Cultuurhistorisch

INVENTARISATIE

Noord Brabant

M.I.P. Gemeente Wouw

UITGAVE PROVINCIE NOORD-BRABANT

Pagina 2

INHOUD:

1. Woord vooraf 3

2. Criteria 4

3. Werkwijze 6

4. Kaart gemeente Wouw schaal 1:75000 uit 1865 8

Historische karakteristiek van Wouw 9

Landschap 10

Nederzettingen 11

Bebouwing en groenelementen 13

5. Overzicht van straten, gebouwen en groenelementen 19

6. Literatuurlijst 46

7. Kaart gemeente Wouw schaal 1:10.000 (losse bijlage)

MON23

Pagina 3

1. WOORD VOORAF

Dit rapport over Wouw maakt deel uit van de serie cultuurhistorische inventarisaties van Noord-Brabant. Het geeft per gemeente een overzicht van de waardevolle nederzettingen, gebouwen en groenelementen in de steden en dorpen van de provincie.

De snelle en vaak ingrijpende veranderingen in het Brabantse cultuurlandschap hebben de totstandkoming van een dergelijk overzicht urgent gemaakt. Ondanks de vervlakking en schaalvergroting bezit elke gemeente een eigen karakter in de bebouwing van de kern of het buitengebied. We doelen daarbij zeker niet alleen

op de erkende monumentale gebouwen, maar evenzeer op de boerderijen, woonhuizen, fabrieksgebouwen, bruggen en sluizen, wegkruisen of een ijzeren sierhek en dorpslinde. Ook nieuwere zaken van kort voor en 'na de tweede wereldoorlog vragen hier en daar aandacht.

Elementen uit het verleden kunnen als essentieel beschouwd worden voor de verscheidenheid en herkenbaarheid en daarmee voor de leefbaarheid in het algemeen.

Na het monumentenjaar 1975 heeft het provinciebestuur besloten om de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing van de provincie vast te doen leggen. Hiervoor is in 1976 de "Inventarisatiecommissie Brabantse Monumenten" ingesteld. In deze commissie waren onder voorzitterschap van gedeputeerde drs. Y.P.W. van der Werff vertegenwoordigd: de Provinciale Planologische Dienst, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de stichting Het Brabants Landschap, de Provinciale Commissie Noord-Brabant van de Bond Heemschut, de stichting Menno van Coehoorn, de Stichting Huis en Hoef van Brabant, de Boerderijcommissie van Brabants Heem, de Werkgroep Monumenten en Musea van de Culturele Raad, de Historische sectie van het Provinciaal Genootschap, de Stichting Monumentenwacht, de Kring van Archivarissen, de Stichting tot behoud van monumenten van Bedrijf en Techniek in het zuiden des Lands, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en enkele deskundigen à titre personnel. In een later stadium is het voorzitterschap overgenomen door Gedeputeerde drs. J.M. van der Hart.

In september 1979 is een drietal inventarisatoren aangesteld om een werkmodel te ontwikkelen en veldwerk en rapportage te verrichten. In 1982 is de IBM opgeheven waarna de begeleiding van het project aan de pas genoemde Provinciale Monumenten Commissie is overgedragen. Het rapport dat voor u ligt vertegenwoordigt een monumentopname van een steeds voortschrijdende proces van veranderingen in de bebouwde van een steeds voortschrijdende proces van veranderingen in de bebouwde omgeving.

Onderzoek en veldwerk vonden plaats in 1986 en 1989 werden verricht door drs. A.J.C. van Leeuwen, drs. N.C.M. Maes en H.Th.M. Ruiter, arch. HBO. Medewerking werd verleend door het streekarchief, met name door de heer H. Jonckhere, oud-gemeente secretaris P. Maas, de heemkundige kring van Wouw "De Vierschaar" en de gemeente Wouw.

Wijzigingen die zich na deze datum voordeden, konden om organisatorische redenen niet meer in deze uitgave worden verwerkt.

's-Hertogenbosch, 23 oktober 1989

Pagina 4

2. CRITERIA

Uit de vele objecten die voor inventarisatie in aanmerking kwamen, moest uiteraard een keus worden gedaan. Dat gebeurde aan de hand van een aantal criteria, die verder in dit hoofdstuk groepsgewijs worden omschreven.

Bij deze criteria wordt het bindend element in veel gevallen gevormd door "historische karakteristiek" van de nederzetting. Wat wordt daaronder verstaan?

Een nederzetting is, in de hier gebruikte terminologie, een geheel van percelen, wegen en waterlopen, dat in de loop der tijd een meer of minder samenhangende vorm heeft opgeleverd. Het eigen karakter van een nederzetting is het product van een, al dan niet geleidelijke, historische ontwikkeling, die in vele gevallen tot op de dag van vandaag valt af te lezen, zowel aan ruimtelijk patroon als aan de bebouwing zelf. Dat geldt in beginsel net voor een oud akkerdorp, als voor een moderne nieuwbouwwijk. Op zeker leidt een reeks van ontwikkelingen tot een situatie, waar de nederzetting voor ons gevoel een uitgesproken eigen vormidentiteit bereikt. Dàt moment "historische karakteristiek" van de nederzetting, die dus als het ware en aftreksom is van een reeks structuurbepalende en structuurverstorende ingrepen.

De invloed van dat moment kan zich, meer of minder nadrukkelijk uitstrekken tot het moment van nu. Zo is voor de landelijke nederzetting tussen Oirschot en Best de situatie rond het midden van de vorige eeuw steeds beeldbepalend. Vandaar dat het moment van de historische karakteristiek ook omstreeks dat tijdstip is gekozen. Zowel de middeleeuwse aanleg, wijzigingen van na 1850 zijn daarbij als wezenlijke bestanddelen aan Een heel ander voorbeeld is de oude vestinggordel van Bergen op Zoom. een essentieel element in de historische karakteristiek, zoals die bestond, thans niet meer afleesbaar. In die tijd werd de stad sterk. door haar uitgebreide vestingswerken. Sinds die echter aan het eind van vorige eeuw zijn ontmanteld, wordt het huidige beeld bepaald door een straten- en bebouwingsgordel, die rond 1920 hun uiteindelijke vorm J Daarmee is de historische karakteristiek van ca. 1800 nu dus niet meer voor dit deel van de stad. Die van rond 1920 echter des te meer.

Tegen de achtergrond van deze historische karakteristiek zijn alle afzonderlijk getoetst aan de volgende criteria:

Architectonische en kunsthistorische criteria

het object is een goed voorbeeld van een bepaalde stijl of j van het werk van een bekend architect, stedenbouwkundige of kunstenaar

het object is gaaf qua stijl en detaillering

het object vertegenwoordigt een unieke (bouw) techniek, (bouw)- type of is typerend voor de ontwikkeling van de industriële techniek

het object heeft esthetische waarde op grond van de vorm en detaillering van exterieur en/of interieur.

Planologisch, landschappelijke en stedenbouwkundige criteria

het object vormt samen met bijgebouwen, kleine artefacten en ( of tuinaanleg een karakteristiek geheel

het object maakt deel uit van een groter historisch geheel of complex

pagina 5

het object sluit, met name in historisch en geomorfologisch opzicht., aan bij het landschap

het object maakt deel uit van een gebied met een grote continuïteit, waardoor het historisch patroon van verkaveling, wegen en waterlopen goed geconserveerd is gebleven

het object vormt een onderdeel van een historische stedenbouwkundige structuur of een historisch nederzettingstype

het object is karakteristiek voor stad, dorp of streek.

Sociaal- en cultuurhistorische criteria

aan het object zijn historische herinneringen verbonden in de ruimste zin van het woord

het object vertegenwoordigt een aspect van de sociale of economische geschiedenis

het object is representatief voor een bepaalde fase in de ontwikkeling van dorp, stad of streek.

Afhankelijk van de situatie en de aard van het object, was het ene criterium bij de selectie meer bepalend dan het andere.

