woonhuis. Wellicht stond op dezelfde plaats eerder een woonhuis waarvan gedeelten in het huidige pand zijn opgenomen.

Op het achtererf kon vee gestald worden.

Tussen 1910 en 1915 zijn de ramen op de begane grond uitgebroken en vergroot, wellicht dat men toen het dakvlak aan de straatzijde met zwarte kruispannen heeft belegd, terwijl de rode oud hollandse pannen aan de achterzijde gehandhaafd bleven. Het pand heeft nog de oorspronkelijke horeca en woonfunctie.

Omschrijving exterieur

Het pand heeft een donkergrijs gepleisterde plint.

De gevel is op de begane grond geblokt gepleisterd, daarboven is de gevel vlak afgewerkt.

De paneeldeur met bovenlicht is vernieuwd.

Op de begane grond zijn aan de linkerzijde van de gevel twee brede schuifvensters met een deelroede en in het bovenlicht twee verticale deelroeden.

Onder de geschilderde kozijnen hardstenen dorpels, boven de vensters ijzeren lateien met sierrozetten.

Rechts van de deur een smal schuifvenster. Ter hoogte van de balklagen op de begane grond en de eerste etage zijn er in het gevelvlak kleine steekankers afgewisseld met grote rechte schietankers.

Tussen profiellijsten ter hoogte van de borstwering de met zwarte hoofdletters geschilderde tekst: "J. Boonen Café De Veestallen".

Op de verdieping vier vensterassen met witgeschilderde openslaande T-vensters, onder de vensters hardstenen dorpels. Boven de ramen een profiellijst en een vlakgepleisterd fries. De houten geprofileerde goot is ruim uitkragend.

De rechter zijgevel is van handvorm baksteen gemetseld en heeft x-vormige muurankers. De achtergevel is deels grauw gepleisterd.

Het pand verkeert in goede staat.

Omschrijving interieur

Links van de toegangsdeur, achter de grote vensters, is het cafégedeelte. Aan de binnenzijde van de ramen aan de straatzijde zijn getoogde glasin-lood panelen geplaatst.

Van belang is ook het oude balken plafond, de afmetingen van de balken doen vermoeden dat ze deel waren van een oudere bouwkern.

Redengevende omschrijving

Het eenvoudige pand is vooral van sociaal-historisch belang vanwege de functie in het verleden en vanwege het interieur.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 5120

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.E.A. Boonen

Adres : Kade 65

Woonplaats : 4703 GD Roosendaal

Opname gegevens : 12 maart 1991/25 oktober 1994

KALSDONKSESTRAAT 89

Typering

Het betreft een twee- tot drielaags gebouw met monumentale frontgevel, aangebouwde kapel en rectorswoning en zijvleugels, gegroepeerd rondom twee binnenhoven. De stijl van het geheel behoort tot de Neo-Gotiek.

Historische omschrijving

Het gebouw werd als het ziekenhuis Charitas gebouwd in 1904. Als architect werd de uit Hilversum afkomstige N.J.H. van Groenendael aangetrokken. Rechts van de voorgevel bevindt zich een tussenlid en een voormalige rectorswoning, die waarschijnlijk later zijn aangebouwd. Het gebouw doet heden dienst als bejaardentehuis. Bij verbouwingen is het gehele interieur verbouwd. Bij de kapel is ook deels het exterieur gewijzigd. De hoofdentree is eveneens vergroot. De dakbedekking is vernieuwd

Omschrijving exterieur

De tweelaagse voorgevel bestaat uit een sterk gelede verdeling met hoek, midden en entreerisalieten in een symmetrische travee-verdeling van vijf-vijf-vier-drie. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen met speklagen van gele verblendsteen.

In de boogvelden van de vensters vindt men diverse mozaiëkpatronen in gele en rode baksteen.

Dorpels en afwerkbanden zijn van hardsteen.

Op de zadeldaken liggen leien van ruberoid.

De hoekrisalieten vormen met hun dwars geplaatste zadeldak tevens de aanzet tot de zijvleugels er achter.

De vensters zijn hier en in de overige delen zesdelig en hebben wit geschilderde kozijnen. Boven de ramen zijn spitsboogvelden met afwisselende metselwerkmozaïeken. Deze zijn spiegelbeeldig aan elkaar gelijk. In de linkerhoekrisaliet bevindt zich in het midden een geverniste paneeldeur met snijwerk en een bovenlicht met een dubbele spitsboog. In de topgevel bevinden zich drie lagere zesruits vensters en daar boven twee kleine spitsboograampjes. De topgevel is afgewerkt met hardstenen blokken en een overhoeks geplaatste pinakel met getrapte tuit. In de geveldelen hierna bevinden zich twee lagen van vijf vensterassen en onder de goot een dubbele sierlijst in gele baksteen. Tevens zijn er drie dakkapellen met schilddak en bolpiron.

De middenrisaliet heeft een lager dak. Vier traveeën met vensterindeling zoals de overige omsluiten aan weerskanten de verder uitkragende entree met trapgevel. De entree is gewijzigd. Hier boven bevinden zich drie vensters, in de topgevel twee met een blindnis er tussen. Deze hebben diepere dagkanten dan de overige ramen. Boven de blinde nis een ruitvormig geel baksteen patroon. Boven op de trapgevel prijkt een kruis.

Links van de hier boven beschreven voorgevel bevindt zich de aangebouwde driebeukige kapel van bruine machinale baksteen met sierlijsten onder de goot en ander siermetselwerk in geometrische patronen. De kapel heeft een kruisvorm en heeft een driezijdig gesloten absis. In de oksel van transept en absis vindt men lagere zijkapellen.

Op het zadeldak van het middenschip staat een achthoekige dakruiter met spits en kruis. De muren worden geleed door steunberen met versnijdingen en afzaat. In de zijbeuken bevinden zich steeds twee, in de lichtbeuk steeds drie spitsboogramen per travee. De vensters zijn aan de onderzijde sterk uitgebouwd en veranderd. Drie spitsboogramen van de absis zijn dichtgemetseld. Het schip bestaat uit zes traveeën, met een aangebouwde lagere travee met uitgebouwd ingangsportaal.

Dit lage gebouwtje met tentdak heeft een vleugeldeur met kruisen aan weerskanten. Het heeft een kruisgewelf en schoon metselwerk.

Rechts van de hier boven beschreven voorgevel bevinden zich twee aangebouwde delen. Het eerste is een tussenlid dat het hoofdgebouw met de rectorswoning verbindt. Deze bevindt zich bovengronds op de eerste etage. Het rust op stalen lateien met troggewelfjes. De trap in het inwendige wordt aangegeven door een trapsgewijs opklimmende band van groen geglazuurde profielsteen.

De voormalige rectorswoning is tweelaags en telt vier traveeën.

Het dak is plat en heeft zijschilden met leien in maasdekking.

De vensters hebben spitsbogige gevelvelden met metselmozaïek.

De kapverdieping heeft vier smalle tweelichts ruiten met spitsboogjes en lisenen met een baksteen balustrade. De indeling van zij- en achtergevels komt hiermee overeen.

In de linkergevel bevindt zich een semi-klampdeur.

De rechterzijvleugel begint met een trapgevel tussen twee torens, een voor en één achter. Deze vleugel is drielaags, de vensters nemen in hoogte af bij de verdiepingen. De vormgeving en indeling komt overeen met de voorgevel. De gevel wordt verder geleed door een lage trapgevel en op de rechterhoek door een risaliet met een trapgevel. De vensters, met name in de laatstgenoemde, bestaan uit reeksen smalle gekoppelde spitsboogramen. In het dak bevinden zich twee rijen dakkapellen met schilddak en piron. De bovenste rij heeft een aanzienlijk kleiner formaat.

De linkerzijvleugel komt hiermee deels overeen, met trapgevels en (enkele rij) dakkapellen. Op het binnenterrein ziet men dat de vensters aanzienlijk groter zijn onder corresponderende bredere bogen. De enkele rij vierruits dakkapellen met schilddak is fors van opzet.

De achtergevel, het deel tussen de zijvleugels na de binnenhoven, heeft een eenvoudige opzet. Het tweelaagse deel heeft vernieuwde vensters onder een hardstenen latei. De uitkragende gootlijst rust op klosjes. In het dakschild bevinden zich dakkapellen met een getoogd dak. Op het dak staat een klokketoren op vierkante basis met een helmvormig dak.

Op het achterterrein is een rij krimlindes van belang.

Het voormalige ziekenhuis wordt nog deels afgesloten door het oorspronkelijke bewerkte smeedijzeren hek van 1,80 meter hoog.

Redengevende omschrijving

Het voormalige ziekenhuis Charitas is van belang als voorbeeld van een culturele en geestelijke ontwikkeling en als gebouw als voorbeeld van een typologische ontwikkeling.

Architectuurhistorisch is het pand van belang in het oeuvre van de architect en stilistisch vanwege de Neo-Gotische stijl. Het is van belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp en van bijzondere betekenis voor het aanzien van Roosendaal.

KERKPLEIN 1

Typering

Een vrijstaand kerkgebouw op een kruispunt van wegen in het hart van het kerkdorp Nispen. De kerk is van het basilicale type met een schijntransept, met zadel- en lessenaardaken waarop leien in Maasdekking. In de vorm van narthex is een voorportaal, een zijportaal en een kapel aangebouwd, aansluitend een uitspringende toren op vierkant grondvlak met torenspits waarop leien in Maasdekking.

Historische omschrijving

De kerk staat waarschijnlijk op dezelfde plaats waar de eerste kerk van Nispen in 1157 is gebouwd en vervangt een kerk die daar gestaan heeft van de 17e eeuw tot 1930 toen het kerkbestuur de oude kerk liet afbreken. De zeventiende eeuwse toren met spits uit de negentiende eeuw werd toen gerestaureerd.

De nieuwe kerk, een ontwerp van J. Cuypers, werd 23 april 1931 geconsacreerd en in gebruik genomen, de kerk werd toegewijd aan Maria Hemelvaart.

Het in de voorgevel opgenomen beeld van Maria dateert ook uit 1930 en werd geleverd door de Kunsthandel J. Cuypers.

In 1940 werd de kerk bij oorlogshandelingen beschadigd, maar de schade kon worden hersteld. De toren werd in 1944 door de Duitsers opgeblazen en was geheel verwoest.

In opdracht van het kerkbestuur werd er in 1958 een nieuwe toren gebouwd, naar ontwerp van architect J. Elst, deze toren staat op dezelfde plaats als de voorgaande. Aan kerk en toren zijn later nagenoeg geen verbouwingen meer uitgevoerd. De kerk vervult nog altijd een parochiale functie.

Omschrijving exterieur

De gevels van de kerk zijn opgetrokken uit machinaal gevormde roodbruine baksteen met verdiepte lichtgrijze voeg. Het metselwerk wordt geleed door groepjes van drie koppen met roostertjes daartussen, deels zijn deze in gebruik als ventilatieroostertjes, het merendeel is echter zuiver versierend.

De voorgevel, westzijde.

Het zijportaal rechts heeft een keperboogvormige deur in dito portiek, afgezet met kalksteen speklagen. Drie keperboograampjes verlichten de ruimte onder het lessenaardak.

Het hoofdportaal staat centraal, ook met een keperboogvormige vleugeldeur met sierbeslag in een spitsbogige portiek, die afgezet is met kalkstenen speklagen.

De boogvulling is wit gepleisterd en van een geel geschilderd kruis voorzien. Boven het hoofdportaal een zadeldak.

De doopkapel aan de linkerzijde heeft een meervoudig schilddak, de muurvorm volgend, in de muur aan de straatzijde vier keperboograampjes.

Achter de narthex de opgaande voorgevel van de kerk, centraal voorzien van een klimmende reeks van vijf spitsboogramen bezet met glas-in-lood; de spitsbogen worden aan de bovenzijde geaccentueerd door een uitgemetselde rand.

In de topgevel geflankeerd door smalle vensters in spitsboognisjes een hoge spitsboognis met daarin een zandstenen beeld onder een zandstenen baldakijn voorstellende: Maria Hemelvaart.

De puntgevel heeft een staande rollaag als afwerking en een driehoekige uitmetseling waarboven een hardstenen kruis als bekroning.

De zijgevels bestaan uit zeven traveeën, gescheiden door schuin aflopende steunberen bij de zijbeuken en door lisenen met schuin aflopende steunberen bij het middenschip. De vensters hebben drie spitsboogvensters met glas-in-lood, waarvan het middelste venster het hoogste is.

De wit geschilderde gootlijsten worden gedragen door houten klossen.

De gootlijst van de zijbeuk wordt onderbroken door een schijntransept, ter breedte van een travee, het schijntransept heeft een zadeldak gedekt met leien.

In het dak van het middenschip drie kleine tweelichtsdakramen onder plat dak.

De achtergevel, oostzijde, wordt afgesloten door een vijfzijdige absis met spits dak en kruis, en twee absidiolen met schild/lessenaardaken.

De absis heeft een kooromgang met gebroken lessenaardak.

Tussen de absis en absidiool een hoge smalle bakstenen schoorsteen met siermetselwerk aan de bovenzijde.

De absidiolen zijn in gebruik als sacristie en bijsacristie.

De sacristie is toegankelijk via twee paneeldeuren.

De toren heeft een hardstenen plint en is verder opgetrokken uit roodbruine machinaal gevormde baksteen.

Aan de straatzijde van de toren een dubbele houten deur in segmentboogportiek.

In de hoge onderbouw van de toren diverse rechthoekige vensters met glas-in-loodramen.

In de bovenbouw van de toren in elke gevel gepaarde galmgaten onder rondboog, boven de galmgaten de wijzerplaten van het uurwerk.

De hoeken van de torenopbouw zijn afgezet met natuurstenen blokken, de bovenste iets hoger en afgerond opgewerkt.

De toren heeft een achtzijdige spits gedekt met leien in Maasdekking en een bekroning van een smeedijzeren kruis op een bol.

Omschrijving interieur

De narthexruimten zijn in geometrisch patroon met rode, grijze en zwarte tegels belegd. Door deze ruimten komt men in de kerk via een brede middendeur onder keperboog en twee smalle deuren onder keperboog en gedrukte keperboog.

De kerk is door bakstenen zuilen gedeeld in een driebeukige ruimte, het middenschip is twee keer zo breed als de zijbeuken door de hoog geplaatste ramen van het middenschip wordt de kerk verlicht.

Het middenschip rust op vierkante granieten zuilen, de voet is ruw bewerkt, de schacht is gepolijst. De aanzetstenen volgen de vorm van de spitsbogen vloeiend, ze zijn uitgevoerd als de scheibogen.

Tussen de trapsgewijs uitgemetselde bandribben zijn er rondlopende gewelven met driehoekige uitsparingen voor de vensters van de lichtbeuk, de bandribben hebben de vorm van een gedrukte spitsboog.

De zijbeuken hebben een ingenieus gemetseld gewelf dat steunt op de bandrib die van de aanzetsteen naar de zijmuur overgaat in een trapsgewijs gemetseld deel.

De vloeren van de kerkruimte zijn betegeld met steenrode vierkante tegels en donkerbruine tegels aan de kanten.

De binnenmuren van de kerk zijn uitgevoerd in schoon metselwerk, hier zijn de staties van de kruisweg ingewerkt.

Deze statiepanelen met keperboog zijn uitgevoerd in eikehout, de reliëfs zijn stemmig ingekleurd.

De biechtstoelen zijn eveneens uitgevoerd in sober gedecoreerd metselwerk en maken deel uit van de gemetselde wanden.

De westelijke binnengevel heeft een koorpartij met een modern orgel. De koortribune wordt gedragen door twee Toscaanse zuilen. Het koor heeft een vlakke vloer en een gemetselde borstwering in open siermetselwerk.

De hoge ramen van de voorgevel zijn dichtgemetseld tot blindnissen.

Rechts en links van de hoofdingang een wijwaterbakje in schelpmodel met wit kruis, uitgevoerd in Naamse steen. Op diverse plaatsen in de kerk wijkruisen in een vierkantvorm.

Een smeedijzeren sierhek sluit de doopkapel af.

Het priesterkoor in en voor de absis is verhoogd.

Voor het priesterkoor staan twee communiebanken met koorhekken. Het rechter opengewerkte bronzen hek heeft een medaillon met de afbeelding van Brood en Vissen, het linkerhek heeft een medaillon waarop een Pelikaan die zich in de borst pikt om jongen te voeden.

De triomfboog is voorzien van een beschildering met diverse heiligen. Op een geschaduwd lichtgeel fond een boerenman en een boerin, Lambertus en Willibrord, Maria en Johannes de Doper en bovenaan het Lam Gods omringd door de symbolen van de vier evangelisten. Links onder aan de triomfboog een bakstenen kuipmodel met een spitsboogdeur, de vijfkantige preekstoel, de zijkant afbeeldingen in reliëf van heiligen.

Voor de preekstoel een doopvont uit 1840, de vierkante voet, de vaasvormige stambaluster en de gewelfde schaal zijn van gepolijste Naamse Steen, het deksel met bol en kruis is van rood koper.

Rechts onder de triomfboog een houten beeld van Maria met het Heilig Hart, van de beeldhouwer A. van Genk.

Hier is ook een "eerste steen" aangebracht met de tekst: "Me posuit, J. van Spaandonk, 8-9-1930".

De vijfzijdige absis heeft een omgang en een eigen, kleinere triomfboog met beschildering.

In de absis staat het hoogaltaar. Aan de voet van het altaar staan twee rood koperen kandelaars van 1.10 meter hoog, vervaardigd omstreeks 1955.

De altaartafel is bekleed met een glasmozaïek in goud, groen en blauw met arabesken en druivetrossen, in het midden de verstrengelde letters: "X. P."

Het tabernakel is van rozegrijs marmer. Het heeft het opschrift: "Altare Privilegiatum Quotidianum Perpetuum". In de zijpanelen reliëfs met Het breken van het brood en de Bruiloft te Kana. Bij het tabernakel vier Neo-barokke processiekandelaars van zilver en gedeeltelijk verguld.

In het midden achter een gordijn de bronzen tabernakeldeuren, deze worden bewaakt door twee biddende koperen engelenfiguren.

Op de hoeken van de bovenbouw twee engelen die een kaars dragen. In het midden twee engelen die de gekroonde voorhang met crucifix ophouden, de engelenfiguren zijn uitgevoerd in hout en hebben een pagekapsel.

Via de omgang komt men bij de deur van de sacristie, deze paneeldeur heeft een sierommetseling en een keperboogvormig veld met fries in reliëf met een engelenfiguur.

Tot de inventaris van de kerk behoort onder meer het volgende:

Diverse rijk bewerkte geel koperen kandelaars uit de 18de en 19de eeuw.

Twee rijen rechte eikehouten kerkbanken met emaille nummerplaatjes met zicht op het altaar.

Een lindehouten beeld van St. Jozef met bloeiende tak, A. van Genk, Antwerpen.

Goudkleurig vaandel: "H.Hart van Maria bid voor ons", uit 1888.

Goudkleurig vaandel: "H.Hart van Jezus Barmhartigheid", eind 19de eeuw.

Een missiekruis gedateerd 14 juni 1886.

Een polychroom laat 19de eeuws beeld van Maria met Rozenkrans.

Een beeld uit dezelfde tijd van St. Antonius van Padua, créme met goudkleur. Een smeedijzeren kaarsenkroon.

Een houten Heilig Hartbeeld van A. van Genk. (ca. 1885)

Een klein beeld van de H. Donatus gesigneerd: "Bruno Gerrits, Antwerpen 1931".

De oude windhaan van de toren.

Polychroom gipsen beeld op sokkel met engelenkopjes: H. Benedictus.

Beeld met bijbel, kelk en slang.

In de zijkapel rechts van de absis, die voorzien is van een stergewelf, gewijd aan de H. Donatus (ca. 1930) bevinden zich:

Een rijk bewerkte ijzeren kaarsenkroon uit ca. 1700.

Een altaar met Neo-barokke koperen kandelaars.

Een stenen beeld op sokkel met naam van de heilige, uitgerust in legertenue, met kruis in de linkerhand en opgeheven rechterhand.

Een spitsbogige achterwand met beschildering in oker en blauw, voorstellende donder en bliksem en een boerderij met kerk.

Op de onderrand een beschildering van gestileerd eikeloof.

De zijkapel, links van de absis, met stergewelf, is toegewijd aan Maria, er staat een wit beeld in van Maria Ten Hemelopneming.

De schildering op de achterwand toont de apostelen en een rand van rozen.

*Met dank aan de Stichting Kerkelijk Kunstbezit te Utrecht.

Redengevende omschrijving

De gave kerk uit 1931 is van belang in het oeuvre van J. Cuypers, door de laat-gotiserende trant, vanwege het gave interieur, vanwege de sociaal-historische waarde en gezien de silhouetwerking van de toren in het omringende land.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : F

nr. : 3186

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De parochie van de H. Maria Hemelvaart

Adres : Kerkplein 8

Woonplaats : 4709 BJ Nispen

Opname gegevens : 25 oktober 1994

LUDWIGSTRAAT 1

Typering

Het betreft een vrijstaande villa van in totaal drie bouwlagen, voorzien van een samengesteld parabooldak met zwarte geglazuurde Romaanse pannen en een tuin rondom.

Historische omschrijving

De villa werd in 1927 gebouwd als eerste villa in de Ludwigstraat. De architect Jac. Hurks bestemde het oorspronkelijk tot eigen woning en kantoor, maar koos uiteindelijk voor het eveneens door hem ontworpen pand Ludwigstraat nummer 2.

De voorgevel is tot ca. 1945 voorzien geweest van een sierlaag van gebeitste houten planken.

De villa vervult nog steeds de woonfunctie.

Omschrijving exterieur

De voorgevel aan de Ludwigstraat bestaat uit twee gedeelten. Aan de linkerzijde is op de hoek een tweedelig venster met een raam op de afgeschuinde hoek en openslaande ramen. Alle kozijnen van het huis zijn witgeschilderd. Rechts is een deel met een rechthoekig erkerraam.

De gevel is geheel opgetrokken in bruine machinale baksteen met een verdiepte donkergrijze voeg.

Voor het brede omgaande raam is een lage opgemetselde bloembak met vertanding opgesteld.

De hoek is afgeschuind en heeft een zigzag metseling.

Op de eerste etage is hierboven een lager vierdelig venster geplaatst met een ruit op de afgeschuinde hoek. Hierboven bevindt zich een uitkragende houten

lijst.

Rechts vindt men op de begane grond een rechthoekige erker met een driedelig raam aan de voorzijde afgedekt met overstek. Het metselwerk van de plantenbak loopt naar de erker toe schuin gewelfd omhoog. Rechts van dit raam bevindt zich de hoge rechthoekige schoorsteen, die aan de rechterzijde boven is voorzien van drie tussenzetsels en staand metselwerk bij de top. Boven de erker en boven het raam op de eerste verdieping links is de gevel in sierverband opgemetseld. Tot de bovendorpel van het centraal geplaatste tweelichtsvenster met ladderverdeling treft men pilasterachtige elementen aan met steeds een tussenruimte van één kop. De gevel eindigt als parabooltopgevel met een omgaande strekkenlaag. De topgevel boven het zolderraam is waaiervormig gemetseld.

De gevel aan de zijde van de Stationsstraat/Vincentiusstraat bestaat uit drie gedeelten.

Links het verst uitkragende eenlaags gedeelte, waarboven direct het binnenwaarts gewelfde parabooldak begint. In het midden het terugwijkende tweelaagse deel, waarin zich de entree bevindt. Het tweelaagse rechterdeel sluit aan bij de voorgevel.

In het linkerdeel bevinden zich hooggeplaatste vensters onder het overstek. In het midden bevindt zich de vernieuwde paneeldeur in een ondiep portiek. Links boven zijn zwarte tussenzetsels aangebracht, rechts een origineel hoog geplaatst glas-in-loodraam. Het glas-in-lood is in een harnas gevat van omgaande stijlen, vlak onder de overstek die als luifel van de deur en overstek van het raam dient. Voor de deur is een stoepje met rode en zwarte tegeltjes. Links van de deur is een borstweringsmuurtje, rechts een lage plantenbak met staand metselwerk.

Vlak onder de uitkragende gootlijst is op de eerste etage een omgaand laddervenster te vinden. Dit deel heeft een eigen steekkap in paraboolvorm. Op het dak is een schoorsteen met zigzag metselwerk geplaatst.

Het rechterdeel heeft een tweelichts raam dat aansluit op de afgeschuinde hoek van de voorgevel. Ditzelfde geldt voor het eenlichts raam op de eerste etage. Naast het raam bevinden zich tussenlagen van baksteen in een donkerder kleur.

In de achtergevel bevinden zich onder meer openslaande tuindeuren met een vernieuwd balkon daarboven. Verder vindt men er de originele laddervensters en een parabooltopgevel.

Naast de schoorsteen aan de linkergevel bevindt zich ter hoogte van het overstek een smal venster met een roedenverdeling in ruitpatroon.

De erfafscheiding wordt gevormd door een ligusterhaag.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De villa is van stedebouwkundig belang als onderdeel van een ensemble villa's en tuinen in de Ludwigstraat en mede vanwege de markante situering op de hoek van de Stationsstraat en de Ludwigstraat.

Het pand is van waarde in het oeuvre van architect Jac. Hurks.

De villa is een stijlzuiver voorbeeld van de Amsterdamse School.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 3181

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : W.J.G.M. van Woerden

Adres : Ludwigstraat 1

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 10 november 1993

LUDWIGSTRAAT 2

Typering

Het betreft een vrijstaande villa op de hoek Stationsstraat/Ludwigstraat met in totaal drie bouwlagen, voorzien van een samengesteld geknikt parabooldak met rode pannen en tuin rondom.

Historische omschrijving

De villa werd in 1929 gebouwd naar ontwerp van de architect Jac. Hurks, die het bestemde als eigen woning en kantoor. Hij woonde hier tot 1940. Veel van de glas-in-loodramen zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verdwenen. De villa vervult nog steeds de woonfunctie.

Omschrijving exterieur

De gevel aan de Ludwigstraat bestaat uit drie delen. Links is een eenlaags deel waarboven het binnenwaarts geknikte dak begint met een uitkragende houten gootlijst, vervolgens is er een centraal twee-en-eenhalflaags deel en het rechtergedeelte in twee lagen.

De gevel is geheel opgetrokken in bruine machinale baksteen met een verdiepte donkergrijze voeg.

Aan de linkerzijde bevinden zich twee vensters, een smal hoog eenruits en een breed drieruits. Zoals bij alle vensters is het kozijnwerk witgeschilderd. De kozijnen steken iets naar voren uit het muurwerk. Tussen de vensters zijn er ter hoogte van de bovendorpels vier tussenzetsels van vlakke plaatjes Naamse steen te zien. In de knik van het dak op de hoek is een tweelichts vierkant venster geplaatst, met erboven een uitkragende lijst.

Links in het centrale deel, op de begane grond, is een klein rechthoekig vensterraampje. Het metselwerk loopt hierboven door tot de hoogte van het evenwijdig aan de Ludwigstraat staande dak en de asymmetrisch geplaatste schoorsteen. De schoorsteen is links versierd met vertand metselwerk, twee betonnen tussenzetsels en staand metselwerk aan de kop. Dan volgt het paraboolboogportiek, dat geflankeerd wordt door twee vierkante gemetselde bloembakken. De geboorte van de boog wordt benadrukt door drie tussenzetsels van Naamse steen. De boog van het portiek wordt geaccentueerd door een uitgemetselde en verdiepte koppenlaag. Het stoepje is gemetseld en voorzien van vierkante rode en zwarte tegeltjes in een geometrisch patroon. De paneeldeur is gevernist en heeft uitgewerkte paraboolboogdecoratie en een trapeziumvormig venster. Aan weerszijden van de deur is een glaspaneel, vroeger gevuld met glas-in-lood. Boven het portiek, aan de onderzijde van het venster op de verdieping, is een houten bloembak met twee klosjes aan de linkerkant. Boven deze bloembak bevindt zich een laddervenster met glas-in-lood in lila, zachtgroene en oker tinten. Het glas is geplaatst in een harnas van vijf omlopende houten stijlen met links een halfrond klosje en een verticale stijl. Boven het glas-in-lood ligt een uitkragende lijst, doorgaand tot het metselwerk van de schoorsteen. Ter onderscheiding van de bouwdelen is er een drietal koppen uitgemetseld.

Het rechterdeel bestaat uit een hoekerker op de begane grond met opgemetseld balkon. De afgeschuinde hoek heeft een zigzag metseling. Omlopend is een bloembak met vertanding gemetseld. Een glaspaneeldeur rechts op de hoek geeft toegang tot het balkon. Tussen de bovendorpel en het dak is een uitkragende gootlijst.

De gevel aan de zijde van de Stationsstraat bestaat uit twee gedeelten. Het linkerdeel bestaat uit het vervolg van de erker en het balkon. Links op de hoek is een houten bloembak en een smal rechthoekig venster van de balkonkamer, waar boven de gootlijst omloopt. Naast het raam bevindt zich het vrijwel loodrecht geplaatste onderdeel van het dak, doorlopend tot de nokvorsten.

Het tweede deel bestaat uit een iets uitkragende parabooltopgevel. Op de begane grond bevindt zich een ondiepe vijfzijdige erker met opgemetseld balkon. De vensters zijn bij deze erker hoger dan die van de Ludwigstraat. De vleugeldeuren die toegang geven tot het balkon hebben een smal bovenlicht met glas-in-lood. Op de zolderetage is een tweelichtsvenster gedeeld door een halfrond balkje. Hierboven begint het waaiervormige metselwerk van de topgevel.

Rechts hiervan, iets terugspringend vanaf de rollaag boven de vleugeldeuren, is een schoorsteen geplaatst die gelijkvormig is als die aan de Ludwigstraat.

In de achtergevel treft men onder meer tweelichtsvensters met luiken en glas-in-lood aan en een erker met afgeschuinde zijden.

In de linkergevel bevindt zich onder meer de witte houten paneeldeur van het voormalige kantoor en een hoge schoorsteen.

De erfafscheiding rondom het huis wordt gevormd door een ligusterhaag.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De villa is van stedebouwkundig belang als onderdeel van een ensemble villa's en tuinen in de Ludwigstraat en mede vanwege de markante situering op de hoek van de Stationsstraat en de Ludwigstraat.

Het pand is van waarde in het oeuvre van architect Jac. Hurks.

De villa is een stijlzuiver voorbeeld van de Amsterdamse School.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 2296

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : H.J. Groenewegen en E.M. van den Heuvel

Adres : Ludwigstraat 2

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 15 maart 1991/10 november 1993

LUDWIGSTRAAT 3

Typering

Het betreft een vrijstaande villa van in totaal drie bouwlagen is voorzien van een haaks op de straat staand parabooldak met zowel rode als zwarte geglazuurde pannen, met tuin rondom.

Historische omschrijving

De villa is gebouwd in 1927 naar een ontwerp van de architect Jac. Hurks. In 1937 werd de kamer iets uitgebouwd. Een deel van de originele vensterindeling is in de loop der jaren vereenvoudigd. De oorspronkelijke houten gootlijsten zijn in circa 1985 voorzien van een donkere nieuwe betimmering. De villa vervult nog steeds de woonfunctie.

Omschrijving exterieur

De voorgevel bestaat uit twee gedeelten. In het linkergedeelte treft men de deur, aan de rechterkant is een erker geplaatst.

De gevel is opgetrokken in bruine machinale baksteen met een verdiepte donkergrijze voeg.

De vernieuwde paneeldeur heeft een stoepje met zwarte en gele tegeltjes. Rechts van de deur is een laag borstweringsmuurtje, bij de bovendorpel zijn vijf zwarte tussenzetsels toegevoegd. Links van de deur staat een opgemetselde plantenbak. Tevens is er aan de linkerzijde een iets uitkragend deel met vlak onder het overstek, die tevens als luifel van de deur dienst doet, alsmede een raam met origineel glas-in-loodwerk in een harnas gevat van drie omgaande houten stijlen. Zoals ook bij de rest van het huis is het kozijnwerk witgeschilderd.

Onder de onderdorpel van de vijfzijdige erker loopt verder over de gehele lengte een rollaag. Om de erker loopt bovendien een opgemetselde lage plantenbak. Boven het raam is een overkragende lijst. De voorgevel is verder symmetrisch opgebouwd rond een vertand overhoeks geplaatst pinakelachtig element dat vanaf de onderdorpel van de vensters op de eerste etage tot het middelste raampje op de zolder loopt. Op de eerste etage bevinden zich brede openslaande tweelichts vensters. Op de zolder wordt het raampje, dat met de driehoekige vorm meeloopt, aan de zijden geflankeerd door siermetselwerk en een laag breed venster, die elk onder een latei van grof grindbeton zijn geplaatst. De topgevel is waaiervormig gemetseld.

De linkergevel bestaat uit twee delen. Een smal eenlaags deel ter linkerzijde, waarbij het raampje van de voorgevel met de drie horizontale stijlen omloopt en onder een uitkragende gootlijst geplaatst is, waarna het dak begint. Het tweede deel heeft twee bouwlagen, kraagt uit en heeft een smalle deels vertand gemetselde hoekafschuining. In dit gedeelte bevindt zich het trapraam met origineel glas-in-lood in wit, rood en geel. Het is gevat in een harnas van brede verticale en smallere omgaande horizontale stijlen. Onder het trapraam is een hoog smal kelderlicht met tralies.

Boven het trapraam bevindt zich een uitkragend overstek.

De rechtergevel bestaat uit twee delen: links een eenlaags deel met een breed hoog raam onder een overstek. In het tweede, tweelaagse deel bevindt zich de hoge schoorsteen met betonnen tussenzetsels bij de top en een klein tweelichtsraam links daarvan. Rechts van de schoorsteen bevindt zich een grote uitgebouwde dakkapel met plat dak en breed overstek. Hieronder bevindt zich een eenlaags uitbouw met plat dak, de serre.

De erfafscheiding wordt gevormd door een ligusterhaag.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De villa is van stedebouwkundig belang als onderdeel van een ensemble villa's en tuinen in de Ludwigstraat.

Het pand is van waarde in het oeuvre van architect Jac. Hurks.

De villa is een stijlzuiver voorbeeld van de Amsterdamse School.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 3282

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : W.J.A. Braat

Adres : Ludwigstraat 3

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 15 maart 1991/10 november 1993

LUDWIGSTRAAT 5

Typering

Het betreft een vrijstaande villa van in totaal drie bouwlagen, voorzien van een parabooldak met rode pannen dat evenwijdig aan de straat staat, met tuin rondom.

Historische omschrijving

De villa is in 1927 gebouwd naar een ontwerp van Jac. Hurks. In de loop van de tijd zijn vele onderdelen van de vensters vereenvoudigd. De gootlijsten zijn van een nieuwe betimmering voorzien. Eind tachtiger jaren is de voorgevel voorzien van kunststof kozijnen, hetgeen aangemerkt mag worden als een verandering in negatieve zin. De villa vervult nog steeds de woonfunctie.

Omschrijving exterieur

De voorgevel bestaat uit drie gedeelten: een vrijwel symmetrische eenlaagse omlijsting van het uitkragende middengedeelte, bestaande uit de kap en de schoorstenen, alsmede twee tweelaagse gedeelten ter linker en ter rechterzijde.

De gevel is geheel opgetrokken in bruine machinale baksteen met een verdiepte donkergrijze voeg.

In de linkeromlijsting bevindt zich de originele paneeldeur met blokjes en glaspanelen, geplaatst in een diep portiek. Het stoepje is voorzien van rode en zwarte tegels. Het portiek is links voorzien van een baksteenpilaar, de rest is open. Na de uitkragende gootlijst rijst direct het dak omhoog. Dit is hetzelfde aan de rechterzijde, al is daar in plaats van

de deur een laddervenster geplaatst. Alle kozijnwerk van het huis is wit of witgeschilderd, boven en onder de dorpels zijn rollagen aangebracht.

Tegen de middentraveeën staan de uitkragende hoge schoorstenen geklemd. De schoorstenen zijn gedecoreerd door middel van uitgemetseld horizontale banden, gedeeltelijke vertande metseling en een betonnen afdekplaat met sierbollen.

Het linkergedeelte naast de schoorsteen springt terug. Het is voorzien van een groot vierkant venster met bovenlicht. Boven het venster rust een groot rechthoekig balkon op een betonnen bodemplaat. Deze wordt geaccentueerd door een witgeschilderde brede rand, die links steunt op een rechthoekige horizontale console. De linkerhoek van het balkon is vertand gemetseld. Op het balkon komen kunststof vleugeldeuren met glasvulling uit. Het opgemetselde gedeelte wordt afgesloten met een uitkragende gootlijst.

Naast dit deel bevindt zich op de begane grond een erker met afgeschuinde zijden. In de hoeken bevinden zich gemetselde plantenbakken. Boven het erkerraam met bovenlicht loopt de brede witgeschilderde band, die daarnaast te zien is als bodemplaat van het balkon.

Op de eerste etage bevindt zich eveneens een erker met afgeschuinde zijden, waarbij het metselwerk onder het raam een vertande bemetseling heeft. Boven de erker is een omlopende uitkragende gootlijst. Boven deze erker is er in het dakvlak een brede lage drielichts dakkapel uitgespaard. Het betreffen laddervensters die voorzien zijn van een breed dakoverstek.

In de linkergevel vindt men drie langwerpige smalle originele glas-in-loodpanelen voor het trapraam. In de topgevel diverse smalle raampjes en waaiervormig metselwerk in de topgevel.

In de rechtergevel vindt men op de begane grond drie laddervensters met glas-in-lood. Op de eerste etage een breed tweelichtsvenster met twee smalle zijramen ernaast. Het zolderraam bestaat uit twee venstertjes met een centraal geplaatste afgeronde middenbalk. De topgevel is gedecoreerd met waaiervormig metselwerk.

Achter het huis is een lange eenlaags aanbouw geplaatst onder een plat dak.

De erfafscheiding wordt gevormd door een lage berberishaag.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De villa is van stedebouwkundig belang als onderdeel van een ensemble villa's en tuinen in de Ludwigstraat.

Het pand is van waarde in het oeuvre van architect Jac. Hurks.

De villa is een stijlzuiver voorbeeld van de Amsterdamse School.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 2575

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : R.H. de Bruykere

Adres : Ludwigstraat 5

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 18 maart 1991/10 november 1993

LUDWIGSTRAAT 7 - 7A

Typering

Het betreft een vrijstaande dubbele villa met in totaal drie-en-een halve bouwlagen met een samengesteld dak met rode pannen en tuin rondom.

Historische omschrijving

De dubbele villa is in 1932 gebouwd naar een ontwerp van de architect Jac. Hurks. De vensterindeling is in de loop der jaren vereenvoudigd.

De woonfunctie is behouden gebleven.

Omschrijving exterieur

De voorgevel is gespiegeld om een as. In het midden is de entree en de zijdelen bestaan uit hoge topgevels.

De gevel is geheel opgebouwd uit machinale bruine baksteen met verdiepte donkergrijze voeg.

Onder een doorgaande houten overstek bevindt zich een rechthoekige erker, waar plantenbakken onder gemetseld zijn. Het kozijnwerk van dit venster is witgeschilderd.

Links van het raam van nummer 7A en rechts van 7 bevinden zich zwarte stenen horizontale tussenzetsels.

Na het overstek begint de opbouw van de topgevel. Iets naar binnen springend is op de eerste etage een kozijn in vier gedeelten geplaatst. De verbinding tussen de zijdelen en het centrale gedeelte

wordt gevormd door het halverwege geplaatste lage brede venster op de tweede etage.

De verbinding tussen de vensters wordt gelegd door een breed doorlopend houten gootoverstek. Boven het venster wordt het metselwerk nog een stukje rechthoekig afgewerkt, waarna het schuin omhoog gaat en zo de afsluiting vormt van de asymmetrische topgevel met haaks geplaatst zadeldak.

In de topgevel, waar zich de vliering bevindt, is een staand rechthoekig venster geplaatst.

In het middengedeelte bestaat de entree uit de originele geverniste rondboogpaneeldeur. De deur is voorzien van decoratie in de vorm van ruitjes met roeden en en halfcirkelvormig bovenlicht met spaakverdeling. Zowel in dit glas als in de omlijsting met verbindingsroeden vindt men het originele okergele glas-in-lood. De deur heeft een brede sieromlijsting door middel van zes koppenlagen en een uitkragend gemetselde koppenlaag.

Aan weerskanten hiervan zijn smalle hoge ramen geplaatst.

Boven de deur vindt men ter hoogte van de gekoppelde vierruitsvensters drie smalle hoge vensters. De lengte en hoogte hiervan wordt geaccentueerd door uitkragend overhoeks metselwerk met sierblokjes van tufsteen als consoles. De bovenzijde vindt de beëindiging in de vorm van houten blokjes aan de houten overstek. Aan weerskanten is er tevens een sleufvormige verdieping in het metselwerk aangebracht, met recht tufsteen blokje. Het middelste gedeelte van het overstek dient hier tevens als gootlijst van het hier evenwijdig aan de straat geplaatste zadeldak.

Op het dak is een korte nokschoorsteen aangebracht.

In de linkergevel treft men de toegang van huis nummer 7A aan. Dit is de originele geverniste paneeldeur met een halfrond raampje, een paraboolboog en zigzagdecoratie. Het stoepje is voorzien van zwarte en rode tegeltjes.

De deur is gesitueerd onder een brede houten luifel en steunt op een houten pilaar met geometrische decoratie. De overstek doet dienst als luifel. Boven dit deel bevindt zich, net als aan de andere zijgevel, een hoge punttopgevel. In de zijgevels bevinden zich nog diverse originele glas-in-loodvensters.

De erfafscheiding wordt gevormd door een ligusterhaag.

De dubbele villa verkeert in goede staat.

Omschrijving interieur

Het interieur van zowel huisnummer 7 als van 7A is vrijwel origineel.

Na de ingang van nummer 7 is er een kleine hal met liggend glas-in-lood raam met geometrisch motief. Via dit tochtportaal wordt de hal bereikt. Deze wordt gedomineerd door de grote steektrappenpartij. Deze is uitgevoerd in donkerhout en de balusters zijn voorzien van geometrische decoratie cilindervormige blokjes, asymmetrische rechthoekige vormen rechthoekige meanders.

Aan de rechterzijde van deze hal bevindt zich de deur naar de achterkamer. In de muur is een doorgeefluik geplaatst naar de vernieuwde keuken. Openslaande tuindeuren geven toegang tot de grote achtertuin. Ook deze kamer heeft net als de brede voorkamer aan de straatzijde een plafond in een rechthoekig patroon afgewerkt met donkere houten latten met knoppen op de kruispunten. Het patroon is zo gevormd, dat het centraal op het lichtpunt toeloopt.

Op de bovenverdieping bevindt zich een zijkamer met een originele schouw. Deze heeft zware bijna kubistische vormen en is bekleed met zwarte, oker en blauwgewolkte tegels.

Daarnaast zijn twee ruime kamers die elk een deur hebben naar de hiertussen geplaatste ruimte met toilettafel. De voorkamer bezit nog alle originele donkere houten inbouwkasten.

De badkamer aan de straatzijde is nieuw ingebouwd.

Hierboven bevindt zich nog een zolderverdieping.

Redengevende omschrijving

De dubbele villa is van stedebouwkundig belang als onderdeel van een ensemble villa's en tuinen in de Ludwigstraat.

Het pand is van waarde in het oeuvre van architect Jac. Hurks.

De villa vertoont elementen van de Amsterdamse School.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Ludwigstraat 7

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 2978

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : L.P.A. Pirée

Adres : Ludwigstraat 7

Woonplaats : Roosendaal

Ludwigstraat 7A

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 2977

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : J.B.C.M. Veraart en P.J.W.M. Bakx

Adres : Ludwigstraat 7A

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 maart 1991

LUDWIGSTRAAT 15

Typering

Het betreft een vrijstaande villa van twee bouwlagen, voorzien van een lijstgevel met een samengesteld parabooldak waarop zwarte geglazuurde pannen, evenwijdig aan de straat, met tuin rondom.

Historische omschrijving

De villa werd in 1930 gebouwd naar een ontwerp van de architect Jac. Hurks. De vensterindeling is in de loop van de jaren vereenvoudigd. In 1933 werd aan het pand een garage gebouwd.

De woonfunctie is behouden gebleven.

Omschrijving exterieur

De voorgevel is opgebouwd uit drie gedeelten: een tweelaags linkergedeelte, een risalerend middengedeelte met entree en een rechtergedeelte, waarbij na één bouwlaag het dak steil oprijst.

Het pand is geheel opgebouwd uit donkerbruine machinale baksteen met verdiepte donkergrijze voeg.

Links is tussen rollagen een vierdelig gekoppeld venster geplaatst. Het kozijnwerk is evenals dat van de rest van het pand witgeschilderd. Onder het venster bevinden zich gemetselde plantenbakken.