Zo kan men zich voorstellen dat bij een eenvoudig voorbeeld van landelijke bouwkunst criteria als type, bouwtechniek, samenhang met de directe of wijdere omgeving, historische verkaveling en patroon van wegen en waterlopen, meer gewicht in de schaal werpen, dan bij een kerkgebouw. Daar zullen eerder stijl, gaafheid van details, esthetische kwaliteiten en geschiedkundige aanknopingspunten de doorslag geven. Bij monumenten van jongere datum zijn op hun beurt bouwtype, techniek, vormgeving, architect en sociaal-historische betekenis weer het meest van belang.

De samenhang met de omgeving heeft bij de beoordeling een grote -zo niet dominerende -rol gespeeld. Objecten als daglonerhuizen, weverswoningen, smidsen e.d., ontlenen vooral daaraan vaak hun bijzondere waarde. Een op zich interessant object, dat als laatste getuige de herinnering oproept aan een overigens verder geheel verstoorde situatie, scoort doorgaans minder hoog, dan een object dat deel uitmaakt van een karakteristieke, betrekkelijk ongerept gebleven omgeving. Daarentegen zal een in detail aangetaste reeks gebouwen, die een onderdeel vormt van een qua maat en schaal nog goed bewaarde en interessante structuur, op grond daarvan in deze inventarisatie juist worden meegenomen. Tenslotte heeft, zoals men begrijpen zal, ook de zeldzaamheidswaarde van een object of nederzettingstype bij de afwegingen meegespeeld.

Onnodig te zeggen dat genoemde criteria niet alleen van belang zijn in het kader van deze inventarisatie. Zij spelen een cruciale rol bij het concrete monumenten- beleid van de provincie Noord-Brabant: bij het bepalen van de prioriteiten voor het behoud van cultuurhistorisch waardevolle objecten en het ontwikkelen van het daarvoor meest geëigende instrumentarium.

Naast genoemde criteria zullen in de praktijk ook andere factoren (bouwkundige staat, mogelijkheden tot functiewaardering, beschikbare middelen e.d.) het eventuele behoud van cultuurhistorisch waardevolle objecten bepalen.

Pagina -6

3. WERKWIJZE

Bij het in kaart brengen en beschrijven van de verschillende cultuurhistorisch waardevolle objecten, met het doel een overzicht te geven van wat in de provincie op dit gebied bewaard is gebleven, werden de samenstellers met een aantal beperkingen geconfronteerd.

Om te beginnen was het met de beschikbare mankracht en financiële middelen,

gelet ook op het tijdsbestek waarbinnen de werkzaamheden moesten worden afgerond, nauwelijks mogelijk uitvoerig bronnenonderzoek te verrichten naar de geschiede- nis van een bepaald gebied. Men was voornamelijk aangewezen op de beschikbare informatie, die doorgaans schaars aanwezig en bovendien niet altijd even betrouw- baar bleek.

Daarnaast waren er ook problemen van meer praktische aard. Zo leende, vooral in dicht bebouwde kommen, de situatie er zich niet altijd voor om bijvoorbeeld alle gevels van een gebouw nauwgezet te bestuderen. Voor interieurs gold dit in nog sterkere mate; deze konden slechts bij hoge uitzondering worden bezichtigd. In verband daarmee kan het hier gepresenteerde materiaal slechts een indruk geven - zij het dan ook een redelijk verantwoorde -van de in de gebouwde omgeving aanwezige waarden, die voorwerp van monumentenzorg kunnen zijn en die bij planologische beslissingen in de beschouwing moeten worden betrokken.

Bij het bestuderen en beschrijven van de objecten is, zoals al aangestipt, de samenhang met de directe en met de nederzetting als geheel voortdurend goed in het oog gehouden. Een object kan, als deel én als exponent van een groter geheel, immers niet adequaat worden beschreven, als dit totaalbeeld bij de onderzoeker ontbreekt.

Belangrijke aanknopingspunten voor dit totaalbeeld vormen onder meer de specifieke kenmerken van de omgeving (hoogteligging, reliëf, perceelsvorm, bodemgebruik e.d.), die een rol hebben gespeeld met betrekking tot de plaats en aard van de nederzetting. Zo is er een hemelsbreed verschil tussen het landbouwgebied in de polders van Noordwest-Brabant en, om wat te noemen, een Kempens akkerdorp. In het eerste geval domineert het open, vlakke land, met zijn grote, verspreid gelegen boerenhoeven; in het tweede geval hebben we te maken met een veel kleinschaliger akkerstructuur met een lint van boerderijen, gelegen op de oeverwallen van beken. Behalve het onderkennen van verschillen in "decor", is ook het bepalen van de invloed daarop van historische en sociaal-economische factoren -als conjunctuur, machtspatronen, bestaansmiddelen, verkeersbindingen enz. -van groot belang voor het invullen van dat totaalbeeld. Een goed voor- beeld daarvan is Vught, dat zijn vorm met Markt en stationsbuurt kreeg onder invloed van de oude hoofdwegen tussen Eindhoven, Den Bosch en Tilburg, alsmede de latere spoorlijn.

En ten slotte kan ook literatuur over een gebied en de daarbinnen gelegen nederzettingen een -zij het vaak globaal -beeld geven van de dominanten die bij de ontwikkeling daarvan een rol hebben gespeeld.

Al dit materiaal tezamen vormt als het ware een soort "onderlegger", die in meerdere of mindere mate houvast biedt bij het verwerven van inzicht in hetgeen als karakteristiek mag worden aangemerkt.

In dit verband zijn ook oude kaarten van belang, vooral de sinds ca. 1830 gepubliceerde topografische kaarten 1:25.000 en 1:50.000. Deze zijn namelijk direct vergelijkbaar met de huidige stafkaarten van dezelfde schaal en geven daarvoor een goed beeld van het veranderingsproces dat zowel nederzettingen als landschap in de loop der tijd hebben ondergaan. Overigens is het patroon dat uit het bestuderen en vergelijken van deze kaarten naar voren kwam, steeds ter plekke aangevuld met eigen waarnemingen met betrekking tot stratenpatroon, bebouwing en beplanting.

Pagina 7

In hoeverre is, ondanks de hier gekozen opzet, waarbij een aantal concrete criteria als uitgangspunten dienen, toch niet het gevaar aanwezig dat er bepaal- de subjectieve elementen in de beoordeling sluiten?

Degene die de inventarisatie uitvoert, maakt uit wat hij wel en niet documenteert. Hij wordt daarbij geleid door zijn kennis van de historische karakteristiek van de nederzetting. Welke elementen bepalen het eigen -specifieke -karakter daarvan? Is dit "eigene" nog afleesbaar aan bebouwing of omgeving en in hoeverre is het door veranderingen verstoord?

Het zal duidelijk zijn dat alleen al dit deel van het afwegingsproces niet geheel objectief kàn zijn. Het wordt immers niet alleen bepaald door de doelstelling van het onderzoek, maar ook de persoon van de inventarisator en de tijd waarvan hij het product is.

Tegelijkertijd echter mag men erop vertrouwen dat de systematiek en de criteria die aan dit onderzoek ten grondslag liggen, een zekere garantie bieden dat persoonlijke voorkeuren bij de beoordeling uiteindelijk nergens de boventoon voeren.

In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het verband tussen de ruimtelijke vorm van de nederzetting en de geomorfologische en landschappelijke context waarin zij geplaatst moet worden. Aansluitend volgt een schets van de karakteristieke bebouwingstypen en groenelementen.

In het daarop volgende hoofdstuk worden de verschillende objecten alfabetisch per straat behandeld. straten die zich onderscheiden door een duidelijke samen- hang van de daarin gelegen objecten, worden in voorkomende gevallen bovendien afzonderlijk beschreven.

Per object worden vermeld: huisnummer, algemene typering, geschatte bouwdatum, exacte bouwdatum. (b.v. blijkens muurankers, jaarsteen, literatuurvermelding), data van belangrijke wijzigingen, de aanwezigheid van eventuele artefacten, zoals stootstenen, hekpalen e.d., bijgebouwen (met vermelding van eventueel afwijkende datering), eventuele opmerkingen over details of bijzondere onderdelen.

In tegenstelling tot de geschatte bouwdatum is de exacte bouwdatum in de tekst steeds onderstreept aangegeven.