Op de eerste etage bevindt zich vlak onder de overstekende houten gootlijst een identiek raam.

Het smallere risalerende gedeelte heeft een paraboolboogportiek. De boog is afgezet met een sierrand en aan de bovenzijde meteen hoog doorgetrokken sluitsteenelement in de vorm van zwarte tussenzetsels.

Voor de deur bevindt zich een stoepje met rode en zwarte tegeltjes. De deur is de originele geverniste paneeldeur met een raam in paraboolvorm. De deur wordt geflankeerd door twee hoge smalle vensters.

Op de eerste etage bevindt zich direct onder de uitkragende daklijst een driedelig hoog venster, waar een houten bloembak onder geplaatst is. De risaliet heeft een eigen kap en eindschild in paraboolvorm.

Het rechtergedeelte beschikt over gemetselde plantenbakken en een erker met afgeschuinde zijden. Het raam is vlak onder de uitkragende daklijst geplaatst. In het dakvlak hierboven bevindt zich een hoog driedelig venster met een houten bloembak.

In de linkergevel bevindt zich onder meer een hoog langwerpig raam met glas-in-lood, in een harnas van houten stijlen met snijwerk. Voorts is er een originele paneeldeur met een stoepje van rode en zwarte tegeltjes. De deur is geplaatst onder een betonnen luifel die doorloopt tot en met de garage. Deze garage, welke is gerealiseerd in 1933, heeft houten deuren die aan de bovenzijde zijn voorzien van ramen met V-vormige roeden. De garage is via een deur in het portiek te bereiken.

In de rechtergevel treft men onder meer laddervensters met origineel glas-in-lood en een raam met een V-vormige roede. Aan deze zijde vindt men ook een doorlopende gemetselde plantenbak.

De erfafscheiding wordt gevormd door een nieuw houten hek met horizontaal latwerk. Dit element doet afbreuk aan de oorspronkelijke erfafscheiding, die naar alle waarschijnlijkheid uit een ligusterhaag zal hebben bestaan.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De villa is van stedebouwkundig belang als onderdeel van een ensemble villa's en tuinen in de Ludwigstraat.

Het pand is van waarde in het oeuvre van architect Jac. Hurks.

De villa is een stijlzuiver voorbeeld van de Amsterdamse School.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 2419

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : H.J. Voorderhaak

Adres : Ludwigstraat 15

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 18 maart 1991/10 november 1993

LUDWIGSTRAAT 32

Typering

Het betreft een grote vrijstaande tweelaagse villa, voorzien van een zadeldak met eindschilden en donkergrijze Romaanse pannen, met tuin rondom.

Historische omschrijving

De villa is in 1930 gebouwd naar een ontwerp van J. Hurks. In de loop van de tijd zijn enkele kozijnen vereenvoudigd. De villa vervult nog steeds de woonfunctie.

Omschrijving exterieur

De gevel is opgetrokken in machinale baksteen met verdiepte voeg. Deze is zwart tot en met de rollaag bij de onderdorpels, de rest is roodbruin.

De voorgevel heeft aan de linkerzijde een grote rechthoekige erker. Deze is omringd door een opgemetselde plantenbak.

De dorpels van deze en alle andere vensters zijn uitgevoerd in zwarte geglazuurde tegels en hebben aan de zijkanten twee staande bakstenen sierblokjes. De vensters hebben witgeschilderde stalen kozijnen. Op de begane grond zijn deze eenvoudig hoog en breed zonder decoratie.

De zijvensters in de erker hebben een verticale deelroede. Boven de vensters bevindt zich een smalle betonnen luifel met sierfrijnmotief.

Het brede raam in de rechterzijde van de voorgevel heeft aan de zijden verticale deelroeden.

Boven de erker bevindt zich een massief balkon met een afwerking van zwarte windveerpannen.

Naast de balkondeur bevinden zich twee smalle kozijnen. Deze deur en de kozijnen zijn aan de randen voorzien van een asymmetrisch patroon in de roedenverdeling. Dit patroon wordt herhaald in de overige vensters op de eerste etage, zoals het vierdelige brede raam direct boven de rechtertravee en in de zoldervensters.

Het dak is voorzien van een zeer breed overstek van wit geschilderd hout. Midden in het dakvlak bevindt zich een brede dakkapel met plat dak en vijf venstertjes.

De betonnen luifel van de erker zet zich in de linkergevel voort boven het aldaar geplaatste driedelige raam. De luifel buigt dan een stukje mee af via een kleine risaliet en stopt iets voorbij de hoek. Boven dit venster en deels boven de risaliet is een zeer breed vijfdelig venster geplaatst, vlak onder de brede houten overstek.

Het lage risalerende gedeelte vormt de inleiding tot de brede uitbouw met schoorsteen aan de rechterzijde van de volgende travee. Op de begane grond bevindt zich een luifel, als onderdeel van de brede doorgaande serre.

Rechtsboven de luifel bevindt zich de genoemde hoge rechthoekige schoorsteen met rechte dekplaat. De uitbouw heeft voorts pilastergewijs gemetselde delen met vijf hoge smalle glas-in-lood panelen ter verlichting van de trappenpartij. Dit deel met een plat dak heeft een uitkragende gootlijst op nog verder uitkragende afgeronde houten klosjes.

De serre heeft aaneengesloten langwerpige glaspanelen waarboven direct een stijl oprijzend dakvlak begint met dakpannen. Hierboven is het dak plat.

Boven de twee vensters van de rechtergevel bevindt zich een doorgaande betonnen luifel. Het raam links op de hoek is gezet als een iets uitkragende rechthoekige erker en heeft verticale deelroeden waardoor de zijpanelen geopend kunnen worden. Het venster aan de rechterkant is vijfdelig en heeft de beschreven asymmetrische roedenverdeling. Hiernaast bevindt zich de ingang. De paneeldeur heeft laddervensters.

De betonnen luifel loopt na de vensters door boven de deur en de hoek om bij de uitbouw. In deze uitbouw bevindt zich de garage met vernieuwde garagedeuren en de smalle betonnen luifel er boven. Boven de garage is een groot balkon gebouwd met massieve hoge bakstenen ombouw.

Op de eerste etage bevindt zich links een tweedelig venster, een smal vierdelig (badkamer)raam, naast het balkon een langwerpig raam, een balkondeur en nog een langwerpig raam. Boven deze vensters bevindt zich een breed houten overstek. In het dakvlak is een brede dakkapel geplaatst met zes venstertjes onder plat dak.

De uit die tijd daterende erfafscheiding wordt gevormd door een ligusterhaag en een taxushaag.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De villa in de stijl van Frank Lloyd Wright is van stedebouwkundig belang als onderdeel van een ensemble villa's en tuinen in de Ludwigstraat. Het pand is van waarde in het oeuvre van J. Hurks.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 2556

Soort recht : volle eigendom/recht van vruchtgebruik

Gerechtigde : E.M.J. Commissaris

Adres : Ludwigstraat 32

Woonplaats : Roosendaal

Soort recht : eigendom belast met vruchtgebruik

Gerechtigde : W.J.A.C. Rademakers

Adres : Van Houtenstraat 33

Woonplaats : Bergen op Zoom

Gerechtigde : F.A.A.M. Rademakers

Adres : Burgemeester Eliënstraat 3

Woonplaats : Veghel

Gerechtigde : A.A.C.C. Rademakers

Adres : Brugstraat 38

Woonplaats : Roosendaal

Gerechtigde : S.M.S.R. Rademakers

Adres : Daelenbroekweg 77

Woonplaats : Herkenbosch

Opname gegevens : 8 september 1991/10 november 1993

MARKT 3

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van lijstgevel met een zadeldak evenwijdig aan de voorgevel, voorzien van verbeterde hollandse pannen.

Historische omschrijving

Het casco bestond al in 1823, toen ter plaatse kruidenierswaren werden verhandeld. Rond 1777 heeft er een pand met trapgevel gestaan. De huidige lijstgevel is mogelijk te dateren rond 1860. Van 1886 tot 1892 was het een winkel in serviesgoed. In 1892 werd het huis verbouwd en geheel als woonhuis in gebruik genomen. Uit dat jaar dateert de onderbouw. Van 1917 tot 1919 was het Belgisch consulaat er gevestigd en in de jaren 1928-1929 een advocatenkantoor. In de tussenliggende tijd en daarna is het pand als woning gebruikt.

Onduidelijk is of admiraal Loncke in een voorganger van het pand ter plaatse is geboren.

De architect van het pand is niet bekend.

Omschrijving exterieur

De gevel is onder te verdelen in een onderbouw of pui van één bouwlaag en een bovenbouw bestaande uit een woonlaag alsmede het dak.

De pui of onderbouw is geheel van gefrijnde hardsteen. De rechte plint is voorzien van een gewelfde afschuining aan de bovenzijde en is links onderbroken voor een schoenenschraper, waarvan de stang verdwenen is. In de linker travee bevindt zich de originele witgeschilderde paneeldeur. In de trede tot de toegang bevindt zich een ijzeren staafrooster.

In het bovenpaneel van de deur is een langwerpige opening, die wordt afgeschermd door een dubbel ijzeren rooster met eenvoudig siermotief. Het onderpaneel is voorts voorzien van een grote margrietvormige rozet waaromheen kleine halve en hele rozetten alsmede Vlaamse Renaissance-wortels. In het bovenlicht bevindt zich vernieuwd glas-in-lood evenals in de witgeschilderde schuifvensters. De deur en de vensters worden omlijst door driekwart uitgewerkte slanke zuiltjes. Deze zijn, tot de onderbrekende sierlijst met afronding op 1.58 m. hoogte, voorzien van band- en rolwerk. De pui is verder opgebouwd uit hardstenen blokken.

Ter hoogte van de ringen en de dekplaat van de zuilen is er een liggende diamantkop. Hierboven is over de gehele gevelbreedte een brede hardstenen sierlijst als vensterfries, voorzien van eierlijst. Het fries is aan de zijkanten ingevuld met een vierkant paneel met rolwerk en knoppen, hier tussen in bevindt zich een rij van elf schelpvormige motieven met rozet. De zwikken zijn gevuld met eikebladmotief.

De bovenbouw bestaat uit bruin-rood geschilderde handvorm baksteen en drie crème-witte vensters met vernieuwd glas-in-lood bovenlicht. Het witte fries onder de gootlijst is voorzien van drie ruitpatronen.

Een negatief element is, dat het dakvlak links is onderbroken door een dakkapel met platdak uit 1971.

Aan de linkerzijde heeft het pand een kleine brandmuur, terwijl aan de rechterzijde de brandmuur ontbreekt.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Dit pand is vooral van belang vanwege de zeldzame en gave hardstenen pui in Neo-Renaissancestijl.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4891

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.A. Visser

Adres : Markt 3

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 5 oktober 1990/29 januari 1992

MARKT 7

Typering

Het betreft een drielaags pand van vier traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met een zadeldak, evenwijdig aan de voorgevel, en leien in maasdekking.

Historische omschrijving

De voorganger van dit pand werd in 1903 geheel afgebroken. Het huidige pand werd in 1903 in opdracht van notaris J. Mertens opgetrokken als herenhuis en notariskantoor. De architect is onbekend. Tot 1917 bleef het in gebruik als kantoor, de woonbestemming bleef gehandhaafd tot 1935. Daarna is het aanvankelijk een brood-en banketbakkerij met lunchroom en later hotel geweest. Vanaf 1969 tot op heden is in het pand een café ondergebracht.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint loopt door tot twee baksteenlagen onder de dorpels. De plint is aan de bovenzijde iets afgerond.

In de linker travee bevindt zich de vernieuwde paneeldeur, welke bereikbaar is via drie inpandige hardstenen treden. De deuromlijsting is wel oorspronkelijk evenals het ondiepe segmentboogportiek.

De hoofdkleur van de gevel is rood, de verblendsteen heeft een verdiepte donkergrijze voeg. Boven de plint wordt deze kleur afgewisseld met donkergrijs/blauwe verblendsteen. Deze kleur is ook ingesloten tussen de witte verblendsteen bij de speklagen voor de wissel- en bovendorpels en boven de vensterbogen.

Op de begane grond zijn dit segmentbogen met blauw en een deklaag van witte baksteen. Het middelste is een groot etalageraam met een in vieren verdeeld bovenlicht, hetgeen evenals het smalle raam in de rechter travee voorzien is van vellingkanten.

Ter rechterzijde van het pand bevindt zich een poortje onder segmentboog met semiklampdeur. Het metselwerk en de vormgeving zijn volledig in overeenstemming met de rest van de gevel.

Voor de twee centrale traveeën van de eerste verdieping bevindt zich een rechthoekig balkon met vaasvormige geprofileerde balusters tussen hardstenen hoekblokken, rustend op twee consoles met in en uitzwenkingen, acanthusblad en rand van diamantkopjes.

De uitstekende deklijst dient bij voortzetting, ter plaatse van de buitenste traveeën, tevens als waterlijst, die aan de bovenzijde als dorpellijst. Hiertussen, als borstwering onder de ramen, bevindt zich aan beide zijden een rechthoekig blok van baksteen vlechtwerk in rood, geel en blauw met witte omlijsting. De T-vensters met bovenlicht op de eerste etage hebben korfbogen met een vulling van stucwerk in Neo-Francois I stijl. Hierop is een centrale vaas afgebeeld omringd door bloem- en bladmotieven. De witgeschilderde vensters op de tweede verdieping hebben hardstenen dorpels met klosjes. De segmentboog boven deze vensters is voorzien van dezelfde baksteendecoratie als die op de begane grond en eerste verdieping. De gootlijst bestaat uit een uitstekende houten lijst op platte houten klosjes en verder gedragen door vijf gewelfde en geprofileerde consoles naast en tussen de vensterassen. Hiertussen bevindt zich een fries van stucwerk in Neo-Francois I stijl.

Corresponderend met de vensterassen zijn er in het dak vier driehoekige dakkapellen aangebracht met eigen zadeldak en zinken piron. De vensters hebben een zeshoekige vorm en een drielichtsverdeling aan de onderzijde. Het dak wordt aan weerszijden afgesloten door hoog opgemetselde brandmuren, die aan de voorzijde zijn afgewerkt met een driehoekig decoratief element.

Negatieve elementen, welke in meerdere of mindere mate afbreuk doen aan het karakter van het pand, zijn de reclame-opschriften, de zonwering op het begane grondniveau en de vernieuwde paneeldeur.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een groot en hoog formaat herenhuis in de stijl van de Franse Neo-Renaissance.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4893

Soort recht : Volle eigendom

Gerechtigde : A.C.L. Lockefeer-Mol

Adres : Leonardushof 8

Woonplaats : Wouw

Opname gegevens : 5 oktober 1990/29 januari 1992

MARKT 16

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een schilddak, loodrecht op de voorgevel en gedekt met oudhollandse pannen.

Historische omschrijving

Het casco dateert van vóór 1823. In dat jaar was het pand in gebruik als woonhuis. Van 1825 tot 1872 was er een zaak in likeuren en sterke dranken gevestigd. Vanaf dat jaar tot op heden is het in gebruik als woning. De gevel dateert uit 1879. De architect is onbekend.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint wordt onderbroken voor de deur in de linker travee welke toegankelijk is via twee uitpandige afgeronde hardstenen treden. De groen geschilderde paneeldeur wordt omlijst door een eenvoudige stucprofilering. De deur bestaat aan de onderzijde uit twee weinig uitkragende gekoppelde kussens, balusterachtige elementen met cirkelmotief en een metalen brievenbus met een horizontale deurgreep en daar onder guttae. Het middendeel bestaat uit glas met twee identieke deurroosters. Dit zijn in smeedijzer uitgevoerde Neo-Barokke ornamentale motieven van symmetrische opzet. Er zijn onder meer een fabeldier met uitgestoken tong te onderscheiden, kurketrekkerspiralen en margrietjes. Boven het deurkalf met tandlijst bevindt zich een rechthoekig bovenlicht.

De gevel is op de begane grond verder opgebouwd uit heel lichtgrijs geschilderde stucwerk blokken met diepe horizontale schijnvoegen. De twee groengeschilderde T-vensters hebben een eenvoudige profilering en zijn ter hoogte van de vensterdorpels gekoppeld door middel van stucwerk boven de plint. De rechthoekige hardstenen dorpels steken iets uit. De vensters zijn voorzien van een keperfriesvormige rolluikkasten van hout.

De gevel wordt verdeeld door een balustrade die zich over de gehele breedte uitstrekt. Het middelste deel bestaat uit een balkon, dat wordt ondersteund door twee zware Neo-Barokke consoles in de vorm van voluten, die aanvangen ter hoogte van de wisseldorpels. De decoratie van deze consoles bestaat uit acanthusblad, netwerk en bloemmotieven. Deze dragen een rechthoekige hardstenen bodemplaat, die aan de onderzijde inkervingen heeft in geometrisch patroon. De geprofileerde hardstenen lijst van deze bodemplaat gaat door langs de andere traveeën en dient zo tevens als waterlijst.

Het balkon is gevat tussen twee hardstenen hoekblokken met verdiepte cassetten waartussen zich vaasvormige balusters bevinden, welke terugkeren in de raamzône van de zijtraveeën.

Ditzelfde geldt voor de rechte uitkragende hardstenen deklijst, welke bij de vensters dient als dorpellijst. De architraafprofilering volgt de vorm van de stolpvensters, die ook hier zijn voorzien van een rolluikkast.

De gevel van de eerste etage is vlak gepleisterd. De lijstgevel wordt beëindigd door een overstekende gekorniste kroonlijst. Deze wordt gedragen door drie maal twee voluutvormige consoles van kunststeen. De plaats van deze neo-barokke voluutvormen correspondeert met de hoeken van de vensterprofilering. Verder bestaat de lijst uit een horizontale profilering bij de voet van de klauwstukken. Tussen de consoles bevinden zich rechthoekige cassetten. Boven de consoles bevindt zich een tandlijst en dragende blokjes voor de consoles zelf. Centraal hierboven is een dakkapel met tweelichtsraam en een segmentvormig fronton met geprofileerde blokjes.

Het pand verkeert in goede staat.

Omschrijving interieur

Achter de voordeur doorsnijdt een 35 meter lange gang het gehele pand. De hal is voorzien van een in laagreliëf gestucte sierrand boven de gepleisterde lambrizering. Deze circa 15 centimeter brede witte rand is voorzien van arabesken met rozetten.

Aan de linkerzijde geven deuren toegang tot de poort tussen de twee huizen en de zeer diepe achtertuin.

Direct rechts bevindt zich de deur naar de voorkamer, die gedomineerd wordt door een grote zware schouw van grijs en bruin geaderd marmer. Decoratieve elementen, zoals de taps toelopende pilasters met cannelures, hebben een Neo-Classicistisch karakter. Het plafond heeft een grote gestucte middenrozet met onder meer portretkoppen en profiel in medaillons, toortsen en duifjes in paren. De oorspronkelijke polychromie is wit overgeschilderd. In de achterkamer staat een vrijwel identieke schouw in grijs en wit geaderd marmer. De vuuropening is afgesloten door een geschilderd koperen hek met uitgestoken siermotieven. Het plafond heeft een dubbele gestucte sierrand aan de zijden met gestileerd bladwerk en kwartronde hoekvullingen. De grote middenrozet heeft ook hier weer duifjes, toortsen en portretkoppen, maar heeft ook decoratie in de vorm van opengeslagen boeken en sculpturale boeketten. De achterkamer heeft vensters met uitzicht op de kleine binnenplaats.

Na de achterkamer leidt een traptoren met wenteltrap naar de verdieping. De treden en armleuning, eindigend in een grote krul, zijn van beschilderd hout. In de traptoren bevindt zich een groot glas-in-loodraam in diverse kleuren en technieken. De merendeels abstracte decoratie wordt onder meer onderbroken door een landschapje waarin een huisje met rood zadeldak.

Naar beneden toe leidt de wenteltrap via uitgesleten bakstenen treden naar de grote kelder. Hierin bevinden zich grote gepleisterde stenen vakken voor (wijn)opslag. De zoldering bestaat uit troggewelfjes met stalen balken.

De volgende ruimte met deur en vensters naar de binnenplaats is de grote keuken. De vloer is betegeld met kleine zwarte en overhoeks geplaatste okergele achthoekige tegels. Links van de entree bevindt zich de originele muurbrede en hoge kastenwand. De glazen panelen zijn deels uitgevoerd in mousselineglas met geometrische decoratie. De achterwand heeft een zeer grote brede schouw, waarop in een lijstje een antiek tegeltableau met vogel in kooi. De betegeling van de wanden is uitgevoerd in onder meer schildpadtegeltjes in ruitpatroon. Aan de zijde van het raam bevindt zich het eenvoudige keukenaanrecht.

Achter de keuken strekt de grote eetzaal zich uit. Dit is de meest representatieve ruimte van het huis. Ook hier stamt de inrichting uit het laatste kwart van de negentiende eeuw. Een Brusselse kunstenaar wiens naam niet is overgeleverd heeft de ruimte ontworpen. De stijl is strenge en sobere Neo-Renaissance. De vloer is deels eikehouten parket, gelegd in sierpatroon met randdecoratie in vlechtwerkmotief. De deuren en de hoge lambrizering zijn van glanzend gepolitoerd notehout. De deuren hebben origineel koperbeslag, deurhengsels en bewerkte scharnieren. De omlijsting bestaat uit pilasters met cannelures en een kroonlijst met tandlijst. De lambrizering is voorzien van kussens en Vlaamse Neo-Renaissance wortels. Aan de bovenzijde is een rand uitgespaard, waarin oude sierborden zijn geplaatst. In de rechterzijwand staat een hoge notehouten buffetkast, die integraal onderdeel uitmaakt van de lambrizering. De kast heeft glazen deurtjes en renaissance decoratie als knoppen en anderszins. Het beslag is zeer verfijnd en toont vroege Jugendstiltrekken. Het buffetblad is ingelegd met hout in blokjes en visgraatpatroon en correspondeert zo met het parket op de vloer. Aan weerskanten van de buffetkast bevindt zich achter de panelen van de lambrizering nog meer bergruimte.

Tegen de achterwand staat een hoge monumentale schouw. De schouw is uitgevoerd in zwart marmer en heeft aan de zijden zuiltjes van oranjebruin marmer. De binnenzijde van de schouw is bekleed met matzwarte (tegel)bekleding met decoratief cirkel in vierkant patroon. Er staat een zwarte tot gaskachel verbouwde kolenkachel in. Boven de schouw bevindt zich een grote gefacetteerde spiegel in een notehouten sieromlijsting, deel uitmakend en doorgaand in de lambrizering. Voor de spiegel staat op een sokkel een bronzen buste voorstellende een lachende vrouw. In de kamer staan een tafel en vier stoelen, eveneens in strenge Neo-Renaissance stijl. Deze tafel kan door middel van tussenbladen worden uitgeschoven tot twaalf meter lengte.

Het plafond is voorzien van donkere houten balken, steunend op smalle consoles met acanthusbladmotief. De balken zelf zijn gedecoreerd met symmetrische bandmotieven in Neo-Renaissance stijl.

Achter deze ruimte bevindt zich de serre, met uitzicht op de tuin. Deze ruimte is veel eenvoudiger. Het oorspronkelijke glas-in-lood bovenlicht is vervangen door een simpel glazen afdak.

Het interieur is bijzonder waardevol.

Met name is de monumentale eetkamer van belang. De inrichting is nog volkomen compleet. Het kostbare materiaalgebruik en de gaafheid ervan maken een ander gebruik dan als woning of kantoor niet wenselijk.

Redengevende omschrijving

Het pand is gaaf en is een voorbeeld van voorname woonhuisarchitectuur met een voorgevel in eclectische stijl.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4205

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Interbrew Nederland N.V.

Adres : Brouwerijplein 84

Woonplaats : Valkenswaard

Opname gegevens : 5 oktober 1990/15 oktober 1992

MARKT 17

Typering

Het betreft een drielaags pand van vijf traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met een samengesteld zadeldak met leien, waarvan de middelste drie traveeën eindigen in een lage tuitgevel.

Historische omschrijving

De voorganger van dit pand werd in 1908 geheel afgebroken. Door grossier H. Laane werd de opdracht tot de bouw van dit in 1909 gebouwde herenhuis gegeven. Deze bestemming werd gehandhaafd tot 1939. Daarna werd het eerst gevorderd als stafgebouw door de Nederlandse militairen, daarna door de Duitse. Vanaf 1946 dient het als kantoor voor de Inspectie invoerrechten en accijnzen.

De architect is onbekend.

Omschrijving exterieur

De lage hardstenen plint is voorzien van een afschuining, profilering en drie kelderlichten van rechthoekige vorm en afgeschuinde bovenzijde. De gevel bestaat uit lichtbruine machinale baksteen en iets verdiepte lichtgrijze voeg. De donker geverniste paneeldeur bevindt zich centraal in een verdiept rechthoekig portiek, te bereiken via twee inpandige en twee uitpandige hardstenen treden. De deur heeft een omlijsting van hardstenen stijlen met cassetten. Aan de bovenzijde is er uitgekerfde geometrische decoratie van blokjes en strepen, waarboven liggende diamantkopjes. Vervolgens een iets uitstekende deklijst, waarop twee vijfhoekige hardstenen blokken met ingewerkte decoratie en een polychroom wapenschild. De deur is voorzien van een negenruits bovenpaneel.

Er is een deurkalf met verdiepte diamantkopjes en staande streepjes. Het bovenlicht heeft een verdeling met dunne roeden in geometrisch patroon. De onderzijde van de deklijst boven de deur is voorzien van een cirkel met streepdecoratie.

De crème-witte schuifvensters hebben een rechthoekige uitstekende hardstenen dorpel die rusten op een rechthoekig hardstenen blok, dat iets buiten het muurvlak uitsteekt. De vensters zijn afgedekt door middel van een strek. De vensters hebben aan de zij- en bovenkant een rechte verdeling in dunne roeden en een bovenlicht met een gestileerd tulpmotief. De schuifvensters van de begane grond en de eerste etage zijn identiek. De vensters op de tweede verdieping zijn lager en voorzien van naar binnen draaiende ramen en smeedijzeren doorvalraamhekjes.

De rechter travee is sinds 1967 de overbouwing van de openbare doorgang "Tussen de Markten". Voor die tijd was het een particuliere achterom. De overbouwing steunt op een stalen balk met vijf bloemrozetten. Deze wordt gedragen door kwartronde hardsteen consoles met streep en cirkel-decoratie. Hierboven bevindt zich een deels in het afgeschuinde muurwerk opgenomen afgeschuinde erker over twee verdiepingen. De borstwering van deze houten erker is van hardsteen alsmede het overkragende hardstenen aanzetelement met cassettenmotief op blokjes. De bovenlichten van de erker hebben een kleine roedeverdeling.

De buitenste linker en rechter traveeën, met lijstgevel, hebben een gootlijst op doorlopende houten klosjes, waaronder een fries van drie respectievelijk vier rechthoekige vakken voorzien van siermetselwerk. De drie middelste traveeën worden gedekt door een tuitgevel met overstekende hardstenen afdekblokken, die trapsgewijze in het gevelblok zijn verwerkt verwerking en een overstekende hardstenen deklijst. Op de tuit is een segmentvormig smeedijzerwerk aangebracht met zweepslagmotief. De aanzetstenen hebben aan de voorzijde een driehoekig eind met ingewerkt zonnerad. Aan de zijkant zijn deze blokken halfrond afgewerkt. Centraal in deze topgevel is een breed venster met kleine roedenverdeling in de bovenlichten geplaatst. Het venster heeft een dorpel met onderlijst, twee afgeronde deelzuiltjes en een afgeronde latei waarboven deels een strek. Links hiervan bevindt zich een rechthoekige steen met in diagonale lijn de letters "Anno De" (Anno Domine). Aan de rechterzijde correspondeert dit met een plaat met daarop de Romeinse cijfers: "MCMIX" (1909).

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het is een gaaf en goed voorbeeld van een breed en hoog formaat herenhuis met kenmerken in Jugendstil.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 7474

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Inspectie der Domeinen

Adres : Wilhelminastraat 45

Woonplaats : Breda

Opname gegevens : 5 oktober 1990/29 januari 1992

MARKT 18

Typering

Het betreft een drielaags pand van drie traveeën in de gevelwand van asymmetrische opzet, deels voorzien van een lijstgevel en een hoge puntgevel boven de rechter travee, met samengesteld dak waarop grijze leien.

Historische omschrijving

De voorganger van dit pand werd in 1911 afgebroken. Op deze plaats liet dokter A. Brabers in 1912 een herenhuis met dokterspraktijk bouwen door architect F. Sturm. Momenteel heeft het een horecafunctie.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint is opgetrokken tot boven de uitstekende hardstenen dorpels, waaronder een profilering is aangebracht. De rest van de gevel bestaat uit lichtbruine machinale baksteen en een iets verdiepte voeg.

De paneeldeur bevindt zich in een diep rechthoekig portiek in de rechter travee en is te bereiken via drie inpandige hardstenen treden. De deur is een wit-geschilderde paneeldeur met bijbehorend bovenlicht. Het onderste gedeelte van de deur bestaat uit drie panelen met geometrische cirkel-margrietdecoratie. Er is een koperen brievenbus met bijbehorende horizontale deurgreep. In het bovendeel van de deur bevinden zich gefacetteerde raampjes. Het deurkalf is afgewerkt met blokjes en streepjes. Het witgeschilderde kozijnwerk is afgewerkt met vellingen. De deur en de vensters worden afgedekt door een latei met omgaande hoekjes. Deze lateien zijn gedecoreerd met symmetrisch gestileerde verdiepte decoratie met in het midden een roos in de stijl van Mackintosh.

Naast deze travee is er nog een deel, dat een halve steen inspringt. Hierin bevindt zich een smal poortje onder segmentboog, bereikbaar via twee hardstenen treden. Ook het kalf van deze deur is afgewerkt met een rij van diamantkopjes met een verdiept deel in het centrum, waarnaast drie verticale verdiepte streepjes. Boven de deur bevindt zich een rechthoekige erker welke rust op een vlakke bodemplaat waaronder twee hardstenen consoles met in- en uitzwenkingen, voluten, guttae en klosjes. De erker is opgebouwd uit stijlen met cassetten en rechthoekige diamantkopjes. De tussenliggende velden zijn gedecoreerd met symmetrische Art Nouveau bloemmotieven. Tevens is er een met bloemen omkranst vrouwenhoofd, met wuivende haren die overgaan in margrieten. De vensters hebben een eenvoudige sierroedeverdeling.

De erker gaat bij de tweede etage over in een balkon, waar de stijlen overgaan in postamenten met cassetten, waartussen geometrisch ijzeren hekwerk. De naar binnen draaiende vensters op de eerste en tweede etage hebben onder de uitstekende dorpel nog een smallere uitstekende lijst met afhangende oortjes. De vensters op de tweede zijn voorzien van een Art Nouveau smeedijzeren raamhekje als Frans balkon. De gevel, die aan de zijkanten halfsteens terugwijkend is opgezet, vindt ter hoogte van de tweede etage compensatie door een getrapte opbouw en uitzwenkende blokjes. De topgevel bestaat uit twee delen. Boven het balkon bevindt zich een Palladiaans venster met geprofileerde hardstenen stijlen, dorpels, lateien met diamantkopjes.

Hierboven bevindt zich een punttopgevel met een hardstenen deklijst die aan de rechterzijde iets wordt voortgezet tot een driehoekige bekroning. De topgevel is voorzien van uitstekende sierblokjes en een smeedijzeren windvaan.

Het deel boven de twee vensterassen is voorzien van een baksteen fries van siermetselwerk en diamantkopjes, verdeeld over zeven velden. Hierboven bevindt zich een uitstekende gootlijst op geprofileerde klosjes. Centraal hierboven bevindt zich een achtruits vlakgedekte dakkapel. Aan de uiterste linkerzijde is het muurwerk opgetrokken tot de hoogte van deze dakkapel en deze is aan weerszijden van een vlakke deklijst voorzien van een hogere rechte top en een hogere driehoekige bekroning.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een zeer gaaf en goed voorbeeld van een hoog en voornaam herenhuis met Jugendstil-elementen in de opbouw en kleine Art Nouveau decoraties.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4206

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Breigoederenfabriek S. Bleyenberg B.V.

Adres : Nieuwstraat 25

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 5 oktober 1990/29 januari 1992

MARKT 20

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een halsgevel en haaks zadeldak met verbeterde Hollandse pan.

Historische omschrijving

Het casco bestond reeds in 1823 en het pand was toen in gebruik als woonhuis. In 1838 werd in het pand een koffiehuis gevestigd, de horecafunctie bleef tot op heden gehandhaafd. De huidige gevel dateert uit 1888. Rond 1910 zijn de twee T-vensters naast de ingang vervangen door de huidige vensters.

De architect is onbekend.

Omschrijving exterieur

Het onderkelderde pand heeft een gefrijnde hardstenen plint, welke beige is geverfd. De toegang naar de vernieuwde paneeldeur loopt via vier hardstenen treden waarvan drie uitpandig, begeleid door een nieuw ijzeren hekje met leuning. De deur bevindt zich in de meest rechtse travee. Boven de rechte uitkragende bovenlijst van de plint bevinden zich de vensterdorpels die voorzien zijn van een driehoekig getande sierlijst.

De groenwitte vensters op de begane grond bestaan uit twee grote kruiskozijnen en een schuifvenster waartussen smalle muurdammen.

Voor de vensters van de eerste etage is een ver uitstekend balkon geplaatst over de gehele breedte van het pand. Het geheel wordt gedragen door vier gietijzeren consoles, eindigend in een blok met cirkelvormen en een hangende eikelvorm. De bodemplaat bestaat uit gietijzeren roosters. De borstwering is eveneens van gietijzer.

Vier tussenzuiltjes met cannelures dragen aan de onderzijde een hangende eikel en aan de bovenzijde een eikel met knoppen. De tussenschotten bestaan uit drie keer vier panelen met diagonaal kruis en een verbindende rozet met ingegoten bloemmotief. Als verbindend element bevinden zich onder de borstwering gietijzeren roosters met getoogde onderkant. De drie donkergeschilderde, vernieuwde openslaande deuren met bovenlicht onder een hoog boogvormig leeg veld, bevinden zich tussen geblokt witgepleisterde delen met sluitsteen. Deze worden ingesloten door beige pilasters en zetten zich boven de bovendorpel voort als een deel met cannelures, vervolgens als een vlak stuk met twee banden en tenslotte, aan weerskanten, als een sierkogel op de dekplaat. Omdat met niveauverschillen wordt gewerkt is er in deze gepleisterde gevel spel van licht en schaduw; de boogvelden zijn verdiept ten opzichte van het muurwerk, de pilasters zijn daar weer verhoogd tegen aan gezet. Een waterlijst scheidt de zolderetage van de eerste. In de vlakke zône van dit gedeelte bevinden zich drie smeedijzeren symmetrisch gekrulde ankers. De halsgevel hier boven bestaat uit een flauw hellend fronton tussen twee pilasters, waarvan het kapiteel wordt afgewisseld met een waterlijst. De zijtraveeën zijn samengesteld uit gebogen blokjes op de afdekplaat waar vandaan een in- en uitzwenkende liggende voluutkrul vertrekt.

De reclameborden en de luifel doen afbreuk aan het karakter van het pand.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De voorgevel van het pand is een zeldzaam voorbeeld van Hollandse Neo-Barok en een representatief voorbeeld van het gebruik van nieuwe bouwmaterialen, in dit geval gietijzer.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2416

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : F.M.J. Raats

Adres : Markt 20

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 5 oktober 1990/29 januari 1992

MARKT 21

Typering

Het betreft een twee-en-eenhalflaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met een zadeldak evenwijdig aan de voorgevel en voorzien van groen geglazuurde verbeterde hollandse pannen.

Historische omschrijving

Op de plaats van het huidige pand stond in 1823 een woonhuis met leerlooierij en zadelmakerij. Deze be-drijvigheid maakte in 1863 plaats voor een goud- en zilversmederij annex winkel. In 1876 werd daar de verkoop en reparatie van uurwerken aan toegevoegd. In 1911 werd de gevel veranderd. Het pand werd in 1934 afgebroken en in datzelfde jaar herbouwd. Dit geschiedde in opdracht van horlogemaker J. van Woerkom. Architecten waren F. en L. Sturm. De functie van horlogerie en juwelierszaak is tot op heden gehandhaafd, terwijl de bovenverdieping nog altijd in gebruik is als woning.

Omschrijving exterieur

De opbouw van het pand is deels te herleiden tot het gevelaanzicht uit 1911. In tegenstelling tot veel andere panden is dit aan beide zijden ingesloten door bebouwing. Op de begane grond bevindt zich iets links van het midden een centrale deur, geflankeerd door grote etalageramen.

Op de eerste verdieping bevinden zich drie vensters, die tamelijk dicht bij elkaar geplaatst zijn. De bovenbouw is ten opzichte van de voorganger sterk gewijzigd.

De plint loopt tot de onderdorpels van de etalageramen; de plint is hetzelfde als de brede penanten, die eindigen bij de bovenzijde van de etalageramen. Dit waarschijnlijk hardstenen onderdeel van de gevel is geschilderd. Het is bewerkt met de kathedraalslag.

De paneeldeur bevindt zich iets links van het midden in een wigvormig portiek. De deur is voorzien van een koperen schopplaat en een met geometrische motieven bewerkte deurstang. De horizontale deurstang zelf bestaat uit een rechthoekig stuk coromandel. Het bovenpaneel van de deur is van glas.

De zoldering van het portiek is bekleed met geverniste eikehouten planken in de breedte, die segmentvormig hol zijn bewerkt. In het midden bevindt zich het originele witglazen lampje. De rechthoekige etalagevensters zijn gevat in geanodyseerde koperen kozijnen met smalle profielen, die op de hoekpunten bij het portiek veelhoekig zijn. Boven de etalageramen en de penanten is een brede fries van travertijnen platen. De beplating wordt op zes plaatsen onderbroken voor een iets verdiept aangebracht vierkant glas-in-loodpaneel. Deze zijn op geometrischsymmetrische wijze ingevuld.

De gevel op de verdieping bestaat uit lichtcrème verblendsteen met verdiepte voeg. Er is niet gemetseld in het gebruikelijke kruisverband, maar in het voor die periode modieuze staande verband.

De vensters op de verdieping zijn voorzien van een hardstenen dorpel met opgebogen hoekpunten en een hangend blokje in het midden. De openslaande vensters zijn donker gevernist en hebben een achtlichts bovenlicht. De vensters zijn van een extra onderverdeling voorzien door nieuwe loodstrippen. De vensters worden afgedekt door een hardstenen latei, die aan de onderzijde geschulpt bewerkt is.

Vlak onder de gootlijst bevindt zich een halve zolderverdieping, een mezzanino. Het begin hiervan wordt aangegeven door een hardstenen waterlijst annex dorpel. Hierboven zijn twee brede vensters geplaatst. Het hout is ook hier donker gevernist en de kozijnen zijn onderverdeeld in twee maal een tweeruitsraampje naast een enkel raampje. Het metselwerk is in dit gedeelte opgebouwd uit koppen in een blokjespatroon.

De overstekende daklijst is voorzien van gesneden houten klossen en heeft een diagonaal verloop.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Dit pand van gemiddelde breedte en hoogte is vooral van belang vanwege de gaafheid en als voorbeeld van een geheel eigen interpretatie van Art Deco.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4868

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.G. Claerhoudt

Adres : Odysseuslaan 79

Woonplaats : Eindhoven

Opname gegevens : 4 januari 1991/29 januari 1992

MARKT 21

Typering

Het betreft een twee-en-eenhalflaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met een zadeldak evenwijdig aan de voorgevel en voorzien van groen geglazuurde verbeterde hollandse pannen.

Historische omschrijving

Op de plaats van het huidige pand stond in 1823 een woonhuis met leerlooierij en zadelmakerij. Deze be-drijvigheid maakte in 1863 plaats voor een goud- en zilversmederij annex winkel. In 1876 werd daar de verkoop en reparatie van uurwerken aan toegevoegd. In 1911 werd de gevel veranderd. Het pand werd in 1934 afgebroken en in datzelfde jaar herbouwd. Dit geschiedde in opdracht van horlogemaker J. van Woerkom. Architecten waren F. en L. Sturm. De functie van horlogerie en juwelierszaak is tot op heden gehandhaafd, terwijl de bovenverdieping nog altijd in gebruik is als woning.

Omschrijving exterieur

De opbouw van het pand is deels te herleiden tot het gevelaanzicht uit 1911. In tegenstelling tot veel andere panden is dit aan beide zijden ingesloten door bebouwing. Op de begane grond bevindt zich iets links van het midden een centrale deur, geflankeerd door grote etalageramen.

Op de eerste verdieping bevinden zich drie vensters, die tamelijk dicht bij elkaar geplaatst zijn. De bovenbouw is ten opzichte van de voorganger sterk gewijzigd.

De plint loopt tot de onderdorpels van de etalageramen; de plint is hetzelfde als de brede penanten, die eindigen bij de bovenzijde van de etalageramen. Dit waarschijnlijk hardstenen onderdeel van de gevel is geschilderd. Het is bewerkt met de kathedraalslag.

De paneeldeur bevindt zich iets links van het midden in een wigvormig portiek. De deur is voorzien van een koperen schopplaat en een met geometrische motieven bewerkte deurstang. De horizontale deurstang zelf bestaat uit een rechthoekig stuk coromandel. Het bovenpaneel van de deur is van glas.

De zoldering van het portiek is bekleed met geverniste eikehouten planken in de breedte, die segmentvormig hol zijn bewerkt. In het midden bevindt zich het originele witglazen lampje. De rechthoekige etalagevensters zijn gevat in geanodyseerde koperen kozijnen met smalle profielen, die op de hoekpunten bij het portiek veelhoekig zijn. Boven de etalageramen en de penanten is een brede fries van travertijnen platen. De beplating wordt op zes plaatsen onderbroken voor een iets verdiept aangebracht vierkant glas-in-loodpaneel. Deze zijn op geometrischsymmetrische wijze ingevuld.

De gevel op de verdieping bestaat uit lichtcrème verblendsteen met verdiepte voeg. Er is niet gemetseld in het gebruikelijke kruisverband, maar in het voor die periode modieuze staande verband.

De vensters op de verdieping zijn voorzien van een hardstenen dorpel met opgebogen hoekpunten en een hangend blokje in het midden. De openslaande vensters zijn donker gevernist en hebben een achtlichts bovenlicht. De vensters zijn van een extra onderverdeling voorzien door nieuwe loodstrippen. De vensters worden afgedekt door een hardstenen latei, die aan de onderzijde geschulpt bewerkt is.

Vlak onder de gootlijst bevindt zich een halve zolderverdieping, een mezzanino. Het begin hiervan wordt aangegeven door een hardstenen waterlijst annex dorpel. Hierboven zijn twee brede vensters geplaatst. Het hout is ook hier donker gevernist en de kozijnen zijn onderverdeeld in twee maal een tweeruitsraampje naast een enkel raampje. Het metselwerk is in dit gedeelte opgebouwd uit koppen in een blokjespatroon.

De overstekende daklijst is voorzien van gesneden houten klossen en heeft een diagonaal verloop.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Dit pand van gemiddelde breedte en hoogte is vooral van belang vanwege de gaafheid en als voorbeeld van een geheel eigen interpretatie van Art Deco.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4868

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.G. Claerhoudt

Adres : Odysseuslaan 79

Woonplaats : Eindhoven

Opname gegevens : 4 januari 1991/29 januari 1992

MARKT 24

Typering

Het is een drielaags pand van vier traveeën in de gevelwand met lijstgevel onder afgeknot schilddak met kruispannen.

Historische omschrijving

Het casco dateert al van voor 1823. In dat jaar was het in gebruik als herenhuis. De huidige gevel dateert uit circa 1850. Op het achtererf stond al in 1823 een brouwerij, tot 1897. In 1963 werd de begane grond van het herenhuis in gebruik genomen als kantoorruimte. Inmiddels is in het pand een café ondergebracht.

De architect is niet bekend.

Omschrijving exterieur

Het onderkelderde, crème-witgepleisterde pand heeft een lage hardstenen plint met rond profiel aan de bovenzijde. In de tweede travee van links bevindt zich de vernieuwde, zachtgele paneeldeur, bereikbaar via twee treden waarvan één inpandig. Aan weerskanten van de deur zet de plint zich voort als pilaster, tot de doorgaande uitkragende dorpellijst van de vensters. Aan de rechterzijde is de plint uitgehold ten behoeve van een gietijzeren schoenenschraper. Het overige deel van de deur is gevat tussen beige geschilderde pilasters. De deur heeft een hoog halfrond bovenlicht. Dit is gevormd rondom een ovale kern middenonder, waaruit drie stralen vertrekken die bijeen worden gehouden door een hoge halfronde boog. De verbindings- en eindpunten zijn van rozetten voorzien. Hier boven bevindt zich een in hoogreliëf uitgewerkt Neo-Rococo stucwerk, met centraal bloemwerk en kwabvormig bladmotief.

Het portaal zelf is ook geheel van stucwerk voorzien.

Boven de deur bevindt zich een rechthoekig balkon met S-vormige balusters van volrond uitgevoerd gietijzer op een gietijzeren bodemplaat. Het balkon rust op twee forse kunststenen consoles van pilasterbreedte. Zij zijn voluutvormig uitgevoerd. De voorzijde bestaat uit een gewelfd deel met symmetrisch laagreliëf, het inzwenkende blok wordt gevuld door een volledig uitgevoerde bloementros van roosachtigen. De vooruitstekende rol bezit horizontale sleuven en rust op een driedelig acanthusblad. De zijkanten van de consoles zijn voorzien van een kwabvormig blad- en bloemmotief. De openslaande vensters in T-vorm op de begane grond hebben een afgeplat bolletje op de stolpnaald en de hoeken in het bovenlicht zijn van een geknikte C-vormige afhoeking voorzien. De vensters van dit wit gepleisterde deel zijn recht afgedekt.

Boven een geprofileerde waterlijst ter hoogte van de bodemplaat van het balkon bevinden zich vensters die worden omlijst door vlak geprofileerd stucwerk met afgeschuinde bovenhoeken en ver overkragende kuiven met bloemmotief. De gevel is vanaf dit punt gepleisterd met schijnvoegen. De vensters zijn voorzien van Franse balkons. De bolletjes boven de stolpnaald zijn hier voorzien van een spitsje met bolletje. Bij het balkon horen twee openslaande klapdeuren met vergelijkbaar stucmotief. Het bovenlicht bevindt zich tussen vier smalle lange consoles in voluutuitvoering. Hierna volgt een tandlijst en een hardstenen bodemplaat annex waterlijst over de gehele breedte. Boven de vier vensterassen bevinden zich vier maal twee gekoppelde rondboogvensters tussen stucwerk met ronde schouders en grote kuiven (de kuif van de linker travee ontbreekt). Deze vensters zijn lager dan de andere. Boven de tweede travee van links bevinden zich twee consoles in voluutvorm die zijn voorzien van een vruchtentros. De consoles worden van boven naar beneden gezien vlakker. Ook deze dragen een uitkragende dekplaat, die als gootlijst dienst doet en met tandlijst en geprofileerd fries voortgaat over de gehele breedte (er ontbreekt een tand in de linker travee). Links van het pand bevindt zich een poort, die op de op 13 januari 1969 vastgestelde Rijksmonumentenlijst is geplaatst. De stijl van dit pand is aangepast aan het oude poortje.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het betreft een groot en vrijwel gaaf pand in Eclectische trant met Neo-Rococo elementen die de waarde van het monumentale poortje in Lodewijk XV stijl uit de achttiende eeuw versterken.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2537

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Exploitatiemaatschappij d'Oranjeboom B.V.

Adres : Ceresstraat 13

Woonplaats : Breda

Opname gegevens : 5 oktober 1990/29 januari 1992

MARKT 30

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een zadeldak evenwijdig aan de voorgevel, voorzien van opnieuw verbeterde hollandse pannen.

Historische omschrijving

Het casco van dit pand dateert al van vóór 1823. In dat jaar was het in gebruik als café. De gedeeltelijke woonbestemming bleef gehandhaafd, toen het café in 1878 verdween. In dat jaar is waarschijnlijk de huidige voorgevel opgetrokken, waarvan de architect onbekend is. In 1886 werd er op het achtererf een werkplaats gebouwd voor Hendrik Gerard Dirckx (1827-1909), directeur en medeoprichter van de "Gemeente Teekenschool". De beschilderde panelen in het pand zijn van zijn hand. Op de begane grond was van 1955 tot 1973 in gebruik als notariskantoor. Daarna was er een chocolaterie in ondergebracht, totdat in 1988 weer de horecafunctie in het pand werd ondergebracht.

Omschrijving exterieur

Het pand stond oorspronkelijk aan beide zijden vrij. Door de uitbreiding van de etalage van nummer 36 is het deel van de begane grond sinds 1950 gekoppeld aan de linkergevel van nummer 30.

Er is een lage hardstenen plint, die op de hoekpunten is uitgebreid met een zeskantige lage schampsteen. De plint wordt onderbroken voor de in de linkertravee geplaatste deur.

De deur is voorzien van een uitkragende omlijsting, die aanvangt met de twee uitstekende delen van de plint. De vernieuwde witgeschilderde paneeldeur met bovenlicht is te bereiken via drie hardstenen treden, waarvan twee uitpandig zijn. Deze deur past niet bij de stijl van het pand.

De borstwering is een vlak wit gepleisterd deel en wordt bij de deuromlijsting onderbroken door twee verticale blokken met diamantkoppen. Onder de vensters bevindt zich een U-vormige pleisterdecoratie met een centrale rozet. De vensters zijn voorzien van hardstenen dorpels die zich over de breedte van het pand voortzetten als een breed uitkragende waterlijst van pleisterwerk.

De begane grond is blokvormig gepleisterd en heeft diepe rechte schijnvoegen. De vensters zijn voorzien van houten rolluikkasten en klepramen als bovenlichten en verder een brede witgeschilderde houten omlijsting, die onderbroken wordt door een lange sluitsteen, die doorloopt tot de waterlijst die de verdiepingen scheidt.

De houten deuromlijsting met kolonnetten en middenblokjes wordt beëindigd door een uitkragende geprofileerde kroonlijst op rechthoekige blokjes en voluutvormige kleine consoles met sleuven en druppen. De kroonlijst bevindt zich op dezelfde hoogte als de gepleisterde waterlijst. Het pleisterwerk van de eerste verdieping is vlak uitgevoerd. De borstwering van de witgeschilderde T-vensters is voorzien van pleisterwerk dat op een andere wijze dan dat van de begane grond is gedecoreerd. Er zijn cirkels op de hoekpunten en een druplijstje. De vensters hebben hardstenen dorpels en houten rolluikkasten. De omlijsting is aan de bovenzijde uitgebreid met een inzwenkende hoek en bewerkte sluitstenen met halfcirkelvormig uiteinde. De decoratie van de sluitsteen bestaat rechts uit een hangende krans, bij de twee linker uit een bloemtrosje.

Het fries bestaat uit drie cassetten boven de vensters met rozetten en een tandlijst. De geprofileerde daklijst wordt gedragen door twee aan twee geplaatste bewerkte consoles. Ook de hoekpunten zijn afgewerkt met zo'n console, voorzien van sleuven en druppen.

De zijden van het dak zijn afgewerkt met twee brandmuren en twee forse, nieuw opgemetselde schoorstenen.

Het pand verkeert in goede staat.

Omschrijving interieur

De gang bij de entree is voorzien van een grijsgroen geschilderde houten lambrizering. Daarboven bevindt zich aan beide zijden een schildering van de hand van Hendrik Gerard Dirckx. Het stelt spelende putti voor en is geschilderd in grisailletechniek. Ook in andere ruimten zijn er nog panelen van Dirckx, zowel tegen de wanden als aan de plafonds. Deze dateren uit ca. 1890 en verkeren in zeer goede en gave staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een voornaam (winkel)-woonhuis in Eclectische stijl en is tevens van belang vanwege schilderingen in het interieur.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4470

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.A.C.C. Rademakers

Adres : Van Heurnlaan 1

Woonplaats : Vught

Gerechtigde : Prinsengracht 580

Woonplaats : Amsterdam

Gerechtigde : F.A.A.M. Rademakers

Adres : Burgemeester Elienstraat 3

Woonplaats : Veghel

Gerechtigde : S.M.S.R. Rademakers

Adres : Ludwigstraat 32

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/ 29 januari 1992

MARKT 31 - 31A

Typering

Het betreft een tweelaags pand van vijf traveeën in de gevelwand met deels een lijstgevel en een risalerende trapgevel als verticaal accent onder een dwars zadeldak met leien en plat dak.

Historische omschrijving

Het pand werd in 1897 gebouwd op de plaats waar tot 1896 een herenhuis had gestaan. Het werd in opdracht van de Rijksgebouwendienst als postkantoor gebouwd en vervulde deze functie tot 1972. De architect is niet bekend. Vanaf die tijd tot op heden is het cursus- en ontspanningsgebouw van de P.T.T.

Omschrijving exterieur

De plint is van gefrijnde hardsteen en heeft uitsparingen voor twee kelderramen (het pand is namelijk onderkelderd), waarvoor horizontale tralies geplaatst zijn. Tussen de vensters en een hardstenen afgeronde laag bevinden zich zes lagen baksteen. Die afgeronde laag zwenkt naast de vensterzônes neer tot waar zij de plint raakt.

De deuren bevinden zich in een diep geknikt segmentboogvormig portiek in de linker travee, bereikbaar via twee hardstenen treden, waarvan één half buiten de rooilijn.

In het diepe portaal bevinden zich een geverniste vleugeldeur en een paneeldeur met smeedijzeren deurroosters en een koperen brievenbus met horizontale deurstang. De deuren zijn evenals het omlijstende houtwerk, voorzien van vellingen en profileringen.

Het bovenlicht met geprofileerde roeden is onder segmentboog geplaatst met hardstenen aanzet- en sluitstenen. De bovendorpel is voorzien van opgerolde loodslabben. De deuromlijsting is voorzien van profielbaksteen. Het portaal heeft een segmentbooggewelf.

Onder de segmentboog van de toegang bevindt zich een vulling met een paneel van deels gietijzer, deels smeedijzer. Een zeshoekige lantaarn heeft hier een centrale plaats tussen omringende lelie- en krulvormen in een halve cirkel. In de zwikken hierboven bevinden zich posthoorns. De bovenkant van de segmentboog wordt gevuld door cirkels van verschillende grootte. Onderaan staat de tekst: Post en Telegraaf. In de knik van de portaalopening is de hoekbeëindiging met reliëfbloemen in cirkel en een hangende pijlpunt met zijkrullen. De hoofdkleur van de machinale baksteen is roodbruin, de profielsteen heeft een iets donkerder tint roodbruin; de iets verdiepte voeg heeft een lichtgrijze kleur.

Een ander sierend onderdeel vindt men in de rechter travee, de vroegere brievenbus, welke thans dichtgemetseld is. Het is een hardstenen reliëf waarbij tussen twee overhoeks geplaatste zuiltjes een omkranste posthoorn staat en boven de dekplaat de kroon der Nederlanden.

Rechts van het pand bevindt zich een gang. De ingang hiervan wordt aangegeven door een poort. Deze bestaat uit opgemetselde baksteen staanders waarboven zich een gedrukte rondboog bevindt van smeedijzer, met een vulling van spiralende krullen tussen verbindende lijnen.

Ter rechterzijde van het portaal bevindt zich een iets risalerende travee met een afwijkende vensterindeling en gevelbeëindiging. Deze travee zorgt tevens voor een verticaal accent in de verder horizontaal gerichte opbouw.

Op begane grond niveau bevindt zich een houten kruiskozijn dat gevuld is met glas-in-lood. Boven dit venster bevindt zich een uitgemetselde segmentboog met aanzetblokken van hardsteen. De overige vensters van de begane grond zijn hoger en breder: de drie rechter traveeën hebben grote kruiskozijnen met profilering van de vellingen en knopversiering. De bovenlichten hebben een roedeverdeling in geometrisch patroon. De bovendorpels zijn voorzien van opgerolde loodslabben en zijn geplaatst onder een segmentboog met vulling van baksteenmozaïek. De segmentbogen zijn verrijkt met hardstenen aanzet- en sluitstenen.

Op de eerste etage bevinden zich aan weerszijden van de risaliet schuifvensters met een bovenlicht dat met drie verticale roeden is verdeeld. De onderdorpel is iets afgerond en is aan de onderzijde afgezet met profielsteen. Boven de vensters is een segmentboog met vulling van baksteenmozaïek. De segmentbogen hebben ook hier hardstenen aanzet- en sluitstenen.

In de vensterzônes bevinden zich tussen de vensters symmetrisch gekrulde smeedijzeren muurankers. Dit geldt ook voor de eerste verdieping. Het middelste venster in de risaliet is lager geplaatst dan de hier voor beschreven vensters. Alle dorpels en stijlen van dit raam zijn van hardsteen. De onderste drie openingen zijn hoger dan de drie daarboven en gevuld met glas-in-lood (Chicagoraam). Hierboven is een gemetseld ellipsboogfries met drie bogen en daarboven een deel met siermetselwerk, dat als borstwering dient voor het bovenste raam. Dit raam heeft eveneens een hardstenen omlijsting, maar heeft vijf openingen, omdat de middenstijl niet geheel is doorgetrokken. De bovenhoeken zijn iets ingezwenkt door middel van hardstenen blokken, die tevens dienen als aanzetstenen voor de rondboog er boven. De sluitsteen is eveneens van hardsteen, net als de sierblokjes aan de zijden van de risaliet ter hoogte van de onder- en wisseldorpel. In het gevelveld bevindt zich een polychroom tableau bevindt van het rijkswapen tussen twee klimmende leeuwen en in banderolle de tekst: "JE MAINTIENDRAI". Hierboven is een rechthoekige zandstenen plaat met het jaartal "1897".

De treden van de trapgevel hebben hardstenen afdekplaten, terwijl de twee hoektrappen en de bovenste zijn voorzien van overhoeks gemetselde lisenen of pinakels op geprofileerde aanzetstukken.

De bekroning bestaat uit een pionvormige sierkogel. De hoogte van de bovendorpel van het bovenste risalietvenster komt overeen met de hoogte van de houten gootlijst met afgeronde gootklossen. Hieronder is een smal fries. Dit bestaat uit twee iets uitgemetselde koppenlagen waar tussen een tandlijst en een laag profielstenen.

Corresponderend met de plaats van de vensters is de plaatsing van vier dakkapellen. Deze tweelichts dakkapellen hebben een spits zadeldak met driepasoverstek en diamantkopje als decoratie.

De rechter zijgevel is aan de gevelzijde afgewerkt als trapgevel, voorts als lijstgevel. De trappen zijn voorzien van hardstenen driehoekige dekplaten.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een representatief voorbeeld van een postkantoor in de stijl van rijksbouwmeester C.H. Peters, en heeft een mengeling van Neo-Gotische en Neo-Renaissance motieven.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4877

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : PTT Telecommunicatie B.V. (dir. Gebouwen en Terreinen)

Adres : Postbus 30150

Woonplaats : Den Haag

Opname gegevens : 1 november 1990/29 januari 1992

MARKT 45

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand met lijstgevel en een zadeldak dat evenwijdig loopt aan de straat.

Historische omschrijving

De voorganger van dit pand werd afgebroken in 1879. In dat jaar ontwierp architect M. Vergouwen in opdracht van houthandelaar A. de Bruijn diens woonhuis. Tot 1969 was het geheel als zodanig in gebruik. In dat jaar vestigde zich er een advocatenkantoor, dat in 1974 het pand geheel in gebruik nam.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint wordt onderbroken door pilasters bij de deur en de raamzônes, alsmede voor twee segmentbogige kelderlichten waar voor smeedijzeren gekrulde roosters geplaatst zijn. Drie afgeronde hardstenen treden geven toegang tot de deur in de linker travee. Twee van deze treden zijn uitpandig. Er bevindt zich de originele, crème-witte paneeldeur met rozetknop, gebogen profilering en diamantkoppen. Het bovenlicht heeft een C-vormige afschuining in de bovenhoeken, hetgeen tevens aanwijsbaar is bij de bovenlichten van de vensters. Daarboven is een gepleisterde kuif aangebracht met bloemmotief en eierlijst.

Naast het vele pleisterwerk is gebruik gemaakt van roodbruine baksteen. Over de gehele hoogte van de gevel risaleert de deurtravee een halve steen. De rechte uitspingende omlijsting van de deur loopt door tot de vensterdorpels. Tussen de plint en de dorpels is nog een borstwering, die is voorzien van bewerkte hoekblokken en cirkels in reliëf. De hardstenen dorpels zijn voorzien van klosjes op de hoeken.

De T-vormige vensters hebben een bovenlicht met vernieuwd glas-in-lood. Tevens hebben zij een geprofileerde rechthoekige stucomlijsting en een kuif met bloemmotief en eierlijst. Hierboven is een uitkragende geprofileerde lijst aangebracht. Tussen dit deel en de dorpels van de bovenste ramen is een deel sierpleisterwerk met afgeschuinde zijden. De vensters worden zo gescheiden door een dubbele laurierfestoen met hangers tussen rozetten. De T-vormige vensters hebben een stucomlijsting die aan de bovenzijden iets breder is. De kuif bestaat hier uit een wigvorm met sleuven.

Bij de deur volgt een deel van de omlijsting met cannelures en consoles met ingewerkte voluut op lijstje met druppen (guttae). Aan de bolle zijde zijn sleuven aangebracht en laurierblad. Aan de zijden van de consoles vindt men palmetten, bladmotieven en pijnappel. Dit is uitgevoerd als pleisterwerk. De consoles dragen een geprofileerde bodemplaat van een balkon.

Het balkon heeft dunne, eenvoudige balusters met v-vormen in smeedwerk. Hierboven bevinden zich openslaande klapdeuren met stucomlijsting zoals bij de vensters op deze verdieping.

De geprofileerde uitkragende daklijst wordt gedragen door 6 voluutvormige consoles met druppen, sleuven en laurierblad. Tussen gepleisterde lagen bevinden zich dito rozetten. Bij de daklijst bevinden zich bovendien nog een tandlijst en bewerkte klosjes. Rechts van het pand is een gang, afgesloten door een moderne deur.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een gaaf voorbeeld van een middelgroot woonhuis voor de gegoede klasse in Eclectische stijl.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4883

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.A.M. Brekelmans

Adres : Markt 45

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 1 november 1990/29 januari 1992

MARKT 54

Typering

Het betreft een tweelaags pand van vijf traveeën in de gevelwand met lijstgevel en afgeknot schilddak, evenwijdig aan de voorgevel, alsmede een zesde travee als verticaal torenachtig accent.

Historische omschrijving

Op de plaats van het huidige pand stonden tot 1863 drie winkels. In 1863 werden twee ervan samengevoegd. Deze werden in 1875 afgebroken en in opdracht van grondeigenaar P. van Weel vervangen door het huidige pand. In 1882 werd de naastgelegen winkel afgebroken en als rijweg in gebruik genomen. In 1892 werd de rijweg overbouwd door de nieuwe eigenaar Emile van Loon. De markante opzet als toren werd gebouwd naar ontwerp van architect M. Vergouwen. De vleugeldeuren van het hoofdpand zijn in 1929 vervangen. In datzelfde jaar werd de dubbele poort in de toren, die de rijweg afsloot, weggehaald.

Het deel dat vrij kwam werd verbouwd tot ruimte met woonbestemming. De wijze waarop dit is geschied doet afbreuk aan de oorspronkelijke kwaliteit. Van 1875 tot 1935 was het in gebruik als herenhuis, vanaf dat jaar tot 1979 als gemeentehuis. Het pand heeft thans een kantoorfunctie. Het huis is bovendien van belang vanwege de er achter gelegen tuin. Deze grote tuin, die voordien uit weiland bestond, werd in 1883 aangelegd door de tuinarchitecten Heerma van Voss. De tuin heeft diverse grote oude bomen en beelden, alsmede een originele ijzeren omheining. De tuin werd in 1936 als "Emile van Loonpark" voor het publiek opengesteld.

Omschrijving exterieur

Tot circa 60 cm. hoogte is er een gefrijnde hardstenen plint met vier openingen voor ronde roosters met ijzeren vulling. De twee rechter openingen, bij de toren, zijn van een apart omfrijnde rand voorzien.

De plint wordt onderbroken door vier risalerende delen van hoek- en zijpilasters. Rechts en links van de deur zijn er bewerkte gietijzeren schoenenschrapers aangebracht. Op de plint zijn, onder elk venster twee, hardstenen voluutconsoles die de hardstenen dorpels dragen. Hierboven bevinden zich vernieuwde T-vormige vensters. Deze zijn voorzien van geprofileerde stucomlijsting, ronde schouders en kuiven. De kuiven bestaan uit voluten met bladvorm, een centraal palmetmotief, waartussen een lauwerkrans met vierbladige bloemen. Boven de plint is de gevel gepleisterd en van een lichte kleur verf voorzien. De verticale gepleisterde elementen, zoals de hoekpenanten en de penanten van de centrale travee, worden harmonieus in balans gehouden door de horizontale onderverdeling door veelal hardstenen elementen, zoals de plint en de waterlijsten.

De centraal geplaatste deur wordt omlijst door witte, hardstenen pilasters en zijpilasters met geprofileerde verticale sierelementen. De halfronde afsluitende boog is uit blokken opgebouwd. Aan weerskanten van de ingangspartij is een smeedijzeren gevellantaarn aangebracht. Deze zijn uitgevoerd in Neo-Gotische stijl. Flamboyante blad- en bloemmotieven omcirkelen een gevleugelde draak, die het wapen van de Roosendaal houden. De lantaarns zelf verkeren in slechte staat. De vernieuwde paneeldeur met sierrooster is te bereiken via twee hardstenen treden, waarvan één buiten de rooilijn.

Onder de boog zijn vensters uitgespaard met sierroosters en glas-in-lood vulling in gedekte tinten. Op de boog is een in hardstenen uitgewerkt reliëf aangebracht van twee duivelsmaskers met grote oren, brede neus en hangende puntsnor tussen arabesken. Tussen deze maskers is een reliëf van drie rozen en het jaartal 1862, waaronder een brede festoen van laurierbladeren en drie rozetten.

Boven de entree bevindt zich een rechthoekig balkon met een bewerkte hardstenen bodemplaat gedragen door twee consoles in strakke voluutvorm met rozet, laurierblad en acanthusblad. Tussen blokvormige hoekbalusters staan dicht opeen geplaatste vaasvormige balusters. De bodemplaat van het balkon is tevens de aanzet voor de uitkragende waterlijst voor de rest van het pand.

Na dit uitkragende deel volgt een vlak gepleisterd stuk dat aansluiting geeft op de consoles van de vensters van de eerste etage. De kuif van deze vensters is een eenvoudige voluutkrul met kleine palmet en fruittros. De kuif van de centrale travee is vergelijkbaar met die van de begane grond, maar heeft een extra stucomlijsting als kader en een roos in plaats van een palmet.

Boven deze vensters bevindt zich een smalle geprofileerde waterlijst die deels onderbroken wordt door de brede gepleisterde penanten bij de hoeken en bij de centrale travee. Hierboven zijn de uitkragende hardstenen dorpels en laag geplaatste zoldervensters, de mezzanino. Dit zijn eenvoudige tweelichtsvensters.

Hierboven bevindt zich de ver uitkragende gootlijst, als fries uitgewerkt. Er is een tandlijst en blokjes tussen de voluutvormige consoles. Er is één console per raamtravee, twee per penant.

De gevel wordt bekroond met een houten gootlijst.

De torentravee heeft boven de hardstenen plint een deel van hetzelfde materiaal dat voorzien is van vijf langwerpige diamantkoppen. Hierna volgt een brede uitkragende dorpel.

De rest van de gevel bestaat uit geblokt gepleisterde hoekpenanten in een lichte tint. In het hardstenen kozijn boven de dorpel zijn een verticale en twee zijroeden aangebracht. De bovenrand van het kozijn volgt de vorm van de hoekconsoles. Boven het venster bevindt zich een rechthoekige erker op consoles. De hardstenen zijconsoles kragen ver uit en bestaan uit een dubbele voluut met acanthusblad, rozet, knop en tussenlijst. De hoekconsoles bij het raam hebben een uitgewerkt roosmotief aan de dagkant, een lauriertakje en het Roosendaalse wapen met drie rozen. De middenconsoles hebben een langgerekte voluutvorm met acanthusblad. De bodemplaat van de erker is voorzien van decoratie in de vorm van cirkels op de hoeken. Inspringend ten opzichte van de uitkragende geprofileerde rand hierboven is de plaatsing van twee blokken als hoekbaluster, waarop elk een zuil in Neo-Renaissance stijl. Deze zijn voorzien van festoenen met bloemen tot een vlechtrand die het begin van het gladde bovenstuk aangeeft. De bekroning is een kapiteel als een vrije navolging van het Korinthische. Op dezelfde hoogte als het balkon bij het oudere woonhuis is er tussen de hardstenen blokvormige hoekbalusters een balustrade in de vorm van een rij van vaasvormige balusters. Hiertussen bevindt zich een erker met afgeschuinde zijden. Het kozijnwerk van de openslaande vensters is voorzien van afschuiningen, cirkels en diamantkopjes. Bovendien heeft de erker gepleisterde onderdelen met Neo-Lodewijk XVI bloemen en vruchtenranken. Op de kapitelen is een dekplaat, waarboven een blok met schelpen als stucversiering. Het blok wordt voortgezet in de lijst van de erker met bladmotieven als acanthusblad in sierpleisterwerk. Hierop volgt een tandlijst met blokvormige consoles die de uitkragende lijst van het smeedijzeren balkon dragen, met rozetten en bladmotieven. Hierachter bevinden zich lage vensters. De consoles en de gootlijst zijn in vorm gelijk aan die van het oudere huis. Maar hierboven volgt nog een attiek met blokvormige hoofdbalusters en een middendeel van vaasvormige balusters met insnoering. De middelste hoofbalusters dragen de Toscaanse zuiltjes die de ondersteuning vormen van het hoge driehoekige fronton. Het fronton heeft in een cirkel sierlijke ineengevlochten initialen, met gotische bladvorm en een afgeplatte bol met tussenringen. Hiertussen bevindt zich een tweelichtsvenster als dakkapel met halfrond bovenlicht waarvan het kozijnwerk voorzien is van sierblokjes en andere decoratie. Het bovenlicht is omlijst door een hardstenen boog met een diamantkopvormige sluitsteen. Naast de zuiltjes zijn klauwstukken geplaatst met reliëf-decoratie. Boven de zuiltjes is een dekplaat waarop een sierkogel met bladmotief is geplaatst.

Het dak is hoog opgetrokken en is afgeknot aan de bovenzijde. De dakbedekking bestaat uit leien in maasdekking. Op een zinken lijst met puntrozetten is een sierkam (crête) geplaatst van smeedijzer in arabeskvorm en kandelaberachtig uitgewerkte hoekpunten.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van de Eclectische architectuur en neemt een voorname plaats in de Roosendaalse geschiedenis in.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Markt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4534

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Stichting Openbare Bibliotheek Roosendaal en Nispen

Adres : Markt 54

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 1 november 1990/29 januari 1992

MOLENSTRAAT 7

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand met een parallel zadeldak met zwarte leien aan de voorzijde, een plat deel en een haaks zadeldak met rode oud hollandse pannen aan de achterzijde. De twee rechter traveeën eindigen in een lijstgevel, de linkertravee wordt beëindigd als trapgevel.

Historische omschrijving

Dit pand werd in 1898 in opdracht van Piet Konings als woonhuis gebouwd en is thans in gebruik als kantoor.

De architect is A.J. de Bruijn.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint van het pand is opgebouwd uit drie lagen blokken en een afdekrand. De plint wordt rechts van de deur onderbroken door een uitgespaarde schoenenschraper met afgeschuinde kanten en een ijzeren stang.

Daarboven is een gedeelte met twee consoles voor de vensterdorpel van de linkertravee. Tussen deze consoles zijn cirkels en een rechthoek ter decoratie aangebracht. Onder de vensterdorpel van de rechter-travee zijn in cassetten vier rozetten in cirkels met band- en rolwerk en bladmotieven in de hoeken.

Boven de dorpels is de gevel opgetrokken in machinale bruine baksteen en is platvol gevoegd. De gevel wordt verder geleed door witgeverfde speklagen en hoekblokjes van afwisselende grootte. Door de brede linkertravee een fractie te laten risaleren boven de plint en dit te accentueren door een verticale pleisterlaag met blokjes van afwisselende grootte wordt de opbouw van de gevel in twee delen gescheiden.

Aan weerskanten van het pand zijn smalle poorten, zodat het een geheel vrijstaand pand is.

In het midden bevindt zich de originele donker geschilderde paneeldeur, te bereiken via vier inpandige hardstenen treden. Deze deur bevindt zich in een segmentboogvormig portiek met stucwerkomlijsting. In de verdiepte velden treft men het motief van de Vlaamse Renaissancewortel. Er is een wigvormige diamantkop als sluitsteen, met eindlijst. De bovenrand is halfrond geprofileerd en eindigt in horizontale stukjes boven de speklaag. Aan weerszijden van de sluitsteen heeft het stucwerk boven de profielrand een getrapte verwerking.

De deur heeft iets onder het midden een zilverkleurige duwstang, die is versierd met bladranden en pijnappelvormige uiteinden heeft. Hierboven zijn gietijzeren sierroosters aangebracht met een repeterend geometrisch motief. Het kalf heeft een tandlijst en blokjes. Het segment-boogvormige bovenlicht heeft vernieuwd glas-in-lood. Het houtwerk rondom de deur is afgewerkt met vellingen.

Het witgeschilderde schuifvenster rechts heeft dezelfde breedte en pleisterafwerking als de portiekomlijsting. Alle vensters op de begane grond hebben houten rolluiken.

In de linkertravee bevindt zich een breed venster met twee deelpilasters met verdiepte velden waarin Vlaamse Renaissancewortels en bandwerk zijn aangebracht. Hiertussen bevinden zich schuifvensters. De getoogde bovenrand en afwerking komen verder overeen met die van de andere traveeën. De deelpilasters zetten zich voort als afgeschuinde consoles met knoppen, sleuven en rolwerk en drie ronde rozetten. Hierboven bevindt zich de gewelfde aanzet en steunplaat voor de erker. De gewelfde aanzet is voorzien van een rand met paletten en een brede rand van afgeronde verticale sleuven. Hierboven bevindt zich net onder de waterlijst een smalle pleisterband. Deze band heeft een klein vlak pleisterblokje als verbinding ter hoogte van de sluitsteen bij portiek en venster. De waterlijst is met de aanzetwelving mee boogvormig en volgt verder zoals gebruikelijk een rechte lijn. Boven de waterlijst heeft de erker afgeschuinde zijden. Tussen de hardstenen hoekblokken van de borstwering en de afsluitende hardsteen lijst zijn drie velden. Deze zijn voorzien van stucwerkmotieven, bladmotieven vanuit een centraal punt. De genoemde afsluitlijst loopt door en vormt zo tevens de afsluiting van de borstwering van de twee vensters op de eerste verdieping. De velden van stucwerk bij beide vensters zijn geplaatst tussen blokken met vellingen. In het stucwerk zijn voorstellingen aangebracht van arabesken met drakekoppen. De twee vensters zijn naar binnen draaiende vensters met bovenlicht. Ter hoogte van het midden van de wisseldorpel is een conisch gevormd houten sierblokje aangebracht. Boven een iets verdiept veld hebben deze een segmentboog met witte aanzet- en sluitstenen. De aanzetstenen zijn voorzien van een halfronde bol, de wigvormige sluitsteen met een diamantkop.

De erker heeft aan de voorzijde eenzelfde raam en in de zijvlakken een smal schuifraam. De erkerramen bevinden zich tussen stenen pilasterachtige elementen die zijn voorzien van verdiepte velden en cirkels en een geprofileerde eindlijst. De laatste is ook aangebracht bij de vensters op deze verdieping. Direct boven de sluitstenen is een profiellijst en een fries met stucwerk. Dit stucwerk heeft Neo-Francois decoraties met arabesken en bladmotieven. De uitkragende houten gootlijst rust op houten klossen.

In het dakvlak is tussen de twee vensters een kleine eenlichts dakkapel met een spits toelopend en overstekende overkapping van zwarte leien. Op de spits bevindt zich een piron in de vorm van een gebogen openstaande bloem.

Boven de erkervensters is een rand van gecompliceerde meanders in reliëf en een uitkragende geprofileerde lijst. Hierop volgt een ijzeren balkon met rozetten en symmetrische krulpatronen tussen twee hardstenen hoekstukken.

Tenslotte de topgevel, welke is uitgevoerd als trapgevel. Het bakstenen gedeelte is ook hier geleed door smalle speklagen. De trappen worden afgedekt met wit geschilderde stenen voluten en rolwerk.

Er zijn twee gepleisterde vlakke pinakels met diamantkoppen, waarvan de linker nog de siervaas als bekroning heeft. Als toegang tot het balkon zijn er openslaande deuren en een halfrond bovenlicht met vernieuwd glas-in-lood, het geheel omlijst met een bewerkte pleisterlaag. Vanuit de sluitsteen komt een smalle overhoeks geplaatste pinakel, aan weerszijden door een gekruld symmetrisch sieranker voorzien.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De gevel van het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een voornaam huis van gemiddelde breedte en hoogte, in de stijl van de Neo-Renaissance en vormt een belangrijk element in de structuur van de gevelwand.

De gevel maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4565

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Brabants Nieuwsblad B.V.

Adres : Molenstraat 5

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 1 november 1990/23 december 1992

MOLENSTRAAT 8

Typering

Het betreft een tweeënhalf laags pand van negen traveeën in driedeling waarvan het middengedeelte eindigt als lijstgevel en de hoekpartijen een topgevel hebben, onder een parallel zadeldak met zwarte leien aan de straatzijde en een plat dak aan de achterzijde. De goot ligt aan de achterzijde lager dan aan de voorzijde.

Historische beschrijving

In opdracht van de heer Stanislas van Hasselt werd deze bank als Bank van Luykx gebouwd in 1913. De architect was J. de Lepper.

J.G.P. Luykx had de bank in 1878 gesticht en hij had zich in 1889 geassocieerd met zijn zwager S. van Hasselt.

Tot 1971 had de familie Van Hasselt de leiding, toen ging de familiebank een associatie aan met de Bank van Lanschot, die kort daarna de bank geheel overnam.

Omschrijving exterieur

De 154 cm. hoge hardstenen plint met een brede frijnrand is schoorvormig, schuin naar boven aflopend, opgesteld. De plint wordt onderbroken door vijf ronde roostertjes met gietijzeren vulling. De roostertjes zijn hoefijzerboogvormig gefrijnd en afgeschuind en aan de onderzijde afgekant met een uitgespaard rechthoekje.

De gevel van het pand is verder opgetrokken in oranjerode verblendsteen, afgewisseld met diverse speklagen en hoekblokjes van hardsteen. In de rechtertravee is de uitsparing voor de entree, via drie treden uit

de rooilijn te betreden. Aan beide zijden bevindt zich een omfrijnde en afgeschuinde schoenenschraper met ijzeren stang.

Deur en portaal zijn rijk bewerkt. De geverniste vleugeldeuren zijn getoogd en voorzien van koperbeslag als sluitwerk. In het bovendeel zijn in verdiepte velden opgenomen liggende ovale vensters met siersmeedwerk. De iets risalerende omlijsting heeft ter hoogte van de latei bloemmotieven en paletten. De latei zelf heeft afgeronde elementen.

Het bovenlicht en de overhuiving bestaan uit hardsteen met decoraties in de vorm van cassetten, paletten, rozetten en amandelvormen. De drie vensters in het bovenlicht hebben elk zes gefacetteerde ruitjes. Boven de overhuiving bevindt zich een vlaggestokhouder van hardsteen. Hier is een hoofd met een gedrapeerde hoofddoek op uitgebeeld. De in de houder geplaatste houten vlaggestok wordt tevens gedragen door gedecoreerde ijzeren beugels in de vorm van banden met gekrulde decoratie.

Aan de rechterzijde van het pand bevonden zich tot september 1990 de getoogde vleugeldeuren van de iets terugspringend geplaatste poort. Deze poort is thans dichtgemetseld.

Het gemetselde deel heeft een v-vormige afdekking met een centraal druipgootje. Tussen de hoger doorlopende hardstenen elementen van de zijkanten van de vroegere poort is een siersmeedwerk geplaatst met verbindingsstangen en doorlopende cirkels. De vorm is spiegelbeeldig aan de afdekking waardoor het geheel een ruitvorm heeft.

De rechterzijgevel van het pand heeft dichtgemetselde ramen die zijn opgevuld met polychroom baksteenmozaïek. In de hoektopgevel bevindt zich een driehoekige steen met diamantkop. Daarna een sterk hellend dakvlak en achterliggende eenlaags bebouwing met plat dak.

De gevel bestaat uit drie delen van in totaal negen traveeën. Deze drie delen zijn van oplopende grootte: de deur zelf is twee traveeën breed, links daarvan is een stuk bestaande uit drie vensterassen en het laatste deel beslaat vier vensterassen.

De vensters bevinden zich direct boven de plint. De onderdorpel is afgeschuind. De kozijnen zijn donkergroen geschilderd, de rest is wit. Ze zijn voorzien van vellingen. De smalle vensters hebben negenruits bovenlichten met geometrische glas-in-lood-vulling. De bovendorpels zijn deels afgeschuind. Tussen deze schuifvensters zijn smalle deelzuiltjes van profielsteen en hardsteen. Tussen de vensters van de begane grond en de eerste verdieping is een nieuwe lichtreklame aangebracht. De vensters op de eerste verdieping komen qua grootte en plaats overeen met die op de begane grond.

Boven de entree bevinden zich twee vensters, met als de andere op deze etage uitkragende vensterdorpels. Er zijn minder speklagen dan op de begane grond, namelijk alleen bij onder- en bovendorpel en een blokje bij de wisseldorpel. Boven de twee vensters is een topgevel met een vierruits rondraam en een hardstenen omlijsting met vier hoekknoppen. Bij de met hardsteen afgedekte topgevel horen smalle penanten en stermotieven. In het driehoekig veld van het bovendeel van de topgevel is een Mercuriushoofd met kap en staf uitgebeeld.

Boven de middelste traveeën is een gootlijst met breed overstek, rustende op hardstenen klosjes met corresponderend knopmotief. Tussen het verbindend profiel en de lijst bevinden zich vijf velden met polychrome invulling van kransen met hangende uiteinden.

Het linkergedeelte wordt beëindigd met een topgevel, waarin zich drie door een deelzuiltje gekoppelde smalle vensters van klein formaat bevinden. Dit zijn drie keer twaalfruitsvensters. Hierboven is een vierruits rondraam met hardstenen omlijsting, kleiner dan dat aan de rechterzijde. Ook hier zijn hoekpenanten met hardstenen bolvormen, een half getrapte opbouw van de met hardsteen afgedekte topgevel met stermotieven. In de driehoekige top van het gevelveld is een wapen afgebeeld met bladeren rondom en een engelenhoofd er boven, alsmede "Anno 1913".

Omschrijving interieur

Via de entree komt men in het voorportaal, waarvan de vloer is betegeld met matte "krakelingen" (tegels met bolle en holle cirkeluiteinden). Deze tegeltjes in geometrisch patroon vindt men in het gehele toegankelijke deel van de bank. Hetzelfde geldt voor de betegelde lambrizering. De bruingeschilderde plafonds zijn vlak en hebben lineair stucwerk aan de zijkanten.

Naast dit voorportaal is er nog een tweede portaal, dat toegang geeft tot het publieksgedeelte van de bank. In de portalen bevinden zich twee paar vleugeldeuren met langwerpige gefacetteerde ruitjes, staande en liggende dubbele koperen handgrepen. Tussen drie verbindingsstangen is een bronzen plaatje gemonteerd, met daarin de initialen "L - B" uitgespaard, dik-dun en in zwierige vorm in elkaar verweven.

Voor de deuren in de portalen en overige ruimten zijn verschillende donkere houtsoorten gebruikt. Boven de van langwerpige en vierkante kussens voorziene paneeldeuren zijn glas-in-lood bovenlichten. De hoofdtint is geel, onder een gewelfde boog is een houten medaillon-omlijsting van de geabstraheerde decoratie aangebracht. De portaaldeuren zijn voorzien van een koperen schopplaat en deurknoppen.

In de deur naar de bank is boven de segmentboog in medaillon met decoratie het naturalistisch weergegeven hoofd van Mercurius met omgeslagen mantel, hemelwaarts gerichte blik en gevleugelde hoed. Bij een andere deur is in geelbruine tinten in de boog erboven een medaillon met versiering rondom, waarin men in grijs en bruin een gevleugelde Mercuriusstaf ziet, omkronkeld door twee slangen en een opengeslagen boek daarachter. De deuren hebben een glas-in-lood omlijsting met okergeel kathedraalglas als hoofdtint, met aan het begin en het eind een abstract florale versiering.

In de wachtzaal heeft de tegelbevloering als hoofdkleur mosgroen, verder geelwit, licht- en donkergrijs en roodbruin. Deze zijn in geometrisch patroon gelegd met rand, hoek en centrumpatronen. De lambrizering bestaat uit gewolkte tegeltjes van het formaat tien bij tien centimeter, met een totale hoogte van circa 145 centimeter. Deze zijn roodzwart gewolkt aan de basis, een groengeel tussengedeelte waarna tussen een turquoise rand weer een rode rij volgt, tenslotte een blauwgroene sierlijst met geometrische reliëfdecoratie. Langs de wanden staan mosgroen geschilderde radiatoren, hoogstwaarschijnlijk daterend uit de bouwtijd. Daarnaast is er meubilair opgesteld dat eveneens uit die tijd dateert. Er is een rechte eiken hoekbank, een bolpotige uitschuiftafel en vijf met trijp beklede stoelen. Deze stoelen hebben bij het hoofdeinde aan de zijden decoratie in de vorm van zeventiendeeeuwse koppen.

Rechts van de ingang is een glas-in-lood venster type kruiskozijn. De bovenlichten hebben een negenruits invulling met abstract florale motieven. Rechtsonder is een sikkel en een korenschoof, geplaatst op een ruitwerk, afgebeeld. Linksonder ziet men een driemaster met bollende zeilen en twee vanen, die de andere kant op waaien.

De meeste deuren zijn nog origineel. Daar waar de deuren vernieuwd zijn, is dit geheel in stijl gebeurd.

Boven de wachtzaal hangt een legraam met geometrisch glas-in-lood. De hoofdkleuren zijn licht- en zachtgeel. In een grote ovaal in het centrum is een wapen uitgebeeld met een klimmende leeuw.

Aan de linkerzijde, vanaf de entree gezien, bevindt zich de balie. Rechts en links in de zijwand bevinden zich deuren zoals beschreven voor het portaal. Er zijn zeven loketten op rij, verbonden door een gewelfde wit marmeren plaat, welke steunen op gekoppelde metalen consoles, die zijn voorzien van een spiraal en ovale motieven. De loketten worden van elkaar gescheiden door een matglazen geëtste plaat in bronzen vatting met spiraalmotief. Personeel en cliëntele spreken elkaar door een open hekwerk van drie halfronde bogen in een kruisvorm gevat, met in de zwikken een spiraalvorm. De baliewand bestaat verder uit roodbruin gebeitst hout, beginnend bij een tussenzuiltje bij de loketten. Het houtwerk is voorzien van geometrisch decoratief snijwerk in een aan Neo-Renaissance herinnerende stijl. Tussen de houten stijlen bevindt zich boven elk loket een glas-in-lood raam met roedeverdeling van een dubbele getoogde boog. Daarachter bevindt zich de ruimte van het personeel. Er ligt vloerbedekking op de grond en er is een houten lambrizering met kussens zoals bij de beschreven deuren. In dit gedeelte bevinden zich daarvan zeven stuks. Links zijn schuifdeuren met glas-in-lood. In de hoek daarnaast is een bij het interieur horende staande houten klok.

Er staat ook een rechthoekige bolpoottafel. De rest van het meubilair is in stijl aangepast. Bij de achterwand is een houten steektrap opgesteld met smalle houten balusters, leidend naar overloop over de gehele breedte. Tussen elke vijf smalle balusters is een breder ingesnoerd zuiltje zoals bij de loketten. Deze staan op een piedestal, die geflankeerd wordt door een metalen spiraalvorm.

De zoldering bestaat net als bij het gedeelte voor de klanten uit een plafond met een geometrische onderverdeling van houten geprofileerde balken. Hier tussen bevinden zich twee glas-in-lood legramen. Deze legramen hebben in het centrale ovaal een wapen. Aan de linkerzijde is dat het Roosendaalse wapen, aan de rechterzijde heeft het wapen drie witte kruisen.

Tussen deze twee legramen bevindt zich een grote brede steunbalk op afgeschuinde hoekconsoles. De rest van het plafond is donkergroen geschilderd.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een zeldzaam en uiterst gaaf voorbeeld van een groot en hoog bankgebouw met een zeer zorgvuldig bewaard gebleven interieur in de stijl van de Beurs van Berlage.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4412

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : N.V. F. van Lanschot bankiers

Adres : Hoge Steenweg 27-31

Woonplaats : 's-Hertogenbosch

Opname gegevens : 1 november 1990/14 oktober 1992

MOLENSTRAAT 9 - 9A

Typering

Het betreft een drielaags pand van vier traveeën in de gevelwand voorzien van een plat dak.