Voor zover het rijksmonument betreft, zijn de beschrijvingen ontleend aan de officiële monumentenlijst, zo nodig onzerzijds aangevuld (aangegeven met N.B.) .

Iedere inventarisatie bevat bovendien één of meer kaarten van het onderzoeksgebied, schaal 1:10.000 (bij dichtere bebouwing ook uitsneden met schaal ca. 1:5.000). Daarop zijn de volgende zaken aangegeven:

geïnventariseerde objecten met cultuurhistorische betekenis (zwarte stip)

beschermde monumenten (zwarte stip met cirkel)

straatnamen en huisnummers

gemeentegrenzen

dijken, waterlopen en steilranden

oude wegenpatronen en oude akkerbodems met een humusdikte van minimaal 50 cm. (globaal aangegeven).

Pagina 8

Beschermende stads- en dorpsgezichten, alsook landgoederen, zijn eveneens aangegeven. Groepen gebouwen die een karakteristiek geheel vormen of die deel uitmaken van een interessant nederzettingstype, zijn omlijnd.

Pagina 9

4. HISTORISCHE KARAKTERISTIEK VAN WOUW

Landschap

De gemeente bevat de kerkdorpen Wouw, Moerstraten, Heerle en Wouwse Plantage, verder de gehuchten Akker, Hazelaar, Hoevestein, Oostlaar, Plantage Centrum, De Rotting, Vleet, Vijfhoek, Wouwse Hil en Zoomvliet. In het noorden wordt de gemeente rechtlijnig begrensd door de polders en akkergebieden van Steenbergen en Halsteren. In het oosten loopt de flauw gebogen grens met Roosendaal over de akker- en graslandbodems. In het zuiden wordt de gemeente begrensd door de rechtlijnige grens met Huijbergen die loopt op de scheiding van weilanden en het bos van de Wouw se Plantage en de rijksgrens met België (gemeente Kalmthout). In het westen de rechtlijnige grens met Bergen op Zoom, ten dele door oud bos van de Wouwse Plantage en voormalige heidevelden, nu akker- en graslandbodems.

De gemeente wordt doorsneden door een aantal waterlopen. Een deel ervan zijn natuurlijke waterlopen. De grootste zijn de Running of Rannings waterloop en Smalle Beek die van zuid naar noord lopen. De kleinere waterlopen zijn: Haiinkbeekje en Bieskensloop in het oosten. De door de mens gegraven: waterlopen zijn: De Linge of Bergse Water en Bameers Loop in het noord-westen de Bleekloop, Zeepe, Zoom, Spillebeek en Biekensloop in het zuiden zijn voormalige turfvaarten annex ontwateringslopen. De Linge werd tevens gebruikt voor de inundaties van de vesting Steenbergen.

Het gebied ligt globaal tussen 0,3 meter beneden N.A.P. in het uiterste noord-oosten, oplopend tot 13,7 meter boven peil in het zuiden bij Plantage Centrum en Borgvlietse Duinen. Heerle en Moerstraten liggen op ca. 3 meter boven N.A.P. De kern van Wouw op 6 meter. Rond Wouwse Plantage liggen enige geisoleerde heuvels op ca. 10 meter boven N.A.P. Het landschap is zeer wisselend met zijn ruggen, welvingen, dalen, laagten, maar ook vlakten.

Oostelijk van Heerle en rond Wouw vertoont het landschap een onregelmatige verkaveling en wegenpatroon met verspreide bebouwing met enkele bosjes in de beekdalen. Bij Moerstraten heeft het landschap kenmerken van een polder. Met rechthoekig wegenpatroon en verkaveling.

De gemeente ligt in een overgangsgebied, met dekzanden in het oosten en zuiden en een zeekleigebied in het noorden en westen. Westelijk van de gemeente ligt een abrupte overgang tussen zand- en zeekleigronden door middel van steilranden. Dit gebied wordt wel de Brabantse rug genoemd. Het hoogste deel van de zandgronden, dat gedeeltelijk bestaat uit stuifzanden, ligt nabij deze rug, een ander gedeelte in de Wouwse Plantage. Deze dekzanden zijn na de laatste ijstijd, ca. 10.000 jaar geleden onder invloed van wind gevormd. De bodem bevat een humushoudende bovenlaag, die onder andere door landbouwontginningen is gevormd. Er zijn oude akkerbodems (hoge zwarte enkeerdgronden) met een humuslaag dikker dan 0,5 meter bestaan uit leemarm en zwaklemig fijn zand, deze liggen oostelijk van Heerle en de Biekensloop, en noordoostelijk, oostelijk en zuidelijk van Wouw. Jonge akkerbodems (haar- en laarpodzolgronden) van leemarm en zwak lemig fijn zand met humuslaag van 0,05-0,30 meter dikte liggen rondom de oude akkerbodems. De Smalle Beek is door regenwater en ten dele door smeltwater ontstaan, doorsnijdt deze bodems met beekeerdgronden van lemig fijn zand waarboven een zanddek met moerige gronden. Bij Heerle en Moerstraten kan de humuslaag een dikte van 0,4 meter hebben. De zeeklei is in de late middeleeuwen afgezet door overstromingen over veen.

Pagina 10

In de beekdalen zijn beekafzettingen met oeverwallen gevormd. In de lagere gebieden, bij Moerstraten en Wouwse Plantage heeft zich veen gevormd. In de beekdalen zijn de veenlagen nog aanwezig de rest is uitgemoerd. De polder Oudland ten noorden van de gemeente in Steenbergen is al in 1331 bedijkt. Na omvangrijke overstromingen in de 15e eeuw werd het gebied herdijkt.

Het landschap bestaat uit de volgende eenheden:

a. De bebouwde kommen van Wouw, Heerle, Moerstraten, Wouwse Plantage en de eerder genoemde gehuchten.

b. De beekdalen met onder andere steilranden, gras- en beemlanden. Nabij Wouw langs de Smalle Beek vrij gave beemlanden met knotwilgen. Een laatste restant van een beekdalbos ligt in De Zure Maden.

c. De voormalige turfvaarten en ontwateringssloten. Vooral bijzonder is De Zoom met zijn fraaie hakhoutbegroeïng.

d. De oude akkerbodems oostelijk van Heerle en de Biekensloop, en oostelijk en zuidelijk van de kern Wouw, met een humushoudende bovenlaag dikker dan 0,5 meter.

e. De voormalige heidegebieden, nu ontgonnen tot akker en weidegebieden met plaatselijk nog enige restanten van houtwallen zoals bij Herelse Heide, Bameerweg, Boerenweg, Zoomvlietweg, Blekloop en Heistraat.

f. De voormalige heidegebieden en vennen, nu deel uit makende van de Wouwse Plantage, die beplant is met naald- en loofbout.

De relaties tussen de verschillende onderdelen van het cultuurlandschap en de nederzettingen zijn nog goed afleesbaar. Het is een unieke dwarsdoorsnede van eeuwen occupatiegeschiedenis, waarbij zowel vestigingen op oeverwallen, verspreide hoeve-ontginningen uit de middeleeuwen als planmatige recente ontginningen aanwezig zijn. Met name het beekdal van de Smalle Beek met de parallel lopende Herelse Straat en de akkers en beemden geeft de relatie nederzettingen-landschap nog goed weer.

Nederzettingen

Wouw met de gehuchten Heerle, Moerstraten, Wouwse Plantage en de buurten Akker, Hazelaar, Hoevestein, Oostlaar, Plantage Centrum, De Rotting, Vleet, Vijfhoek, Wouwse Hil en Zoomvliet is een van de oudste plaatsen in West-Brabant. Het zou een domeinakkerdorp uit de vroege middeleeuwen kunnen zijn. De domeinstructuur van Wouw zou het nederzettingspatroon kunnen verklaren.

In de oudste brieven over Wouw uit 1291, 1303 en 1306 noemt Gerard van Wesemale zich "Heer van Woude". De heren van Bergen op Zoom hielden onder andere verblijf in Wouw in een groot met donjon versterkt kasteel. De geschiedenis van dit kasteel is roerig. Er hebben meerdere oude hoven in Wouw gestaan uit de 13e eeuw of vroeger: Huize "Moerbeek" met omgrachte hof in de Bulkstraat; verder bij de Trist aan de Biezenstraat; 't Sas aan de Herelsestraat en vlak ten noorden van de grens met Steenbergen in de Kruislandse Polder "Spelreborch".

Ook worden de volgende boerenhofsteden genoemd: Looike in 1326; Poortgoed in 1503; Spreeuwenburg in 1515; Goed Heyskensplas in 1530 met een verdeling in 1682. Verder stond in 1859 bij Dassenplas in het uiterste noordwesten van de gemeente nog een om9racht huis. Verschillende boerderijen dragen deze namen nog en staan mogelijk nog op hun authentieke plaats.

Pagina 11

Het landgoed de Wouwse Plantage bestond wellicht reeds aan het einde van de 13e eeuw. Voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de nederzetting is het zeer bepalend geweest. Het was toen een woest terrein van heide en vennen. In 1504 wordt het landgoed Oude Plantage en ook wel Huijbergse Plantage genoemd. Het is dan in gebruik bij de Markies van Bergen op Zoom. In 1541 vindt een eerste grote uitbreiding plaats door Antonius van Glymes. Een tweede in 1640 en een derde rond 1750. In 1759 wordt voor de plantage een geheel nieuw ontwerp gemaakt door Henri Adan, dit wordt ook uitgevoerd. uit 1830 is er een beschrijving van de Plantage. Hij is beplant met dennen- en eikenbossen met fraaie lanen en talloze wandelpaden, die in "Centrum" bij elkaar komen. Het landgoed krijgt in 1847 zijn eigen landhuis temidden van de agrarische bebouwing.

Een tweede landgoed in Wouw was "Altena". Het is nu ingeplant met bos. Aanwezig zijn nog steeds een oude wal en gracht. Ook is er een schans in Wouw. Deze ligt direct ten zuiden van de Torenstraat. Wal en gracht zijn nog herkenbaar. Vermoedelijk is de schans in 1747 door de Fransen bij de belegering van Bergen op Zoom aangelegd.

Wouw kan beschouwd worden als een tiendakkerdorp met een niet agrarische buurt rond de centrale gotische Lambertuskerk uit 1414. Reeds in 1272 moet er een stenen kapel "van Onze Lieve Vrouw in het Woud" hebben bestaan. Vanouds werd dit verkeersdorp aan de weg tussen Bergen op Zoom en Breda gekenmerkt door de rechthoekige marktplaats met daaromheen handelsactiviteiten en een zeer sterke concentratie van niet agrarische lintbebouwing zoals voerliedenhuizen, smeden, paardenstallen, winkels, herbergen en logementen. Vermoedelijk is niet Wouw de oudste nederzetting maar een van de omliggende dorpen.

Al vroeg moet ook hier een klooster St. Catharinadal gelegen hebben in het uiterste noordoosten. In 1279 wordt dit klooster door de Heer en Vrouwe van Breda gesticht. In 1863 wordt de spoorlijn aangelegd. Het station van Wouw ligt aan de Bergsebaan tussen Bergen op Zoom en Roosendaal. Rond 1936 wordt het voor personenvervoer gesloten. Het goederenvervoer stopte in 1972. Wel werd in de oorlog en voor bedevaartgangers het station nog gebruikt. In 1577 wordt voor het eerst melding gemaakt van een dorpshuis waar onder andere de vierschaar in zetelde. In 1740 wordt op het marktplein een nieuw dorpshuis gebouwd, dat op zijn beurt in 1923 het veld moest ruimen voor een nieuw gemeentehuis, nu de plaatselijke bibliotheek.

In 1277 wordt Heerle voor het eerst vermeld in oude brieven. Het krijgt een eigen parochie in 1307. Voor die tijd viel Heerle onder de parochie Bergen op Zoom. De middeleeuwse kerk werd in 1861 afgebroken en een jaar later vervangen door de huidige H. Gertrudis van Nijvelkerk. Deze is uitgebreid in 1924 en 1950,

De oudste vermelding van Moerstraten stamt uit 1359. In 1560 staat er op de hoek van de Moerenstraatseweg en Hellegatsestraat een kapel, die later dienst doet als dorpshuis, rechtshuis. Ook de vierschaar zetelt er. In de laatste oorlog gaat het gebouw verloren.

In 1810 wordt het gemeente Wouwen Moerstraten. Voor 1925 is de nederzetting kerkelijk nog opgedeeld tussen de drie parochies Wouw, Heerle en steenbergen. Moerstraten wordt in 1926 een zelfstandig kerkdorp met de bouw van de R.K. Kerk van H. Theresia van het Kind Jezus. Ook wordt in dat jaar de eerste openbare school gebouwd.

Pagina 12

De nederzetting Wouwse Plantage ontstaat pas rond 1870 door toedoen van baron de Caters, eigenaar van de toenmalige landgoed "Wouwse Plantage". Stedenbouwkundig gezien heeft hij onder andere de rooilijnen bepaald van de Dorpsstraat, nu Plantagebaan geheten. Met de bouw van de noodkerk in 1870 wordt Wouwse Plantage een kerkdorp. In 1876 wordt de H. Gertrudiskerk gebouwd. In 1891 wordt deze vervangen door de huidige met uitbreiding en herstelling in 1925 en 1950.

Ook bouwt baron de Caters in 1872 een school. Deze wordt in 1878 vervangen door een nieuwe. Al in de 13e -14e eeuw moeten grote delen van de gemeente Wouw ontgonnen zijn geweest. De gesteldheid van de grond is anders dan in de meeste dorpen in de omgeving. Hij is van een goede kwaliteit, die geen zware bemesting vereist. De turfwinning in het verleden heeft voor een belangrijk deel de nederzettingsstructuur bepaald. Reeds in 1354 werden er bijzondere rechten uitgegeven. De Zoom, die de gemeente in tweeën snijdt, heette voorheen Moervaart. Deze is vermoedelijk in 1329 gegraven. Oorspronkelijk was de Zoom bevaarbaar. De Ligne is ook een voormalige turfvaart. Ten behoeve van de poorters van Bergen op Zoom werd in 1408 "Het Poorteren Moer" opnieuw verkaveld. Op het einde van de 16e eeuw is hier de turfwinning vrijwel geheel verdwenen. De Zoom is diverse malen uitgediept en genormaliseerd.

Bebouwing en groenelementen

Woonhuizen

De architectuur van de huizen in de oudste straten geeft een overwegend 19e eeuws beeld te zien. Aan de westkant van de Markt is vanwege het oorlogsgeweld een rij huizen vervangen door nieuwbouw, gedeeltelijk met behoud van oude muurresten en kelders. De Marktplaats Wouw heeft een middeleeuws wegenpatroon. Uit het bestaan van middeleeuwse marktrechten zou verwacht kunnen worden, dat Wouw al vroeg veel niet agrarische huizen moet hebben gehad. Het waren woningen van handelaren, voerlui en kooplieden, herbergiers, smeden, wagenmakers en dergelijke.

In het huidige straatbeeld zijn nauwelijks nog huizen uit die tijd bewaard gebleven. De voormalige 16e eeuwse pastorie aan de Bergstraat (foto 32 en 33), maakt hierop een uitzondering. Het is een blokvormig gebouw in twee bouwlagen tussen tuitgevels, met een monumentale hardstenen deuromlijsting uit 1727 en gesmeed ijzerwerk in bovenlicht uit 1740. Ook staat er een koetshuis bij. De oudste huizen gaan echter in veel gevallen schuil achter jongere gevels. Voorbeelden zijn: Bergsestraat 28, een gepleisterde pilastergevel van vijf traveeën uit de tweede helft van de 19e eeuwen zijmuren die 18e eeuws kunnen zijn (foto 26). In dezelfde straat no. 30 een huis met eclectische

stijlkenrnerken uit het vierde kwart van de 19e eeuw. De voorgevel bevat vier traveeën. In de zijgevel is duidelijk de verhoogde dakaanzet te zien en de vlechting van de oude muurbeëindiging van het vroegere steilere dak. Duidelijk is hier een ouder huis te herkennen (foto 28). Zo wijzen gepleisterde gevels vaak ook op een oudere kern in het huis. Bergsestraat 1, heeft twee bouwlagen en is aan de achterkant verhoogd. Het is geheel voorzien van blokpleisterwerk. Dit kan een Kempisch verdiepingshuis zijn en zou dan 18e eeuws of mogelijk nog ouder kunnen zijn (foto 22). Een ander voorbeeld is Roosendaalsestraat 19. Het heeft een gepleisterde a-symmetrische gevel van vijf traveeën breed uit het derde kwart van de 19e eeuw. De tuitgevel bevat ouder metselwerk, links lopen de pannen over de buitenmuur door.