Historische omschrijving

Het pand is in 1932 in opdracht van H. Potters opgetrokken als winkelwoonhuis. De architect is Jac. Hurks.

Het pand is momenteel in gebruik als kantoor.

Omschrijving exterieur

Het pand heeft een hoge zwarte natuurstenen plint tot aan het etalageraam. Aan de rechter- en linkerzijde bevindt zich een liseenachtig uitkragend element op zwarte natuurstenen console. Aan de linkerkant staat het pand vrij, waarbij de toegang tot de achterom wordt afgesloten door een grijs geschilderde deur als poort.

Het brede langwerpige etalageraam is als een doos in de ruimte gezet, doordat de bovenzijde vrijgelaten is. Het raam is gevat in een metalen kozijn. In het portiek aan de rechterzijde is de vloer bedekt met donkergroene en zwarte tegels in geometrisch patroon. In het portiek bevinden zich de beide deuren. De deur naar het winkelgedeelte (nummer 9) is een vernieuwde glaspaneeldeur. De deur van nummer 9a is de oorspronkelijke geverniste paneeldeur.

Naast de paneeldeur bevindt zich een bijzonder gevormd glasin-lood raam in geometrische vorm. Het glas is gevat in aluminium.

Aan de linkerzijde ziet men een smal gedeelte van dit raam in de gevelwand, zodat het de functie van lantaarn vervult. Het vervult verder zowel de functie van bovenlicht als die van legraam als zoldering van het portiek. Aan de rechterzijde bevindt zich een verticaal wit lantaarnachtige decoratie. De pui rust op een wit geverfde betonnen balk als luifel. Het beton is van een frijnwerkmotief voorzien.

De rest van de gevel is opgetrokken in bruine machinale baksteen met diepe lintvoegen.

Op de eerste verdieping bevinden zich vier vensters die zijn voorzien van zwart verglaasde dorpeltegels. De houten kozijnen zijn witgeschilderd.

Het onderste rechthoekige deel heeft een verdeling met loodstrippen, de ramen draaien naar binnen open. De smalle bovenlichten kragen ver uit en zijn voorzien van geel en rood glas-in-lood. In het muurwerk tussen de bovenlichten zijn betonnen blokjes gezet.

De vensters van de tweede etage hebben eveneens witgeschilderd houtwerk maar zijn opgevat als een bandvenster onder een betonnen luifel. Het zijn in totaal acht panelen met glas-in-lood strippen.

De gevel wordt verder geleed door de lisenen en de vanaf de bovenlichten van de eerste verdieping risalerende hoofdmassa. De muurdammen aan weerskanten van de hoofdmassa wijken hierdoor iets terug. Deze delen zijn evenhoog opgetrokken als de lisenen en lopen iets achter de hoofdmassa door. Deze onderdelen zijn afgewerkt met een betonnen afdekplaat. De gevel van de hoofdmassa wordt recht afgesloten door middel van een rij geglazuurde zwarte windveerpannen.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

De gevel van het pand van gemiddelde grootte is een gaaf en goed voorbeeld van een winkel met stijlelementen van Zakelijkheid en Art Deco, waarbij een goed evenwicht bestaat tussen de horizontale en de verticale elementen.

De gevel maakt onderdeel uit van de gave historisch gegroeide structuur van de Molenstraat. Het pand is bovendien van waarde in het oeuvre van architect Jac. Hurks.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4284

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Brabants Nieuwsblad B.V.

Adres :

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 19 juni 1991/23 december 1992

MOLENSTRAAT 10

Typering

Het betreft een drielaags pand van vijf traveeën in de gevelwand met een platdak met omlopend schild, bedekt met leien in maasdekking.

Historische omschrijving

Het herenhuis is in opdracht van de heer Stanislas van Hasselt in 1904 gebouwd. Het was de woning van de opdrachtgever en vroegere directeur van de op nummer 8 gevestigde Bank van Luykx.

De architect is A.J. de Bruijn.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint bestaat uit een uitkragend deel met kwarthol profiel, daarboven een rechte plaat en een geprofileerd stuk. Tot de dorpels zijn er twee geblokte lagen. De ver uitstekende dorpels zijn voorzien van klosjes, de waterlijsten daar tussen kragen minder ver uit. De dorpels steunen op consoles met rechthoekig opengewerkte diamantkopjes met profiel.

De rest van de gevel is opgetrokken in machinale rode baksteen met verdiepte grijze voeg.

De plint risaleert iets bij de centrale entree. Deze heeft vier inpandige afgeronde treden. De licht eiken vleugeldeur is gebeitst. Iets onder het midden is een gedraaide koperen duwstang annex brievenbus. Voorts heeft de deur rechthoekige Neo-Renaissance decoratie en twee ronde omlijste vensters met een gestileerd weergegeven vlinder in smeedwerk. Boven dit deel bevinden zich twee knopmotieven op vierkant waarboven fronton.

De deuromlijsting is van hardsteen. Aan de voorzijde is er een rond bloemmotief in omlijsting op gewelfde steen.

Boven de dorpellijst is een ingekerfd geometrisch symmetrisch bloemmotief, waarboven een Vlaamse Renaissancewortel in reliëf en een knop met welving. Hierboven zijn de gewelfde consoles van het balkon, met opengewerkte diamantkop. In het verdiepte stuk bevindt zich een cosmatenwerkachtige decoratie. Er is een eindrol met knoppen en een geprofileerde tussenrol met aan de zijkanten Vlaamse Renaissancewortels, knoppen en voluten. De eindvoluut is voorzien van acanthusblad, aan de zijkanten bladwerk en knoppen. Aan de binnenzijde zijn in verdiepte velden een knopmotief, een siervaas met guirlande waaruit bladmotieven voortkomen en een schaal fruit met korenaren.

De rechte afdekking van het portiek heeft als decoratie een centrale diamantkop met bandwerk en bladmotieven aan weerszijden.

Boven de deur is er in de segmentboog, achter het glas een symmetrisch smeedwerk met spiralen, waartussen twee bloemen. Links van de deur is het restant van een ijzeren trekbel. Boven de deur bevindt zich de hardstenen dekplaat van de erker. Deze steunt op een halfrond onderdeel dat in drie horizontale elementen is verdeeld. Er is een klein knopje met halfronde bladen, een middenstuk met acanthusbladeren en een sluitstuk met zigzaglijnen en bloemmotieven.

Rechts van het pand is een dienstingang, met rechts een uitgespaarde schoenenschraper. Er is een paneeldeur met een gedraaide koperen duwstang en twee ijzeren deurroosters in het bovenpaneel. Hierboven bevindt zich een balustradeachtig element van baksteen en hardsteen.

Boven de waterlijst bevindt zich nog een achttien centimeter hoog deel van hardsteen, dat als speklaag dient en terugkeert bij de wissel- en bovendorpels.

De kozijnen van de schuifvensters zijn steenrood geschilderd, het binnenwerk is caramelkleurig. De wisseldorpels zijn van drie knoppen voorzien. De vulling van de segmentboog bevat één sierknop. De segmentbogen zijn voorzien van een geprofileerde hardstenen omlijsting op halfronde consoles en een sluitsteen als opengewerkte diamantkop. Hierboven is een speklaag, dan een brede uitstekende lijst en onder de vensters van de eerste etage een smallere uitstekende lijst. Hiertussen bevindt zich een borstwering in Neo-Renaissance stijl. Tussen hardstenen arabesken met bladmotief bevinden zich in het centrum een druiventros, monsterhoofd en bloemmotief. Naast de erker zijn dat twee omkijkende drakefiguren tegen een S-vorm.

De rechthoekige erker is opgebouwd uit hardsteen. Tussen de uitstekende lijsten, corresponderend met die bij de vensters bevindt zich een borstwering. Aan de voorzijde is dit een leeg veld met band en rolwerk aan de zijkanten en een cirkelvormig deel.

De hoekstijlen hebben een veelhoekig veld met knoppen, Vlaamse Renaissance wortels en versierde bloemknoppen.

Het erkervenster is aan de voorzijde zevendelig en heeft een dubbel draaivenster. Er is decoratie van profileringen en diamantkoppen. Daarboven bevinden zich de consoles voor de uitkragende lijst van het balkon. Daartussen is een lijst met een leeuwekop op een rechthoekig veld en uitwaaierend bladmotief. Aan de zijkant is er een concha (schelpvormig) decoratief element aangebracht.

De wisseldorpels van de schuifvensters op de eerste verdieping zijn niet, zoals de voornoemde, voorzien van knoppen.

Boven deze vensters is een tussenlijst is een laurierguirlande met kruiswindsel tussen gewelfde consoles met knoppen en diamantkop. Deze consoles ondersteunen een driehoekig fronton met een leeg wapenschild. Op de hoeken van het fronton zijn blokvormige elementen en vlakke tussenblokken.

Het balkon boven de erker heeft zware hoekblokken met halfronde eindstukken boven de geprofileerde deklijst. Hiertussen bevinden zich velden met smeedwerk in spiraalvorm. Tussen twee stel pilasters met gewelfde steen met knopversiering, druppen en Vlaamse Renaissance wortels bevinden zich de openslaande klapdeuren.

Deze deuren maken al onderdeel uit van de derde verdieping. De plaats van de pilasters correspondeert met die van twee vlakke en twee ver uitkragende voluutvormige consoles, die de bodemplaat van het balkon met afgeschuinde zijden dragen. Aan weerskanten van de balkondeuren zijn vijf smalle kleine vensters, gekoppeld door ingesnoerde zuiltjes met ringen en knoppen op voetstuk en met dekplaat. Onder de doorlopende uitkragende hardstenen dorpel zijn afgeronde sierblokjes onder elk zuiltje geplaatst. Rechts zijn deze vensters nog ingevuld met abstract floraal glas-in-lood in groen, geel en rood.

Het fries bestaat uit twee geprofileerde hardstenen lijsten. Het fries is gevuld met zeven schelpvormige elementen aan weerskanten. Hierboven bevindt zich de uitkragende houten gootlijst op rechthoekige houten klosjes. Boven de gewelfde en bewerkte bodemplaat is een lijst met vaasvormige balusters tussen hoekblokken aangebracht. Openslaande deuren met een boogvormig bovenlicht in de topgevel geven toegang tot dit kleine balkon. De deuropening is omlijst door blokjes, een boog en een diamantkop. Het geheel wordt omlijst door twee Ionische zuilen met dekplaat en aan boven- en onderzijde diamantkoppen. Tussen de bovenste diamantkoppen is een vlakke lijst aan de onderkant en een uitkragende geprofileerde aan de bovenzijde. Hiertussen bevinden zich twee bewerkte consoles en drie overhoeks geplaatste diamantkoppen. Aan weerszijden van de zuilen bevinden zich barokke voluutkrullen en bandwerk. Aan de uiteinden van de uitkragende deklijst zijn eveneens van deze krullen aangebracht. Naast het rechthoekige sierblok in het centrum zetten de pilasters zich voort om te eindigen in een siervaas aan de rechterzijde. De linker vaas is verdwenen. Op het rechthoekige sierblok is tenslotte een uitkragende deklijst met een halfrond fronton met schelpmotief en een sierknop gezet. Deze topgevel is door middel van gekruld siersmeedwerk verbonden aan een deel van het dak.

Dit centrale element wordt aan beide zijden geflankeerd door een dakkapel met houten aedicula-omlijsting en een halfrond fronton. Deze omlijsting heeft knoppen, consoles, klosjes en Vlaamse Renaissance wortels. In de halfronde boog boven de uitkragende deklijst is een schelpmotief aangebracht. De bekroning hiervan wordt gevormd door een grote ronde zinken decoratie met band.

Links achter is een schoorsteen met rechthoekige diamantkoppen. De schoorsteen is met gekruld siersmeedwerk aan het dak bevestigd.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een groot en voornaam herenhuis in de stijl van de Neo-Renaissance.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4413

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : B.L.M.C. van Hasselt

Adres : Molenstraat 10

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 1 november 1990/14 oktober 1992

MOLENSTRAAT 12

Typering

Het betreft een tweelaags pand van zes traveeën in de gevelwand met omlopend dakschild met leien in maasdekking en een licht gewelfde overkapping.

Historische omschrijving

Het pand werd in opdracht van de bankier J. Luykx rond 1880 gebouwd als woonhuis. In 1923 werd het pand verkocht aan de heer A. Balthazaar, die er een juwelierszaak in vestigde. Sinds 1974 is er een horecabedrijf in ondergebracht.

De architect is onbekend.

Omschrijving exterieur

De drie traveeën op de begane grond zijn niet origineel. Boven de lage, uit twee delen bestaande, plint bevinden zich de afgeronde brede hardstenen dorpels. De dorpels steunen op twee gewelfde ingesnoerde consoles. De schuifvensters op de begane grond zijn deels wit, deels bruin geschilderd. De gevel is crèmewit gepleisterd en is op de begane grond voorzien van diepe schijnvoegen.

Ter hoogte van het bovenlicht bevinden zich langszij twee liseenachtige delen. Aan de onderkant zijn deze voorzien van druppen, in het midden van een "centenlijst" en aan de bovenzijde van een halfrond gewelfde lijst met cirkeldecoratie. Het bovenlicht van de vensters wordt bekroond door een veelvormig gewelfd schild met een pijnappel en ranken aan weerszijden. Hierboven bevindt zich over de gehele breedte een tandlijst.

Tussen iets risalerende delen in de derde travee van links bevinden zich de vleugeldeur, te bereiken via twee uitpandige afgeronde hardstenen treden. De donkerbruin geschilderde deuren zijn voorzien van een koperen duwstang met hoekdecoraties. De iets getoogde deuren zijn rondom voorzien van zigzagranden, geschulpte randen, blokjes en druppen. De middenstijl is voorzien van diamantkopjes. De hardstenen omlijsting heeft een randdecoratie van een gestileerde tulp tussen over elkaar geplaatste kettingbogen.

Het bovenlicht van de vleugeldeur wordt geflankeerd door C-vormige consoles. Aan de onderzijde zijn deze van druppen voorzien, in het middenstuk van laurierblad en Lodewijk XVI bloem, aan de bovenkant van leeuwekoppen.

Het rechterdeel van de pui is rond 1923 verbouwd. De plint en de smalle zijdelen zijn bekleed met gepolijst grijs graniet. De rest is opgevuld met grote glaspanelen, die aan de linkerzijde sterk zijn afgerond. Aan de rechterzijde is er eveneens een sterk afgerond stuk bij de ingang van het portiek, waardoor erdaar een ondiepe vitrine ontstaat. Het bovenlicht bestaat uit langwerpige panelen met glas-in-lood-vulling en vult de hele breedte, ook boven het portiek. De vloer van het portiek bestaat uit matte tegels in krakelingmotief.

De deur is behalve met glasvulling voorzien van een koperen deurgreep en schopplaat en heeft een getrapte verwerking van het paneel aan de bovenzijde.

Boven de reeds genoemde afsluitende tandlijst is een brede waterlijst aangebracht, die ook doorloopt als lijst van de bodemplaat van het rechthoekige balkon boven de deur. Iets daar boven bevindt zich een iets smallere waterlijst, als vensterdorpels iets verder uitkragend. Deze lijst dient tevens als dekplaat voor het balkon. Hiertussen bevinden zich ingesnoerde consoles met bladmotief en knoppen. Het balkon heeft als hoekblokken pilasterelementen en knoppen. Hiertussen bevinden zich in steen uitgewerkte cirkels met achtbladige bloemen tussen kleinere cirkels en bladmotief.

De vensters op deze vlak gepleisterde etage zijn draaibaar en voorzien van een bovenlicht. Op het draaipunt is het houtwerk voorzien van een diamantkopje, een blokje en een bolletje. De vensters zijn omlijst door profiel, dat boven de middendorpel iets inspringt, waardoor er ruimte is voor een drup. Boven de vensters zijn door het profiel heen ovale schilden met een hangende bloem en een parelrand, bandwerk rondom en klimoptakken aan weerskanten aangebracht.

De omlijsting van het balkonvenster is anders. Deze bestaat uit lisenen met sleuven en druppen en een latei van blokjes met bloemmotief van wisselende hoogte. Op de hoekblokken van het balkon zijn composietzuilen geplaatst met ring. Tot de gedecoreerde ring zijn er blad- en bloemmotieven, daarboven cannelures. Deze zuilen dragen een uitkragende lijst met consoles met knoppen aan de onderzijde. Daar boven is een deklijst met eenvoudige afgeronde blokjes. Tenslotte volgt er een dak-kapel met aedicula-omlijsting, staande op een borstwering met blokken en knoppen. De composietzuilen hebben hier boven de ring een gladde schacht. Het venster bestaat uit openslaande ramen met bovenlicht, waar boven sierblokjes, een latei en een tandlijst. De bekroning wordt gevormd door een segmentvormig fronton met bladvorm, krullen en een tandlijst.

Op de hoeken van het dak bevinden zich in Neo-Rococo stijl uitgevoerde zinken decoraties. Boven het reeds genoemde schilddak bevindt zich nog een hoger opgebouwd deel. Dit is deels voorzien van zink aan de voorzijde, de rest van rode oud hollandse dakpannen.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een voornaam herenhuis in de Eclectische stijl en vormt samen met de panden 8 en 10 een markant onderdeel van de Molenstraat.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3376

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.T.G.M. Boschman

Adres : Molenstraat 12

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 1 november 1990/14 oktober 1992

MOLENSTRAAT 18

Typering

Het betreft een tweelaags opslagplaats onder zadeldak met rode oudhollandse pannen, gebouwd als vrijstaande, brede, achterbebouwing van Molenstraat 16, gelegen aan een smal kasseienstraatje.

Historische omschrijving

Het gebouw is te dateren aan de hand van de in de voorgevel geplaatste gevelsteen. Hieruit blijkt dat "La famille Sandeling" dit gebouw in 1857 heeft laten bouwen. Sindsdien is het gebouw nauwelijks veranderd. Bij een drietal ramen heeft men in plaats van de originele tracering een vervanging gemaakt van bordkarton, waarop men dezelfde belijning heeft aangehouden. De kapconstructie heeft zwaar geleden.

Omschrijving exterieur

Het gebouw is opgetrokken in gele ijsselsteen met een witte kalkvoeg. Alle aanzetstenen, neuten en hoekblokjes zijn van hardsteen. De gevel is vrijwel symmetrisch van opzet. Links en rechts bevinden zich twee smalle deuren met een boogvormig bovenlicht met tandvorktracering. De tracering van alle vensters, die wit zijn geverfd, is uitgevoerd in gietijzer.

Links en rechts van de middenas bevinden zich twee boogvormige inrijpoorten. Deze zijn donkergroen geschilderd. Deze klampdeuren, welke zijn gerepareerd, zijn uitgevoerd met zigzag inboetwerk aan de uiteinden.

De gehengen zijn van smeedijzer. Tussen deze deuren bevindt zich de hardstenen gevelsteen: "La famille Sandeling, 1857". In het centrum bevindt zich een rondboog laadluik met hetzelfde inboetwerk als bij de inrijpoorten. Aan weerskanten hiervan is een rondboograam geplaatst. In de nok is tenslotte een rondraam geplaatst met een spinnewebmotief ter decoratie. De gevel is verder voorzien van rechte schietankers en gebogen muurankers ter hoogte van de witgeschilderde gootlijsten.

Redengevende omschrijving

Het betreft een gaaf, oud en zeldzaam voorbeeld van gave achterbebouwing met een utilitair karakter.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3764

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : B.L.M.C. van Hasselt

Adres : Molenstraat 10

Woonplaats : Roosendaal

Gerechtigde : F.G.H.E.M. Standaert

Adres :

Woonplaats :

Opname gegevens : 21 juni 1991/15 oktober 1992

MOLENSTRAAT 19 - 19A

Typering

Een in de gevelwand geplaatst tweelaags pand van drie traveeën met een lijstgevel en een schilddak gedekt met rode oudhollandse pannen, de nok haaks op de straat.

Historische omschrijving

De voorgevel van het pand is omstreeks 1870 gebouwd, maar de opbouw van het pand met de smalle rechtertravee en de interspatiëring van de vensters rechtvaardigt het vermoeden dat het pand mogelijk een veel oudere kern heeft. De architect is niet bekend.

Omschrijving exterieur

Het linkergedeelte van de begane grond is in 1970 uitgebroken en voorzien van een in schaal en vorm geheel afwijkende pui met een groot etalageraam en een glazen paneeldeur. Boven de uitkragende luifel is een gevelvlak bepleisterd.

De rechtertravee van de voorgevel risaleert een halve steen. In deze travee bevindt zich de opvallend smalle, donkergroen geschilderde paneeldeur met daarvoor één uitpandige hardstenen trede.

De deur heeft een bewerkte brievenbus, een duwstang en is gedecoreerd met drie diamantkoppen en een groot gietijzeren deurrooster.

De geprofileerde gepleisterde omlijsting rond de deur gaat over in de borstwering van het eveneens omlijste venster op de eerste verdieping.

Op de verdieping drie T-vensters, de twee vensters aan de linkerzijde hebben een geprofileerde stucomlijsting met een kuif en een gepleisterd bandje iets onder de bovendorpel, het rechter venster in de risaliet heeft een vereenvoudigde stucomlijsting.

De kroonlijst is wit gepleisterd en heeft een tandlijst en een uitkragende geprofileerde gootlijst. Ter plaatse van de risaliet is in de kroonlijst een geprofileerde cirkel opgenomen.

Redengevende omschrijving

Ondanks de ontsierende verbouwing is het pand een goed voorbeeld van een in Eclectische stijl verbouwd pand met oudere kern en vormt als zodanig een eenheid met het buurpand op nummer 19.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3153

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.C.L. Lockefeer-Mol

Adres : p/a Koolmees 19

Woonplaats : 4822 PP Breda

Opname gegevens : 19 juni 1991/25 oktober 1994

MOLENSTRAAT 21 - 21d

Typering

Het betreft een tweelaags pand met vier traveeën aan de straatzijde in de gevelwand met lijstgevel en een breed zadeldak met eindschild en rode verbeterde hollandse pannen met de nok haaks op de straat.

Historische omschrijving

Molenstraat 21-21 D is een complex van woningen, winkels en werkplaatsen. Het winkel-woonhuis aan de voorzijde heeft een verschijningsvorm die grotendeels uit ca. 1870 dateert, op de winkelpui na die eind dertiger jaren vernieuwd is. De opbouw van dit voorhuis, de interspatiëring van de vensters en de vorm van de kap doen vermoeden dat het een wellicht zeventiende eeuwse kap bevat.

De achterbebouwing (21 A tot en met D) is van aanmerkelijk recenter datum en kan gedateerd worden in de periode van ca. 1895-1900.

Omschrijving exterieur nummer 21

De voorgevel is grijs gepleisterd tot de wisseldorpels, die bij de bovenlichten geplaatst zijn.

De deur van het pand bevindt zich in een portiek aan de linkerzijde met taps toelopende zijden. De paneeldeur is gevernist, van koperen sierroeden voorzien en heeft een getoogde bovenzijde.

Rechts is een raam boven een keldervenster met ruitvormig siersmeedwerk. Het onderste gedeelte van de vensters is dieper gelegen dan het bovenste deel.

De onder en bovenzijde worden gescheiden door een uitkragende tussenlijst. Het onderste gedeelte bestaat uit grote etalagevensters, het bovenste uit getoogde smalle panelen met oker glas-in-lood en een sierelement in Art Deco. De bovendorpel wordt afgeschermd door een loodslabbe met segment en driehoekuitsnijdingen.

De begane grond en de eerste etage worden gescheiden door een uitkragende geprofileerde waterlijst. Hieronder is een rechthoekig gepleisterd blok, dat correspondeert met de vier daarboven gelegen ramen. Dit zijn getoogde donkergeschilderde T-vensters met stucprofilering. Hierboven is een fries, dat bestaat uit vier verdiepte blokken en een ronde opening in het midden tussen een geprofileerde smalle lijst en een geprofileerde overstekende houten daklijst.

De zijgevel is wit geblokt gepleisterd. Het raam op de hoek heeft net als dat aan de andere hoek een rechthoekig kelderraam met tralies en een bovenlicht met toog en glas-in-lood. Er is nog een dergelijk kelderraam in deze gevel, alsmede een getoogd zesruitsschuifraam.

Nummer 21 verkeert in goede staat.

Omschrijving exterieur nummers 21 A-D

Het onderdeel 21 A-B is een tweelaags witgeschilderd bakstenen gebouw met platvolle voeg. Het pand heeft een hoog opgetrokken gepleisterde plint. Qua hoogte bestaat het pand uit drie onderdelen.

De nummers 21 A en B hebben paneeldeuren, bereikbaar via een uitpandige hardstenen trede.

De donkergeschilderde deuren hebben kussens in het onderpaneel en rechthoekige gietijzeren sierroosters met klaverbladmotief. Het deurkalf heeft een rand met driehoekige uitsparingen met daarboven een geometrisch glas-in-lood bovenlicht in gedekte tinten. De afdekking gebeurt door een segmentboog met wigvormige diamantkop als sluitsteen en een afsluitende koppenlaag.

Daarnaast en daarboven zijn twee T-vensters met hardstenen dorpel met klosjes. Er zijn gepleisterde speklagen bij de onder-, wissel- en bovendorpel. De twee onderste ramen hebben houten rolluikkasten en rolluiken. Het bovenlicht is voorzien van glas-in-lood. Rechts hiervan is een deur, die hetzelfde is als de linkerdeur. Ter hoogte van het bovenlicht is er een rondraam met davidsster. Naast de genoemde deur is er een bredere. Het bovenlicht is vernieuwd. Hierboven is een T-venster met daarnaast een dichtgemetseld rondraam. Naast de deur is een zesruits venster en daarnaast weer een negenruits venster onder een stalen profielbalk met drie rozetten. Boven dit raam is een hoge smalle laaddeur onder hoge rondboog met vlechtmozaïek. De gootlijst is gepleisterd en voorzien van een smalle profiellijst aan de onderzijde.

Het deel rechts hiervan, 21 C, onderscheidt zich door een bouwnaad en een iets lagere daklijn. De gepleisterde plint is ook lager. Waar de pleisterlaag loslaat, is de roodbruine baksteen te zien. Dit deel heeft rechte dorpels en schuiframen met getoogde boog met daartussen rechte schietankers. In het midden van deze zes traveeën bevinden zich de beide opdekdeuren. Op de eerste verdieping zijn getoogde T-ramen.

Het achterste deel, 21 D, is eenlaags en heeft drie traveeën. Het heeft een gepleisterde plint die door rechthoekige roostertjes onderbroken wordt. De getoogde zesruits ramen met hardstenen dorpels aan voor- en achterzijde, waartussen rechte schietankers. Rechts is de originele paneeldeur met snijwerk om verdiepte velden en een ijzeren open deurrooster met krul en tulpmotief. Er is een grote koperen handgreep. Het getoogde bovenlicht is gedeeld. Het fries is gepleisterd en de gootlijst met profielrand kraagt uit. Het zadeldak heeft zwarte oudhollandse pannen. De zijgevel van 21d is grauw gepleisterd. Hierin zijn drie nieuwe ramen geplaatst.

De nummers 21A, 21B en 21C verkeren in redelijke staat, nummer 21D verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Deze groep van woningen en werkplaatsen is van belang wegens ouderdom en stedebouwkundige situering in de binnenstad in de vorm van achterbebouwing.

Het complex maakt onderdeel uit van de gegroeide stedebouwkundige structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Molenstraat 21 en 21A

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2480

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M.F.W.M. de Beer

Adres : Molenstraat 21A

Woonplaats : Roosendaal

Molenstraat 21B

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2479

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M.F.W.M. de Beer

Adres : Molenstraat 21A

Woonplaats : Roosendaal

Molenstraat 21C

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4355

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M.J.C. Bogaarts

Adres : Molenstraat 21C

Woonplaats : Roosendaal

Molenstraat 21D

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4435

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.H.W. Habibuw

Adres : Molenstraat 21D

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 21 juni 1991/15 oktober 1992

MOLENSTRAAT 29

Typering

Het betreft een tweelaags pand van vier traveeën in de gevelwand, voorzien van een tuitgevel en een zadeldak met rode oudhollandse pannen, waarvan de nokas loodrecht staat op de straat.

Historische omschrijving

De kern van het pand is vermoedelijk veel ouder, maar de gevel van het pand is opgetrokken in 1893. De architect is onbekend. Het vervult een horeca annex woonfunctie. Sinds 1958 is een café in het pand ondergebracht.

Omschrijving exterieur

De lage hardstenen plint met eindprofiel wordt vervolgd door een borstwering, die bestaat uit drie lagen van geblokte en gebosseerde hardsteen. Daarboven bevinden zich geprofileerde hardstenen vensterdorpels van het pand. De minder ver uitkragende waterlijst is daarentegen niet van profileringen voorzien. Dit gedeelte wordt onderbroken voor de vernieuwde paneeldeur in de tweede travee van links, te bereiken via twee afgeronde treden, waarvan één buiten de rooilijn. De geprofileerde latei steunt op twee hardstenen consoles, waarboven een hoge rondboog geplaatst is. Eenzelfde boog keert terug aan de vrijstaande linkerzijde van het pand, waar zich een boogvormig gemetseld poortje bevindt met een houten deur.

De gevel is opgetrokken in klein formaat machinale bruingrijze baksteen, platvol gevoegd in een geelgrijze tint. De sierende elementen zijn van gele baksteen of zijn witgepleisterd.

De originele vensters zijn vervangen maar de plaats en de omlijsting is behouden. De hoge smalle ramen met witgeschilderd kozijnwerk onder rondboog zijn voorzien van witgeschilderde speklagen, sluit- en aanzetstenen en blokjes. Tussen de rondbogen zijn drie bewerkte gekrulde sierankers geplaatst. Deze zijn een kwartslag gedraaid vanwege de plaatsing van de zonwering. Hierboven bevindt zich een geprofileerde waterlijst. Tussen deze lijst en de dorpel/waterlijst van de eerste etage bevindt zich de witgeschilderde borstwering, waarin neonletters staan. Boven de geprofileerde dorpels bevinden zich vier openslaande vensters met bovenlicht en op het kruispunt een diamantkopje. Op de hoeken van de gevel bevinden zich twee keer twee horizontale diamantkoppen en een speklaag bij de wissel- en bovendorpel. Boven het venster bevindt zich een uitkragende geprofileerde kroonlijst op kleine voluutvormige consoles met druppen. Hierboven is een strek met afgeronde bovenzijde gemetseld. De wit gepleisterde sluitsteen en de aanzetstenen steken iets boven dit metselwerk uit.

Tussen twee speklagen bevinden zich drie gepleisterde blokken met afgeronde zijkanten. Op het middelste blok is het woord "ANNO" aangegeven, op de twee andere blokken aan de zijkanten "18" en "93". De bovenste speklaag is tussen de beschreven gedeelten onderbroken voor twee hardstenen dorpels voor smalle kleine openslaande vensters. Naast deze vensters is er met gele baksteen een ruitpatroon met middensteen aangebracht. De vensters worden afgesloten met een segmentboog met verdiepte mozaïekvulling en aanzet- en sluitsteen. Deze bogen zijn ingesloten door twee speklagen. Datzelfde is ook het geval bij het ijzeren margrietraam, dat centraal is geplaatst. In de ommetseling zijn hoekstenen aangebracht. Het raam wordt geflankeerd door twee symmetrisch gekrulde sierankers. De bovenste sluitsteen van het venster is voorzien van een aanzetsteen waarop een overhoeks geplaatste bakstenen liseen is aangebracht. In het veld tussen de pleisterlaag en een afsluitende deklijst is een mozaïekwerk van blauwe en gele machinale baksteen aangebracht. Deze geprofileerde deklijst loopt aan beide zijden schuin af naar een dekplaat met een sierkogel.

De speklaag boven de jaartalblokken is op de hoeken iets verder doorgetrokken tot een blokje waarop een geprofileerde dekplaat met een sierkogel op een kleine gewelfde sokkel. De sierkogels zijn voorzien van gevorkte ijzeren punten. De gevel wordt ook bekroond door zo'n sierkogel. Deze staat boven op de liseen. Deze liseen wordt grotendeels omvat door een hoge halfcirkelvormige tuit. Aan de zijden is deze eveneens van een geprofileerde deklijst voorzien. De liseen wordt in de tuit door een tweede geprofileerde lijst doorbroken, waardoor het geheel kruisvormig wordt.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een gaaf en goed voorbeeld van een breed en hoog woon- en bedrijfspand in de stijl van de Hollandse Neo-Renaissance.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2476

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : W.C.A. Petit

Adres : Molenstraat 28

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/14 oktober 1992

MOLENSTRAAT 31

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel, met een zadeldak voorzien van zwarte oudhollandse pannen evenwijdig aan de straat, terwijl de rest van het dak plat is uitgevoerd.

Historische omschrijving

Het pand is rond 1890 gebouwd als woonhuis. De architect is niet bekend. De bovenverdieping is nog steeds als woning in gebruik, terwijl de begane grond in 1980 tot horecagelegenheid is verbouwd. Het kozijnwerk en de deur zijn toen veranderd en van diverse kleuren voorzien.

Omschrijving exterieur

De hardstenen gefrijnde plint is voorzien van een profielrand. De rest van de gevel is opgetrokken in roodbruine machinale baksteen, platvol geel gevoegd.

De plint van het pand wordt aan de rechterzijde onderbroken door de donkerblauw en zwart geschilderde paneeldeur.

In het deurkalf is een afgeronde tandlijst aangebracht. De deur is voorzien van een gepleisterde sieromlijsting. Deze komt overeen met die van de vensters, welke gekoppeld zijn door een brede afgeschuinde hardstenen dorpel. Tussen de plint en de dorpel bevindt zich een gepleisterde band met diamantkoppen. Het kozijnwerk van de donker en lichtblauw geschilderde schuifvensters is vernieuwd.

Alle bovenlichten zijn voorzien van eveneens nieuw okergeel flessebodemglas. De ramen worden van elkaar gescheiden door een pilaster van stucwerk. De decoratie boven de vensters bestaat uit ingekraste symmetrisch gestileerde lijnen en bloemmotieven.

Direct boven de vensters en deur bevindt zich een geprofileerde waterlijst met tandlijst.

Aan de rechterzijde is het pand vrijstaand en toegankelijk via een blauw geschilderde deur in een poortje met een bakstenen balustrade.

Onder de doorlopende hardstenen dorpel op de eerste verdieping bevindt zich een pilasterlaag met diamantkoppen. De vernieuwde schuifvensters zijn bruin en wit geschilderd. De vensters zijn voorzien van met elkaar verbonden geprofileerde stucomlijsting. Deze vensters hebben kuiven met een gestileerde tulpvorm ter decoratie. De kroonlijst heeft drie gebosseerde velden en een tandlijst. De geprofileerde uitkragende gootlijst wordt gedragen door vier bewerkte voluutvormige consoles.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed voorbeeld van een in Eclectische trant gebouwd woonhuis.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2276

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : W.C.A. Petit

Adres : Molenstraat 28

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 21 juni 1991/15 oktober 1992

MOLENSTRAAT 42

Typering

Het betreft een twee-en-een halflaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een hoog omlopend dakschild met nieuwe zwarte kunstleien, evenwijdig aan de straat, terwijl de bovenzijde plat is gehouden.

Historische omschrijving

Het pand is rond 1880 gebouwd als winkel-woonhuis. De architect is niet bekend. Het was onder meer het woonhuis van de bekende Roosendaalse fotograaf Antonius Melchior Bruglemans. In het pand was toen ook nog een drogisterij, een slijterij, een schilderszaak en een fotografiezaak ondergebracht (Bruglemans was ook huisschilder). In 1906 en in 1923 werd de pui van het pand verbouwd. Het interieur dateert uit circa 1900.

Het pand is al geruime tijd in gebruik als café en heeft de naam "De Drie Weesgegroetjes". De naam was in de volksmond de bijnaam voor drie ongetrouwde dochters van A.M. Bruglemans, die daar woonden en een vroom leven leidden. Zowel het in- als het exterieur is vrijwel geheel gaaf.

Het pand is ook bereikbaar via de poort.

Omschrijving exterieur

De begane grond bestaat uit een hardstenen winkelpui uit de bouwtijd. De zuiltjes zijn donker geschilderd. De zuiltjes op de hoeken zijn voorzien van velden met rustica.

Tussen de hoge etalagevensters bevindt zich de paneeldeur.

In het glas van het bovenlicht is de naam van één der oorspronkelijke eigenaren, H.M. Brugleman, aangebracht.

Aan de rechterzijde staat het pand vrij. Terugspringend is hier een crèmekleurige paneeldeur geplaatst. Het is een gave Art Nouveau deur met snijwerk, gebogen raampjes, een brievenbus en een bewerkte duwstang.

Onder de vensters van de eerste etage loopt een donkergrijze waterlijst, die doorloopt als de afsluitlijst van de poort.

De openslaande vensters met witgeschilderd kozijnwerk hebben een bovenlicht dat is voorzien van losse rood en geel glas-in-lood voorzetramen in geometrisch patroon. De vensters hebben een geprofileerde stucomlijsting. Datzelfde geldt voor de tweelichts mezzaninovensters boven de donkergrijze waterlijst.

De geprofileerde houten gootlijst is eveneens donkergrijs geschilderd.

Omschrijving interieur

Van belang is vooral de achterkamer in dit pand. Op de daar geplaatste tafels en stoelen na is de aankleding en inrichting nog steeds die van een woonkamer anno 1900. De vloer is niet de originele. In de kamer bevindt zich een bedstede en een keukengedeelte, voorzien van een koperen pomp en een lage hardstenen goot. Alle wanden en deuren zijn van beschildering voorzien, waarbij de verschillende taferelen worden gescheiden door middel van schijnpilasters. Alle schilderingen in naïef realistische trant zijn in bruin-geel-grijze tinten gehouden. De contouren zijn in donkere lijnen aangegeven. Afgebeeld zijn onder meer landschappelijke tafereeltjes in respectievelijk winter en zomer, dieren als een duif en een spelend meisje met een witte schort. Het geheel is volkomen gaaf gerestaureerd.

Redengevende omschrijving

Het pand van gemiddelde grootte in Eclectische trant heeft vanwege gaafheid en functie zowel een belangrijke cultuurhistorische als sociaalhistorische waarde.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2754

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : W.J.M.A. Hopstaken

Adres : Molenstraat 42

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 21 juni 1991/15 oktober 1992

MOLENSTRAAT 48 - 50 - 52

Typering

Het betreft een vrijstaand blok van twee en een halve laag en zes traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met topgevels en een parallel schilddak, deels plat, met zwarte kruispannen.

Historische omschrijving

Het blok woonhuizen is rond 1895 gebouwd. De architect is niet bekend. Terwijl de topgevel volkomen gaaf is gebleven, zijn aan de pui regelmatig veranderingen aangebracht; in 1960 heeft men de onderpui volkomen uitgebroken en veranderd. Sindsdien heeft een bank zich in het blok gevestigd. De bovenverdieping heeft nog steeds een woonfunctie.

Omschrijving exterieur

De begane grond is geheel uitgebroken en voorzien van een bekleding met travertijn. Aan weerskanten van dit pand bevindt zich een terugspringend geplaatst poortje. De deuren daarvan zijn vernieuwd, de daken, die erbij horen, zijn nog origineel voorzien van kruispannen en opvallend hoog opgetrokken.

Boven de vernieuwde pui bevindt zich een wit gepleisterd deel dat doorloopt tot een hardstenen lijst met uitkragende geprofileerde hardstenen vensterdorpels.

De witgeschilderde schuifvensters zijn voorzien van witgepleisterde omlijsting met een kuif. De vensters worden van elkaar gescheiden door smalle pilasters van machinale baksteen. Op de hoeken en in

het midden wordt deze pilastergeleding begeleid door verticale gepleisterde banden. De bakstenen pilasters worden bekroond door witte kunststenen composietkapitelen ter hoogte van de smalle borstwering van de mezzaninoverdieping. Deze borstwering is gevuld met blauwe, rode en gele tegels.

De mezzaninovensters zijn halfrond en voorzien van twee verticale deelroeden. De bogen zijn voorzien van sluitstenen en tussenstenen met diamantkoppen.

Onder de gootlijst op klosjes bevindt zich een doorlopende smalle gepleisterde band.

De gootlijst wordt onderbroken door twee middentopgevels. Onder de gootlijst rusten deze op bewerkte consoles, doorgaand als hoekliseen met sierkogelbekroning. Hiertussen bevindt zich bij beide topgevels een rondraam met gepleisterde sieromlijsting en op de hoekpunten een diamantkop. De rondramen hebben een Davidssterindeling. De top wordt gevormd door een halfronde aediculaopbouw. Hierin treft men bewerkte kruisvormige sierankers, voluten, een lijst met diamantkopjes, een leeg gevelveld en een schelpvormig halfrond fronton aan.

Redengevende omschrijving

De panden zijn een goed voorbeeld van een groot blok in zeer afgewogen Neo-Renaissancestijl en door hoogte en breedte beeldbepalend in het stadsbeeld.

Het pand maakt onderdeel uit van de stedebouwkundig gegroeide structuur van de Molenstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4417

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : N.V. Maatschappij tot exploitatie van onroerende goederen "Fortuna"

Adres :

Woonplaats : Rotterdam

Opname gegevens : 21 juni 1991/15 oktober 1992

NIEUWSTRAAT 1 - 19

Typering

Een hofje met woningen, binnen- en voortuinen, een poortgebouw en een kapel, het geheel symmetrisch opgezet. Het hofje, gebouwd in de stijl van de Delftse School, heeft bouwblokjes van twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen.

Historische omschrijving

Het hofje werd omstreeks 1935 gebouwd ter vervanging van de Godshuizen gesticht door Maria Wasservas, naar ontwerp van architect A. van Hees. In 1938 werden de woningen op het binnenterrein gebouwd, Mariagaard heeft nog steeds een woonbestemming.

Tot het hofje behoort een in diezelfde tijd gebouwde kapel. In 1968 is door architect Jac. Elst een voorportaal aangebouwd in relatief harmoniërende stijl, gelijktijdig nieuwe ramen in de zijgevels en een aanbouw bij het altaar.

Omschrijving exterieur

Het hofje is symmetrisch opgezet in carrévorm, aan de Nieuwstraatzijde tweelaags en op het binnenterrein eenlaags.

De gevels zijn opgetrokken in roodbruine baksteen, aan de Nieuwstraatzijde bevindt zich centraal een risalerend poortgedeelte met aan weerskanten, terugliggend, zes tweelaagse traveeën, deze laatste hebben in het midden twee paneeldeuren met gedeeld rondbogig bovenlicht. De woningen hebben op de begane grond rechthoekige vensters met een achtruitverdeling, op de eerste etage een zesruitverdeling. Per woning is er één vierruits dakkapel met schilddak waarop leipannen.

De zadeldaken hebben verschillende nokhoogten, liggen parallel aan de straat en zijn gedekt met rode romaanse dakpannen.

Het poortgedeelte heeft een rondboogpoort, natuurstenen hoekblokken en een sluitsteen, aan weerskanten van de poort een rondboogpaneeldeur. Het dak wordt onderbroken door twee driehoekige kleine dakkapellen en een kleine klokketoren met galmgaten, op de torenspits dak een koperen weerhaan op zinken piron, één dakkapel heeft een floraal glas-in-loodraampje.

De nok van het risalerende poortgedeelte ligt lager dan de nok van de naast liggende woonhuisgedeelten.

De huizenblokjes op het binnenterrein worden onderling verbonden door rondboogpoortjes, deze huizen zijn eenlaags en voorzien van paneeldeuren met rechthoekig bovenlicht, de vierkante ramen met kleine roedenverdeling hebben luiken tot halve hoogte met een diabolobeschildering in rood, wit en groen.

De kapel is iets risalerend geplaatst, het in 1968 aangebouwde voorportaal accentueert dit, de kapel onderscheidt zich van de overige bebouwing door het dwarsgeplaatste dak en de gencorporeerde lage klokketoren met galmgaten, spits tentdak en kruis.

Boven het voorportaal, met een brede voordeur en een smalle deur aan de rechterzijde bevinden zich drie kleine rondboogramen.

De kapelruimte wordt voornamelijk verlicht door zes achtruits rondboogramen, drie in elke zijgevel, ook in de lagere achterbouw onder eigen schilddak zijn dergelijke vensters geplaatst.

Omschrijving interieur kapel

De kapel is een éénbeukige ruimte met inpandige steunberen, oorspronkelijk schoon metselwerk en later wit gepleisterd, de houten kapconstructie op stenen consoles is nog deels zichtbaar achter het bij de verbouwing in 1968 aangebrachte verlaagde houten plafond.

In het interieur als oudste elementen: twee bidstoelen uit ca. 1900 en een koperen wijwatervat met opschrift: "30 sept. 1913 en 26 sept. 1917", "Felix en Renatus van Hasselt".