Pagina 13

Bovengenoemde huizen zijn alle zogenaamde "brede" huizen onder zadeldak tussen tuitgevels. De lange gevel en de nokrichting liggen parallel aan de straat.

Ook in de zogenaamde "diepe" huizen kan een ouder huis schuil gaan. Bij dit type ligt de korte gevel aan de straat. Ook de nokrichting is vrijwel loodrecht op de straat (zie Bergsestraat 32 foto 29). Meestal hebben de oudste huizen van dit type uit de 16e-18e eeuw een zadeldak met een tuit- of een in- en uitgezwenkte gevel aan de straat. In de 18e eeuw komt de ingezwenkte lijstgevel in zwang. Een goed voorbeeld is Roosendaalsestraat 42 (foto 182). Het huis is geheel gepleisterd. De voorgevel is voorzien van 19e eeuwse kozijnen en blokpleisterwerk. De ingangspartij is vroeg 19e of 18e eeuws. Mogelijk bevat dit huis een oudere kern. Een ander voorbeeld van het diepe huis is: Roosendaalsestraat 25. Het langwerpige huis heeft een zadeldak met wolfeind aan de straat. Achter een oud bedrijfsgedeelte. Aan de straat een laat 19e eeuwse voorgevel met lijst. De gepleisterde zijgevel en de veldkeien op het erf wijzen mogelijk op de ouderdom (foto 178).

Ook combinaties van diepe en brede huizen kunnen wijzen op verbouwingen van oudere voorgangers. Roosendaalsestraat 18 (foto 172) en 46 (foto 186) hebben beide een 19e eeuwse tweelaagse voorgevel. In de zijmuren zit ouder metselwerk. Van het laatste huis lijkt de voorgevel met één verdieping te zijn verhoogd. Vrijwel zeker heeft dit huis aan de straat een tuitgevel gehad. Natuurlijk zijn er meerdere kenmerken waarop en huis gedateerd kan worden. Laagweg 5 bevat ellipsbogen boven de vensters van huiskamer en opkamer. Op grond van deze kenmerken zou dit huis laat 18e eeuws kunnen zijn. Jammer genoeg is dit huis recent sterk verbouwd (foto 84). Bij al deze huizen zou een bouwhistorisch onderzoek zeer op zijn plaats zijn, om meer over de bouwhistorie van het oude Wouwse huis te leren kennen.

Naast de vele verbouwingen aan oude huizen is er in de 19e eeuw ook veel nieuw gebouwd, van eenvoudige eenlaags dorpswoonhuizen tot deftige tweelaags herenhuizen met een rijke detaillering. De eenvoudige dorpswoonhuizen zijn te onderscheiden naar het aantal traveeën. Ze zijn drie, vier of vijf traveeën breed. Alle zijn het brede huizen met een zadeldak tussen tuitgevels parallel aan de straat. Goede voorbeelden van het type met drie traveeën zijn: Herelsestraat 128 met gepleisterde voorgevel; Nieuwstraat 7 met zesruits vensters;

Plantagebaan 129 eveneens met zesruits vensters en geometrisch bovenlicht en bovendien een koetshuis voor drie wagens; Roosendaalsestraat 24 en 54 met T-vensters en in dezelfde straat no. 40 met zesruits vensters en vier paneels- voordeur (foto's respectievelijk 56, 115, 129, 177 en 181).

Huizen van vier traveeën staan in de Bergsestraat, no. 27 met voordeur voorzien van kussen- en briefpanelen (foto 25) en no. 54 met gepleisterde gevel, zesruits vensters en geometrisch bovenlicht (foto 36). Voorbeelden van huizen met vijf traveeën zijn: Bergsestraat 25 met voordeur met smeedijzeren rooster (foto 24); Nieuwstraat 2 met T-vensters, voordeur rooster en bovenlicht met levensboom (foto 112) en Roosendaalsestraat 38 uit 1886 met zesruits vensters (foto 180). Al deze huizen hebben ook een klein trapje bij de voordeur.

De eenlaags deftige dorpswoonhuizen uit het vierde kwart van de 19e eeuw behoren tot de eclectische stijl. De meeste huizen van dit type zijn vijf traveeën breed. De oudste exemplaren hebben zadeldaken tussen tuitgevels, de huizen die rond de eeuwwisseling zijn gebouwd hebben mansardedaken. Alle zijn het brede huizen. Het peilniveau ten opzichte van de straat ligt beduidend hoger dan bij de minder deftige huizen. Bij de voordeur ligt voor het huis meestal een trapje van natuurstenen bloktreden.

Pagina 14

Een voorbeeld van deze huizen is: Herelsestraat 163. Hier zijn de muuropeningen voorzien van T-vensters met een kroonlijst en Ionische pilasters. Aan de straat een hekwerk tussen gietijzeren balusters (foto 62). Roosendaalsestraat 59 heeft muuropeningen met stuclijsten en een bekroning met kuif T-vensters en kroonlijst met consoles een levensboom in bovenlicht en een frontale stoep (foto 189). Markt 21 bevat hoekpilasters en een door van een tympaan bekroonde middenrisaliet. De muuropeningen hebben een kuif en de kroonlijst rust op consoles. Het huis heeft een hardstenen basement en een frontale stoep (foto 98). Herelsestraat 134 uit 1899 bevat neo-renaissance decoraties in baksteen in de boogtrommels boven de muuropeningen. Opmerkelijk is de zinken leibedekking en de harmonisch in het dak opgenomen dakkapelletjes (foto 58).

Ook zijn er kleinere dorpswoonhuizen te bekennen van drie en vier traveeën breed, maar dat zijn uitzonderingen. Bergs~straat 35 met schilddak, wenkbrauwbogen en bloemornament boven de muuropeningen (foto 30) is een voorbeeld. In dezelfde straat no. 56 met middenrisaliet (foto 37). Beide hebben een bekroonde dakkapel en horizontale banden in de voorgevel.

De grootste herenhuizen staan aan de Markt 22 en 27. Beide huizen zijn prachtige voorbeelden van die tijd veel toegepaste eclectische stijl. In de vormgeving van het eerste huis worden de rijke stucdecoraties van de voorgevel, die uit vier traveeën bestaat en vier pilasters, zeer harmonieus afgewisseld met baksteen. Twee pilasters hebben een composiet kapiteel. Voor de T-vensters op de verdieping bevinden zich gietijzeren raamroosters (foto 99). Het andere huis uit 1800, behoorde bij de bierbrouwerij "de Ster", deze heeft tot 1958 op het achterliggende terrein bier gebrouwen. Het huis heeft een zadeldak tussen tuitgevels. De gepleisterde voorgevel bevat vijf pilasters waartussen vier raamtraveeën, cordonlijst en hardstenen basement. De zuilschacht in de onderpui van de gevel heeft een regelmatige verdeling van geblokte banden. Links van het huis een gestucte poort voorzien van een tympaan en bekroond door een witte zwaan geflankeerd door gietijzeren vazen (foto 100).

De pastorie aan de Plantagebaan 221 is gebouwd in 1877. De gepleisterde voorgevel bevat hoek- en midden pilasters. Ook hier is de zuilschacht voorzien van geblokte banden. De decoratie is hier beperkt tot een kleine bekroning boven de vensters (foto 139). Een ander voorbeeld is Herelsestraat 115 uit het tweede helft van de 19e eeuw. Mogelijk bevat dit huis een oudere kern. Het is geheel gepleisterd. De enige decoratie van dit vijf traveeën breede huis is het blokpleisterwerk aan de voorgevel en de aanzet- en sluitstenen boven de muuropeningen (foto 52).

Wat bescheidener van grootte en architectuur zijn de huizen

Roosendaalsestraat 1,20 en 44, alle uit het vierde kwart van de 19e eeuw. Ze zijn drie traveeën breed. Aan weerskanten van de voordeur bij no. 1 zit een gietijzeren schraaprooster voor de schoenen. De erfafscheiding bevat pilasters met een uitbekroning (foto 167). No. 20 heeft een gepleisterde voorgevel en stuclijsten rond de muuropeningen (foto 174). No. 44 heeft met een bewerkte voordeur en een ongepleisterde gevel (foto 184).

Rond de eeuwwisseling zijn enkele dubbele woonhuizen gebouwd. Goede voorbeelden zijn: Halstersebaan 25, nu samengevoegd tot één huis. Geen enkel overbodig detail is hier aanwezig: Uiterst bescheiden woonden de mensen naast elkaar onder het zelfde zadeldak. Vensters met luiken, oorspronkelijk met zesruits verdeling. Kelderlicht naast de voordeur (foto 42);

Pagina 15

Roosendaalsestraat 13-15 heeft hoek- en middenpilasters naast de gezamenlijke ingangspartij, de vensters hebben segmentbogen (foto 171). In dezelfde straat staan de no.'s 47-49 met een geheel andere variatie in vorm en detail (foto 187).

Het landgoed Wouwse Plantage bezit een kasteelachtig landhuis uit 1845, dat in 1895 in neorenaissance stijl werd verbouwd (foto 146). In de directe omgeving hiervan staan een vijftal huizen onder andere een boswachtershuis en andere dienstwoningen van rond 1875 in de zogenaamde rustieke stijl met chaletachtig voorkomen (foto's 151, 156, 164 en 165).

Kort na 1900 worden nog een paar grote huizen gebouwd. De doktorsvilla "Eikenhof" uit 1905, aan de Roosendaalsestraat 64 ligt op een kleine heuvel en heeft horizontale banden in de voorgevel. Links een erker over twee bouwlagen en rechts een topgevel, het geheel met kenmerken van de Hollandse-renaissance stijl (foto 192). In de Bergsestraat 47, staat een notarishuis met hoekpilasters en een middenrisaliet met erker en balkon, op de verdieping erboven een trapgevel (foto 34). In dezelfde straat ligt op no. 18 de pastorie (foto 23), aan de Plantagebaan staat een ander groot huis (foto 140). Beiden hebben enig siermetselwerk in zakelijke vormen.

Na de jaren twintig ontstaan er enkele burgerhuizen. Goede voorbeelden staan aan de Plantagebaan 176,212 en 214 (foto's 127, 136 en 137). Met Herelsestraat 116 komen ook de invloeden van de Amsterdamse school binnen de gemeentegrenzen (foto 53).

Typerend voor de wederopbouw na 1950, zijn de huizen in de Pastoor Potterstraat Het zijn steeds twee woningen onder één kap (foto 231). Ook aan het Torenplein komen nieuwe huizen. Een voormalig burgemeestershuis (foto 232) en kantoren annex dienstwoningen voor P.T.T. en marechaussee.

Boerderijen

De boerderijen in deze gemeente zijn in vier typen te onderscheiden namelijk: het west-brabantse type met vrijstaand woonhuis; het zelfde type maar dan met aangebouwd woonhuis; de langgevelboerderij en de kortgevelboerderij.

Het West-Brabantse type is de boerderij die het meest voorkomt. Kenmerkend voor dit type is in de meeste gevallen het vrij royale deftige een laags woonhuis met zadeldak tussen tuitgevels en symmetrische voorgevel van vijf traveeën breed met versieringen van segrnentbogen, horizontale banden, geprofileerde stuclijsten, kuiven e.d.. De voorgevel staat naar de straat gekeerd. De hoofdindeling van het woonhuis ziet er als volgt uit: lange gang in het midden met links en rechts een kamer, hierachter aan de ene kant een keuken met kelder en opkamer en aan de andere kant van de gang een slaapkamer met de trap naar boven. Op de verdieping meerdere slaapkamers en hierboven een vliering. Opvallend op het erf zijn één of meerdere grote vrijstaande schuren met stal en deel in de lengte richting. Voorbeelden van het West-Brabantse type met een vrijstaand woonhuis zijn: Akkerstraat 16 uit 1852, helaas is de oude schuur afgebroken (foto 6); Herelsestraat 155 uit ca. 1905 met een tweelaags woonhuis onder chaletachtig dak (foto 61); Waterstraat 4 uit ca. 1910 met omlopend schilddak, pilasters en middenrisaliet waarboven gemetselde dakkapel met boogvormige bekroning en diverse schuren met stallen (foto's 208, 209) en Spellestraat 51 uit 1928 met wat strakkere detaillering onder mansardedaken (foto 199). Bij Westelaarsestraat 35 uit ca. 1935, is het woonhuis gebouwd met kenmerken van de Delftse school.

Pagina 16

Naast de grote schuur met stal staat hier nog een oude Vlaamse schuur met rieten dak op het erf. Als laatste voorbeeld kan Plantagebaan 75 genoemd worden uit 1877 met een schuur voorzien van vier ellipsvormige schuurdeuren naast elkaar (foto 124).

Goede voorbeelden van het West-Brabantse type met aangebouwd woonhuis zijn: een zeer oude hoeve aan de Spellestraat 49, waarvan het bakhuis dateert uit 1698 (foto's 197 en 234); 19e eeuwse hoeven aan de Herelsestraat 174 en Roosendaalsebaan 86 (foto's 66 en 166); en vroeg 20ste eeuwse boerderijen aan de Akkerstraat 15, Luienhoekweg 3, Plantagebaan 18, Steenbergsestraat 6, Westelaarsestraat 56 en Zoomvlietweg 5 (foto's respectievelijk 3,86, 118, 201, 204, 220 en 227). In de 19e eeuw komt ook een bescheiden minder deftige uitvoering voor, met een drie traveeën breed woongedeelte. West straat 3 is hiervan een voorbeeld (foto 223).

De oudste langgevelboerderij staat aan de Spellestraat 50, en dateert uit de 17e- of 18e eeuw (foto 198). Uit de tweede helft van de 19e eeuw zijn de boerderijen Kruislandse weg 31 en Plantagebaan 73 goede voorbeelden (foto's 81 en 123).

Van de kortgevelboerderijen is die aan de Bergsebaan 69 uit ca. 1940 een goed voorbeeld (foto 19).

Een voorbeeld van een herbergboerderij uit de 18e eeuw is Moerstraatseweg 112. Het bevat nog steeds een 19e eeuwse gelagkamer compleet met tapkast en interieurbeschildering, waaronder een beschilderd schouwt je met religieuze en profane zaken (foto 110 en 235). Ook staat er een herbergboerderij uit de 19e eeuw aan de Bergsebaan 71 (foto 20).

In sommige gevallen resteert van de boerderij alleen nog de oude Vlaamse schuur.

In de gemeente komen ook diverse 19e eeuwse landarbeidershuizen voor. Enkele goede voorbeelden zijn: Akkerstraat 17, Bulkstraat 1, beide met rieten dak voorzien van eenzijdig wolfeind (foto's 7 en 41). Verder Heistraat 1, Herelsestraat 168 en 198 en Moerstraatseweg 134 (foto's respectievelijk 43, 64, 68, 111).

Kerkelijke gebouwen

In Wouw staan vier kerken. De oudste is de middeleeuwse Lambertuskerk, een laatgotische basilicale kruiskerk met vierkante toren. De Mechelse architectenfamilie Keldermans moet een belangrijk stempel gedrukt hebben op de vormgeving van de kerk. In de laatste oorlogsdagen werd de kerk zwaar beschadigd. Toren en middenschip zijn geheel herbouwd. De transeptarmen en het priesterkoor bestaan uit ledesteen, de rest van de kerk uit baksteen afgewisseld met natuurstenen speklagen (foto's 206,207 en 207a). De plafonds in de kerk zijn gemetselde kruisgewelven. Het interieur bevat onder andere 17e eeuwse eiken

beelden.