Redengevende omschrijving

Het gaaf gebleven hofje is in 1935 in de stijl van de Delftse School gebouwd, het heeft architectonische-, stedebouwkundige- en herinneringswaarde en is waardevol vanwege de zeldzaamheid van het gebouwtype.

De oorspronkelijke bouwtekeningen bevinden zich in het gemeentelijk archief.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4504 (Nieuwstraat 1 - 18)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Stichting Sociaal Steunfonds

Woonplaats : Roosendaal

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4503 (Nieuwstraat 19)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Adres : Zuiderparkweg 280

Woonplaats : 5216 HE 'S-Hertogenbosch

Opname gegevens : 11 november 1993

NIEUWSTRAAT 35

Typering

Een hoekpand met lijstgevel, de nok van het zadeldak evenwijdig aan de Nieuwstraat, aan de achterzijde twee bouwdelen onder een plat dak.

Historische omschrijving

Het pand is in 1906 door de architekt M. Vergouwen gebouwd als woonhuis voor de hoofdonderwijzer van de naastliggende school, een aantal jaren deed het dienst als kantoor voor het Regionaal Educatief Centrum, nu is een Boddaertcentrum in het pand gevestigd.

Omschrijving exterieur

Het pand is tweelaags en heeft een rechthoekige plattegrond, met vier vensterassen in de voorgevel.

De gevels zijn boven de hardstenen plint opgetrokken in roodbruin, machinaal gevormde baksteen, de gevels zijn geleed door in motief gemetselde speklagen van gele verblendsteen, deze steen is gebruikt voor alle sierende onderdelen.

In de tweede iets risalerende travee van links bevindt zich de terugliggende, paneeldeur in een segmentboogportiek.

De T-vensters met hardstenen dorpels en wit geschilderd kozijnwerk bevinden zich onder segmentbogen met bakstenen mozaïekvulling, tussen de risalerende hoekpenanten en de deurpartij wordt de gevel, onder de gootlijst op rechthoekige houten sporen, verbonden door een muizetandlijst.

Het pand heeft een zadeldak met zwarte kruispannen

met de nok evenwijdig aan de Nieuwstraat, in het dakvlak zijn later twee tuimelvensters aangebracht.

De linker- en rechtergevel hebben langs de daklijn en bij het platgedekte deel een windveer met geschulpt snijwerk; de plint is gepleisterd.

Het gedeelte van de zijgevel onder het pannendak heeft diverse raamopeningen. Vroeger was er een zijingang waar nu een laag geplaatst raam is; in het tweelaagse deel onder plat dak twee boven elkaar geplaatste vensters onder segmentboog. De rechterzijgevel heeft net als de voorgevel en de andere zijgevel een horizontale geleding door middel van speklagen, in deze zijgevel zijn geen ramen.

Redengevende omschrijving

Het gave pand is van belang vanwege sociaal-historische waarde en vanwege zijn situering bij de school.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale gegevens

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9716

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Gemeente Roosendaal en Nispen

Adres : Stadserf 1

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

NIEUWSTRAAT 37

Typering

Het schoolgebouw met zadeldak parallel aan de

straat heeft een voorterrein (bestrate speelplaats), dat aan de zijkanten afgesloten wordt door de voormalige hoofdonderwijzerswoning aan de linkerzijde en rechts door een fietsenstalling. De afscheiding van de openbare weg wordt gemarkeerd door een ijzeren hek met poorten.

Historische omschrijving

Het pand werd in 1906 gebouwd als openbare lagere school en Muloschool, de architect is M. Vergouwen. Het hek, de overdekte speelplaats (later fietsenstalling) en de voormalige hoofdonderwijzerswoning dateren uit hetzelfde bouwjaar.

Voor 1940 is de vorm van de kap gewijzigd van plat dak met schilden in een zadeldak.

Kort na de oorlog en omstreeks 1980 is de school verbouwd; bij de laatste verbouwing zijn de oorspronkelijke dakpannen vervangen door zwarte betonnen sneldekpannen.

In het schoolgebouw is nu de Gemeentelijke School voor Expressie gehuisvest.

Omschrijving exterieur

Het hek

Het hek met poorten is aan de Nieuwstraatzijde geplaatst tussen de voormalige hoofdonderwijzerswoning en de fietsenstalling. Het hek heeft een hardstenen aanzet, waarop spijlen tussen staanders

voorzien van een zweepslagmotief, enkele hebben een bekroning bestaande uit een sierkogel met punten.

De toegangshekken bevinden zich tussen gietijzeren kolommen, deze zijn gedeeltelijk voorzien van cannelures en hebben een fantasiekapiteel, de linker kolom wordt bekroond door een gietijzeren sierknop.

De fietsenstalling

De fietsenstalling, vroeger het overdekte gedeelte van de speelplaats, heeft een halfopen, rechthoekige structuur met een plat dak, het dak rust op wit geschilderde houten palen met schoren, de palen staan op een hardstenen blok. De kolommen zijn bewerkt met afschuiningen, ook de wit geschilderde houten gootlijst is voorzien van siersnijwerk.

De school

Het voormalige schoolgebouw is tweelaags en heeft dertien traveeën. Boven de hardstenen plint zijn de gevels opgetrokken uit bruinrode machinaal gevormde baksteen. De gevel wordt geleed door speklagen van gele verblendsteen, het middengedeelte met rondboogvormige entree en topgevel risaleert een halve steen.

Alle kozijnen zijn wit geschilderd.

De brede boogvensters zijn voorzien van hardstenen dorpels met een profielsteen rondom.

Op de begane grond zijn de vensters om en om doorlopend tot de grond. De verdiepingen worden gescheiden door een brede band van siermetselwerk, hierin zijn rechthoekige diamantkoppen geplaatst die corresponderen met de pilasters tussen de brede boogvensters op de eerste verdieping; de brede vensters van de buitenste twee traveeën aan weerszijden zijn geplaatst onder een segmentboog. De twee later toegevoegde buitenste traveeën hebben een lager gelegen nok.

De topgevel met dwars zadeldak boven de middelste risalerende travee doorbreekt de gootlijst; in dit deel en in het zoldergedeelte van de zijgevels bevinden zich grote ronde ramen met eenvoudige geometrische roedenverdeling.

Omschrijving interieur

Evenwijdig aan de voorgevel loopt een brede gang. De vloer en de lambrizering zijn in motief gelegd met okergele en zwarte tegels.

Alle lokalen zijn verbouwd, op de eerste etage is nog een lokaal met de oorspronkelijke kastenwand. Later is op de zolderverdieping een betonnen vloer aangebracht.

Redengevende omschrijving

De school uit 1906 is tesamen met de fietsenstalling en het hek van sociaal-historische waarde vanwege de vroegere functie en daardoor ook typologisch van belang. In samenhang met de naastgelegen hoofdonderwijzerswoning is zij van stedebouwkundige waarde vanwege de locatie op de as van de Sophiastraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9716

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Gemeente Roosendaal en Nispen

Adres : Stadserf 1

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

NIEUWSTRAAT 41

Typering

Het betreft een eenlaags dubbel woonhuis met afgeschuinde hoek, met drie vensterassen aan de Nieuwstraat en vier aan de zijde van de Damstraat.

Het zadeldak is voorzien van zwarte kruispannen.

Historische omschrijving

Het woonhuis is gebouwd rond 1900. De architect is niet bekend. Waarschijnlijk is het pand iets later aan de zijde van de Damstraat na de eerste travee met drie vensterassen uitgebreid, aangezien de kleur van de baksteen hiervan sterk afwijkt. Het pand is nog steeds in gebruik als dubbel woonhuis.

Omschrijving exterieur

Boven de hardstenen plint met ronde luchtroostertjes is de gevel opgetrokken in oranjerode machinale baksteen, met een hoekliseen tot en met de liseen die de beide woningen scheidt.

De drie rechtertraveeën aan de Damstraat zijn uitgevoerd in bruine machinale baksteen, met hoekliseen rechts. De gevel is geleed door middel van wit gepleisterde speklagen bij de onder wissel- en bovendorpels van de schuifvensters. De vensters zijn voorzien van hardstenen dorpels. De donker geverniste paneeldeur uit de jaren dertig is centraal geplaatst en bereikbaar via een inpandige hardstenen trede.

Links van de deur is een terracotta tegel met een Maria-afbeelding ingemetseld. Het getoogde bovenlicht is voorzien van glas-in-lood.

De aanzetsteen en de diamantkop als sluitsteen zijn wit gepleisterd. Hiertussen bevindt zich een afsluitende koppenlaag van grijze baksteen. Deze afwerking is toegepast bij alle vensters. De boogvulling bestaat uit geel en grijs siermetselwerk.

Dezelfde vensters treft men aan in de Damstraat, de donker geverniste paneeldeur heeft een vernieuwd bovenlicht zonder glas-in-lood. Tussen de hoeklisenen bevindt zich een fries van siermetselwerk in grijs en gele baksteen, geplaatst tussen een witte gepleisterde profiellijst en onder de goot een tandlijst en muizetandlijst.

In het dakvlak aan de zijde van de Nieuwstraat is een tuimelraam aangebracht, aan de zijde van de Damstraat een brede dakkapel onder plat dak. De laatstgenoemde dateert uit de bouwtijd.

De afgeschuinde hoek is vormgegeven als trapgevel, met geprofileerde afdekplaten van de trappen. Het T-venster heeft een rondboog met geel en grijs siermetselwerk en een bewerkte sluitsteen, die doorloopt als overhoekse pinakel met witte kegelvormige bekroning.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het kleine dubbele woonhuis is individueel van belang als voorbeeld van gave en gedetailleerde woningbouw voor arbeiders en vormt in stedebouwkundig opzicht een zeldzaam geheel met de eveneens afgeschuinde panden op de ertegen over gelegen straathoeken.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9044

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigden : A.J.M. Wiericx en M.J.G. Nieuwlaat

Adres : Nieuwstraat 41

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 maart 1992/8 november 1993

NISPENSESTRAAT 27

Typering

Een taps toelopende, in gewapend beton geconstrueerde watertoren met achthoekige voet en achthoekige opbouw, daarboven een rond waterreservoir met omgang en een met koper gedekt tentvormig dak met een koperen bolpiron. Het terrein wordt afgesloten door een ijzeren hek uit de bouwtijd.

Bij de watertoren staat een oorspronkelijk kleine dienstwoning die nu aanmerkelijk is vergroot.

Historische omschrijving

De watertoren werd in 1916/1917 gebouwd in opdracht van de gemeente Roosendaal door de M.A.B.E.G., de Maatschappij tot Bouw en Exploitatie van Gemeentebedrijven, gevestigd in Utrecht, en moest de watertoren uit 1887 vervangen.

Omschrijving exterieur

De torenopbouw bestaat uit drie gedeelten:

- een achthoekige onderbouw van gewapend beton als basement, hoogte plm. 7.50 m.

- een tussenbouw eveneens achthoekig, van een gewapende betonnen draagconstructie met metselwerkvulling tot een hoogte van 27 m.

- een gewapend betonnen opbouw, waarin het waterreservoir, hoog plm. 9.50 m.

- een puntdak, hoog 8 m.

De watertoren heeft dus een totale hoogte van 45 m en gemiddeld een diameter van 10 m.

De onderbouw van de watertoren is wit gepleisterd, daarin drie raampartijen en een toegang, alle onder

segmentboogfronton.

De hoofdingang is aan de straatzijde te bereiken via zes treden, tussen gemetselde en gepleisterde leuningmuurtjes met sierkogels op de eindpunten.

De vleugeldeur is vernieuwd, naast de deur pilasters, erboven een fries met de verdiept aangebrachte teksten: "Anno" - "Watertoren" - "1916", boven het fries een segmentboogfronton waarop in het boogveld het gekroonde wapen van Roosendaal, geflankeerd door twee waterspuwende dolfijnen.

Bij de overgang van de onderbouw naar de torenopbouw op elk van de hoekpunten de gewelfde aanzet van een verticale ribbe, de ribben worden boven gesloten door een ring met segmentbogen.

Door twee rechte, horizontale, betonnen ribben wordt de taps toelopende toren in drieën gedeeld, de wandvlakken tussen het betonskelet zijn ingevuld met bruinrode, machinaal gevormde baksteen en bij de randen voorzien van een gepleisterde band, de onderste met hoekblokjes aan de onderzijde, de bovenste met hoekblokjes aan de bovenkant.

In de baksteen-cassetten is om en om een venster met ijzeren roeden geplaatst.

Een breder uitlopende betonnen band met profielrand draagt het bovenliggende betonnen reservoir, dat een cylindervorm heeft, bovengenoemde band heeft acht kleine ronde openingen.

In de cylindervorm zijn acht twee-aan-twee boven elkaar smalle venstertjes geplaatst en aan de bovenzijde is er een gekanteelde sierband, met daarin uitgespaarde vierkantjes, dit gedeelte wordt afgesloten met een breed uitzwenkende geprofileerde band, waarin de goot die het rondlopende tentdak draagt. Het dak wordt bekroond met een grote bolpiron, in het dak vier aedicularamen met segmentboogfronton.

Oorspronkelijk was het betonnen tentdak gedekt met onverglaasde rode leipannen, in 1986 is deze bedekking vervangen door de huidige bedekking van gefelsde, koperen platen.

De toegang tot het terrein wordt afgesloten door een ijzeren hek met poort. Het hek heeft ronde spijlen en staanders met sierbollen tussen gewelfde delen met cirkels.

Omschrijving interieur

Aanwezig is nog een hardstenen plaquette van de watertoren uit 1887, evenals een marmeren plaquette met daarop de naam van de ingenieur "H.P.N. Halbertsma" en de tekst: "de watertoren is gebouwd in 1916-1917 door de M.A.B.E.G. en op 14 november 1917 onthuld door de burgemeester".

Redengevende omschrijving

De watertoren draagt in belangrijke mate bij aan de vorm van het stadssilhouet en heeft sociaal-historische waarde, hij geldt als voorbeeld van een watertoren met vernieuwend materiaalgebruik (gewapend beton) in traditionele vormgeving.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 4815

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Naamloze Vennootschap Waterleiding Maatschappij Noord-West Brabant

Adres : Doornboslaan 37

Woonplaats : 4816 CZ Breda

Opname gegevens : 11 november 1993

RAADHUISSTRAAT 3

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een schilddak, voorzien van zwarte asbestleien, met de nokas loodrecht op de straat. Het voorste gedeelte is onderkelderd.

Historische omschrijving

De gevel van het pand is rond 1870 opgetrokken, al laat de vorm van de kap een veel eerdere bouwdatum vermoeden. De toegang aan de rechterzijde kan men eveneens vroeger dateren. De panden 1 en 3 zijn gelijktijdig gebouwd.

Het pand is gebouwd door een onbekende architect. Er was een likeurstokerij en een wijnopslagplaats in gevestigd. Tot 1850 was in het pand de bekende zilversmid J.B. Hellemons gevestigd. In de St. Janskerk zijn nog enige door hem vervaardigde stukken te vinden. Het pand heeft sinds 1989 een horecafunctie. Er is in de loop van de tijd zeer weinig aan veranderd.

Omschrijving exterieur

De witgepleisterde plint springt blokvormig naar voren waar zich de muurdammen bevinden. De gehele gevel van het onderkelderde pand is witgepleisterd.

Onder de vensters bevinden zich verdiepte velden, geflankeerd door voluutconsoles met sleuven. Boven de hardstenen dorpels bevinden zich de donkergoen geschilderde T-vensters met houten rolluiken. Het middelste venster is opvallend smaller dan de vensters aan weerszijden en is als deur ontworpen.

De muurdammen zijn ook verder als onregelmatige pilasters opgevat met verdiepte velden en een rechte afsluitende lijst ter hoogte van de geprofileerde omlijsting van de segmentboog. De segmentbogen zijn gevuld met een cirkel en aansluitende velden. De segmentbogen worden geflankeerd door smal toelopend acanthusblad, die een console met ovaal rozetje dragen. Deze consoles dragen de puilijst, evenals de liggende diamantkoppen boven de segmentbogen.

De muurdammen worden geaccentueerd door vierhoekige opstaande randen met een bloemrozet.

Aan de rechterkant is de doorgang. De toegang wordt gevormd door een witgeschilderde poort van handvorm baksteen. Deze brede poort met boogvormige ingang heeft een centraal geplaatst gekruld smeedijzeren muuranker. Het muurwerk wordt beëindigd door een ezelsrug met daaronder een tandlijst ter decoratie.

Van hier af is de rechter zijgevel van het pand zichtbaar, welke is opgetrokken in handvorm bruine baksteen. In het muurwerk zijn rechte muurankers aangebracht, T-vensters en een vernieuwde entree.

Het fries is aangeduid door middel van profiellijnen. De houten gootlijst heeft een brede profilering.

De eerste etage van de voorgevel is gepleisterd zonder decoratie. De openslaande vensters met hardstenen dorpels zijn voorzien van witte kozijnen en rolluiken. De vensters hebben een eenvoudige rolprofilering.

Aan de bovenzijde is een rand met een geprofileerde driehoek, de afsluiting van het venster geschiedt door een kuif bestaande uit een buste met portretkop.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed voorbeeld van een woonhuis annex bedrijfsgebouw met een oude kern (middeleeuws/17e eeuws). Het maakt deel uit van een gave historische structuur.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2985

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.M. Kolthoff-Kyndt

Adres : Hogestede 74

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 september 1991/16 december 1992

RAADHUISSTRAAT 5

Typering

Het betreft een twee-en een halflaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een schilddak met grijze en roodgrijze opnieuw verbeterde Hollandse pannen.

Historische omschrijving

De gevel van het pand is rond 1870 opgetrokken. De verhoudingen van de kap en de interspatiëring van de vensters maken het bestaan van een veel oudere kern zeer aannemelijk. Het winkel-woonhuis heeft in de loop van de tijd diverse verbouwingen doorstaan. Ingrijpend was het uitbreken en vernieuwen van de winkelpui rond 1970, hetgeen afbreuk deed aan het pand.

Omschrijving exterieur

De gehele pui is vernieuwd en uitgebroken. Aan de rechterzijde treft men een toegangspoortje met een wit geschilderde klampdeur. De zijgevels zijn opgetrokken uit bruine handvorm baksteen en hebben rechte schietankers.

De gevel boven de pui is grauwwit gepleisterd en heeft een grof gegranolde borstwering. Boven de waterlijst annex dorpels bevinden zich de witgeschilderde openslaande vensters met bovenlicht en ronde schouders.

Vanaf de tandlijst van de poort op Raadhuisstraat nummer 3 is de gevel voorzien van hoeklisenen.

De mezzaninovensters hebben rechte dorpels.

Het fries is voorzien van een profielrand, een tandlijst en daarboven een uitkragende witte houten gootlijst.

Het pand verkeert in redelijke tot goede staat.

Redengevende omschrijving

De waarde van dit pand is vooral gelegen in de oude kern (middeleeuws/17e eeuws). Het pand maakt deel uit van een gave historische structuur.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2986

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M. Marcus

Adres : Raadhuisstraat 5

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 september 1991/15 oktober 1992

RAADHUISSTRAAT 9

Typering

Het betreft een drielaags pand van vier traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een zadeldak met leien, deels plat dak, evenwijdig aan de straat.

Historische omschrijving

Het pand is in 1912 gebouwd als winkelwoonhuis en vervult deze functie nog steeds. De architect is onbekend.

Omschrijving exterieur

De zeer lage hardstenen plint van het pand wordt onderbroken door het centraal geplaatste portiek en twee onder het midden van de etalagevensters gehakte rondroostertjes met gietijzeren netwerk.

De hardstenen vensterdorpels zijn afgeschuind en voorzien van twee profiellijntjes. De hardstenen hoekpenanten zijn gefrijnd en geometrisch bewerkt. Die bewerking bestaat in het voetstuk uit uitgespaarde vierkantjes en een stermotief. Na afschuining volgt een vlak stuk, dan vijf blokjes en een uitkragend smal deel met horizontale en verticale lijnen, cirkels en een halve ster. Daarboven is een torenachtig, halfrond element als einde van dit deel van de penant opgenomen. Tussen de kopstukken van de penanten en een afsluitende geprofileerde lijst zijn houten platen aangebracht ter afdekking van de constructielateien.

De vernieuwde paneeldeur bevindt zich in een diep wigvormig portiek. Het portiek staat tussen twee zuilen met een hoekige basis en een gladde ronde schacht die uitloopt in twee ringen en een teerlingkapiteel.

Dit kapiteel torst een verkleinde versie van het bovendeel van de penant, zoals hierboven beschreven. De wanden van het portiek en de vensters aan de voorzijde bestaan uit grote etalageramen. Het kozijnwerk is donker gevernist en heeft ovale ventilatiesleuven aan de onderzijde. Het bovenste gedeelte van de etalageramen aan de voorgevel heeft een onderverdeling van een welvend gebogen roede, waar boven een staande ovaal met de initialen "M.d.P.". Deze bovenlichten zijn voorzien van mat gezandstraald glas. Ook het bovendeel van het portiek heeft een invulling met dit soort glas. De rest van de gevel is opgetrokken uit rode verblendsteen en zwarte machinale steen voor de speklagen.

De openslaande wit geverfde vensters met bovenlicht zijn twee aan twee geplaatst met een bredere tussenruimte aan de zijden en in het midden. De hardstenen vensterdorpels zijn bij de hoekpunten voorzien van opgehakte neutjes voor waterkering en een kapel aan de onderzijde. De bovenlichten zijn verdeeld door drie verticale smalle roeden, waar tussen zich een geometrische glas-in-loodvulling bevindt.

De hardstenen lateien zijn voorzien van ingekerfde horizontale lijnen en een golvende dan wel gehoekte onderrand. Iets boven de dorpel en iets onder de latei bevindt zich de zwartstenen speklaag. Enige centimeters boven de wisseldorpel worden de penanten hervat met een getand en een afgerond stuk hardsteen. De rest van de penanten is opgemetseld. In reliëfmetselwerk wordt de plaats van de gootklos er boven geaccentueerd.

De borstwering van de vensters van de tweede etage zijn gevuld met vier stucreliëfs. Van links naar rechts worden de Lente, de Zomer, de Herfst en de Winter voorgesteld. Deze namen staan met roodgeverfde letters boven de vrouwehoofdjes die de seizoenen symboliseren door middel van toepasselijke attributen. De bustes zijn in een medaillon geplaatst tussen zweepslaglijnen en wingerdbladeren.

De vensters hebben dezelfde latei als die van de eerste verdieping, maar zijn onder een segmentboog geplaatst.

Het metselwerk onder de gootklossen is tussen de penanten over vier lagen trapsgewijze uitgekraagd. De uitkragende houten gootlijst met afschuiningen wordt gedragen door geblokte houten gootklosjes.

Het dakvlak wordt onderbroken door twee dakkapellen. Deze hebben openslaande vensters met een drielichts bovenlicht. Het omlijstende houtwerk heeft uitkragende stijlen en is van snijwerk voorzien.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een hoog en breed winkelwoonhuis in de stijl van de Jugendstil.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 492

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : D.A. van Zundert

Adres : Raadhuisstraat 9

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/14 oktober 1992

RAADHUISSTRAAT 10

Typering

Het betreft een drielaags pand van vier traveeën, in de gevelwand, deels voorzien van een lijstgevel en een dakschild met nieuwe zwarte dakbedekking, verder een plat dak.

Historische omschrijving

Het pand is rond 1905 gebouwd als winkel-woonhuis. Nadat in de loop van de tijd diverse decoratieve elementen verdwenen en de onderpui werd uitgebroken en vernieuwd, hebben de eigenaar en nieuwe gebruiker het pand in 1991 in aangepaste stijl teruggebracht. De asbestleien zijn toen ook vervangen door de huidige dakbedekking. Het pand heeft nog steeds zowel een woon als winkelfunctie.

Omschrijving exterieur

Boven de lage gebosseerde hardstenen plint bevinden zich grote hoge winkelruiten met mahoniekleurig geverniste kozijnen. Deze kozijnen zijn van gebogen bovenroeden voorzien.

Het entreegedeelte met de in stijl vernieuwde deur met koperen festoen bevindt zich in een breed portiek. Het portiek is nieuw voorzien van oude vierkante tegels uit ca. 1900 in rood, zwart en geel. De tegels zijn voorzien van een voorstelling van een vos, verstrikt in gestileerd eikeloof.

Op de begane grond bevinden zich penanten. De rechterpenant, welke nog oorspronkelijk is, is van hardsteen met in het kopstuk cirkels en uitgekerfde vierkanten, verder streepdecoratie.

De linker- en middenpenant en de borstwering zijn donkergrijs gepleisterd. De pui wordt over de gehele lengte gedragen door een zwarte brede stalen latei. Hierin bevinden zich goudkleurige rozetten.

Ter hoogte van de onderdorpels bij de vensters van de eerste en tweede verdieping zijn hardstenen speklagen aangebracht. De rest van de gevel is uitgevoerd in oranjerode verblendsteen met donkergrijze iets verdiepte voeg.

De gevel is bovendien geleed door kleine verspringingen. De rechterpenant, doorlopend in de baksteen en de linkertravee risaleren een halve steen. De drie rechter traveeën zijn symmetrisch opgezet rondom de topgevel. De vensterinvulling van de topgevel springt een halve steen in.

De vensterkozijnen op de bovenste verdiepingen zijn alle wit geschilderd.

Op de eerste etage zijn de twee linker en het rechterraam openslaand en voorzien van een gefacetteerd lila tienruits bovenlicht. Op het kruispunt is een klein diamantkopje aangebracht. De vensters worden afgesloten door een stalen latei met rozetten, die net als de smalle borstwering er boven verdiept in het muurwerk valt. De borstwering is in visgraatpatroon gemetseld rondom een overhoeks geplaatst diamantkopje. De vensters van de topgeveltravee zijn alle breder. Dit venster, in drieën gedeeld, heeft naast het beschreven kozijn nog twee smallere zijpanelen met elk een zesruits bovenlicht.

De vensters van de tweede etage zijn vergelijkbaar, maar hebben een getoogde bovenzijde en een decoratief Art Nouveau smeedijzeren raamhekje. Het venster van de topgeveltravee is geheel rond en is tot halverwege afgezet met hardsteen.

De ver uitkragende houten gootlijst rust op bewerkte klosjes die deel uitmaken van het fries. De klosjes zijn voorzien van snijwerk waaronder diamantkopjes, het fries van siermetselwerk.

In de gebogen topgevel bevindt zich een breed getoogd venster. In het dakvlak is boven de linker travee een gebogen dakkapel met venster in roedenverdeling uitgespaard.

De bovenverdieping van de gevel is recent uitgerust met smeedijzeren gekrulde houders voor lichtbakken.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een groot en breed winkelpand in de stijl van de Art Nouveau en vormt een onderdeel van een gave historische structuur.

Kadastrale aanduiding met bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 7602

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : F.P.C.M. Beens

Adres : Waterstraat 68

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 6 september 1991/15 oktober 1992

RAADHUISSTRAAT 18

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een zadeldak met nieuwe zwarte kunstleien.

Historische omschrijving

Het huis is als woonhuis gebouwd rond 1900; de architect is onbekend. Het oudste onderdeel van het woonhuis is een gave gevelsteen uit 1635. De vensterindeling is vereenvoudigd. De zwarte asbestleien zijn in 1990 vervangen door de huidige dakbedekking. Het woonhuis is nog steeds in gebruik als woning. Achter het woonhuis bevinden zich tweelaags bedrijfsgebouwen onder plat dak, welke thans in gebruik zijn als opslagruimte. Deze aanbouwen dateren eveneens uit circa 1900.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint met horizontale ingekerfde lijnen aan de bovenzijde wordt onderbroken voor een rondrooster en de paneeldeur rechts. Deze deur is te bereiken via één uitpandige en twee inpandige hardstenen treden.

De lichtgrijs geschilderde paneeldeur bevindt zich zo in een ondiep portiek. De gehele linkertravee springt een halve steen terug. Daarnaast springt het portiek nog een halve steen in onder de bewerkte hardstenen latei. Deze inspringingen worden gevolgd door de hardstenen bekleding van een deel van de deurtravee.

De rest van de gevel is opgetrokken in oranjerode verblendsteen met iets verdiepte voeg. Het onder

paneel van de deur is voorzien van vier cirkels in vierkanten met daarboven een duwstang.

In het bovenpaneel bevinden zich vier vierkante vensters met gedraaid siersmeedwerk en gestileerde bloemen. Het deurkalf is voorzien van een decoratie met cirkels en strepen. Het bovenlicht van de deur heeft drie verticale dicht bijeen staande roeden en één laaggeplaatste horizontale deelroede. Zowel de zoldering van het portiek als de latei zijn voorzien van gedeeltelijke afrondingen, verdiepte blokjes en strepen. Boven de latei is een verticale anderhalflaags strekkenlaag geplaatst.

De geprofileerde hardstenen waterlijst dient tevens als dorpel voor de witgeschilderde schuifvensters. Het deel van de vensters wordt aan de onderzijde geaccentueerd door een extra hardstenen lijst, aan de bovenzijde door klosjes. De latei van de vensters en de strek is identiek aan die van het portiek. De vensters op de eerste verdieping zijn hetzelfde als die op de begane grond.

De kroonlijst bestaat uit een smalle gepleisterde lijst, een bakstenen deel met invulling en een smalle houten lijst, waarboven zich de uitkragende gootlijst op brede klosjes bevindt. In de deurtravee is een kleine ruitvorm met rond raampje aangebracht.

De gootlijst is geschulpt gesneden. De houten klosjes zijn voorzien van verdiepte streeppatronen. De kroonlijst van de venstertraveeën is veel uitgebreider bewerkt. In het midden bevindt zich de oude gevelsteen. Op het rechthoekige vlak is het jaartal 1635 uitgehakt en de tekst: "Int lant van beloften". Het verhaal wordt uitgebeeld door middel van twee mannen, die een reusachtige druiventros dragen. Boven dit deel zijn geen gootklosjes aangebracht. Aan weerskanten wordt de gevelsteen omlijst door een bakstenen deel, een smal gepleisterd bandje met streepdecoratie en een verticaal uitkragend lijstje, de verlenging van de gootklosjes. Deze zijn aan de onderzijde voorzien van een diamantkopje, aan de bovenzijde van streep en cirkeldecoratie. Dezelfde omlijsting vindt men ook bij de twee portretkoppen links en rechts. Het zijn koppen van een besnorde man met druiventrosachtig haar en een vrouw, beiden voorzien van vlezige gezichten en een gelijke halsdraperie. Op kortere afstand hiervan is nogmaals een uitkragend verticaal lijstje aangebracht ter afsluiting van de kroonlijst van dit gedeelte.

Het pand staat aan de rechterkant vrij. De zijgevel is opgetrokken in gele baksteen. Boven de ramen heeft men rode strekken gemetseld. De gevel is voorzien van rechte schietankers. Achter het zadeldak van de voorgevel is haaks een volgend zadeldak geplaatst. In de topgevel is een ijzeren rondraam met Davidsstermotief geplaatst.

Schuin daarachter zijn de voormalige bedrijfsgebouwen te vinden. Een vroegere functie hiervan wordt aangegeven door een emaille bordje met de tekst: "Erkend waterfitter erkend gasfitter electrotechnisch installateur, erkend door de gemeentebedrijven te Roosendaal en Nispen".

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand van gemiddelde grootte is een goed en gaaf voorbeeld van een herenhuis rond 1900 met opname van oudere architectonische onderdelen.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Raadhuisstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : D

nr. : 7476

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : F.P.C.M. Beens

Adres : Waterstraat 68

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 14 juni 1991

RAADHUISSTRAAT 49

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met een schilddak met eindschild evenwijdig aan de straat, gedekt met rode oud-hollandse dakpannen.

Historische omschrijving

Het pand heeft een voorgevel die dateert van 1870. De kern van dit pand is zeer waarschijnlijk veel ouder. Het is gebouwd als woonhuis en vervult deze functie nog steeds.

Omschrijving exterieur

De lage hardstenen plint met eindprofilering van het pand wordt ter linkerzijde onderbroken voor de paneeldeur. De groen geschilderde deur heeft een dubbel gietijzeren sierrooster in het bovenpaneel. Het bovenlicht bevat een geometrisch glas-in-loodpaneel. De deur wordt omlijst door pilasters met verdiepte velden, te beginnen met twee blokken boven de plint. Het bovenste deel van de pilasters bevat een cirkel. De pilasters dragen een uitkragend kroonlijstje. Daaronder bevindt zich de latei van de deur. Tussen vier cirkels bevinden zich drie voluutvormige kleine consoles onder de kroonlijst.

Het huis staat vrij en wordt aan beide zijden geflankeerd door een brede bakstenen poort met korfboog en ezelsrug. Beide poorten zijn opgetrokken uit gele ijsselsteen en de boog contrasteert door de ervoor gebruikte rode geslepen baksteen. De poortopeningen worden afgesloten door vleugeldeuren met kraalprofiel, met op het kruispunt een diamantkopje.

Boven de plint is de gevel van het huis gepleisterd met diepe schijnvoegen, terwijl de eerste etage grotendeels vlak gepleisterd is. De oorspronkelijke witte kleur is in 1990 vervangen door diverse nuances lichtblauw.

Tussen de plint en de uitkragende hardstenen vensterdorpels bevinden zich bij elk venster twee kleine voluutvormige consoles met sleuven. De dorpels zetten zich voort als een hardstenen waterlijst, bij de deuromlijsting uitgewerkt als diamantkopjes. De donkergroen geschilderde schuifvensters hebben houten rolluikkasten in dezelfde kleur. Boven de vensters bevindt zich een als strek gepleisterd deel met een diamantkop als sluitsteen en voluutvormige consoles met sleuven en cirkel aan weerskanten. Het deel tussen de consoles en de gepleisterde waterlijst bestaat uit blokken met dicht opeen staande profielrandjes. Boven de waterlijst is de gevel gedeeltelijk vlak gepleisterd. De omlijsting van het linkervenster en de rechterhoek zijn geblokt gepleisterd. Tussen de hardstenen consoles en de bovenzijde van de eerste etage bevindt zich een smal dubbel geprofileerd randje. De schuifvensters van de eerste etage zijn ook voorzien van rolluikkasten. De gepleisterde omlijsting is vlak en steekt aan de bovenzijde naar de uiteinden uit. De sluitsteen bestaat uit een wigvormige diamantkop. Daarboven is een smaller gepleisterd deel met meandervormen als hoekafsluiting. Hierboven is een uitkragende geprofileerde lijst geplaatst. Hier vlak boven bevindt zich de geprofileerde houten gootlijst.

De zijgevels zijn opgetrokken uit klein formaat handvorm baksteen. De linkergevel is ook deels grauw gepleisterd en heeft behalve rechte schietankers twee rondramen met ijzeren margrietvensters. Achter het woonhuis bevindt zich eenlaags bebouwing onder zadeldak met oud-hollandse dakpannen. De bestrating aan deze zijde bestaat uit kinderkopjes. Aan de rechterzijde bevindt zich een getrapt uitgemetselde lage schoorsteen.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het is een gaaf en goed voorbeeld van een pand met oudere kern van gemiddelde hoogte en breedte in Eclectische stijl. De gave belendende bakstenen poorten zijn eveneens van belang, in samenhang en in stedebouwkundig opzicht.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3868

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M.A.J. Meesters

Adres : Raadhuisstraat 49

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/14 oktober 1992

RAADHUISSTRAAT 51 - 53

Typering

Het betreft een tweelaags dubbelpand van elk drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met een zadeldak evenwijdig aan de straat. Het pand nr. 51 is onlangs gedeeltelijk gedekt met rode opnieuw verbeterde hollandse pannen.

Historische omschrijving

Het pand is rond 1865 opgetrokken als dubbel woonhuis, maar bezit waarschijnlijk een oudere kern. Het rechtergedeelte (nummer 53) is in tegenstelling tot nummer 51 niet meer gepleisterd en bij verbouwingen tussen 1950 en 1970 aanzienlijk versoberd. De panden huisvesten tegenwoordig een praktijkruimte en een winkel.

Omschrijving exterieur

De lage hardstenen plint met eindprofilering wordt ter linkerzijde onderbroken voor de paneeldeur. De witgeschilderde deur heeft in het onderpaneel twee staande diamantkopvormige kussens en een koperen brievenbus annex duwstang. Aan weerskanten is een margrietvorm in reliëf, het geheel wordt omlijst door een profielrand.

In het bovenpaneel bevinden zich twee vensters met siersmeedwerk van bloemknoppen en spijltjes, daarboven twee diamantkopkussens. Boven de deur bevindt zich een hoog getoogd bovenlicht dat grotendeels is voorzien van een gepleisterde rand en een kuif met een blad- en bloemmotief.

De gevel is verder geblokt gepleisterd en crèmekleurig geschilderd. De linkergevel, zichtbaar om

dat het huis half vrijstaat, is opgetrokken uit bruingele handvorm baksteen en is voorzien van rechte muurankers.

De toegang wordt gevormd door een brede bakstenen poort van ijsselsteen met korfboog en ezelsrug.

Onder de hardstenen vensterdorpels is een vlak stucwerk aangebracht met sierprofiel aan de onderzijde. De kozijnen van de getoogde schuifvensters zijn witgeschilderd en zijn rond het bovenlicht voorzien van een gepleisterde rand en een kuif met blad- en bloemmotief. Iets boven de wisseldorpels buigt de pleisterrand om en vormt zo een horizontale decoratieve verbinding tussen de bovenlichten.

Op de verdieping bevinden zich getoogde T-vensters. De omlijsting en decoratie is identiek aan die van de vensters op de begane grond.

Boven het vlakke fries met profielrand aan de onderzijde bevindt zich een tandlijst en een uitkragende gootlijst op klosjes.

Dit fries en de gootlijst bevinden zich ook boven het pand op nummer 53.

De begane grond van dit pand is evenwel uitgebroken; op de verdieping bevinden zich getoogde schuifvensters.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een gaaf en goed voorbeeld van een pand van gemiddelde hoogte en dubbele breedte in Eclectische stijl. Met de gave belendende bakstenen poort en het pand op nummer 49 maakt het deel uit van de stedebouwkundige structuur.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Raadhuisstraat 51

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2022

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M.J.A. Kennis

Adres : Tiggeltsebergstraat 66

Woonplaats : Rijsbergen

Raadhuisstraat 53

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2023

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Nationaal Bruincentrum B.V.

Adres : Raadhuisstraat 53

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 8 september 1991/20 oktober 1992

RAADHUISSTRAAT 59 (achterbebouwing)

Typering

Het betreft een vrijstaand eenlaags object met vier bij vijf traveeën met lijstgevel onder zadeldak met zwarte oud-hollandse pannen, gebouwd op het terrein achter het pand nummer 57.

Historische omschrijving

Het gebouw is oorspronkelijk opgetrokken als paardestal voor de Belgische consul Th. P. Tiebackx. De bouw is te dateren rond 1870, de architect is onbekend. Een eerste verbouwing heeft vermoedelijk rond 1900 plaatsgevonden.

De school voor expressie is in dit pand van start gegaan. Na verbouwing van het interieur en het veranderen van deur in raampartijen is het gebouw in gebruik genomen als kantoor ten behoeve van de Rolstoelcentrale. Bij deze verbouwing, die in 1980 heeft plaatsgevonden, is er een lage extra uitbouw toegevoegd als entree.

Omschrijving exterieur

De gevel is opgetrokken in klein formaat gele handvorm baksteen en platvol gevoegd.

In de lange zijde die naar de straat is gericht bevindt zich een nieuwe lage uitbouw als entree. Bij die uitbouw zijn resten zichtbaar van een stalen latei met bloemrozetten boven een dichtgemetseld raam. Er zijn rondboog- en segmentboogvensters met wit geschilderd kozijnwerk. Een deel daarvan heeft nog de hardstenen vensterdorpels met klosjes aan weerskanten. De bovenlichten zijn onderverdeeld door één verticale en twee diagonale roeden.

Iets boven de bovenlichten bevindt zich een uitgemetselde sierrand van bruinrode baksteen en horizontale lijst ter hoogte van de wisseldorpel. In de zichtbare korte gevel is, in de derde travee van links, een loze boogommetseling hieronder bevindt zich een vierkante hardstenen gevelsteen. In reliëf zijn hier, tussen vier diamantkopjes op de hoekpunten zijn de verstrengelde initialen S en T uitgehakt in een sierverwerking. Deze letters staan in ieder geval niet voor de naam van de Belgische consul, want die heette Theodorus Petrus Tiebackx.

De vensters aan de korte achtergevel zijn dichtgemetseld. Boven de vensters bevinden zich rechte schietankers. Op de zolderetage is een rond ijzeren margrietraam geplaatst. Onder de gootlijst bevinden zich geknikte muurankers.

Onder de rechte gootlijst, die uitkraagt aan de korte zijden en daar ondersteund wordt door de geprofileerde einden van de gordingen, is een rondboogfries gemetseld. Het fries is aan de korte gevels uitgewerkt als klimmend rondboogfries. De boog zelf is in rode baksteen uitgevoerd, met daar onder een zwart eindblokje rustend op een overhoeks geplaatst rood blokje.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het oorspronkelijk als paardestal gebouwde object is een goed en gaaf voorbeeld van achterbebouwing met Neo-Romaanse stijlelementen.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4371

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Gemeente Roosendaal en Nispen

Adres : Stadserf 1

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/14 oktober 1992

RAADHUISSTRAAT 63

Typering

Het betreft een tweelaags hoekpand van vijf traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel met een zadeldak evenwijdig aan de voorgevel met in 1990 vernieuwde leien.

Historische omschrijving

Het pand is in 1913 in opdracht van de Belgische consul Th. P. Tiebackx gebouwd als herenhuis naar een ontwerp van architect A.J. de Bruijn.

In 1942 is de rechterzijgevel nieuw opgetrokken; door de aanleg van de Binnensingel (thans Burgemeester Prinsensingel geheten) is het pand in 1941 een hoekpand geworden.

Uit 1950 dateert de tweelaagse aanbouw met zadeldak en verbeterde hollandse pannen.

Het pand is in gebruik als woonhuis en kantoor van een notaris.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint met afgeschuinde bovenzijde wordt onderbroken door vier ronde roostertjes met gietijzeren traliewerk en door het portiek van de centraal geplaatste deur. Rechts van de deur is een uitsparing voor een schoenenschraper met een ijzeren stang. De rest van de gevel is opgetrokken in machinale baksteen met verdiepte voeg. De kleur hiervan is tot drie lagen boven de dorpels grijs, een kleur die verder ter decoratie wordt gebruikt. De rest van de gevel is verblendsteen in een oranjerode tint.

Het portiek heeft een hardstenen omlijsting met afschuiningen, tussen- en eindblokjes met cirkeldecoratie.

De geverniste vleugeldeur is te bereiken via twee treden. De deur is voorzien van twee brievenbussen en duwstangen en van cirkel met doorgetrokken streepdecoratie. Het bovenpaneel is voorzien van gefacetteerde ruitjes. Links van de deur bevindt zich een ijzeren trekbel. Het bovenlicht van de deur is onderverdeeld met drie roeden en heeft een glas-in-loodpaneel.

De witgeschilderde schuifvensters hebben hardstenen dorpels met klosjes en zijn geplaatst onder segmentbogen. Evenals de speklaag bij de bovendorpels zijn de sluitsteen en de afsluitende koppenlaag van grijze baksteen.

De middenas van de gevel wordt verder geaccentueerd door de bewerkte erker met afgeschuinde zijden. De hardstenen bodemplaat met cassetten gaat over in een schuin deel met langwerpige uitsparingen en bloemmotieven met palmetachtige vorm op de hoeken. Boven de hardstenen lijst met uitkragende hoekdecoratie en eindlijst bevinden zich drie stucpanelen in zandsteenkleur. Het zijn bloemmotieven in vaas en zweepslagbelijning. De schuifvensters met glas-in-lood in de bovenlichten zijn gevat tussen smalle geverniste houten kolommen, die zijn bewerkt en gesneden. Het lessenaardak van de erker is voorzien van leitjes.

Onder de hardstenen dorpels van de schuifvensters op de eerste etage is een muizetandlijst en een koppenlaag van grijze baksteen gemetseld. Ook deze ramen zijn onder een segmentboog met grijze baksteen aanzet- en sluitsteen geplaatst, maar deze hebben een rechte bovenzijde als strek.

Het iets risalerende fries begint met een afgeschuinde profiellaag. Het fries is gemetseld in meandervorm met centraal in de motieven een wit blokje. De witgeschilderde uitkragende houten gootlijst is voorzien van een tandlijst en houten gootklossen als consoles.

Boven de erker bevindt zich een hoog opgemetselde dakkapel met plat dak in het dakvlak. Dit platte dak is in ieder geval pas na 1942 gerealiseerd; voor die periode was de dakkapel geornamenteerd. Tussen twee vooruitspringende penanten bevindt zich het openslaande venster met roedenverdeling in het bovenlicht onder een segmentboog. Aan weerszijden van deze dakkapel zijn twee lage dakkapellen, elk voorzien van drie gekoppelde vierruits vensters.