De tweede kerk is de Gertrudis van Nijvelkerk in Heerle. Deze is gebouwd in 1864 door J. van Mansfeld. Het is een driebeukige kerk met basilicale opbouwen haaks hierop een gelijkvormige uitbreiding uit 1924 van Dom Paul Bellot. Het oude priesterkoor kwam te vervallen. Het geheel vormt een bijzonder hybridisch geheel (foto's 48 en 49). Achter de kerk ligt het kerkhof waarop onder andere een gietijzeren kruis met corpus op stenen sokkel (foto 50).

Pagina 17

De derde is de kerk van de H. Theresia van het Kind Jezus uit 1926 in Moerstraten. Architect was J. v. Groenendaal. Het is een eenbeukige kruiskerk met vierkante toren met gotiserende en Amsterdamse School-kenmerken (foto 107). Ook hier achter de kerk een gietijzeren kruis en corpus. Naast de kerk een stenen H. Hartbeeld (foto 108). De pastorie is eveneens van de zelfde architect (foto 106). De jongste kerk is de Gertrudiskerk in Wouwse Plantage uit 1925 door W.J. Bunnink in 1959 van een gevel en toren voorzien. Het is een gotiserende kruiskerk met vierkante, opzij geplaatste toren. De recente veranderingen zijn strak en sober (foto 138). Op het kerkhof achter de kerk een lijkenhuisje en gietijzeren kruis (foto 237). Naast de kerk een grote pastorie uit 1877 (foto 139). In de gemeente zijn twee Mariakapellen. Een aan de Spellestraat uit ca. 1935 van architect H.W. Valk (foto 194) en de ander aan de Steenbergsestraat uit

1944 (foto 203).

Een beeldnis met beeld van Lambertus uit 1953 siert de aanbouw van het voormalige burgemeestershuis aan het Torenplein (foto 233). Een restant van de openbare begraafplaats uit 1829 is nog te vinden aan de Bergsebaan. Onder andere liggen er nog enkele hardstenen monumenten uit 1880 en 1906 (foto 21).

In de Kloosterstraat staat het voormalige klooster van de zusters van Roosendaal uit 1850 en 1873 met kapel, binnenhof en voorplein aan de straat. In 1917 werd een school aangebouwd (foto's 76 tlm 79).

Industriële gebouwen en objecten

Een der oudste gebouwen is de bergkorenmolen uit 1825 met molenhuis uit het begin van deze eeuw (foto 1 en 2). Een voormalige 19e eeuwse bierbrouwerij staat aan de Bergsebaan 57-57a. Nu zijn het twee woonhuizen (foto 16 en 17). Aan de Markt 2 staat nog steeds een smederij met travalje of hoefstal uit de 19e eeuw (foto 94). Ook staat er een hoefstal voor de boerderij aan de Waterstraat 10 (foto's 210 en 211).

Baron de Caters heeft in 1903 en 1909 aan de Plantagebaan 229 een steenbakkerij met ringoven gesticht. Tot voor enkele jaren was deze nog steeds in bedrijf (foto 144).

Een laat 19e eeuwse maalderij staat aan de Herelsestraat 124 (foto 55). Zo staan er ook enkele huizen met bedrijfsruimten aan de Plantagebaan 199 en 200 (foto's 132 en 133). Nog steeds zijn de gebouwen en weegbrug van de Wouwsche Coöperatieve Landbouwvereniging aan de Bergsebaan in gebruik. Ze dateren uit 1905, 1909 en 1960 (foto's 8,9 en 10). Hiernaast staat een melkfabriek uit 1910 en 1955 met een directeurswoning aan de straat (foto's 11 tlm 15). Ook enkele kunstwerken, zoals een sluisje in de Zoom (foto 239), een brug (foto 143), en

een paar Amerikaanse metalen windwatermolens uit ca. 1950 (foto 40) worden hier genoemd. Op de markt staan twee natuurstenen pompen in Lodewijk XVI stijl uit 1758 (foto's 101 en 102).

Openbare gebouwen en scholen

Tussen de markt en de Lambertuskerk staat het voormalige gemeentehuis uit 1921 van architect J. CUijpers (foto 93). Pal hiertegenover aan de Markt staat het gemeentehuis uit 1978 van architect F. Ruijs met stijlkenmerken van de Bossche school (foto 97).

Pagina 18

Een viertal schoolgebouwen zijn vermeldenswaardig. Dat aan de Herelsestraat is een laat 19e eeuws voorbeeld (foto 54). Schoolstraat 3 is een zevenklassige school uit 1913 met neorenaissance stijlkenmerken. Het is nu het enige zijdemuseum van Nederland. Ernaast ligt het schoolmeestershuis (foto 193). De school behorende bij het klooster aan de Kloosterstraat is boven reeds genoemd (foto 78). Aan de Moerstraatseweg 89 staat een school uit ca. 1925 met stijlkenmerken van de Amsterdamse School (foto 109).

Artefacten en diversen

Binnen de oude dorpskern staan nog enkele huizen die voorzien zijn van stoepen, hekken en palen. Voorbeelden hiervan staan aan de Markt, Herelsestraat, Roosendaalsestraat en Bergsestraat. Diverse typen grenspalen en grensstenen staan aan de Hollandseweg. De gietijzeren palen dateren uit 1843 (foto 74). Aan de Luienhoekseweg staat het Canadees oorlogsmonument uit 1945 (foto 91). Tegen de Larnbertuskerk op de Markt staat een gedenkteken voor kolonel George Carleton, die in 1814 is gesneuveld (foto 92).

In de dertiger jaren van deze eeuw, werden in het kader van de werkverschaffing een tiental brandkuilen gegraven. Ze liggen verspreid over de gemeente. Goede voorbeelden zijn die aan de Zoomvlietweg 44 (foto 230) en aan de Akkerstraat tussen 15 en 17 (foto 5).

Groenelementen

Veel van de traditionele erfbeplanting van beukenhagen, hoogstam-boomgaarden, vlierbosjes, notenbomen en gesnoeide leilinden bij de boerderijen en woonhuizen is na de oorlog verdwenen. Toch op enkele plaatsen is nog iets te proeven van deze aloude elementen. Zo staat aan de Kriekendreef 2 een gekandalaberde beukenboom van 4,50 meter omtrek (foto 80). Een oude suikeresdoorn en druif op het erf aan de Roosendaalsestraat 42. Aan dezelfde straat no. 46 een oude

beuken- en ligusterhaag. Aan de Moerstraatsebaan 1 en bij het zijdemuseum aan de Schoolstraat een aanplant van o.a. moerbeibomen. Op het kerkhof aan de Plantagebaan 219 staat een oude beukenhaag. Bij de Roosendaalsestraat 64 ligt een siertuin met treurbeuken en kastanje bomen. Langs de Zoom een fraaie hakhoutbegroeiing. In de beemlanden langs de Smalle Beek knotwilgen. Een laatste restant van een beekdalbos ligt in de Zure Maden.

Pagina 19

5. OVERZICHT VAN STRATEN, GEBOUWEN EN GROENELEMENTEN

Akkerstraat 11

Ronde stenen bergkorenmolen "De Arend" uit 1825. Rijksmonument

(foto 1 en 2)

Akkerstraat 13

Eenlaags molenaarshuis (ca. 1900).

Mansardedak.

Muuropeningen in voorgevel met segmentboog.

(foto 2).

Akkerstraat 15

Langgevelboerderij met dwarsdeel eerste kwart 20ste eeuw Zadeldak.

Woongedeelte enigszins inspringend. Vijf traveeën breed met fries en horizontale banden.

Vensters met luiken.

Op het erf grote schuur met midden en langsdeel (18e-19e eeuw). Wolfdak met riet en golfplaten

(foto's 3, 4 en 5)

Op het erf tussen 15 en 17 een brandkuil uit de dertiger jaren.

Akkerstraat 16

Woonhuis van West-Brabantse boerderij complex (1852). Zadeldak.

Symmetrische voorgevel vijf traveeën breed.

Zesruits empire-vensters met dubbele rood-wit geschilderde diabolo luiken. Monumentale voordeur omlijsting.

In zijgevel drie rondboog vensters met waaiervormige roedeverdeling. Beukenlaag rond het erf.