De rechterzijgevel van het pand is opgetrokken in roodbruine baksteen met geblokt gemetselde hoeken die het oude pand markeren. Rechts daarvan is een tweelaags gedeelte met een tamelijk hoge smalle schoorsteen met gekruld sieranker.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het is een gaaf en markant voorbeeld van een breed en hoog hoekpand met stijlelementen van Neo-Renaissance en Jugendstil.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4508

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.A.M. de Clercq

Adres : De Schietbaan 1

Woonplaats : Rucphen

Opname gegevens : 4 januari 1991/14 oktober 1992

RECTOR HELLEMONSSTRAAT 1

Typering

Een klooster op L-vormige plattegrond, bestaande uit een tweelaags woongedeelte met lijstgevel en zadeldak gedekt met groen/bruine opnieuw verbeterde Hollandse dakpannen en een aangebouwde eenbeukige kapel met klokketorentje.

Historische omschrijving

Het Heilig Hart klooster werd in 1938 gebouwd en in 1939 officieel ingewijd, het klooster is ontworpen door architect Sturm.

Het was een onderdeel van het kerkelijk centrum in de toen nieuwe wijk Kalsdonk.

Er is in de loop van de tijd weinig aan het pand veranderd, de driehoekige frontons boven de dakkapellen zijn verdwenen. Klooster en kapel zijn nog in gebruik bij de zusters Franciscanessen.

Omschrijving exterieur

Het klooster is opgetrokken uit roodbruine baksteen met verdiepte grijze voeg. De plint is gemetseld in een sierpatroon waarbij boven elkaar twee koppen en twee strekken afwisselen, het overige muurwerk is gemetseld in kettingverband.

De voorgevel, gelegen aan de Rector Hellemonsstraat, heeft een centrale segmentbogige vleugeldeur in portiek, de houten deur heeft twee kleine raampjes en is opgebouwd uit decoratief diagonaal geplaatste houten planken, deze planken zijn blank gevernist. Voor de deur twee uitpandige hardstenen treden en dito aanzetblokken bij de afgeschuind gemetselde zijden van het portiek.

Boven de deur een rechthoekig bovenlicht met glas-in-loodramen, voorstellend een kruis, spons, stok met speer en de tekst "I.N.R.I." en "I.H.S.".

Aan beide zijden van de deur twee vensters met betegelde dorpels.

Alle kozijnen zijn wit geschilderd.

De ramen hebben een negenruits indeling en een eenvoudig bovenlicht. De dagkanten van de onderpanelen zijn afgeschuind, boven de ramen en de bovenlichten een ontlastingsboog.

Op de verdieping boven de zes negenruits vensters een steense strek. Onder de houten gootlijst op gewelfde klossen een sierlijst gemetseld van gele wigvormige baksteen en een tandlijst.

Op het zadeldak twee tweeruits dakkapellen onder plat dak.

De gootlijst is aan de geveleinden opgesloten tussen twee smalle, hoger opgetrokken gedeelten van de eindgevel, deze muurgedeelten zijn afgedekt met een ezelsrug. De linker- en rechter zijgevel zijn uitgevoerd als tuitgevels met een ezelsrugafdekking aan de bovenzijde en de uiteinden, geplaatst op een uitmetseling, t.p.v. de nok is een sieranker aangebracht.

In de linkerzijgevel twee vensterassen met ramen zoals aan de voorzijde en een zesruits raam op de zolderverdieping.

In de rechtergevel één vensteras met ramen aan de voorzijde en een rondraam op de zolderetage.

Het grootste gedeelte van de rechterzijgevel wordt ingenomen door de aangebouwde kapel.

De eenbeukige kapel heeft een vijfzijdig gesloten absis en een aanbouw aan voorzijde onder zadeldak, het muurwerk bij de koortravee is hoger opgetrokken. Aan de achterzijde van de absis siermetselwerk van gele baksteen in een zigzagpatroon, alsmede ruiten en kruisen.

Tussen de gepaarde spitsboogvensters met glas-in-loodramen schuin aflopende bakstenen schoren, boven elk paar vensters een ontlastingsboog. Onder de goot een sierrand met gele bakstenen en een tandlijst.

Op het dak een klein hardstenen kruis en een vierkante opengewerkte klokketoren. De opbouw is van wit geschilderd hout dat geprofileerd is bewerkt, het heeft een vierkante ingesnoerde spits gedekt met leien in Maasdekking, op de spits een omcirkeld kruis op bol.

De aanbouw aan de rechterhand van de kapel heeft twee zesruitsvensters, onder de gootlijst op klosjes een stroomlaag en hoger opgemetselde eindgevels met een geel bakstenen kruis.

De westgevel, gelegen aan het Heilig Hartplein, heeft verbinding met de absis van de Heilig Hartkerk, dit bouwdeel ligt terug van de voorgevel. Het is symmetrisch geplaatst ten opzichte van de aslijn, die wordt geaccentueerd door een lage tuitgevel met rondraam. In de middenas één twaalfruitsraam en aan weerszijden vier ramen, twee aan twee gepaard.

Op de verdieping aan weerszijden van de middenas vijf openslaande ramen, daarboven een fries met siermetselwerk en een gootlijst op klossen.

Aan beide zijden naast de tuitgevel een dakkapel met plat dak.

Het terrein wordt aan de zijde van de Rector Hellemonsstraat afgeschermd door bakstenen muurtjes met een ijzeren rondbuis.

Omschrijving interieur

De kapel is eenbeukig en heeft vier traveeën.

De toegangsdeur is getoogd en voorzien van glas-in-loodramen, waarin enkele oranjerode, diamantvormige rozetten.

Direct naast de deur ronde wijwaterbakjes van Naamse steen met een kruis er boven.

De eerste travee bij de ingang wijkt af, de spitsboogramen zijn korter vanwege de koortribune met houten balustrade, die hier is gesitueerd.

Op de vloer gewolkt gele en grijze tegels in ruitpatroon.

De wanden zijn opgetrokken in schoon metselwerk van gele baksteen, de plinten van bruin en geel geglazuurde stenen.

Tussen de vensters lisenen die doorgaan als spitsbogen.

Bij de aanzet van de kap een gemetselde geglazuurde zigzaglijst. De kap tussen de bakstenen bogen van gekleurd siermetselwerk is betimmerd met een witte beplating, evenals bij de kap van de vijfzijdige absis.

De ramen van de spitsboogvensters hebben figuratieve voorstellingen, zoals een roze tulp, een veer, een viooltje, een distel, een roos en een spons met speer en de tekst "I.N.R.I."

In de triomfboog zijn twee ingesnoerde spitsboognissen uitgespaard, in de linkernis een houten beeld van Maria op de maansikkel, de slang vertrappend, in de rechternis een houten beeld van Jozef met het Christuskind op de arm.

Voor de absis een houten altaartafel met kruis en het Alpha en Omegateken.

In de absis decoratief metselwerk van bruin en geel glazuurde steen en korte spitsboogvensters met raamdecoraties van sneeuwklokjes, harten en lelies.

In de absis een klein houten beeld van de gekruisigde Christus.

In de kapelruimte staan twee rijen oorspronkelijke houten banken opgesteld.

Redengevende omschrijving

Het klooster en de kapel uit 1939 architectonisch van belang als een goed en gaaf voorbeeld van Delftse School architectuur en sociaal-historisch van belang als onderdeel van het kerkelijk complex rond het Heilig Hartplein.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : B

nr. : 5866

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De congregatie van de "Zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen"

Adres : Vincentiusstraat 7

Woonplaats : 4701 LM Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

RECTOR HELLEMONSSTRAAT 3

Typering

Een school op L-vormige plattegrond, grotendeels tweelaags met een zadeldak waarop zwarte opnieuw verbeterde Hollandse dakpannen.

Historische omschrijving

De Heilig Hart school werd in 1938 gebouwd naar ontwerp van architect Sturm. Zes lokalen waren bestemd voor de lagere school, drie voor de kleuterschool en één voor de naaischool, verder was er een gymnastiekzaal en een reserveleslokaal, de school was onderdeel van het kerkelijk centrum in de destijds nieuwe wijk Kalsdonk.

Er is in de loop van de jaren vrijwel niets aan het gebouw veranderd. Het pand is nu in gebruik als R.K. basisschool.

Omschrijving exterieur

De gevels zijn opgetrokken in roodbruine baksteen en gemetseld in kettingverband, de korte gevel (zuidgevel), is aan de kant van het Heilig Hartplein.

Het linkergedeelte, het gymzaalgedeelte, is eenlaags onder zadeldak met opnieuw verbeterde hollandse pannen gedekt en heeft vijf iets getoogde negenruitsvensters die hoog in de gevel zijn geplaatst. De witte houten gootlijst rust op klosjes, op de hoek zijn drie natuurstenen hoekblokken aangebracht.

In de kopgevel van het gymzaalgedeelte een deur en een vierruits raam. Het rechter, hogere gedeelte is tweelaags. Op de begane grond twee twaalfruitsvensters, daar boven twee bredere en hogere vensters met een eenvoudige sierroedenverdeling.

In het zadeldak met een vierruitsdakkapel met driehoekig fronton, daaronder een lijstgevel en een gootlijst als bij het linker gedeelte. Een bakstenen schoorsteen op het nokeinde bij de hoger opgaande topgevel van dit dakdeel.

Het bouwdeel dat voornamelijk aan de oostzijde is gesitueerd heeft een topgevel aan de Rector Hellemonsstraat. Op de hoeken daarvan links en rechts uitgebouwde muurdelen met smalle verdiepte blokjes, afgesloten door een ezelsrug.

Uiterst links een segmentbogige vleugeldeur in dito portiek. Het geverniste houtwerk van schuin verwerkte geprofileerde delen, boven de deur een raam met sierroedenverdeling zoals in de vensterassen daarnaast.

Aan de rechterzijkant van de gevel wat hoger geplaatst een in het muurwerk opgenomen hoogreliëf van zandsteen, voorstellend een kruis met Christus-corpus, op het kruis de tekst: "I.N.R.I.". Het kruis wordt beschut door een zadeldakvormig afdakje van hout met koperen bedekking, het werd in 1938 geleverd door kunsthandel J. Cuypers.

Dit geveldeel heeft een topgevel met zadeldak, in de topgevel een centraal geplaatst zesruits rondraam.

Boven beschreven gedeelte is de zijgevel van het lange geveldeel aan de Lorentzstraat.

Alle klasruimten zowel op de begane grond, als die op de verdieping hebben hier drie grote twaalfruits ramen.

Het metselwerk boven de ramen op de begane grond is iets getoogd, de afdekking boven de ramen op de verdieping is recht. Bij alle ramen boven de onderste vier roeden een breed horizontaal sierdeel.

Na drie vensterassen is er een smalle travee met een segmentbogige vleugeldeur met klassieke baksteen omlijsting, die voortgezet wordt rondom het raam erboven.

In het zadeldak met gootlijst boven de deur een zesruits dakkapel met zadeldakje.

Rechts naast de entree nog twee vensterassen voor de zich daar bevindende klaslokalen.

Aan de rechterzijde wordt de gevel beëindigd met een terugspringend deel van dezelfde hoogte en met eenzelfde raamindeling, namelijk drie vensterassen voor leslokalen.

Rond het terrein aan de straatzijde een laag bakstenen muurtje met daarboven een ijzeren rondbuis.

Redengevende omschrijving

De gave Heilig Hart school van architect Sturm uit 1938 is van sociaal-historisch belang als onderdeel van het kerkelijk centrum aan en bij het Heilig Hartplein.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : B

nr. : 5865

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Stichting Katholiek Onderwijs Roosendaal

Adres : Vughtstraat 18

Woonplaats : 4701 NT Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

SINT JOSEPHSSTRAAT 2

Typering

Een nagenoeg vrijstaande, tweelaagse pastorie met een samengesteld schild- en zadeldak gedekt met rode verbeterde Hollandse dakpannen. Aan de rechtergevel een eenlaagse uitbouw onder plat dak uit de bouwtijd. De linkerzijgevel heeft door een lage aanbouw verbinding met de kerk.

Historische omschrijving

De pastorie is in 1923-1924 gebouwd bij de ernaast gelegen St.Joseph kerk uit hetzelfde bouwjaar. Het ontwerp was van de architecten Jac. Hurks en W. Vergouwen. In 1966 is de pastorie gerestaureerd, het exterieur is gaaf en het gehele gebouw heeft zijn oorspronkelijke functie behouden.

Omschrijving exterieur

Het pand is gemetseld in machinaal gevormde bruine baksteen en heeft een bakstenen plint met afschuining. De voorgevel heeft links drie raamtraveeën en rechts een brede risaliet met erker en topgevel.

Op de begane grond, links twee vijftienruits schuifvensters met wit geschilderde kozijnen en een bakstenen waterslag, aan de rechterkant van de voorgevel een risalerend deel waarin een geverniste voordeur onder een betonnen luifel, daarboven een driedelig bovenlicht.

De luifel rust aan de linkerkant op een bakstenen kolom, de rechterkant van de luifel vindt steun in het risalerend deel van de gevel. De borstweringen zijn gemetseld in siermetselwerk, in de vensterassen op de verdieping aan de linkerzijde drie vijf

tienruits vensters. Een uitgemetselde koppenlaag is de onderkant van een fries in metselwerk, daarboven een ver uitkragende witte houten gootlijst. In het dakvlak twee brede tweelicht-dakkapellen in metselwerk, daarboven een plat dak.

Het topgeveldeel aan de rechterkant van de voorgevel heeft een gemetselde erker met afgeschuinde zijkanten, met aan de voorzijde een vijftienruits schuifvenster, in de zijkanten tienruits schuifvensters. Boven de erker een balkon met gemetselde borstwering waarin langwerpige sparingen. De balkondeur heeft sierroeden, aan weerskanten van de balkondeur zijn schuifvensters.

In het midden vam de verbreed gemetselde topgevel een breed venster met twee achtruits openslaande ramen, het venster wordt door gemetselde penanten gescheiden van twee flankerende vensters met een achtruits raam.

Boven in de topgevel is in siermetselwerk een langgerekte kruisvorm verwerkt. Achter de topgevel een lange dwarskap (zadeldak), in het midden doorbroken door een risaliet met een klein schilddak, voorzien van een bolpiron. Op de eindnokken gemetselde schoorstenen met een afdekplaat. In de zijgevels vijftienruits schuifvensters, smaller van vorm maar met afwerking en decoratie als in de voorgevel.

Omschrijving interieur

In de hal bij de voordeur en in de gangen zijn de vloeren betegeld met krakelingtegels, de randpatronen en middenruiten van licht- en donkergrijze, zwarte en donkergroene tegels.

De gangwanden hebben een betegelde lambrizering van gouden, groene en lila tegels met banden van zwarte en gewolkte tegels. De stucwerk plafonds in een strak patroon met cassetten.

Redengevende omschrijving

De gave pastorie is van belang vanwege de ligging naast de bijbehorende kerk.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9260 (voorterrein=8784)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De parochie van den heiligen Joseph

Adres : Sint Josephsstraat 2

Woonplaats : 4702 CW Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

SINT JOSEPHSSTRAAT 4

Typering

Een centraliserende kruiskerk met een hoge en een lage westtoren, aan de oostzijde van de kerk een polygonaal gesloten absis met zijkapellen. De kruisende zadeldaken zijn gedekt met rode verbeterde hollandse dakpannen.

Historische omschrijving

De kerk werd in 1923-1924 in de wijk Burgerhout gebouwd voor de bewoners van de vele arbeiderswoningen in deze omgeving.

De kerk werd op 20 oktober 1924 geconsacreerd.

De kerk was een ontwerp van de architecten Jac. Hurks en W. Vergouwen.

In 1966 begon men met de tot 1977 durende restauratie, waarbij onder meer de glas-in-loodvensters bij het hoofdportaal werden vernieuwd met een figuratieve invulling.

Omschrijving exterieur

De kerk is opgemetseld uit bruine machinaal gevormde baksteen.

De voorgevel aan de straatzijde heeft een hoge topgevel met hoofdportaal, met rechts daarvan een kleine toren met de zijingang en een kapel en aan de linkerkant de hoge klokketoren met eveneens een zijingang.

Het risalerende hoofdportaal heeft vernieuwde vleugeldeuren in een paraboolportiek met archivolten en is uitgevoerd in siermetselwerk met in de top van het portaal een kruisvorm.

Boven de deuren een paraboolvormig bovenlicht met glas-in-loodramen. Aan weerskanten van het hoofdportaal twee smalle hoge ramen. Boven het toegangsportaal over de volle breedte daarvan een hoog paraboolvenster voorzien van een bakstenen maaswerk met figuratieve glas-in-loodvullingen.

In de puntgevel drie smalle vensters en in de top een bakstenen kruisvorm.

De zijportalen zijn lager dan het hoofdportaal, de vernieuwde deuren zijn achter in een portiek geplaatst, zowel de gevel als de portiekvlakken zijn aan alle zijden uitgevoerd in siermetselwerk met geometrische vormen. Rechts geeft een deur toegang tot de aangebouwde St. Josephkapel. De kapel heeft een eigen dak, rechte steunberen en rondboogvensters. Boven de toegangsdeur tot de kapel de achthoekige lagere traptoren met achtzijdige spits, die bekroond wordt met een piron; de gevelvlakken van de traptoren zijn voorzien van sleufvensters, de bovenste rij ramen bestaat uit gekoppelde sleufvensters.

Het linkerzijportaal geeft toegang tot de doopkapel onder de hoofdtoren, deze kleine kapel heeft een eigen dak en schuine steunberen, het dak is geknikt.

De grote hoofdtoren heeft vier brede zijden en smalle afgeschuinde hoeken met kanteelachtige afsluiting. De brede zijden hebben diepe lengteribben, voorzien van sleufvensters en galmgaten. Boven de galmgaten een segmentvormige uitbouw als schijnbalkon, de bovenste torengeleding is smaller met sleufvensters in de overhoekse zijden en wijzerplaten op de bredere zijkanten. De geknikte achthoekige torenspits wordt bekroond door een gedecoreerd ijzeren kruis. Het geheel lijkt geïnspireerd door de toren van de St.Marco te Venetië.

De zijgevels zijn sober vormgegeven en voorzien van paraboolboogvensters, gelijkvormig aan die van de voorgevel, in elk transept zijn er drie boogvensters. Deze paraboolvensters zijn lager met een eenvoudige geleding ter hoogte van de begane grond. Alle vensters zijn geplaatst tussen bakstenen steunberen. Onder de daklijst is er een eenvoudige gemetselde sierlijst.

De achtergevel eindigt in een hoge puntgevel met drie vensters waarboven een bakstenen kruis. Uitgebouwd op de begane grond een zevenhoekige absis en lage zijkapellen met rondboogramen, tussen steunberen. Absis en zijkapellen hebben elk een eigen dak, dat van de absis is geknikt.

Omschrijving interieur St Josephkapel

Direct naast de ingang rechts bevindt zich de zijkapel, gewijd aan St. Joseph. De kapel heeft een voorportaal met cirkelvormig gemetseld gewelf. De vloer heeft een rand van zwarte tegels, verder steenrode tegels rond een middendeel met een lijnpatroon van zwarte, turqoise en lichtgele tegels.

De muren zijn opgetrokken in staand metselwerk, waarin vierkante tegels en een tandlijst. Er zijn tien rondboogramen, daarvan zijn er drie dicht gemetseld, de ramen zijn bezet met transparant kathedraalglas. Het gele bakstenen gemetselde gewelf is een dubbel kruisgewelf en heeft zeven ribben met versnijdingen.

Voor het altaar drie eikehouten kerkbanken. Het altaar en de omlijsting met kruis van de predella zijn van grijs/geel/wit geaderd marmer, daarop de tekst: "ite ad Joseph, en S.J." in goudgekleurde letters.

Reliëf in wit geschilderde steen, met opvallend langgerekte vormen van handen en vleugels van de engel in het midden. Joseph liggend op zijn sterfbed, met aan het voeteneind Maria en aan het hoofdeinde Jezus.

Het is niet gesigneerd.

Omschrijving interieur kerkruimte

Via de hoofdingang komt men onder de op drie rondbogen rustende, in baksteen gemetselde, koortribune met opengewerkte balustrade.

Links op de tribune het orgel, dat dateert uit de bouwtijd, aan beide zijden van de tribune lage ellipsboogpoortjes.

Vanaf de tribune twee traveeën tot de centrale rotonde, die rustend op vier pijlers geheel wordt overkoepeld, de maten van de doorsnede en de hoogte van de bakstenen koepel zijn vrijwel gelijk, ca. 23 meter.

Aan beide zijden van de kerk een breed dwarsschip met een halfrond gewelf, voor het dwarsschip een schiptravee met een triomfboog, daarvoor de lagere en smallere absis en de kleine zijkapellen, rechts van de absis bevindt zich de sacristie.

De kerkruimte heeft een vloer van steenrode tegels met zwarte randen en langs de wanden geel en grijs/wit gespikkelde tegels, de verhoogde altaarvloer is belegd met krakelingtegels in ruitpatronen, de kleuren: lichtblauw, grijs, rood, groen, geel en zwart.

De muren zijn gemetseld in schoon werk van genuanceerde gele baksteen. Het siermetselwerk in de kapellen en nissen is gelijk aan dat in de St. Josephkapel. De biechtruimten zijn in de muren ingewerkt. Boogribben, aanzetten en hoeken van de gewelfdelen zijn voorzien van decoratief metselwerk, de bandribben zijn gemetseld in rode baksteen, de decoratieve elementen zoals het kruis en de sierbanden in de hoofdkoepel van geel/groene baksteen, zo ook de Latijnse tekst.

De gewelven tussen de bandribben in het schip zijn uischilvormig gemetseld, de gemetselde gewelven in het transept en de absis zijn voorzien van ribben.

In de muren zijn wijkruisen opgenomen, deze tegels hebben een groen kruis met bruine doornenkroon op een oranjegeel veld en een zwart geglazuurde rand.

Op de muren kruiswegstaties, die in 1927 op stuc geschilderd zijn door Wynand Geraedts, de staties bevinden zich in de verdiepte paraboolbogen boven de rondbogen van de omgang. Onder de schilderingen staan Bijbelteksten, de werken zijn uitgevoerd in de hoofdtinten: bruin, groen en geel, met zware schaduwwerking en in expressieve stijl.

Behalve de kruiswegstaties zijn ook nog diverse scènes uit het leven van de Heilige Familie uitgebeeld.

De triomfboog is in dezelfde stijl beschilderd met onder meer afbeeldingen van de Annunciatie, Christus Geboorte, Het Laatste Avondmaal en de Triomferende Christus, waarbij Jozef en Maria het volk de weg tot God tonen.

Op de triomfboog treft men ook de marmeren plaqette aan met in vergulde letters de tekst: "Benedic domine domum istam venientium preces - exaudi et doce eos viam - bonam per quam ingrediantur - Hermanus Josephus v. Mierlo primus parochus 29-8-1923".

In de absis enkele glas-in-loodramen in felle kleuren: oranje, paars, blauw en groen met zware schaduwwerking. ze stellen voor: musicerende engelen, het Lam Gods op een bijbel met een engel die het bloed in een kelk opvangt. Onder de vensters van de absis schilderingen van de musicerende David, een hert aan een waterstroom en een mand met brood en vissen.

Bij de kruising tussen transept en koor aan de linkerzijde, is een preekstoel gemetseld met hoekige, expressieve vormen, zwarte horizontale tussenzetsels en middenvoor een bakstenen kruis.

De kerk heeft een rijk en gaaf interieur, waarvan de volgende onderdelen van groot belang zijn:

Het hoofdaltaar in de absis, geleverd door de firma Kuypers te Roermond. Op een grondplaat van zwarte marmer met witte aderen staat de altaartafel op vier bundelzuiltjes van bruin-grijs-wit geaderd marmer, de kapitelen zijn van brons en voorzien van vervlochten motieven met kruis, midden onder een bronzen plaquette met Christus als pasgeborene, aanbeden door de knielende Jozef en Maria. Op de altaartafel een bronzen kist met engelen en de tekst: "Mane nobis - cum domine".

Boven het altaar een klein crucifix met corpus.

Uitzonderlijk is de godslamp van gebronsd koper, door J.E. Brom in ca. 1924 vervaardigd, ze hangt rechts in de absis, het ca. 135 centimeter lange object is als een cascade van organische vormen en doet denken aan batikwerk. Zo ook de lamp die centraal in de koepel hangt, ook deze is gemaakt van gebronsd koper en opgebouwd uit concentrische cirkels, de lamp is toe te schrijven aan J.E. Brom.

Brom heeft voor de kerk ook nog een kelk (1918) en een monstrans gemaakt.

In de doopkapel staan een doophek en een zeshoekige, gemetselde doopvont, het bronzen deksel daarvan is voorzien van golfranden en een kruis. In de kapel hangen zes bronzen lampen.

In de kerk rijen houten kerkbanken met decoratieve, kruisvormige versieringen op de zijkanten. De banken werden in 1930 geplaatst ter vervanging van de eenvoudige houten stoeltjes.

De kerk bezit nog veel beeldbepalende onderdelen die dateren uit de tijd rond de inwijding:

- Een gipsen beeld van Theresia in habijt, met crucifix en rozen en een daarbij geplaatste koperen staande kaarsenkroon.

- Een geborduurd en geschilderd vaandel met Jozef en Kind, met de tekst: "Gaat tot den heiligen Joseph, onzen patroon en voorspreker".

- Een tinnen kaarsenkroon met lelierand geplaatst op drie leeuwepootjes.

- Een beeld van St. Jozef met Kind, dat de wereldbol draagt. Dit beeld staat boven een altaar in de nis rechts voor de absis, op een gemetselde console versierd met organische motieven.

- Een beeld van Maria op maansikkel geplaatst op een afgeronde console, boven een altaar in de nis links voor de absis.

- Een klein beeld van Maria die de slang vertrapt, gemaakt van polychroom aardewerk.

- Boven de deur naar de sacristie in een paraboolboog een schildering van korenaren die zich buigen naar één schoof.

- In de zijkapel rechts, een altaar met beeld van de Heilige Anna die Maria leert lezen.

- In de zijkapel links een bakstenen altaar met drie losse beelden van de Heilige Familie.

- Op de sokkel voor de ingang van de kapel aan de rechterkant een beeld van Maria, aan de linkerkant een beeld van Jezus, beide met het Heilig Hart.

- Koperen, tinnen en bronzen kandelaars in verschillende stijlen.

- Bij het hoofdaltaar: twee houten engelen die een kandelaar vasthouden en goudkleurige engelen die een wierookvat dragen.

- Een beeld van de heilige Petrus en een beeld van de heilige Paulus, een geborduurd vaandel met het Heilig Hart en de tekst: "Laat de kleinen tot mij komen - St. Jozefparochie".

- Bij de biechtstoelen peervormige lampen van gegoten bewerkt glas aan een geornamenteerde bronzen hanger.

Redengevende omschrijving

De gave St. Josephkerk uit 1923-1924 is van belang in het oeuvre van Jac. Hurks en W. Vergouwen en technisch vanwege de grote bakstenen koepelconstructie. Door de ligging is de kerk stedebouwkundig waardevol.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9260 (voorterrein=8784)

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De parochie van den heiligen Joseph

Adres : Sint Josephsstraat 2

Woonplaats : 4702 CW Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

SPOORWEGCOMPLEX

Typering (korte omschrijving)

Het stationscomplex bestaat uit:

- het lange een- en tweelaagse stationsgebouw en de bijbehorende perrons met overkappingen en onderdoorgang,

- een locomotievenloods,

- een seinhuis met bijbehorende seinenbrug en seinpalen,

- een fietsenstalling,

- de randbebouwing met beeldengroepen aan de oostzijde van het stationsplein,

- enkele dienstwoningen en een diensgebouwtje,

- een douaneloods,

- het sporenplan.

Historische omschrijving

Het stationsgebouw en de bijbehorende perrons werden van 1904 tot 1907 op de huidige plaats gebouwd, schuin tegenover de reeds aangelegde Brugstraat. Ze dienden het oude station, dat in 1853 tegenover de Vughtstraat gebouwd was, te vervangen. Na gereedkomen van het nieuwe stationscomplex werd het oude station gesloopt.

Het hele spoorwegcomplex is ontworpen als een groot grensstation en heeft daardoor vele specialistische voorzieningen voor personen- en goederenverkeer die het tot een zeer uitzonderlijk station maken.

Het stationsgebouw is ontworpen door de architecten Dr.Ir. G.W. van Heukelom en Ir. D.E.C. Knuttel. Van Heukelom maakte, als architect in dienst van de Spoorwegen, de voorlopige plattegrondtekeningen voor het hoofdgebouw; Knuttel, destijds "Rijksbouwmeester voor de landsgebouwen", maakte de gevelont

werpen. Van Heukelom ontwierp ook een aantal bijgebouwen zoals locomotievenloodsen, seinhuizen, dienstgebouwtjes en opzichterswoningen.

Destijds maakte ook een groot stationspostkantoor, gelegen aan de Stationsstraat deel uit van het complex, het stationspostkantoor is in 1983-1984 gesloopt.

In de Tweede Wereldoorlog werd het station vele malen gebombardeerd, daarbij is onder meer de hoge middenpartij met entree en het aansluitende rechtergedeelte verwoest. Een gedeelte is later hersteld, een ander gedeelte werd gesloopt en is, in andere vorm, herbouwd.

In de loop van de tijd zijn, als gevolg van bedrijfsaanpassingen, diverse gebouwen gesloopt, o.a. seinhuizen, locomotievenloodsen e.a., ook zijn ingrijpende wijzigingen aangebracht in het sporenplan.

Als herstel van de oorlogsschade werd in 1948-49 door architect Ir. S. van Ravesteyn aan het Stationsplein een nieuwe ingangshal gebouwd, hierin werden kantoren, dienstruimten en de loketten voor kaartverkoop ondergebracht.

Uit dezelfde tijd dateert de herinrichting en invulling van de oostelijke wand van het stationsplein door dezelfde architect, hij werkte bij deze opdracht samen met de beeldhouwer Jo Uiterwaal.

Op het Stationsplein werd ter gelegenheid van het feit, dat Roosendaal in 1954 100 jaar spoorstad was, een fontein geplaatst.

De spoorwegen en het station zijn van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de stad. Roosendaal kreeg vooral bekendheid door zijn grensstation en werd daarom ook wel "Spoorstad" genoemd.

STATIONSPLEIN 1

HET STATIONSGEBOUW

Typering

Het stationsgebouw uit 1907 is een tweelaags gebouw op een langgerekte, grotendeels rechthoekige plattegrond, enkele gedeelten zijn symmetrisch van opzet. De nokken van de daken zijn evenwijdig aan de pleinwand.

Het centrale deel van het oorspronkelijke hoofdgebouw telt zeven traveeën en wel een middenrisaliet met links en rechts daarvan een gedeelte van drie traveeën, dit centrale gedeelte wordt door een brandmuur bij het dak gescheiden van een evenhoog gedeelte met een eenlaagse voorbouw onder lessenaardak, links daarvan.

Verder links, aansluitend hierop, een eenlaags risalerend deel van drie bredere traveeën met een hoge lichtkap boven het schuine dak; dit deel is uitgebreid met een eenlaags deel onder plat dak.

Rechts van het hoofdgebouw het eenlaagse stationsgedeelte met zadeldak uit 1949, aansluitend een lager gedeelte uit dezelfde tijd, tenslotte een eenlaags deel en een breed tweelaags deel onder platdak met schilden uit 1907.

De functies van de diverse ruimten in het station zijn in de loop van de tijd veranderd. Het Roosendaalse grensstation had o.a. specifieke ruimten, benodigd voor visitatie van personen en goederen, deze douanefunctie is inmiddels vervallen.

Omschrijving van het exterieur van het oudste deel van het station.

De gevels zijn gemetseld van roodbruine, machinaal gevormde baksteen. De risalerende plint is tot de onderkant van de vensters bekleed met brede afgeschuinde platen graniet. In de gevels zijn speklagen en hoekblokken van zandsteen verwerkt.

De vensterassen zijn zowel op de begane grond als de verdieping driedelig en worden gescheiden door smalle bakstenen muurdammen.

Boven de grote eenruits benedenramen met negenruits bovenlichten is er op de verdieping een eveneens driedelig halfboogvenster met roedeverdeling als in de bovenlichten van de begane grondramen.

Over elke driedelige vensteras één segmentboog met zandstenen aanzetblokken en tussenblokken.

Tussen de segmentbogen van de benedenramen en de onderdorpels van de ramen op de verdieping zijn veelkleurige sectietegeltableaux aangebracht, totaal 21 stuks (drie stuks op elk van de zeven vensterassen). Op het middentableau steeds de afbeelding van een wereldbol waarop enkele continenten staan afgebeeld, op de zijtableaux het wapenschild van een land met op een banderolle de naam van het land.

Van links naar rechts de wapenschilden van: Griekenland, Turkije, Rusland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Spanje, Portugal, Engeland, Denemarken, Zweden en Noorwegen.

De centrale vensteras van dit bouwdeel is risalerend en eindigt in een tuitgevel. In het topgevelgedeelte een verhoogd rondboogvenster met een roedeverdeling als bij de verdiepingsvensters van de overige vensterassen.

Op de begane grond is de horizontale indeling van de vensterassen voortgezet in het centrale gedeelte, ter hoogte van de verdieping was de tussenzône oorspronkelijk opgevuld met een raamtype als op de bovenlichten van de begane grond, maar vijftienruits en onder rechte bovendorpel (deze ramen zijn later vervangen door nieuwe klepramen).

De middentravee wordt extra geaccentueerd doordat de vensterpartijen dieper in de rondboog zijn geplaatst, door het siermetselwerk in de speklagen en door de decoraties in de tuitgevel.

Boven het rondboograam in de topgevel een sculptuur met het symbool van de Nederlandse Spoorwegen, een gevleugeld wiel en daarboven een rondraam.

In het dakvlak in elke vensteras een dakkapel onder zadeldak.

De aan de linkerzijde aangebouwde travee onderscheidt zich van het hoofdgedeelte door een uitbouw aan de voorzijde en door bredere driedelige vensters op de verdieping, ook in deze travee in het dakvlak een dakkapel onder zadeldak.

De schilden van de daken zijn gedekt met rode verbeterde Hollandse dakpannen.

In het smalle diepe gebouwgedeelte, uiterst links, is nu een bank gevestigd. De vensters op de begane grond zijn identiek aan de vensters van het hoofdgebouw. Het eerder aanwezige, middelste venster is uitgebroken, hier is nu de toegang tot het bankgedeelte gemaakt, daarom zijn ook een stoep met treden en een luifel aangebracht.

De gootlijst wordt in dit bouwdeel onderbroken door een forse dakkapel met raam, de topgevelbekroning daarvan heeft een cirkelvorm met gestileerd bladmotief.

Het hoge dakvlak wordt afgesloten door een rechthoekige lichtkap met aan de voorzijde vijf halfcirkelvormige ramen met elk zes verticale deelroeden, de zwikken zijn van hout.

De linker zijgevel ter plaatse van het bankgedeelte is voorzien van een rondboogfries met zandstenen consoles en twee kruisvensters, vormgegeven zoals de vensters in de voorgevel. In de eenlaagse aanbouw zes eenvoudige kruisvensters onder een zandstenen latei en een spaarboog.

Het hoge gedeelte van de zijgevel heeft een rondboogfries met zandstenen consoles, in het gevelvlak twee kruisvensters vormgegeven als de vensters in de voorgevel. Ter plaatse van de lichtkap vier halfcircelvormige ramen in het muurwerk. Het dak van de lichtkap is plat.

Interieur

In het hoofdgedeelte is op de begane grond de stationsrestauratie, deze is in 1990 gerenoveerd, enkele oorspronkelijke interieuronderdelen zijn weer aangebracht en de ruimtewerking is hersteld, in de hoge ruimte domineert het gebruik van verblendsteen in de muurvlakken.

Aan de zijde van het Stationsplein zijn nieuwe plafonds aangebracht, de geprofileerde houten stijlen en de gesneden houten consoles zijn echter behouden gebleven.

In de stationsrestauratie, uit de bouwtijd, twee fraaie, grote wandklokken, uitgevoerd in sectietegelwerk.

HET NIEUWE STATIONSGEDEELTE ONTWORPEN DOOR IR. VAN RAVESTEYN

Het stationsgedeelte dat op 16 maart 1949 officieel in gebruik is genomen bestaat uit een eenlaags gebouw, waarvan het eerste gedeelte, direkt aan de straat onder plat dak, het achterliggende gedeelte heeft een met pannen gedekt zadeldak.

De smalle lage hoekgedeelten springen terug; de andere delen risaleren, terwijl de centrale ingangspartij nog verder is uitgebouwd.

De gevels zijn gemetseld in bruine, machinaal gevormde baksteen, de plint is van kalksteen evenals de geprofileerde omlijstingen van de vensters en van de entreepartij.

Voor de ingang een bordes en zes treden.

Direkt boven de toegangsdeuren een rechte betonnen luifel, daarboven een bovenlicht met een klok. Ter plaatse van de dakrand een ver overstekende, geprofileerde lijst van kalksteen.

Rechts en links van de entree brede tweelichtsvensters. Boven elk venster en op de daklijst boven de ingangspartij zijn beelden geplaatst. Deze werken van de beeldhouwer Jo Uiterwaal zijn uitgevoerd in geglazuurde chamotteklei en stellen respectievelijk voor: een vrouwefiguur met een kind en een vrouwefiguur met een hond, een mannefiguur knielend in een korenschoof en in de hand een gevleugeld wiel.

Het vlakke plafond van de ingangshal is gestuct, midden in de hal een dwars geplaatst, gestuct tongewelf, uitgebouwd in de kapruimte van het zadeldak.

In de stationshal zijn de loketten voor plaatskaartenverkoop, de vloer is in patroon belegd met natuurstenen tegels, de wandgedeelten boven de lambri's van kleine mozaïktegeltjes zijn gestucadoord, op de wand aan de perronzijde een klok.

Het tongewelf heeft een kooflijst waarin verlichting is aangebracht.

Aan de perronzijde heeft de ingangshal rondboogramen en een rondbogige dubbele deur, alle ramen zijn metalen ramen, direkt in de muuropeningen geplaatst.

Rechts, naast het openbare deel van het stationsgebouw, een lager eenlaags goederenkantoor van vijftien traveeën, dit sluit weer aan op een nog overgebleven gedeelte van het station uit 1907, zowel in het oudste als in het later gebouwde gedeelte zijn kantoren van de Nederlandse Spoorwegen ondergebracht. Het oudere deel bestaat grotendeels uit een dwarsgeplaatste bouwmassa, die qua hoogte en detaillering overeenkomt met het uiterste linker gedeelte van het complex.

Zowel het een- als het tweelaagse gedeelte uit 1907 heeft nog de oorspronkelijke dakschilden met leien in Maasdekking en een aansluitend plat dak. Aan de straatzijde zijn de vleugeldeuren en vensters hoog geplaatst omdat daar vroeger een hoger gelegen laad- en losgelegenheid in gebruik was.

De vensters zijn grotendeels in de oudbouw nog origineel met een kleine roedenverdeling en natuurstenen dorpels en lateien.

De witgeschilderde gootlijst rust op afwisselend kleine en grote, geprofileerde klosjes. Het eenlaagse bouwdeel heeft centraal een dakkapel met een bakstenen omlijsting en een zadeldak, het tweelaagse deel heeft naast een zelfde dakkapel nog enkele kleinere dakkapellen met een schilddakje waarop een bolpiron.

De zijgevels zijn bij de dakranden afgewerkt met een rondboogfries, in de zijgevels zijn er behalve kruisvensters ook bolkozijnen met een kleine roedenverdeling in het bovenlicht.

Op de hoeken van de rechterzijgevel zijn twee lagere delen aangebouwd, elk onder eigen schilddak met plat dak. Deze aanbouwen fungeerden als traptorens ter ontsluiting van het gebouw en zijn elkaars spiegelbeeld. In beide aanbouwen een paneeldeur die via vier granieten treden te bereiken is. De deuren bevinden zich onder een schuin aflopend luifeldak op bewerkte houten consoles.

De vensters zijn trapsgewijs verspringend geplaatst in een spaarnis met kwartronde bovenzijde.

DE PERRONOVERKAPPINGEN EN DE ONDERDOORGANG

Parallel aan en nog langer dan het stationsgebouw zijn de overkappingen van de perrons. Evenals de haaks op het station gebouwde onderdoorgang en de bijgebouwen op de perrons dateren deze uit 1907 en zijn ze ontworpen door Ir. G.W. van Heukelom.

Twee bijgebouwen op het middenperron echter dateren uit 1949 en zijn ontworpen door Ir. S. van Ravesteyn.

Het middenperron

Het ca. 560 m. lange middenperron heeft een lage overkapping onder flauw hellend zadeldak. Het dak wordt gedragen door geklonken ijzeren vakwerkspanten, geplaatst op een wigvormig steunpunt. Twee van dergelijke spanten rug aan rug geplaatst vormen één spantportaal.

De spantportalen worden gekoppeld door zeven vakwerkliggers, deze fungeren als ondersteuning voor de houten kapconstructie.

De vormgeving van de constructies is functioneel bepaald, de enige decoratie is een klein, kapiteelachtig element aan de kolommen.

De kap zelf is samengesteld uit houten balken met een kraalprofiel en houten beschot.

Op het middenperron staan separaat een perronwachtershuis, een bedrijfskantoor en twee wachtlokalen voor reizigers. De wachtlokalen zijn gebouwd in 1949, het kantoortje van de rangeerders en het perronwachtershuis dateren uit 1907.

Belangrijk is het bewaard gebleven sectietegeltableau op het wachtlokaal. Het stelt voor: een heuvelachtig gebied met kerktorens en een rivier, de oevers van de rivier worden verbonden door een spoorbrug.

Het belangrijkste gebouw op het middenperron is het perronwachtershuis uit 1907.

Het is bovenop een granieten plint gemetseld van crèmekleurige en okergele verblendsteen. In het metselwerk is een ijzeren geklonken vakwerkconstructie opgenomen.

Het perronwachtershuis staat op het kruispunt van de trappen naar de onderdoorgang, door zijn hogere ligging heeft men door de ramen rondom een goede uitkijk over het perron.

De toegangsdeur bereikt men via vijf granieten treden.

De tunnel/onderdoorgang bereikt men via twee rechte steektrappen van grijs granieten treden, de trappen van de onderdoorgang worden verlicht via een zadelkapvormige lichtkap in de perronoverkapping.

Aan drie zijden staat rond het trapgat een robuust ijzeren hekwerk.

De wandgedeelten bij de trappen en in de tunnel hebben een plint en afgeronde hoekblokken van grijs graniet met daarboven een voorgemetselde muur van crèmekleurige verblendsteen, de vloeren van de tunnel zijn opnieuw betegeld.

Het dak van de onderdoorgang wordt gedragen door een uit breedflensbalken samengestelde liggerconstructie met klinknagelverbindingen.

Bij de opleggingen van de liggerconstructie zijn er consoles aangebracht. Tussen de stalen balken is een plafond aangebracht van troggewelfjes, deze zijn gemetseld van crèmekleurige en okergele verblendsteen in kruispatroon.

Op het perron aan de stationszijde zijn er eveneens twee steektrappen c.a., zoals op het middenperron, de ruimte boven trappen en tussenbordes is hier echter niet overbouwd als bij het middenperron.

Het stationsperron

Ook het perron aan de zijde van het stationsgebouw is voorzien van een overkapping, deze overkapping is langer dan het stationsgebouw.

Het grootste gedeelte van de overkapping is aansluitend op het stationsgebouw en heeft de vorm van een lessenaardak, plaatselijk wordt de overkapping onderbroken door een lichtkap, de overkapping draagt aan de gebouwzijde op smalle, in het muurwerk gemetselde spantbenen en aan de perronzijde op vrijstaande steunpunten in de vorm als op het middenperron.

De portalen ter plaatse van het stationsgebouw zijn lessenaarvormig, ter plaatse van de lichtkap hebben zij een zadelvorm.

Aan de oostzijde, op het einde van het perron, staat een eenlaags kantoor van zeventien vensterassen onder zadeldak, gedekt met opnieuw verbeterde Hollandse dakpannen. De overkapping heeft ter plaatse van dit gebouw de vorm van een smalle luifel zonder pijlers.

De risalerende plint van machinaal gevormde baksteen is afgeschuind. De dorpels en de lateien zijn van zandsteen. De bovenlichten van vensters en deuren en de dakkapellen zijn voorzien van ruiten met een kleine roedenverdeling. De zijgevels hebben tuitvormige uiteinden en kruisvensters op de zolderverdieping.

Het seinhuis en de seinbrug

Ter hoogte van het einde van het middenperron bevindt zich midden op het rangeeremplacement, het enig nog overgebleven seinhuis, dat in 1907 ontworpen is door Ir. G.W. van Heukelom. Hij bedacht ook de inrichting voor de handmatige bediening van de seinpalen, die deels nog aanwezig is.

Het seinhuis met omloop en vrijstaande trapopgang is een tweelaags vrijstaand gebouw van bruine machinaal gevormde baksteen waarop een zadeldak met aan elke zijde twee eindschilden en gedekt met zwarte kruispannen. Enkele terracotta pirons op de nokeinden ontbreken.

Het nabij het maaiveld rechthoekige gebouw heeft een risalerende plint met afgeschuinde zijden, daarboven op de begane grond twee getoogde vensters met een kleine roedenverdeling. De hoeken zijn boven raamhoogte trapsgewijs afgeschuind met toepassing van hardstenen hoekblokken. In de gebouwas een driehoekige trapsgewijze uitbouw, die de aanzet vormt van de daarboven gesitueerde erker.

Boven een fries van siermetselwerk bevinden zich kwartronde zandstenen aanzetstenen, waarop ijzeren consoles, die de galerij dragen die op de verdiepinghoogte rondom het hele gebouw loopt. Het hekwerk op de galerij is nieuw.

Aan de rechterzijde komt men via een paneeldeur in de begane grond-ruimten, een vrijstaande ijzeren trap met dito leuning gaat naar de omloop vanwaar men in de uitkijkpost met bedieningshandels van de seinen kan komen.

Via de rondom geplaatste ramen van het veelhoekige verdiepingsgedeelte heeft men uitzicht over het hele emplacement.

De vensters direct boven de borstwering zijn vernieuwd, maar de vensterzône daarboven heeft nog de oorspronkelijke indeling met gekoppelde negenruits bovenlichten, het metselwerk hier is later bekleed met witgeschilderde planken.

De uitkragende gootlijst wordt gedragen door geprofileerde schoorbalkjes, steunend op gesneden klosjes.

Vlak bij het seinhuis staat nog een authentieke seinbrug met armseinen en een aantal vrijstaande seinpalen. Deze merendeels nog handbedienbare installaties zullen nog apart worden beschreven.

DE LOCOMOTIEVENLOODS / HERSTELWERKPLAATS

Typering

Een, achter op het emplacement nabij de Bosstraat gelegen, grote rechthoekige locomotievenloods met aangebouwde werkplaats. De locomotievenloods heeft enorme stalen driescharnierspantconstructies.

De kap heeft in het nokgedeelte een flauw hellend zadeldak, het overige gedeelte heeft lessenaardaken met dezelfde helling. De werkplaats is gedekt met een plat dak met daarop vier kleine, dwarsgeplaatste, driehoekige glazen lichtkappen.

Historische omschrijving

De locomotievenloods was onderdeel van een reeks gebouwen, die in 1907 in gebruik zijn genomen, in de loop van de tijd is er vrijwel niets aan gewijzigd. In 1931 is de loods uitgebreid met een aanbouw waarin kantoren en dienstruimten zijn ondergebracht.

Behalve de locomotievenloods stonden op het rangeerterrein nog enkele grote, eveneens door Ir. G.W. van Heukelom ontworpen gebouwen: nog een rechthoekige loods, een polygonale locomotievenloods met een grote draaischijf en een tractiegebouw.

De rechthoekige loods die nog gebouwd is voor de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij is in de Tweede Wereldoorlog vernield.

Met het verdwijnen van de stoomtractie waren de polygonale locomotievenloods en het tractiegebouw overbodig en werden ze gesloopt.

De bestaande locomotievenloods met werkplaats is in gebruik als reparatiewerkplaats voor oud materieel van de Nederlandse Spoorwegen.

Omschrijving exterieur

De rechthoekige locomotievenloods is 60 m. lang, 35 m. breed en heeft een hoogte van 16 m.

De gevels zijn opgebouwd uit groen geschilderde, stalen vakwerkconstrucstructies met vulwanden van roodbruine baksteen, maar vooral veel grote metalen raampartijen. De overvloedige lichttoetreding en openheid is kenmerkend voor dit gebouw.

Aan de zuidzijde van de locomotievenloods is een werkplaats aangebouwd met een oppervlak van 85 bij 25 meter. Ook hierbij bestaat de constructieve opbouw uit een staalskelet met daarin vulwanden van roodbruine baksteen, de ook aanwezige raampartijen zijn echter veel kleiner.

De voor- en achtergevel zijn zeer sober gehouden. Het muuroppervlak wordt doorbroken door een grote poort zoals boven beschreven en vensters van rechthoekig of vierkant formaat, de vensters hebben een roedenverdeling. Evenals de poort zijn de vensters geplaatst in het patroon van het vakwerk.

De zijgevel, aan de zijde van het emplacement, wordt door de stalen vakwerken onderverdeeld in negen vakken met in elk vak twee boogvensters. De vakwerken zijn geklonken en hebben plaatselijk gemetselde wandvullingen.

Op de begane grond zijn de rechthoekige ondergedeelten van de vensters voorzien van een roedenverdeling, in de vensterpartij is een smalle stalen balk verwerkt, deze balk is de scheiding naar het booggedeelte van de vensters, ook deze gedeelten hebben een kleine roedenverdeling.

In vormgeving komen de vensters overeen met de boogvensters van het oude stationsgebouw. Het stalen vakwerk heeft een decoratief-constructief patroon waarin de vensters in voor- en achtergevel zijn opgenomen.

Omschrijving interieur

De ruimte van de locomotievenloods wordt in de breedte in één keer overspannen door gebogen knievakwerkspanten.

Door de getrapte opbouw van het dak, de vele dakramen en de glasramen in de gevels is er uitzonderlijk veel lichttoetreding.

De constructie van de kopgevels is versterkt door het plaatsen van schuin toelopende vakwerkspanten bij de poorten en door een smalle galerij te construeren daar waar de muurvlakken overgaan in de glazen gevelgedeelten.

Spoorrails lopen door de gehele loods. Plaatselijk zijn er tussen de rails smeerkuilen.

DE FIETSENSTALLING C.A.

De noordoostelijke pleinwand is in 1948-1949 heringericht door Ir. S. van Ravesteyn. Het ontwerp omvatte: een hoge bakstenen muur die onderbroken is voor een poort naar het Van Gend & Looscomplex, een herdenkingspiloon, een fietsenstalling, een zitbank met klein plantsoen en een toren. (In het oorspronkelijke ontwerp was ter plaatse van het plantsoen een café-restaurant gepland.)

Direct naast het station staat een bakstenen piloon met daarop een sculptuur van Jo Uiterwaal, voorstellend: een mannefiguur met een toors in de hand, zittend in een korenschoof. Het herdenkteken is zoals een plaquette vermeldt geplaatst als herinnering aan de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog.

Op korte afstand van het station aan de noord-oost zijde van het Stationsplein een muur met als afsluitend element de fietsenstalling, met een haaks op de voorgevel geplaatst zadeldak. De stallingsruimte heeft houten vleugeldeuren in een rondboogportaal met sierstenen omlijsting en een sluitsteen, in de topgevel een ruitvormig zolderraampje en ter plaatse van de nok een bekroning met sierkogel.

Het vlakken van de muur worden regelmatig onderbroken door ruitvormige en halfronde openingen en spaarnissen met sierblokjes op de hoeken, de bovenzijde van de muur naast de fietsenstalling is afgedekt met geprofileerde afdekplaten van natuursteen.

In de muur een hoger opgaande, getoogde poort met een geprofileerde natuurstenen afdeklijst waarop een beeldengroep evenals van Jo Uiterwaal, voorstellende een staande mannefiguur geflankeerd door twee knielende vrouwen.

Rechts van de muur met poort een klein plantsoen of prieel waarvoor een later geplaatste, ijzeren boog (voor begroeiïng met rozen) als toegang dient.

Het prieel en daarmee de eigenlijke pleinwand wordt geflankeerd door een forse bakstenen toren onder zadeldak. Aan drie zijden van de toren zijn beelden, ook van Jo Uiterwaal, aangebracht, naast de toren nog een deel van de muur met een poort.

De beelden stellen voor drie vrouwefiguren, één met kind, één met een paardje en een gevleugeld N.S.-wiel in de hand en één met de hand op een groot staand N.S.-wiel.

Achter de toren staat een eenlaags dienstgebouwtje onder plat dak.

In het midden van het plein een fontein. Het fonteinbekken en overige onderdelen zijn uitgevoerd in diverse zachte kleuren beton.

De fontein wordt grotendeels aan het oog onttrokken door het omringende plantsoen. De fontein werd in 1954 door de N.S. aan de gemeente geschonken omdat Roosendaal 100 jaar Spoorstad was.

DIENSTWONINGEN, NABIJ DE SPOORSTRAAT

Typering

Een dubbel eenlaags woonhuis van tweemaal drie traveeën met zadeldak en eindschilden gedekt met kruispannen en een lage aanbouw onder plat dak. De huizen liggen aan een enigszins verhoogde weg die evenwijdig aan de Spoorstraat op het terrein van de Spoorwegen is aangelegd.

Historische omschrijving

De dubbele dienstwoning is ontworpen door Ir. G.W. van Heukelom en gebouwd in 1910. Er is vrijwel niets aan veranderd.

Omschrijving exterieur

Het huis is opgetrokken uit machinaal gevormde baksteen. Boven de paneeldeuren houten luifels met daarboven bovenlichten met zijraampjes die met roeden zijn ingedeeld.

De dubbele vensters hebben een twaalfruits bovenlicht.

De houten gootlijst rust op geprofileerde smalle klosjes, dergelijke klosjes zijn ook aangebracht bij het platte dak op de dakkapel.

DIENSTWONING, BOSSTRAAT 28

Typering

Een eenlaagse, vrijstaande dienstwoning met kamers in de kapverdieping, gedeeltelijk onderkelderd en onder een schilddak met wolfseinden, gedekt met kruispannen, aan de straatzijde een uitgebouwd gedeelte waarboven het doorgetrokken schilddak.

Rondom het woonhuis een aangelegde tuin, die direkt grenst aan de spoorbanen.

Historische omschrijving

Het ruime woonhuis is in 1907 ontworpen door architect van Heukelom als dienstwoning voor de chef van de nabijgelegen herstelwerkplaats voor locomotieven, er zijn bijna geen wijzigingen aangebracht.

Omschrijving exterieur

Het huis is opgetrokken uit machinaal gevormde roodbruine baksteen. De hoofdtoegangsdeur met stoep en trede is in de noordelijke kopgevel, deze gevel heeft drie vensterassen. In de linkeras een tweedelig venster met bovenlichten en ramen; in de centrale as een paneeldeur met getoogde bovendorpel en een bovenlicht waarvan de onderdorpel de toogvorm van de deur voegt, in de rechtervensteras een raam met driedeling en bovenlichten, de bovenlichten van dit raam zijn hoger dan die van het venster in de linkeras.

Boven de voordeur, in de afgesneden topgevel, op de verdieping een driedelig raam met bovenlichten.

In de rechterzijgevel aan de Bosstraat 3 vensterassen, links een tweedelig raam, rechts een driedelig raam in het uitgebouwd gedeelte, centraal een deurpartij als in de voorgevel, boven de deur een afdak gevormd door een doorgetrokken deel van het dakschild.

Nabij het maaiveld een kelderkoekoek, die later afgedekt is met metalen platen.

De ruim overstekende dakrand met geprofileerde goot wordt ondersteund door schoorvormige, houten dragers. De goot/overstekconstructie is aan alle zijden van het huis toegepast, ook bij de topgevels met wolfseind.

De gevel aan de zijde van het spooremplacement heeft twee vensterassen, raamvorm en indeling als bij de vensterassen aan de straatgevel. Bij deze gevel in het schilddak een dakkapel met een driedelig raam onder een met pannen gedekt lessenaardak, op de nokeinden een piron. Op het dak een drietal schoorstenen, de schoorsteen op de nok is afgewerkt met uitgemetselde randen.

Alle vensters hebben natuurstenen lekdorpels, aan de bovenzijde gemetselde lateien.

Nabij het maaiveld, rondom, een plint van natuurstenen platen, de platen zijn aan de bovenzijde afgeschuind, in de plint diverse ventilatie-openingen.

Redengevende omschrijvingen bij het stationscomplex

* Spoorwegcomplex

* Het spoorwegcomplex is een goed en gaaf voorbeeld van een omvangrijk bedrijfscomplex met samenhangende functies, het is van grote waarde zowel om architectonische, als om architektuur-historische, industrieel archeologische als stedebouwkundige redenen.

* Het spoorwegcomplex is één van de belangrijke werken van spoorwegarchitektuur in Nederland volgens ontwerp van Ir. G.W. van Heukelom.

* Stationscomplex, Stationsplein 1

(1907)

* Het oude stationsgebouw uit 1907 is van architektonisch belang, zowel door stijlkeuze, door vormgeving als door de toegepaste ornamenten. Door de situering is het van grote stedebouwkundige waarde en bepalend voor de latere stadsaanleg.

* Het ontwerp van het stationsgebouw is van belang als voorbeeld uit het werk van de Rijksbouwmeester Ir. D.E.C. Knuttel.

* Stationscomplex, Stationsplein, Stationsgedeelte, Fietsenstalling, Bebouwing Oostelijke pleinwand

(1949)

* Dit stationsgedeelte is van historisch belang als weder-opbouwprojekt na de tweede wereldoorlog.

* Bijzonder is het veelvuldig toepassen van sculptuur, vervaardigd door Uiterwaal als gevelornamenten.

* Perronoverkapping en onderdoorgang, Stationsplein

* De onderdoorgang en de perronoverkappingen zijn van typologisch belang en hebben industrieel-architektonische waarde.

* Locomotievenloods en herstelwerkplaats (Bosstraat)

* De locomotievenloods is van belang vanwege typologische zeldzaamheid, bovendien heeft ze industrieel-archeologische en architektonische waarde.

* Seinhuis op het emplacement

* Het seinhuis (1907) is van belang vanwege de typologische zeldzaamheid, bovendien is het bijzonder uit bouwtechnisch oogpunt en heeft het industrieel-archeologische waarde.

* De seinbrug en de seinpalen zijn typologisch zeldzaam en van industrieel-archeologische waarde.

* Douaneloods (op bedrijfsterrein)

* De voormalige douaneloods is typologisch van belang en vanwege zijn bijzondere situering op het stationscomplex.

* Dienstgebouw (Stationsplein 3d, bij Spoorstraat)

* Het dienstgebouw is van belang als onderdeel van het complex.

* Dienstwoningen, Stationsplein 4 en 5, nabij de Spoorstraat

* Belangrijk vanwege de gave vormgeving van kleine onderdelen in een grootschalig complex.

* Dienstwoning, Bosstraat 28

* Belangrijk vanwege de gave vormgeving van kleine onderdelen in een grootschalig complex.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 4075

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : N.V. Nederlandse Spoorwegen

Adres : Moreelsepark 1

Woonplaats : Utrecht

Opname gegevens : 3 februari 1992/16 juni 1993

STATIONSPLEIN 5 A

Typering

Het betreft een drielaags hoekpand van twee traveeen in de gevelwand met een samengesteld dak met rode geglazuurde tuile du Nord-pannen.

Historische omschrijving

Het pand werd in 1910 naar een ontwerp van de architect Joseph de Lepper gebouwd. Het pand diende als woonhuis en kantoor van deze architect. Op het wit schilderen van de voorgevel na is het pand gaaf en vrijwel ongewijzigd gebleven. Het pand vervult nog steeds een woonfunctie.

Omschrijving exterieur

De afgeschuinde hardstenen plint van het pand wordt onderbroken door twee ronde roostertjes en het portiek aan de linkerzijde.

De rest van de voorgevel en de hoek van aan de linkerzijde zijn van crèmewit geschilderde cementsteen, die platvol is gevoegd.

Twee inpandige hardstenen treden geven toegang tot de originele geverniste houten vleugeldeur.

De vleugeldeur is in panelen verdeeld en voorzien van een ijzeren sierrooster en ruitjes met kathedraalglas.

De bovenzijde van het portiek is voorzien van een opengewerkt sierelement. Dit bestaat uit een bewerkte latei op gedecoreerde consoles, waarop twee ingesnoerde en van geometrisch gekerfde versiering voorziene zuiltjes een steunbalk dragen die net als

de latei voorzien is van een afgerond tandlijstje en uitgespaarde vierkantjes.

Tussen de deur en het venster bevindt zich een dichtgemetselde brievenbus, voorzien van decoratie bestaande uit uitgespaarde vierkantjes.

De brede rechtertravee bestaat boven de hardstenen latei met afschuiningen en hoekstukken uit een driedelig raam, namelijk een breed schuifvenster in het midden en twee smalle schuifvensters op de hoeken. De bovenlichten hiervan zijn voorzien van vernieuwd glas-in-lood. De vensters worden van elkaar gescheiden door afgeronde deelzuiltjes met streepdecoratie en geblokte hoeken aan onder en bovenzijde. Boven de vensters bevindt zich een latei zoals de overige, dus met een afgerond tandlijstje en een uitgespaarde rij vierkantjes. Alle kozijnwerk is wit geschilderd.

De borstwering van de eerste etage hierboven heeft drie verdiepte velden. De velden zijn van elkaar gescheiden door verkleinde versies van de deelzuilen eronder. De velden van de borstwering zijn voorzien van ingekraste decoratie in een vloeiende Art Nouveau belijning, die sterk verschilt van de strakke architectuur. De panelen zijn nu witgeschilderd, maar aangenomen mag worden, dat de in sgraffito techniek uitgevoerde delen oorspronkelijk polychroom waren. In gestileerde lijnen is het middelste voorzien van een vrouwenportret in profiel, de linker van het woord "Anno" en de rechter van het jaartal "1910".

Boven het portiek is eveneens een vrouwenprofiel tussen parallelle gestileerde lijnen aangebracht. Hierboven bevinden zich twee schuifvensters en een gedecoreerde deelzuil. De bovenlichten hebben glas-in-lood en een verticale deelroede. De vensters worden ontlast door een bewerkte latei.

Vanaf het midden van deze vensters begint de accentuering van het torenaspect van deze travee. Via een getande kraagsteen zijn aan weerszijden van de vensters lisenen opgemetseld.

Het venster in de rechter travee is gelijk aan dat op de begane grond, al hebben de bovenlichten hier de originele deelroeden en glas-in-lood. Boven de vensters bevindt zich ook hier een driedelig veld met sgraffito. Hier is een zeelandschap op afgebeeld met een opkomende of ondergaande zon.

Rechts van deze decoratie is een trapsgewijze hoekige uitmetseling, waardoor de topgevel verbreed en de topgevel symmetrisch wordt.

Op de tweede etage is een openslaand venster tussen twee gedecoreerde zuiltjes geplaatst, het geheel staat in een tot de hardstenen dorpel doorlopende verlengde rondboog.

De afgeronde topgevel heeft een centraal geplaatst sieranker.

De hoektravee heeft als raam op de tweede etage een smal langwerpig venster. De horizontale gevelbeëindiging is versierd met metselwerk van afwisselend smalle en liseenbrede uitmetselingen. De toren heeft blokvormige gedecoreerde hoekpunten en een tentdak met leien in maasdekking.

De linkerzijgevel aan de Admiraal Lonckestraat bestaat uit een aantal onderdelen.

Het eerste is de hoektoren, voorzien van een liseen over de gehele lengte en twee smalle langwerpige vensters op de eerste en tweede etage. De overige decoratie correspondeert met die van de voorzijde.

De rest van de gevel is gemetseld in bruine machinale baksteen met een grijsgele voeg. Naast de toren volgt een breed deel met twee vernieuwde vensters. Het zadeldak is voorzien van kruispannen en de dakkapel van asbestleien.

Het middelste gedeelte bestaat uit een drielaagse traptoren met trapsgewijs verspringende smalle ramen met okerkleurig kathedraalglas. Dit deel is geaccentueerd door lisenen die eindigen in de topgevel met sierkogels.

In de topgevel bevindt zich een sieranker. De hardstenen afdekking is gedecoreerd.

Daarnaast is een tweelaags deel met plat dak en drie originele vensters met twaalf en zesruits bovenlicht met okergeel kathedraalglas.

Het laatste gedeelte is eenlaags, heeft een rondboogpoortje en een dakterras.

In de rechtergevel bevindt zich op de eerste etage een origineel venster met een verdiept sgraffitto paneel met een bloemmotief.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het markante hoekpand is een gaaf voorbeeld van de strenge richting in de Jugendstil met de nadruk op de verticale lijnen. De toepassing van sgraffito (versieringstechniek) is bijzonder. Het pand is onderdeel van het oorspronkelijke stedebouwkundige beeld van het stationsgebied.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale gegevens

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : B

nr. : 3801

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : Goderie Beheer B.V.

Adres : Stationsplein 5B

Woonplaats : 4702 VX Roosendaal

Opname gegevens : 21 juni 1991/25 oktober 1994

STATIONSSTRAAT 19

Typering

Een vrijstaand tweelaags pand van drie traveeën, de linker travee heeft een lijstgevel en het rechter, risalerend gedeelte heeft twee traveeën en een topgevel. De lijstgevel heeft een zadeldak gedekt met kunstleien en de topgevel een zadeldak met pannen. Het achtergedeelte van het diepe pand heeft een plat dak. De voorgevel van het pand ligt in de straatwand.

Historische omschrijving

Het pand is in 1911 gebouwd als woonhuis met kantoorruimte voor een veehandelaar. De architect is F.B. Sturm.

De vensters zijn in de loop van de tijd vereenvoudigd en de dakbedekking is vernieuwd. Het pand heeft nog steeds een woonfunctie.

Omschrijving exterieur

De gevelindeling van het lijst- en het topgevelgedeelte wordt extra geaccentueerd door een smalle verdiepte band. Zo'n verdiepte band treft men ook aan op de hoeken van het pand.

Boven de plint is de gevel uitgevoerd in roodbruine machinale baksteen met een lichtgrijze, platvolle voeg.

De plint is opgebouwd van hardstenen platen onderbroken door twee ronde roostertjes met een schoenenschraper. Boven de plint een waterlijst die overgaat in een dorpel voor de schuifvensters.

Boven de waterlijst is nog een smalle hardstenen band geplaatst.

De plint wordt in de linker travee onderbroken voor het portiek met de donkere houten paneeldeur, die bereikbaar is via twee hardstenen treden. De deur heeft in het onderpaneel verdiepte, strak gestileerde bloem- en streepmotieven.

In het bovenpaneel van de deur bevinden zich kussens en ruitjes met sierroedenverdeling, het bovenlicht heeft een eenvoudig glas-in-loodraam.

Boven het portiek, evenals boven de vensters en de balkondeuren op de eerste verdieping een hardstenen latei met verdiepte horizontale streepmotieven.

In de borstwering van het schuifvenster boven de deur een voorstelling in sgraffitto-techniek. Het is een voorstelling in gele, groene en bruine tinten van twee omcirkelde runderkoppen met daartussen en ernaast gestileerde klaprozen. Onder de gootlijst op klosjes een smal fries gedecoreerd in dezelfde techniek. De geometrische motieven hiervan zijn door verwering nauwelijks herkenbaar.

In het dakvlak boven de ingangspartij een kleine vierruits dakkapel onder zadeldak met houten topgevelvulling.

Tussen de vensters van de begane grond bevinden zich drie grote hardstenen consoles, die het brede balkon ondersteunen. De consoles zijn trapsgewijs uitkragend opgebouwd en voorzien van gestileerde ster en streepmotieven. De hardstenen bodemplaat heeft aan de onderzijde eenvoudige lijndecoratie. De spijlen van het ijzeren balkonhek zijn gedecoreerd met cirkels en bloemrozetjes.

Twee stellen openslaande deuren met bovenlicht komen op het balkon uit.

Centraal in de topgevel van het risalerend gedeelte een rondboograampje met sierroedenverdeling, geflankeerd door smalle sleufvensters. Bij de top en de hoeken van de gevel: gemetseld vlechtwerk, een hardstenen afdeklijst, siermetselwerk en hardstenen blokken.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een woonhuis voorzien van decoratieve elementen, die uitgevoerd zijn in een zeldzame techniek en door het motief herinnerend aan de vroeger nabijgelegen veemarkt.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 2145

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.C.M. de Bra

Adres : Stationsstraat 20

Woonplaats : 4701 NB Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/25 oktober 1994

STEENOVENSTRAAT 32

Typering

De Vlaamse schuur, een drie-beukige langsdeelschuur, behoort bij de naastgelegen, sterk verbouwde langgevelboerderij. Boerderij en schuur, beide met de korte gevel naar de straatzijde staan in het landelijk buitengebied.

Historische omschrijving

De Vlaamse schuur is evenals de boerderij gebouwd omstreeks 1870.

Omschrijving exterieur

De schuur heeft een rechthoekige plattegrond. Vrijwel alle gevelgedeelten bestaan uit gepotdekselde, zwart geteerde houten delen.

De gedeeltelijk beschoten eindgevels zijn opgetrokken in handvormbaksteen.

Het hoge schilddak is gedekt met riet, twee hoeken van het dak zijn opgetild om de hoge inrijdeuren te plaatsen.

De deuren aan de straatzijde zijn naar achteren geplaatst om voldoende doorrijhoogte te hebben.

In de houten wanden bevinden zich nog enkele kleine opgeklampte deuren en eenvoudige raampjes voor daglichttoetreding.

In het gemetselde wandgedeelte zijn enkele halfronde, gietijzeren stalraampjes.

Het erf wordt afgeschermd door een beukenhaag.

Bij de toegang een grote beuk, voor de boerderij staan drie snoeilinden.

Redengevende omschrijving

De Vlaamse schuur, waarvan het oude gebint nog aanwezig is, is van belang als exponent van een typologische ontwikkeling.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 3257

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.J.A.M. Konings

Adres : Steenovenstraat 32

Woonplaats : 4706 RB Roosendaal

Opname gegevens : 25 oktober 1994

TONGERLOPLEIN

Typering

Het betreft een vrijstaand rechthoekig halfopen eenlaags gebouw met plat dak.

Historische omschrijving

De oorspronkelijke in 1900 gebouwde vismarkt had een vijfkantige vorm en was tegen woonhuisjes van de Kerkstraat aangebouwd. De architect was M. Vergouwen.

Na de sloop van deze woonhuisjes is de vismarkt geheel gerestaureerd en vrijstaand herbouwd in 1971 naar een ontwerp van A.D. Hardenberg van Gemeentewerken. De functie van vismarkt is tot heden bewaard gebleven.

Omschrijving exterieur

Het voorste gedeelte, dat naar het plein toe is gekeerd, bestaat uit een lage hardstenen plint, waarop vier cilindervormige zuilen met ringen aan de voet en een kapiteel de aan weerszijden afgeronde balk dragen. Deze witgeschilderde houten balk is aan de uiteinden voorzien van een profiel. De gietijzeren zuilen zijn afgewerkt met vierkante kop- en voetplaten en op de hoekpunten bevestigd met bouten en moeren. Tussen de zuilen bevindt zich een smeedijzeren sierhekwerk met ronde spijlen en stompe kop, afgewisseld door iets hogere, die zijn gedecoreerd met spiraalvormen en zweepslagachtige uiteinden. In het midden is een hek geplaatst tussen twee hardstenen heksteunen. Deze hebben een vierkante doorsnede en zijn verjongend. Boven een uitkragend lijstje bevindt zich aan elke zijde een leeg wapenschild. Het geheel wordt afgesloten door een bredere gekanteelde rand en een vlakke piramidevormige top. Tussen deze heksteunen bevindt zich een dubbel ijzeren hek met schaalvormig segmentverloop en forse ijzeren pijlpunten. Aan weerskanten van dit risalerende deel staan op een vierkante hardstenen voet drie naar elkaar toelopende ijzeren stangen met gekrulde onder- en bovenzijde, die dienst konden doen als vlaggestandaard.

In het interieur bevinden zich eveneens ijzeren zuilen, die de vlakke houten zoldering dragen. De constructie van de zoldering bestaat uit moerbalken en kinderbinten, waar boven planken met kraalprofiel. De balken zijn voorzien van afschuiningen aan de zijden. Alles is witgeschilderd, evenals de gootlijst met geschulpte en gekerfde rand die rondom loopt. De moerbalken worden gesteund door geprofileerde gefrijnde consoles van zandsteen.

Bij de rechter zijgevel staan twee gietijzeren korte paaltjes met een halfronde kop, waarin uitsparingen zijn aangebracht.

De achterste helft van het gebouw is in 1980 dichtgemetseld met imitatie handvorm baksteen en heeft twaalfruits vensters onder segmentboog.

Het gebouw verkeert in uitstekende staat van onderhoud.

Redengevende omschrijving

Het object is een zeldzaam voorbeeld van een in gebruik zijnde vismarkt en is van belang voor de pleinwand. Het heeft tevens cultuurhistorische waarde.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 4393

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : gemeente Roosendaal en Nispen

Adres : Stadserf 1

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/14 oktober 1992

VAN GILSELAAN 1

Typering

Het betreft een tweelaags hoekpand in drie traveeën met een hoektoren, welke zijn gericht naar de Van Gilselaan en twee traveeën, welke zijn gericht naar de Ommegangstraat. Het pand heeft een omlopende lijstgevel en dakschilden evenwijdig aan de straat, voorzien van rode leien.

Historische omschrijving

Het pand is in 1907 als villa gebouwd en heeft sindsdien weinig ingrijpende verbouwingen ondergaan. De architect is A.J. de Bruijn. Een tiental jaren geleden is het pand geheel witgeschilderd.

Omschrijving exterieur

Het hoekpand heeft een risalerende drielaags opgetrokken afgeschuinde hoek met toren, een afgeknotte topgevel aan de zijde van de Van Gilselaan en terugwijkende entree aan de zijde van de Ommegangstraat.

Na de lage hardstenen plint van pand volgt een bakstenen deel waarna weer een hardstenen deel volgt met afschuining. Het pand is verder opgetrokken uit grijze cementsteen en siermetselwerk van rode baksteen. Deze kleuren zijn echter helaas verdwenen omdat er sinds een tiental jaren een witte verflaag over heen zit.

De vernieuwde paneeldeur bevindt zich in een portiek in de terugwijkende laatste travee aan de zijde van de Ommegangstraat en is te bereiken via twee inpandige treden.

Het deurkalf is voorzien van een zigzaguitsnijding, het bovenlicht heeft een onderverdeling met twee roeden. Daarboven is een stalen balk geplaatst met twee rozetten. Dan volgt een geschulpt gesneden houten lijst, waarboven een balkon met witgeschilderde houten balustraden is geplaatst. Het houtwerk is voorzien van snijwerk en bestaat uit panelen met kruislings geplaatste balusters. De balkondeuren zijn vernieuwd.

De schuifvensters op de begane grond hebben een in de jaren zeventig vernieuwde indeling gekregen. Alle vensters op de begane grond en de eerste verdieping zijn voorzien van hardstenen dorpels met neutjes en zijn geplaatst onder een segmentboog. De kozijnen hebben een donker geschilderde kleur. De vensters op de eerste etage draaien open naar buiten en hebben een bovenlicht dat is onderverdeeld door drie verticale roeden.

De travee naast de deur heeft een gedeeltelijk opgemetselde liseen die doorloopt tot de houten daklijst. Het fries is voorzien van thans slecht zichtbaar siermetselwerk en de gootlijst heeft een geschulpt gesneden rand. Boven de deurtravee bevindt zich in het dakvlak een smalle rechthoekige schoorsteen die niet overgeschilderd is en de grijze cementsteen met rode bakstenen banden toont.

De hoektoren is drie lagen hoog. Ter hoogte van de gootlijst is een verspringende hardstenen lijst geplaatst. Hierboven bevindt zich een zesruits schuifvenster onder een hoge rondboog in siermetselwerk. Boven het fries in siermetselwerk bevindt zich een uitkragende lijst op houten klosjes. Hierop bevindt zich een tentdakvormig torentje gedekt met schubbedakleien. Hierin zijn uitsparingen gelaten voor kleine dakkapellen met een afgeschuind wolfdakje en spitsje. Op de torenspits staat een bolpiron en een windvaan met sierkrulwerk. De twee eindtraveeën aan de zijde van de Van Gilsezijde eindigen in een afgeknotte topgevel. Dit deel risaleert een halve steen. Op zolderhoogte vindt men hier een vierruits venster onder een hoge rondboog, geflankeerd door twee smalle vensters. Het is voorzien van een afgeknotte topgevel met wolfeind en op het kruispunt een smeedwerk bekroning.

Het huis heeft een erfscheiding door middel van een gepunt spijlenhekje met staanders die zijn voorzien van krulwerk.

Het pand verkeert in redelijke staat.

Redengevende omschrijving

Deze relatief grote en brede villa is vooral van stedebouwkundig belang vanwege de situering op de hoek en de met andere panden corresponderende opbouw.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 4824

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : M.P. Bleijenberg

Adres : Van Gilselaan 1

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 10 november 1993

VAN GILSELAAN 45 - 47

Typering

Het betreft twee eenlaagse hoekpanden met hoektoren, voorzien van een lijstgevel met dakschilden evenwijdig aan de gevel. De dakbedekking bestaat uit leien in maasdekking en een plat dak.

Historische omschrijving

De panden zijn in 1907 in opdracht van de heer F. van Gilse als woonhuizen gebouwd naar het ontwerp van architect A.J. de Bruijn. De panden Van Gilselaan 45 en 47 spiegelen met het pand Van Gilselaan 49, dat evenwel ingrijpend is verbouwd.

In 1990 zijn de leien vervangen door de huidige dakbedekking.

Omschrijving exterieur

De gevel aan aan de zijde van de Van Gilselaan heeft zes traveeën, waarbij de vijfde travee inspringt ten opzichte van de andere, waardoor ook het dakvlak iets terugspringt.

De panden hebben een iets uitkragende donkergrijze bakstenen plint met afgeschuinde profielsteen aan de bovenzijde. Deze plint wordt onderbroken door rechthoekige luchtroostertjes en de paneeldeuren in een ondiep segmentboogportiek.

Beide voordeuren, in de derde en de vijfde travee van links, zijn vernieuwd in de jaren tachtig.

De rest van de gevel is opgetrokken in een grijze cementsteen en enkele banden van rode baksteen. De rondboogschuifvensters van de eerste, tweede en vierde travee zijn wit geschilderd.

Er is een centrale deelroede en twee roeden in het bovenlicht, welke eindigen met een kwartcirkelvorm daaronder.

De dorpels zijn van hardsteen. Boven de dorpels en de wisseldorpels zijn dubbele rode speklagen van baksteen aangebracht. Ook de bovenlichten van de vensters en deuren zijn met een verspringende sierrand en een koppenlaag gedecoreerd.

Ter rechterzijde van de inspringende deur is ter hoogte van de wisseldorpel een liseenachtige uitmetseling, die correspondeert met de schoorsteen erboven.

Het schuifvenster hiernaast heeft dezelfde roedeindeling als vorenstaand beschreven, maar heeft in plaats daarvan een rechthoekige vorm en een segmentboog. Deze venstervorm is ook gebruikt bij de hoektoren en bij de twee traveeën aan de zijde van het Knipplein.

Het fries aan de zijde van Gilselaan bestaat uit een tandlijst en een zigzaglijst van deels rode en deels gele baksteen.

De uitkragende houten gootlijst is deels vernieuwd, maar heeft boven nummer 47 nog de originele gesneden daklijst.

De hoektoren is uitkragend gebouwd door de dubbele uitmetseling halverwege het venster. Het fries heeft boven de tandlijst een rij verticaal geplaatste strekken.

De dakvlakken worden onderbroken door vier en éénruits dakkapellen onder zadeldak met sierbetimmering. Deze bevinden zich boven de deur van 45, aan weerskanten van de toren en boven het andere raam aan de zijde van het Knipplein.

De dakbedekking bestaat bij nummer 45 uit vernieuwde rode kunstleien in maasdekking en dit doet afbreuk aan de oorspronkelijke staat van het pand.

De hoektoren heeft ter hoogte van de gootlijst een afgeschuinde verspringende dorpellijst onder het openslaande venster met bovenlicht in verticale roedenverdeling. Behalve de eerder beschreven speklagen en segmentboogomlijsting is er als fries weer een zigzaglijst. Het dak van de toren heeft een vierkantige doorsnede, is afgeknot, de onderzijde aangekapt en gedekt met leien. De bovenkant is afgewerkt met een sierkam van smeedijzer in een eenvoudig geometrisch Jugendstilpatroon. De stompe spits wordt aan alle zijden doorbroken voor een opgetild éénruits dakkapelletje met sierbetimmering en een zadeldakje.

De zijgevels aan de tuinzijde zijn grijs geschilderd en voorzien van rechte schietankers.

Bij nummer 47 is er nog een deel van de oorspronkelijke erfscheiding, in de vorm van een eenvoudig ijzeren spijlenhekje.

De panden verkeren in goede staat.

Redengevende omschrijving

De relatief lage panden met stijlinvloeden van Jugendstil en Chaletstijl zijn van belang wegens gaafheid en van stedebouwkundig belang als gespiegeld tweelingpand met het pand Van Gilselaan 49.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Van Gilselaan 45

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 2530

Soort recht : recht van vruchtgebruik

Gerechtigde : A. van Hooijdonk

Adres : Van Gilselaan 45

Woonplaats : Roosendaal

Soort recht : eigendom belast met recht van vruchtgebruik

Gerechtigde : M.M. de Beer

Adres : Van Gilselaan 45

Woonplaats : Roosendaal

Van Gilselaan 47

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 2531

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : A.C. Bastiaanse

Adres : Van Gilselaan 47

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 10 november 1993

VAN GILSELAAN 51 - 53

Typering

Het betreft een zeer breed en relatief ondiep tweeeneenhalf laags kloostergebouw met risalerende hoek en middenpartij, voorzien van lijstgevel met samengesteld dak evenwijdig aan de voorgevel, gedekt met zwarte leien.

Historische omschrijving

Het St. Josephklooster werd samen met de bijbehorende school gebouwd naar een ontwerp van C. Bennaars. De grond werd in 1908 te koop aangeboden door de gebroeders Van Gilse, in 1909 werd gestart met de bouw. De opdrachtgevers waren de zusters van de Congregatie van de Penitenten Recollectinen der Onbevlekte Ontvangenis, de Franciscanessen. Bij dit klooster werden in 1910 ook drie scholen opgeleverd, de St. Franciscus, de St. Anna en de St. Joseph. Deze scholen zijn in 1990 afgebroken. De schoolvleugel, die haaks op het hoofdgebouw stond aan de zijde van het Knipplein, is inmiddels vervangen door nieuwbouw. In de Tweede Wereldoorlog werden de meeste vensterglazen van het klooster vernield. Delen van het exterieur, maar vooral het interieur werden ingrijpend gewijzigd in 1960, ter gelegenheid van de viering van het gouden jubileum.

Omschrijving exterieur

Het klooster bestaat uit een lange gevel met risalerende hoekpartijen en middenpartij.

De plint bestaat uit donkergrijze baksteen met grijze voeg en een afgeschuinde profielsteen aan de bovenzijde. De rest van de gevel is op de decoratieve

elementen na opgetrokken in roodbruine machinale baksteen, die grijsgeel platvol gevoegd is.

De risaliet aan de linkerzijde heeft gekoppelde vensters. Vrijwel alle kozijnen zijn aan de bovenzijde voorzien van loodslabben die een halfcirkelvormig patroon hebben.

De witgeschilderde vensters bestaan uit vierruits ramen met een gedeeld bovenlicht met glas-in-lood. Alle glas-in-loodramen aan voor- en achtergevel zijn in 1960 vernieuwd.

De hardstenen dorpels zijn deels recht, deels afgeschuind. De vensterneggekanten bestaan verder uit geprofileerde kalkstenen onderdelen. De hardstenen lateien zijn geprofileerd. Ter hoogte van de onder- en bovendorpels en het midden daarvan bevinden zich speklagen van grijze baksteen. Deze speklagen treft men over het gehele gebouw aan. De vensters worden gekoppeld door een verhoogde segmentboog, waaronder twee rondbogen van profielsteen en baksteenmozaïek van rood met gele kruisvormen. De vensters van de eerste verdieping beginnen vanaf een brede afgeschuinde gemetselde baksteenrand. Deze vensters zijn gekoppeld door een rondboog, per venster een rondboog met een cirkel daartussen. De velden zijn gevuld met oranjerode en okergele baksteen in een ruitpatroon. Boven een verspringend gemetselde sierlijst/dorpel begint de topgevel. In het midden is een groot laadluik met houtwerk in v-vormig patroon onder een rondboog. Dit luik wordt geflankeerd door smalle tweelichts lage vensters onder een rondboog. De bogen zijn gevuld oranjerood en gele baksteen in kruisvorm. Ter hoogte van de wisseldorpel en de bovendorpel bevinden zich speklagen. De topgevel is afgezet met uitkragende getrapt geprofileerde hardstenen blokken. Op de spits staat een overhoeks geplaatste pinakel met bolvorm en eindblok.

Rechts van de risaliet bevindt zich de deur van nummer 51.

Het is een geverniste paneeldeur met kussens en vernieuwde deurroosters. Er is een tandlijst in het deurkalf en een hoog bovenlicht. Rechts van de deur zijn twee series van gekoppelde vensters. Boven de hardstenen latei van de vensters op de begane grond bevinden zich een grote segmentboog als koppelboog en boven de vensters elk een kleine segmentboog. De vensters van de eerste verdieping hebben boven de latei een rondboog met vulling van baksteenmozaïek. Tenslotte is er een verdieping met relatief smalle tweelichtsvensters onder segmentboog.

In het dakvlak hierboven bevinden zich grote vierlichts dakkapellen met wolfdak en zinken piron. De volgende travee is een verkleinde uitgave van de hoekrisaliet met rondbogen boven de vensters en een topgevel.

De vier traveeën hiernaast, tussen de kleine risaliet en de entree, zijn anders vormgegeven. Op de begane grond bevinden zich grote negenruits vensters. Deze zijn geplaatst onder een hoge rondboog met daarin een hoge en twee lage rondboogjes. De gehouwen kalkstenen aanzetstukken zijn bewerkt. De boogjes hebben een vulling met visgraatmotief of anderszins. Dan volgt de borstwering van de vensters op de verdieping, bestaande uit drie blinde bogen met baksteenmozaiek per vensteras. De verdieping hier correspondeert met de kapel. Deze heeft hoge rondboog ramen met bakstenen rondboogtracering. Het glas-in-lood is aan de buitenzijde beveiligd door middel van transparante kunststof platen. In het dakvlak hierboven bevinden zich twee kleine dakkapellen met gedeelde halfcirkelvormige ramen en een wolfdakje met piron. Deze dakkapellen hebben een versiering in de vorm van diamantkopjes.

De weinig risalerende hoofdentree is gesitueerd op de as van de St. Josephsstraat. Het deurgedeelte risaleert een halve steen meer. De deurtravee wordt geflankeerd door twee rijen smalle twee- en vierlichts vensters. De hoofdentree bestaat uit een dubbele vleugeldeur, te bereiken via drie uitpandige hardstenen treden. Het zijn de originele geverniste kussenpaneeldeuren, waarvan de deurroosters zijn vernieuwd. De deuren zijn voorzien van zilverkleurige deurstangen annex brievenbus. Boven het deurkalf met tandlijst is een drieruits bovenlicht met vernieuwd glas-in-lood. Het geheel is geplaatst onder een hoge rondboog met tussenboog en boogvulling met profielsteen en baksteenmozaïek. De boog steunt op gedeeltelijk ronde hardstenen pilasters, die uit blokken zijn opgebouwd, met composietkapiteel. De pilasters maken onderdeel uit van de verdere portaaldecoratie. Deze bestaat op de eerste verdieping uit blokken van wisselende grootte die doorlopen tot de stenen sierlijst annex dorpellijst van het hoge en brede achtruitsvenster ter breedte van het entreekozijn op de begane grond. Boven een boogfries als borstwering met baksteenmozaïek bevindt zich het rondboograam van de tweede etage. Het maaswerk heeft eenvoudige geometrische vormen. De terugwijkende zijtraveeën hebben een rondboogfries onder de daklijst, de deurtravee heeft een aparte topgevel met klimmend rondboogfries waarin drie tweelichtsvensters zijn uitgespaard. Achter deze topgevel komen verschillende samengestelde dakschilden voor. Hierin bevinden zich twee dakkapellen met halfcirkelvormige ramen. Tenslotte is er een achthoekige dakruiter met open klokkestoel en bekroning op de spits.

Rechts van de middentravee volgt een gedeelte van twaalf traveeën. Dit heeft op kleine details na de vorm gekregen van de eerste vensterassen na de linkerhoekrisaliet. Eén van de verschillen is dat deze vensters niet zijn voorzien van een hardstenen latei.

In het dakvlak aan deze kant zijn zes grote dakkapellen aangebracht met vierruitsvensters, wolfdak en piron. De gevel eindigt tenslotte met een hoekrisaliet die vergelijkbaar is met de eerstbeschrevene. Deze risaliet loopt echter veel dieper door naar de tuinzijde. In de zijgevel is nog een groot origineel glas-in-loodraam te vinden. De gloeiende warme kleuren hiervan contrasteren sterk met de vernieuwde, pastelkleurige.

De zijgevels en achtergevels zijn evenzeer zorgvuldig gedetailleerd. Het geheel is vrijwel gaaf, op een enkel dichtgemetseld raam na.

Voor het klooster staat een erfafscheiding in de vorm van een laag bakstenen muurtje met ijzeren buizen. Deze afscheiding verving in 1960 de hoge hekken met baksteen opbouw, staanders en ijzeren spijlen.

Het pand verkeert in goede staat.

Omschrijving interieur

De entree van nummer 51 is nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. De houten steektrap is gebeitst en heeft balusters met middenknoppen. De hoofdbaluster heeft een grote bolknop. Het plafond heeft een gestucte Neo-Renaissance middenrozet, profiellijnen aan de zijden en consoles met een gehelmd hoofd en diverse florale motieven.

Het voorportaal van nummer 53 is eveneens nog in originele staat. Op de vloer liggen vierkante tegels in sterpatroon met lichte blauwe en grijze tinten. Het plafond heeft een ovale stucrozet. Deze rozetten zijn ook aangebracht in de ontvangkamers ter linkerzijde van de voordeur. Aan de rechterkant treft men een groot aantal dienstvertrekken aan.

Het eerste vertrek is de refter. In de korte gevel is een Bijbelse voorstelling in hoogreliëf ingemetseld. Deze houten sculptuur met de Uitdeling van Brood en Vissen behoorde tot de decoratie van de in 1960 vervangen communiebanken.

De resterende ruimten worden gebruikt als keuken en wasruimte. In het deel van de risaliet vindt men een bijzonder interieurelement. Dit is een grote ijzeren droogkast op een bakstenen voet. Via rollagers en geleiders kan men langwerpige diepe laden uittrekken. Hierin bevinden zich horizontale stangen, waarop de kleding nog steeds te drogen gelegd wordt. Het droogproces kan gevolgd worden door een vierruits raam met gezandstraald glas in repeterend patroon.

Op de eerste verdieping bevindt zich de kapel. Voor deze kapel hangt het andere bewaarde houten reliëf. Hierop is afgebeeld Mozes met het volk Israëls in de woestijn bij de uitdeling van manna. In het voorportaal staat op een sokkel een houten beeld van St. Franciscus, daterend uit de bouwtijd.

De kapel op de eerste verdieping zelf is een brede eenbeukige kapel met vier raamtraveeën, een brede koortribune en een diepe halfronde absis. De gewelven zijn voorzien van afgeronde kruisribben met open gewelfschotel. Deze kapel is in 1960 opnieuw ingericht. Alle muurschilderingen verdwenen onder een beige en witte verflaag, de glas-in-loodvensters en het altaar werden vervangen. Het huidige witmarmeren eenvoudige altaar, het crucifix met zilveren Christus en overige kandelaars en tabernakel werden ontworpen door edelsmid Van der Heijden uit Bodegraven. Aan de wanden hangen kruiswegstaties van glas in wit, zwart en grijze tinten. Deze zijn gesigneerd "G.P." en doen stilistisch sterk denken aan het werk van Charles Eyck. Ondanks de veranderingen is de ruimtewerking nog geheel intact.

De bovenverdieping wordt grotendeels bezet door de cellen van de zusters.

Het klooster is geheel onderkelderd.

Redengevende omschrijving

Dit klooster van grote lengte in een stijl met zowel Neo-Gotische als Neo-Renaissance elementen is van zowel architectuurhistorisch als stedebouwkundig belang. Het is een markant gebouw van cultuurhistorische betekenis, omdat hier de zusters Franciscanessen waren gehuisvest die jarenlang onderwijs verzorgden in Roosendaal.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 9548

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De Congregatie van de zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen

Adres : Vincentiusstraat 7

Woonplaats : 4701 LM Roosendaal

Opname gegevens : 15 februari 1991/25 oktober 1994

VINCENTIUSSTRAAT 3a - 5 - 7

Typering

Het klooster Mariadal, bestaat uit een lange frontgevel met daarachter de kapel en twee zijvleugels die in L-vorm zijn aangebouwd. De kloostertuin is grotendeels ommuurd, een gedeelte is aangelegd als moestuin, ook is er een boomgaard met vruchtbomen. In het wandelgedeelte van de tuin zijn een aantal beelden geplaatst.

In de tuin is ook een begraafplaats ingericht.

Het complex staat aan de rand van de binnenstad.

Historische omschrijving

Het Klooster Mariadal werd gebouwd voor de kloosterorde van de Franciscanessen Penitenten Recollectinnen. De grondslag voor deze congregatie is gelegd in 1832 door Marie Joseph Raaijmakers, die hier in de kloostertuin is begraven.

Mariadal was bestemd als nieuw moederhuis en noviciaat.

Het klooster is gebouwd in de stijl van de Delftse School, de kapel in de bouwtrant van Dom Bellot. Klooster en kapel zijn in 1934 gebouwd naar een ontwerp van J. Cuypers en F.B. Sturm.

De kelders van het klooster hebben in de Tweede Wereldoorlog dienst gedaan als schuilkelders voor de Roosendaalse bevolking.

Omschrijving exterieur

De voorgevel aan de Vincentiusstraat is drielaags en heeft twee risalerende hoekgebouwen van twee bouwlagen. Een gedeelte van het pand is onderkelderd.

De gevels zijn opgetrokken uit machinaal gevormde baksteen en de zadeldaken zijn gedekt met zwarte verbeterde hollandse dakpannen.

De gootlijst kraagt ver uit.

De gevel is nagenoeg symmetrisch van opzet. De hoekrisaliet links heeft een topgevel, de overige bouwdelen zijn uitgevoerd als lijstgevel. De vensterhoogte neemt van beneden naar boven af.

In de hoekrisalieten bevindt zich een vleugeldeur, die in een rondboogportiek is geplaatst, de dubbele hoofdtoegangsdeur is in het middendeel gesitueerd en heeft een portiek en een rondbogige luifel bekleed met koperen platen. De vleugeldeur heeft een glas-in-lood bovenlicht en zijlichten.

Boven de deurpartij bevindt zich een beeld van St. Franciscus in een nis met afdak. Rechts van de hoofdingang is een reliëf aangebracht ter herinnering aan de in 1944 gefusilleerde Pater Alphonsus Gerardus Averdieck. Op de begane grond zijn de ramen uitgevoerd als kruisvensters, de eerste etage heeft naar binnen draaiende ramen met bovenlicht, evenals de tweede etage, maar deze in een lagere uitvoering. Alle vensters hebben een kleine roedenverdeling en lekdorpels van zwarte tegels. Er zijn vijf brede dakkapellen onder plat dak.

Voor het middengedeelte, tussen de hoekrisalieten, staat in de rooilijn een afscheiding van gemetselde muurdammen afgewisseld met hekwerken van ronde buis.

De kloosterkapel heeft een L-vormige plattegrond met een klokketoren onder zadeldak en een vieringtoren met een samengesteld zadel- en tentdak. De vieringtoren is bekleed met koperen platen.

De gevels zijn opgetrokken uit machinaal gevormde baksteen in siermetselwerk. De keperboogramen en de zeshoekige vensters in de topgevels hebben een glas-in-loodbeglazing. Rond de kapel zijn zijkapellen aangebouwd, deze zijkapellen hebben een zadeldak en keperboogramen.

Omschrijving interieur

In het gedeelte bij de hoofdingang, het tochtportaal en de gang naar de kapel zijn decoratieve tegelvloeren gelegd, de vensters zijn bezet met figuratieve glas-in-loodramen. Er staan enkele heiligenbeelden o.a. St. Michaël met de draak.

Een belangrijke ruimte is de voormalige kapittelzaal, nu in gebruik als bibliotheek, men vindt daar een houten beeld van de Kruisiging met Johannes en Maria en een aantal vitrines met herinneringen aan de stichteres van de orde en het eerste Moederhuis aan de Molenstraat.

De kapel is stemmig en bijzonder rijk aangekleed, ze heeft na het ingangsportaal een breed middenschip rustend op grijs granieten zuilen en smalle zijbeuken. De muren zijn van schoon metselwerk met bruin, geel en groen geglazuurde banden. Ribben en transversaalbogen zijn keperboogvormig met zeshoekige uitsparingen.

De gewelven zijn beschilderd met afbeeldingen van heiligen, de Kroning en de Hemelvaart van Maria en stervormen. De ramen zijn bezet met glas-in-loodramen uit het atelier van Cuypers, o.a. Christus, Heilig Hart omringd door heiligen.

De houten koortribune wordt gedragen door twee grijze, granieten zuilen. Op het koor staat een orgel met aan weerskanten een beeld van een engel. Aansluitend op de vijf traveeën van de kerk de viering met omgang, rechts vier traveeën met een verhoogd deel dat bestemd was voor zieken om de mis bij te wonen, dit gedeelte is rechtstreeks toegankelijk vanuit het woongedeelte van de kloosterzusters.

In de kapel diverse heiligenbeelden uit de bouwtijd en glaspanelen van Max Weiss uit 1950. De houten banken uit 1934 hebben keperboogvormige versieringen.

De tuin

Achter de kapel en het kloostergebouw bevindt zich de ommuurde siertuin. In de hoge bakstenen muur onder ezelsrug zijn een lege kapel, een poort en een rondboognis opgenomen. Aan de straatzijde van de kapel een natuurstenen reliëf met een afbeelding van Maria. Het park heeft een stervormige aanleg met grindpaden, het centrale gedeelte en de eromliggende bloemperken zijn afgezet met taxushagen. Bij de absis van de kapel staat een wit stenen beeld van Jozef met staf en het Kind met een mandje.

In het centrale perk staat een siervaas. Aan het einde van een pad staat een rechthoekige kapel onder zadeldak met daarin een polychroom Mariabeeld van Cuypers, in de keperboogramen van de kapel glas-in-loodramen met bloemmotieven. Aan het zijpad naast de kapel staat op een verhoogd gedeelte van de tuin een beeld van de Kruisafname met St. Franciscus, iets voorbij het volgende pad een uitbouw van het klooster met serre en puntgevel, waarin een reliëf van St. Michaël met de draak.

Vanaf de stervormige aanleg voert een brede laan met kastanjebomen naar een eenbeukige kapel met kruisvormige plattegrond en driezijdig gesloten absis. De zandstenen kapel heeft een samengesteld dak gedekt met rode leipannen. Boven de rondboogdeur een nis met een Mariabeeldje. In de kapelruimte met bandribben en kruisgewelven staat de wit marmeren tombe van Maria Raaijmakers (1781-1867).

Aan de muur een glaspaneel van Max Weiss met een afbeelding van de Kruisiging.

Achter de kapel gaat een pad met kastanjes erlangs naar de Lourdesgrot van baksteen en beton, hierin staat een polychroom Mariabeeld. De grot wordt afgesloten met een ijzeren sierhek met krullen en kruisen, in de grot een altaar met kruisbeeld en kaarsenstandaarden en datumsteen: "1-6-1936". Achter de grot staat een treurwilg met een omtrek van vijf meter, nabij het kerkhof een beeldje van de geknielde Bernadette met Rozenkrans.

In de tuin een bakstenen kapel onder zadeldak met een keperboognis waarin een beeld van het Christuskind met schriftrol en bal.

Het overige terrein wordt gebruikt als moestuin en als sportveld, behalve de reeds genoemde bomen staan er nog veel monumentale loof- en naaldbomen op het kloosterterrein.

Redengevende omschrijving

Het klooster en de bijbehorende tuin zijn van belang als exponent van een geestelijke ontwikkeling. In architectuurhistorisch opzicht is het klooster van waarde vanwege de stijlkeuze. Het complex is mede vanwege de centrale ligging belangrijk voor de beeldvorming in de stad, zowel het exterieur als het interieur zijn gaaf van vormgeving.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 3970 en 3764

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De congregatie van de: "Zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen"

Adres : Vincentiusstraat

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

VROENHOUTSEWEG 15

Typering

Het betreft een langgevelboerderij met bijgebouwen, te weten de Vlaamse Schuur en een bakhuis, gelegen in het buitengebied.

Van dit complex komen de schuur en het bakhuis voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst in aanmerking, de boerderij daarentegen niet.

Historische omschrijving

Het oudste nog bestaande onderdeel is de Vlaamse Schuur, die met het opvallende hoge dak mogelijkerwijs nog een gebint herbergt uit de zeventiende eeuw.

Het gave bakhuisje is vermoedelijk gebouwd in de vroege negentiende eeuw.

De boerderij dateert uit 1916.

Het complex is nog steeds in gebruik als agrarisch bedrijf.

Omschrijving exterieur

De langgevelboerderij is haaks geplaatst op de as van de weg. De boerderij is na de gepleisterde plint opgetrokken uit roodbruine machinale baksteen en heeft een gevelsteen met de namen Ant. en Adriana Blok en het jaartal 15-5-1916.

De stolpvensters en de paneeldeur zijn rond 1985 vernieuwd in hardhout. Deze vernieuwingen contrasteren sterk met de oorspronkelijke materiaalkeuze.

Voor de deur bevindt zich een betegeld stoepje van afwisselend crème en terracottakleurige vierkante tegeltjes.

De vensters en deuren zijn geplaatst onder een segmentboog met rode en gele baksteen. De boogvulling bestaat uit cement. De achtergevel is grauw gegranold en heeft halfronde raampjes. De boerderij heeft een zadeldak met muldenpannen.

Achter de boerderij bevindt zich de Vlaamse Schuur met korte zijde van het geknikte dak aan de voorzijde, gedekt met riet. De muren bestaan deels uit handgevormde baksteen, maar grotendeels uit machinale baksteen. De rechtergevel is grauw gegranold. De muren worden onderbroken door diverse groene deuren en een zesruits ijzeren raampje. De muren en muuropeningen van dit bijgebouw zijn in de loop van deze eeuw diverse keren vernieuwd.

Links achter de boerderij staat het bakhuisje onder zadeldak met aanbouw onder lessenaardak met rode oudhollandse dakpannen. Het gebouwtje heeft een schoorsteen, handvorm en machinale baksteen. De voorgevel is van ijsselsteen, heeft rechte muurankers en is voorzien van een groene houten klampdeur met een houten latei. Het is onder meer met druiveranken begroeid.

Het complex verkeert deels in goede, deels in matige staat van onderhoud.

Redengevende omschrijving

De boerderij met bijgebouwen is vooral van waarde vanwege de bijzondere ouderdom van de bijgebouwen, de situering van de woning en daarnaast vanwege de vrije ligging in het agrarische gebied.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : P

nr. : 189

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.C.P.M. van Gastel

Adres : Vroenhoutseweg 15

Woonplaats : 4703 SG Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/25 oktober 1994

VROENHOUTSEWEG 19

Typering

Het betreft een boerderij met de nokas parallel aan de straat en een schuin daarachter geplaatste Vlaamse Schuur, gelegen in het buitengebied.

Historische omschrijving

Het oudste gedeelte is de Vlaamse Schuur, waarvan het hoge dak en het gebint mogelijk nog uit de zeventiende eeuw dateren. De muren en muuropeningen zijn in deze eeuw vernieuwd.

De boerderij zelf heeft een oude kern, waarschijnlijk vroeg achttiende eeuws. Het woongedeelte heeft de huidige vorm rond 1880 gekregen. Het complex vervult nog steeds een agrarische functie.

Omschrijving exterieur

Het linker gedeelte van de voorgevel van de boerderij bestaat evenals de linkergevel uit machinale rode baksteen. Hierin bevinden zich drie betonnen vierruits ramen en een deur.

De bogen van de twee korfbogige staldeuren zijn nog zichtbaar door de bewaard gebleven hardstenen aanzetblokjes.

In de linkergevel bevinden zich twee vierruits ramen aan weerskanten van de centrale klampdeur met houten latei waarboven een halfrond hooiluik met hardstenen aanzetblokjes. De gevels zijn voorzien van rechte muurankers. Het rieten dak heeft een wolfeind aan deze zijde.

Het hogere woongedeelte is iets terugwijkend geplaatst. Hiervoor ligt een terracotta en zwart tegelstoepje van vierkante tegels. De gevel van dit deel is na de hoge gepleisterde plint in ijsselsteen uitgevoerd. De witgeschilderde zesruits schuifvensters hebben hardstenen dorpels en recente rolluikkasten. Onder de dakaanzet van dit deel met het rieten zadeldak loopt een houten balk. De twee schoorstenen zijn van ijsselsteen.

De rechtergevel is eveneens uitgevoerd in ijsselsteen, met vlechtingen en in hardhout vernieuwde kozijnen.

In de achtergevel bevindt zich de entree tot de woning. De kleine vensters en paneeldeur zijn vernieuwd. De gevel bestaat deels uit machinale baksteen en deels uit ijsselsteen.

Op het erf staat een betonnen put met putmik.

De Vlaamse Schuur bestaat grotendeels uit machinale baksteen. De schuur wordt verlicht door een brede strook betonnen ramen, welke een negatief element vormen. Via een hoge rechte staldeur en via een smalle paneeldeur met een ijzeren halfrond raampje als bovenlicht heeft men toegang tot de schuur. Het hoge geknikte dak is grotendeels rietgedekt, maar heeft ook een zijde met rode oudhollandse pannen.

Het complex verkeert deels in goede, deels in matige staat van onderhoud.

Redengevende omschrijving

Het complex is een goed voorbeeld van een oude boerderij met bijgebouw met een vrije ligging in het agrarisch gebied.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : P

nr. : 186

Soort recht : eigendom belast met recht van gebruik/bewoning

Gerechtigde : J.J. Mies

Adres : Vroenhoutseseweg 19

Woonplaats : 4703 SG Roosendaal

Soort recht : recht van gebruik en/of bewoning

Gerechtigden : J.C.A. Janssen en C.A. Mies

Adres : Vroenhoutseweg 19

Woonplaats : 4703 SG Roosendaal

Opname gegevens : 3 februari 1992/25 oktober 1994

VUGHTSTRAAT 5

Typering

Het betreft een vrijstaand tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en schilddak met zwarte oudhollandse pannen met de nok loodrecht op de straat.

Historische omschrijving

P. Straasheijm, vertegenwoordiger bij de "Grands Magasins de la Bourse" uit Brussel, was in 1886 de opdrachtgever tot de bouw van dit huis. Het perceel waarop dit pand werd gerealiseerd maakte van 1823 tot 1862 deel uit van de tuin van een herenhuis en was van 1863 tot 1886 een gedeelte van het bedrijfsterrein van houthandel "De Nieuwe Houttuin".

Het pand wordt thans gebruikt als kantoor.

De gevel is in de loop van de jaren nauwelijks gewijzigd. De T-vensters zijn vervangen door schuifvensters. De gevel is rond 1985 opnieuw gevoegd.

De schoorsteen is nieuw.

Omschrijving exterieur

De hardstenen plint wordt onderbroken door twee ronde roostertjes met gietijzeren rooster. Links wordt de plint onderbroken door de paneeldeur, met één inpandige en één uitpandige hardstenen trede. Deze vleugeldeur is kastanjebruin geschilderd en voorzien van kussens en diamantkoppen. De gietijzeren brievenbussen annex duwstangen zijn gedecoreerd met een draperie.

In het bovenpaneel zijn twee gietijzeren deurroosters aangebracht met een langwerpig Neo-Renaissancemotief in het centrum. De deur en het bovenlicht

zijn voor een geprofileerd gepleisterde omlijsting met ronde schouders en een kuif.

De rest van de gevel is opgetrokken in rode machinale baksteen met witte platvolle voeg.

De vensters hebben hardstenen dorpels en dezelfde geprofileerde omlijsting met ronde schouders en kuif als de deur. Het kozijnwerk van de schuifvensters is witgeschilderd, de bovenlichten zijn voorzien van loodstrippen.

Tussen de deur en het venster bevindt zich een hardstenen gevelsteen met de tekst "P. Straasheijm 15 mei 1886". De gevelsteen is voorts gedecoreerd met ingesnoerd blad en krulwerk.

De schuifvensters op de eerste verdieping zijn identiek aan die van de begane grond.

Onder de geprofileerde daklijst bevindt zich een fries met bossingswerk in de vorm van cirkels en aansluitende velden. De lijst wordt gedragen door vier bewerkte consoles.

Op de nok van het dak bevindt zich een massieve schoorsteen.

Aan weerszijden van het pand bevinden zich twee deuren.

Het pand verkeert in goede staat.

Omschrijving interieur

Via de voordeur komt men in de lange brede hal. De vloer bestaat uit tegels in sterpatroon in grijze tinten. Op het plafond zijn grote Neo-Barokke stucrozetten aangebracht en voluutconsoles. In de grote huiskamer vindt men verfijnde stucrozetten van vazen met rozen en van een rieten mand met vogels en bloemen. In voor en achterkamer zijn zwart marmeren schouwen geplaatst. Een bijzonderheid bij de vensters aan de voorzijde is, dat er aan de binnenzijde schuifluiken zijn geplaatst. De originele houten steektrap met gedecoreerde hoofdbaluster geeft ontsluiting tot de verdieping. De overige spilbalusters zijn van gietijzer.

Het pand is geheel onderkelderd op stahoogte.

Aan de achterzijde treft men nog een eenlaagse aanbouw onder plat dak met rondraam en daar achter een eenlaagse aanbouw onder zadeldak met zwarte oudhollandse pannen.

Redengevende omschrijving

Het betreft een goed en gaaf voorbeeld van een woonhuis van gemiddelde grootte in Eclectische trant. Het pand maakt onderdeel uit van de stedebouwkundig gegroeide structuur van de Vughtstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 3242

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J.T.H. van Everdink

Adres : Vughtstraat 5

Woonplaats : Roosendaal

Gerechtigde : G.A.C.M. van Reusel

Adres : Vughtstraat 5

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 24 juni 1991/15 oktober 1992

VUGHTSTRAAT 8 - 8A

Typering

Het betreft een tweelaags pand van drie traveeën in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een schilddak met grijze verbeterde hollandse pannen evenwijdig aan de straat.

Historische omschrijving

Het pand is rond 1895 gebouwd als woonhuis, de architect is onbekend. De belangrijkste wijzigingen zijn het vernieuwen van de deur aan de voorzijde geweest en het aanbrengen van een entree in de linkerzijgevel. Met deze veranderingen is de functie vanaf de tachtiger jaren opgesplitst in die van woning en praktijk.

Omschrijving exterieur

Het half vrijstaande pand heeft een lichtgrijs geschilderde plint, die aan de rechterzijde onderbroken wordt voor een vernieuwde paneeldeur die eveneens van een lichtgrijze verflaag voorzien is. Boven de deur bevindt zich een getoogd bovenlicht. Tussen twee vlakke hoekblokken is een geornamenteerde kuif geplaatst. Deze decoratie is ook toegepast boven de vensters naast de deur.

Onder de hardstenen dorpels bevinden zich decoraties in de vorm van draperie, guirlande en spiraal. Boven de witgeschilderde T-vensters bevinden zich lichtgrijs geschilderde rolluikkasten. Deze houten kasten zijn gedecoreerd.

De gevel is op de begane grond gebosseerd geblokt gepleisterd en van een witte laag voorzien.

Boven de waterlijst is de gevel vlak gepleisterd. Onder de T-vensters met rolluikkasten zijn hardstenen dorpels geplaatst met een smal onbewerkt lijstje daaronder. Boven de segmentbogen vlakke hoekblokken en een langere kuif, ook hier met eikebladmotief.

De uitkragende geprofileerde gootlijst wordt gedragen door vier consoles aan de voorzijde, en één aan de linkerzijde. Deze consoles zijn versierd met bladmotieven, ranken en slingers.

De linkerzijgevel is geblokt wit gepleisterd. Er is een halfhoge bakstenen afscheidingsmuur met ezelsrug geplaatst.

Direct op de hoek met de voorgevel zijn twee T-vensters met houten rolluikkasten boven elkaar geplaatst.

In deze muur treft men ook de entree van 8A: een geel geschilderde opdekdeur. Links hiervan bevindt zich een nieuw groot breed raam. Links boven de deur is een getoogd zesruitsschuifvenster geplaatst.

Redengevende omschrijving

Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een groot woonhuis in Eclectische stijl.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide structuur van de Vughtstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 1874

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : J. Jansen

Adres : Vughtstraat 8A

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 25 juni 1991/16 december 1992

VUGHTSTRAAT 9

Typering

Het betreft een eenlaags pand van vijf traveeën aan de straatzijde in de gevelwand, voorzien van een lijstgevel en een plat dak met omlopende dakschilden met zwarte kruispannen, terwijl de acht zijden van de stompe hoektoren zijn voorzien van leien.

Historische omschrijving

Het terrein, dat van 1823 tot 1862 de tuin van een herenhuis was geweest en daarna deel uitmaakte van het bedrijfsterrein van een houthandel, werd in 1887 gekocht door het bestuur van de in 1874 opgerichte sociëteit "De Vereeniging". Het pand werd gebouwd naar ontwerp van de architect T. Boshuijer en op 5 februari 1888 feestelijk geopend. Het bleef tot 1906 in gebruik als sociëteit. Er volgde in 1908 een verbouwing tot woonhuis, waarbij de ingang verplaatst werd van de linkertravee naar de travee rechts daarvan. Van 1930 tot 1961 hield er een dokter praktijk; daarna kreeg het pand een woonfunctie.

Omschrijving exterieur

Het pand heeft een hoge schuin oplopende plint van granitoachtig materiaal. Deze bestaat uit twee delen en wordt afgedekt door een uitkragende doorlopende dorpellijst. De plint is op drie plaatsen onderbroken voor drie rechthoekige roosters met tralies. Aan de linkerzijde bevindt zich een smal poortje met een deur op hardstenen dorpel. Hoog hierboven is een grijs gepleisterde boog met een rechte afdekrand.

In het midden van de gevel is portiek met een vleugeldeurpartij. Deze is bereikbaar via vijf hardstenen treden met afgeronde wel. De onderste is uitpandig.

Het onderpaneel van beide deuren bestaat uit een liggende diamantkop met eenvoudige sieromlijsting, met koperen bewerkte deurstangen. Hierboven zijn twee kleinere diamantkoppen. Het bovenpaneel bestaat uit een witgeschilderd smeedijzeren deurrooster in symmetrische vormgeving met krullen en kegelvormige spiralen. Hierboven is een boogvormig fronton. Het bovenlicht is gevuld met glas-in-lood met een oker fond en een gewelfd T-vormig sierelement met metallic glanzende invulling. Het portiek is segmentboogvormig waarvan het boogveld boven de deuren wordt gevuld door stucwerk met ingekrast ruitmotief. De boog zelf heeft aanzetstenen en een sluitsteen, die is voorzien van een kleinere diamantkop en een uitkragende gewelfde beëindiging. Boven de plint bevindt zich bruinrode machinale baksteen met een platvolle grijsgele voeg.

De gevel heeft een risaliet aan de linkerzijde van één steen dikte. Deze wordt benadrukt door de grijs gepleisterde blokken met gefacetteerde randen aan de zijkanten. Deze zijn afwisselend vijf en vier lagen hoog en de hoogste zijn tevens breder. Voorts heeft de gevel speklagen op een derde hoogte van de vensters, bij de wisseldorpels en bij de aanzetstenen van de segmentbogen. Deze zijn blauwgrijs geschilderd. De risaliet heeft een breder venster met verticale roeden. Het bovenlicht van het schuifvenster heeft vernieuwde glas-in-loodruitjes. De rolluikkasten zijn vernieuwd. Hierboven is een segmentboog zoals bij de deur, maar met een vlakke vulling. Rechts van de deur is een smaller schuifvenster met glas-in-lood bovenlicht. De rechterbuitenhoek risaleert iets en heeft overeenkomstig het achtkantig model van de hoektoren drie gevelvlakken, welke overgaan in de zijgevel. In elk gevelvlak bevindt zich een nog smaller schuifvenster. Onder de uitstekende houten daklijst bevindt zich een fries. Op een kwartrondprofiel rusten op de hoeken van de risaliet twee keer twee consoles. Deze zijn voorzien van verticale sleuven en een diamantkop. Hiertussen bevindt zich een smal deel van vierkante tegels. Deze zijn voorzien van een gestileerd lijnvormig patroon in blauw en wit. Boven de consoles is een bredere rand met een kwartrond profiel. Het deel van de risaliet komt iets naar voren. In het midden hiervan, tussen de deur en de raamtravee, zijn dakkapellen met een vierruitsraam en een houten aediculaomlijsting. De dakkapellen zijn met een flauw zadeldakje, volgens het fronton, afgedekt.

De toren heeft acht schuin toelopende zijden en is afgeknot. Ook hier is een geprofileerde daklijst. In drie zijden zijn rondramen uitgespaard.

De zijgevel aan de kant van het Emile van Loonpark heeft naast de toren drie iets inspringende traveeën. Het raam links is dichtgemetseld. De segmentbogen hebben hier nog wel de ruitvormig ingekraste vulling en de rolluikkasten zijn voorzien van gewelfde consoles en opliggende cassetten.

Onder het onbewerkte fries is een rij korte rechte schietankers geplaatst. Er zijn twee dakkapellen zoals aan de voorzijde. De hierna volgende drie traveeën risaleren. Links is een paneeldeur onder afdak, rechts twee schuifvensters. Er is een dakkapel.

De hoek en zijgevel zijn voorzien van een eenvoudig ijzeren hekwerk met spijlen met ronde doorsnede.

De gevel aan de achterzijde heeft openslaande tuindeuren. De bovenlichten hiervan zijn voorzien van glas-in-lood. Er is ook een dakkapel en de originele raamindeling is bewaard gebleven.

De tuin is dicht begroeid en voorzien van onder meer een plataan en een ceder, een meidoorn, een esdoorn. Op de hoek voor het pand staat een forse kastanjeboom, van het park. Ook op de rechterhoek staat zo'n boom. Tezamen met drie andere aan de kant van de Vughtstraat is dit het begin van het Emile van Loonpark.

Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving

Dit Neo-Renaissance pand van een merkwaardige grootte en breedte is vooral van cultuurhistorisch belang vanwege de vroegere sociëteitsfunctie. Het pand vormt de overgang van gesloten bebouwing naar een park.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : L

nr. : 2251

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : R.G.F. Wintermans

Adres : Vughstraat 9

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 4 januari 1991/15 oktober 1992

VUGHTSTRAAT 10 - 12

Typering

Het betreft een tweelaags pand van acht traveeën in de gevelwand met een lijstgevel en een schilddak met zwarte oudhollandse pannen evenwijdig aan de straat.

Historische omschrijving

Het blok is rond 1890 gebouwd door een onbekende architect. In de loop van de tijd zijn er diverse functies in ondergebracht geweest. Rond 1910 heeft men de entree van nummer 10 uitgebreid met een deur en een luifel in Jugendstil. Op nummer 10 was van 1918-1938 een notariskantoor gevestigd; in 1938 werd het hele pand woonhuis. Op nummer 12 is een woonhuis annex artsenpraktijk gevestigd. De praktijk is in 1954/55 aan het pand gebouwd.

Omschrijving exterieur

De plint is donkergrijs geschilderd. Daarboven bevindt zich een deel tot de hardstenen vensterdorpels, dat bij nummer 10 eveneens donkergrijs is, maar bij nummer 12 van een witte kleur is voorzien. Naast het pleisterwerk is de gevel opgetrokken in bruine baksteen.

De gevel is naar de straatzijde toe axiaal symmetrisch van opzet. Door toepassing van pleisterwerk lijkt het of het vier aparte tweelaags panden van twee traveeën betreft.

Op de hoeken en in het midden bevindt zich een risalerende liseen die is voorzien van een centrale cirkel met aansluitende verdiepte velden.

De middelste vier traveeën risaleren een halve steen. Dat is te zien aan de geblokt gepleisterde verticalen bij het uitspringende deel. Aan weerskanten van de middenliseen is eveneens een geblokt gepleisterde verticaal aangebracht die hierbij visueel aansluit.

De witgeschilderde schuifvensters van de vier buitenste traveeën zijn getoogd en voorzien van bewerkte houten jaloeziekasten. Tot zover zijn zij gelijk aan de vier middentraveeën. Deze hebben echter ook nog een geprofileerde smalle stucomlijsting tot aan de wisseldorpel. Deze omlijsting is aan de onderzijde voorzien van een asymmetrisch bladpatroon met muntenlaag en rol. De verdiepingen worden bij de vier buitenste traveeën gescheiden door een smalle geprofileerde waterlijst. Bij de vier middentraveeën is gekozen voor een hogere band ter breedte van de vensters.

Op de eerste etage treft men op nummer 10 openslaande vensters met bovenlicht, op nummer 12 T-vensters aan. Onder de hardstenen dorpels is een smal gepleisterd lijstje geplaatst. Verder zijn de vensters identiek aan die van de begane grond.

De risalerende delen worden weer zichtbaar in de gepleisterde kroonlijst en in de uitkragende geprofileerde gootlijst. De hoeklisenen en de middenliseen worden geaccentueerd omdat zij elk zijn voorzien van twee voluutconsoles met bladwerk.

Het dakvlak wordt onderbroken voor twee originele tweelichts dakkapellen met getoogde bovenzijde. Hiertussen in, exact in het midden en links, staan bakstenen schoorstenen.

In de rechterzijgevel bevindt zich de entree van nummer 10.

Er is een halfhoog zwart geschilderd ijzeren spijlenhek geplaatst. De bovenzijde is gedecoreerd met hele en halve cirkels. Het hek dateert uit ca. 1925.

In de linkergevel bevindt zich een dichtgemetseld raam met gepleisterde decoratie. Daarnaast bevindt zich de originele vleugeldeur in een portiek. De deur is voorzien van een gietijzeren netwerkrooster en een bewerkte duwstang. Hierboven is een groot getoogd gedeeld bovenlicht gezet. In een smalle uitbouw, die haaks op de beschreven bouwmassa staat, bevindt zich een wit geschilderde paneeldeur met Jugendstil kenmerken. De deur is voorzien van een smeedijzeren sierroostertje, cirkel-streep-decoratie en raampjes in gebogen vormen. Hierboven bevindt zich een groot getoogd gedeeld bovenlicht. Beide deuren bevinden zich onder een hoge luifel onder glazen lessenaardak. De luifel steunt op een ronde ijzeren zuil op een achtkantig hardstenen voetstuk. De decoratie van het kapiteel met banden en hoekjes is vergelijkbaar met de stijl van architect Joseph de Lepper. De okergele, in ruiten verdeelde, glasvulling van de erker is geplaatst op gewelfde bogen.

Op de hoek van nummer 12 is eveneens eerst een dichtgemetseld venster met gepleisterde decoratie geplaatst. Hiernaast bevindt zich een vleugeldeur met kussens en bewerkte duwstangen in een getoogd portiek. De deur heeft een getoogd gedeeld bovenlicht.

Links van de deur is een recente eenlaagse aanbouw onder plat dak die haaks staat op de originele bouwmassa. Dit dient als praktijkwachtruimte. Boven de deur bevindt zich een getoogd zesruitsschuifvenster. In beide zijgevels zijn rechte schietankers geplaatst.

Omschrijving interieur

Interieur nummer 10

Via de brede gang komt men links in de voor- en achterkamer aan de straatzijde. In beide kamers bevindt zich een sobere schouw van zwart en wit marmer in Empire stijl. Rechts van de gang komt men in een grote kamer, die behoort tot de latere uitbouw. In deze kamer bevindt zich een grote kluisdeur van het merk Lips. De deur is beschilderd met een motief, waarin uitwaaierende stralen vanuit het midden centraal staat. In deze kamer staat ook een markante schouw van baksteen die in diverse kleuren is geglazuurd en is voorzien van een sterpatroon in Naamse steen. In de kamer bevinden zich verder deuren naar de grote tuin met floraal glas-in-lood bovenlicht en een groot legraam in felle tinten glas-in-lood.

De keuken is nog voorzien van de oude kastjes, schouw en witte tegels. Op een klein binnenplaatsje bij de keuken staat een pomp.

De kelder is voorzien van troggewelfjes op stalen liggers. De verdieping is te bereiken via een brede houten trap met houten spilbalusters. De zolder is geconstrueerd met eiken balken en nog voorzien van de leggers, waarop men de was te drogen kon hangen.

Redengevende omschrijving

De woningen zijn een goed en gaaf voorbeeld van grote woningen in Eclectische trant.

Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide structuur van de Vughtstraat.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende tenaamstelling

Vughtstraat 10

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 3877

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : C.H.W. van Liebergen

Adres : Vughtstraat 10

Woonplaats : Roosendaal

Vughtstraat 12

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : A

nr. : 3875

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : P.E.M.H. de Kort

Adres : Vughtstraat 12

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 25 juni 1991/15 oktober 1992

WILHELMINASTRAAT 12 - EMMASTRAAT 70

Typering

Een voor het grootste gedeelte tweelaags hoekpand met afgeschuinde hoektoren op de kruising van de Wilhelminastraat en de Emmastraat, voorzien van een samengesteld dak met de nokassen evenwijdig aan de straatgevels, het dak is gedekt met rode asbestleien.

Historische omschrijving

Het pand is omstreeks 1916 gebouwd als kantoor met woonhuis door de "Noord Brabantschen Christelijken Boerenbond" afd. Roosendaal, en diende later als Boerenleenbank.

De architect is Franc.B. Sturm. In 1956 is na een brand de entree aan zowel de Wilhelminastraat als de Emmastraat naar toenmalige smaak gemoderniseerd. Het pand vervult nog steeds een kantoorfunctie, maar voor een ander bedrijf.

Omschrijving exterieur

Het pand Wilhelminastraat 12 is op de hoek afgeschuind en heeft aan de Emmastraat twee vensterassen en aan de Wilhelminastraat vier, onregelmatig gespatiëerde vensterassen en nog een identiek raam in een eenlaagse uitbouw onder een plat dak.

Boven de hardstenen plint met ronde luchtroostertjes is de gevel opgetrokken in machinaal gevormde steen, die later rood is geschilderd, het kozijnwerk van alle schuifvensters is wit, de raamdorpels zijn van hardsteen. Het hoektorenelement verbreedt

zich twee maal ter plaatse van de hardstenen sierelementen ter hoogte van de wisseldorpels.

Als hoekoplossing komt het torenelement situatief overeen met Wilhelminastraat 10, de toren doorbreekt de witte, gesneden, houten gootlijst, waarbij het torenraam wordt geaccentueerd door een versmallende, hardstenen plaat, die oorspronkelijk voorzien was van een tekst. De toren heeft een tentdak op lijst met geprofileerde houten sporen en een stompe piron.

De twee vensters rechts van de hoek en het venster links ervan (op de begane grond) zijn breed en voorzien van verticale sierroeden, daarboven smallere openslaande vensters met bovenlicht, waarin verticale sierroeden zijn geplaatst, dergelijke vensters vindt men ook boven de centraal geplaatste deur en in de vensterassen ernaast. De twee vensters links van de deur zijn dicht bij elkaar geplaatst evenals de twee er boven, dit gevelgedeelte wordt afgesloten door een tuitgevel met dwars zadeldak, aan de zijden bevinden zich uitgemetselde delen op een console met driehoekige bekroning; in het midden van de topgevel bevindt zich een klein rechthoekig venster.

Het middendeel wordt gedomineerd door een brede portiek met schuin verlopende dagkanten waarin vensters, de deur uit ca. 1956 is te bereiken via inpandige treden, naast de deur beglaasde panelen en een bovenlicht. De vlakke zoldering van het portiek wordt gedragen door gewelfd geprofileerde consoles. (Oorspronkelijk een boogsegment).

Het dakvlak wordt aan de zijde van de Wilhelminastraat onderbroken door twee dakkapellen, aan de zijde van de Emmastraat door één dakkapel, alle dakkapellen met schilddakje.

Het aangebouwde bouwdeel aan de Emmastraat met huisnummer 70 is eenlaags en heeft een plat dak.

Zowel het portiek als het brede raam worden overspannen door een wit geschilderde stalen profielbalk met rozetjes. Het portiek heeft schuin verlopende dagkanten, in het portiek bevindt zich boven een raam met afgeschuinde kanten een gekleurd reliëf, bovenin is de naam: "Kantoor R.K. Boerenbond" aangebracht, daaronder een banderolle met de tekst: "Cruce et aratro", en de afbeelding van een ploeg met een kruis.

Het grote venster is onderverdeeld in vijf hoge ramen met elk een gedeeld bovenlicht, in elk daarvan is een glas-in-lood venster geplaatst, het middelste met een afbeelding van een kruis en een ploeg, de andere vier beelden de vier seizoenen uit met landelijke taferelen met een boer en een boerin.

Redengevende omschrijving

Het gave pand uit ca. 1907 is van sociaal-historische waarde vanwege de vroegere en nog herkenbare functie van Boerenleenbank met kantoor van de "Noord Brabantschen Christelijken Boerenbond". Daarnaast is het van belang vanwege gave interieuronderdelen en tevens is het van stedebouwkundige waarde vanwege de markante hoekoplossing samen met het pand Wilhelminastraat 10.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. Gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : C

nr. : 2874

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De Vereniging R.K. Boerenbond

Woonplaats : Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993

WOUWSEWEG 21

Typering

Het klooster St. Elisabeth is een U-vormig gebouw, met een grote tuin, oorspronkelijk gelegen aan de rand van de bebouwde kom langs de uitvalsweg naar Wouw. Alleen de vleugel aan de Wouwseweg komt voor plaatsing op de monumentenlijst in aanmerking.

Historische omschrijving

Het complex St. Elisabeth is in 1925 gebouwd als klooster, ziekenhuis voor religieuzen en school voor de kloosterorde van de zusters Fransiscanessen en is nu een tehuis voor bejaarde religieuzen.

Het grootste deel van het complex is in 1978 inwendig verbouwd.

Omschrijving exterieur

De gevels van het twee- en drielaagse pand zijn opgetrokken uit machinaal gevormde baksteen. Het pand is gedeeltelijk onderkelderd. De schilddaken zijn gedekt met leien in maasdekking.

Bij allebei de vleugels is de entree asymetrisch in het gevelvlak geplaatst.

De gevel aan de Wouwseweg is het meest monumentaal van vormgeving. Aan de straatzijde is aan beide kanten van de toegang een kwartrondgebogen bakstenen afscheiding met hardstenen afdekplaten op de penanten, ertussen smeedijzeren hekken met daarin een vierpas in ruitmotief.

De tuinaanleg aan weerskanten van de oprijlaan is symmetrisch en dateert uit de bouwtijd, de beplanting bestaat uit rhododendrons, rode beuken, taxussen en ceders.

De hoofdentree is centraal in een risaliet van vijf traveeën, de vleugeldeur, die verdiept geplaatst is in een rondboogportiek heeft een halfrond glas-in-lood bovenlicht.

In de deuren een rond raam met een rooster van siersmeedwerk.

Boven de deurpartij een samengesteld venster met glas-in-loodbeglazing, voorstellend: Maria in mandorla.

In dezelfde breedte daarboven een boograam, de driehoekige topgevel daarboven wordt bekroond met een kruis.

De lekdorpels van alle vensters zijn van hardsteen. De borstweringen zijn voorzien van sober siermetselwerk en rollagen.

Nog in het risalerend gedeelte aan weerskanten van de entree twee vensterassen met getoogde vensters met kleine roeden in het bovenlicht. De bovenste etage heeft mezzanino-ramen.

Eenzelfde vensterindeling is ook in de gevelgedeelten naast de risaliet toegepast. De gootlijsten met snijwerk rusten op houten klosjes, op het schilddak van de risaliet een taps toelopende zeshoekige dakruiter met klokkestoel, bekroond met een helmvormig dak en een kruis. De dakvlakken naast de risaliet hebben tweelichts dakkapellen onder schilddak met bolpiron.

Omschrijving interieur

Van het interieur is de kapel vermeldenswaard.

Een eenbeukige ruimte met halfronde absis, de traveeën zijn door middel van rondbogen met pilasters gescheiden, in de gekoppelde rondboogvensters bevinden zich figuratieve glas-in-lood ramen.

Het tongewelf van stucwerk wordt geleed door kruis- en bandribben.

De muren zijn gewit, het meubilair is vernieuwd.

Redengevende omschrijving

Het klooster met tuin is van belang als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling en vanwege de gaafheid van het exterieur.

kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling

Kad. gemeente : Roosendaal en Nispen

sectie : K

nr. : 5266

Soort recht : volle eigendom

Gerechtigde : De congregatie van de: "Zusters Franciscanessen Penitenten Recollectinen"

Adres : Theresiastraat 2

Woonplaats : 4703 AK Roosendaal

Opname gegevens : 11 november 1993/7 januari 1994

  • TERUG