(foto 6).

Akkerstraat 17

Landarbeidershuis (19e eeuw). Rieten zadeldak.

In zijgevel vlechtwerk.

(foto 7).

Bergsebaan 35

Tweelaags pakhuis met winkel (1909) en weeshuis (1905) kan de Wouwse Coöperatieve Landbouwvereniging met diverse uitbreidingen o.a. magazijn (1960) met laadperron en luifel.

Pakhuis onder platdak met sierrand en pilastergevels in siermetselwerk met art-deco stijlkenmerken. Opslagloods met houten gelamineerde driescharnierspanten

(foto's 8,9 en 10).

Bergsebaan 37

Voormalige melkfabriek bestaande uit diverse wel- en niet aan elkaar gebouwde opstallen.

De belangrijkste zijn: eenlaags woonhuis of kantoor (ca. 1890), met schilddak, rondlopende fries en muuropeningen voorzien van segmentboog en sluitsteen; vermoedelijk een tweelaags smidse (ca. 1890) onder zadeldak met houten windveren en makelaar; tweelaags pakhuis (ca. 1900) onder zadeldak met chalet-achtig overstek met windveren; tweelaags pakhuis (ca. 1925) onder platdak; Melkfabriek met laadperron gedeeltelijk een-, twee- en drielaags onder platdak met overstek, betonskeletbouw met buitenwanden van metselwerk en betonnen raampartijen.

Bestrating gedeeltelijk met natuursteen kinderkoppen, betonkeien en tegels.

Bij het complex behoren tevens het directeurshuis en allerlei andere dienst gebouwen zoals: urinoirs, zandhokken en dergelijke.

(foto's 11 t/m 15).

Bergsebaan 37b

Directeurshuis behorende bij de achtergelegen melkfabriek (ca. 1910).

Platdak met voor- en achterschild en zijoverstek met windveren. Symmetrische vijf traveeën brede voorgevel met bij voordeur en

Pagina 20

hoeken van het huis pilasters. Kroonlijst, bewerkte fries en horizontale banden.

Muuropeningen met segmentboog. Voordeur met smeedijzeren roosters.

(foto 15)

Bergsebaan 57-57a

Eenlaags woonhuis met voormalige bierbrouwerij (19e eeuw), nu twee woonhuizen. T-vormige plattegrond. Samengestelde zadeldaken, met links tuitgevel.

Voorgevel schuifvensters met luiken.

In bedrijfsruimte muuropeningen met rondboog.

Op het erf enige oude bomen vermoedelijk linden.

(foto's 16 en 17).

Bergsebaan 58

Eenlaags woonhuis (ca. 1890) Zadeldak.

Huis gepleisterd.

Voor met blokpleisterwerk. Muuropening voorzien van segmentboog (foto 18).

Bergsebaan 69

Kortgevel boerderij (ca. 1940).Zadeldak.

Monumentale ingangspartij. Vensters van woongedeelte met luiken.

Op het erf een karschop (ca. 1900) varkenshokken onder zadeldak.

Erf met enige hoogstamfruitbomen knotpopulieren en haag

(foto 19).

Bergsebaan 71

Herberg annex boerderij "de Roskam" met zijlangsdeel (tweede helft 19e eeuw). Zadeldak-schilddak.

Gevels gepleisterd

(foto 20).

Bergsebaan, ongenummerd.

Restant van openbare begraafplaats (1829).

Enkele hardstenen monumenten o.a. uit 1880 en 1906. Op de begraafplaats enige oudere eikenbomen en een afscheiding met beukenhaag

(foto 21).

Bergsestraat 1

Tweelaags winkelhuis (19e eeuw) Zadeldak tussen tuitgevels. Symmetrische voorgevel, drie traveeën breed.

Voor- en rechterzijgevel voorzien van blokpleisterwerk.

(foto 22)

Bergsestraat 18

Voormalige tweelaags pastorie (ca. 1910) Schilddak.

Voorgevel vijf traveeën breed. Risalerende voordeuromlijsting. T-vensters met kleine roede-indeling.

Links rondboogpoort.

Erfafscheiding met haag. (foto 23).

Bergsestraat 25

Eenlaags woonhuis (derde kwart 19e eeuw).

Zadeldak tussen tuitgevels. Voorgevel vijf traveeën breed met kroon- lijst en fries.

Voordeur met trapje en smeedijzeren rooster.

(foto 24).

Bergsestraat 27

Eenlaags woonhuis (derde kwart 19e eeuw)

Zadeldak tussen tuitgevels. Voorgevel vier traveeën breeds met kroonlijst en fries.

Voordeur met trapje, kussen- en briefpanelen. (foto 25).

Bergsestraat 28

Eenlaags woonhuis met voorgevel in eclectische stijl (18-19e eeuw)

Zadeldak met vlechtingen in zijgevels. Rijk bewerkte voorgevel,

Pagina 21

vijf traveeën breed voorzien van pleisterwerk, kroonlijst, fries met dubbele consoles waaronder pilasters.

Dubbele voordeur met smeedijzeren roosters en trapje.

(foto 26)

Bergsestraat 29

Eenlaags winkelhuis met ingezwenkte lijstgevel (derde kwart 19e eeuw)

Zadeldak met wolfeind.

Winkelpui (midden 20ste eeuw)

(foto 27)

Bergsestraat 30

Eenlaags woonhuis (18e, 19e eeuw)

Zadeldak met links een tuitgevel voorzien van vlechtingen. Voorgevel (vierde kwart 19e eeuw), bevat vier traveeën, kroonlijst, fries met consoles, stucomlijstingen bij muuropeningen waarboven kuiven en aanzetstenen op de hoek.

De dakkapellen zijn recent.

(foto 28)

Bergsestraat 32

Eenlaags woonhuis (18e-19e eeuw). Mogelijk oudere kern. Zadeldak met tuitgevel aan de straat.

Voorgevel bevat drie traveeën, oorspronkelijk empire vensters. Voordeur recent.

Zijgevels gepleisterd.

(foto 29)

Bergsestraat 34

Eenlaags woonhuis (19e eeuw) Zadeldak tussen tuitgevels. Symmetrische voorgevel vijf traveeën breed. Kroonlijst, fries, stuc muuromlijstingen en voordeur met twee smeedijzeren raamroosters.

Bergsestraat 35

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Schilddak. Voorgevel drie traveeën breed. Kroonlijst, fries met consoles, cordonlijst en plint. Muuropeningen met stucwerk wenkbrauw versiering op bloemornament en kuif. Dakkapel met makelaar en windveer

In het rechter dakschild een dakkapel van recente datum.

(foto 30)

Bergsestraat 38

Eenlaags woonhuis (midden 19e eeuw, ca. 1975)

Zadeldak met tuitgevel aan de straat voorzien van kleine trapbekroning.

Winkelpui verdiept in de gevel.

Op het erf een dubbele waterpomp met reservoir en koperen kranen waaronder hardstenen gootsteen.

(foto 31)

Bergsestraat 45

Voormalige R.K. Pastorie (16e eeuw, verbouwd in 18e en 19e eeuw) Hardstenen deuromlijsting uit 1727 met gesmeed ijzerwerk uit 1740 voor het bovenlicht.

Rijksmonument

N.B. Op het erf een koetshuis onder zadeldak tussen tuitgevels, met trapbekroning en gemetselde makelaar.

Twee taxusbomen ca. 1,00 m en drie esdoorns ca. 1,50 m omtrek.

(foto's 32 en 33)

Bergsestraat 47

Tweelaags voormalig notarishuis (ca. 1910)

Schilddak met plat. Voorgevel vijf traveeën breed met hoekpilasters en middenrisaliet met portiek en trap, erker, balkon en gemetselde dakkapel.

(foto 34)

Bergsestraat 51

Eenlaags cafe (ca. 1915). Mansardedak met eternit leien. Driedelige raamkozijnen met sierlatei. Fries met siermetselwerk

(foto 35)

Bergsestraat 54

Eenlaags woonhuis (ca. 1890) Zadeldak. Gepleisterde voorgevel van vier traveeën breed (foto 36)

Bergsestraat 56

Eenlaags woonhuis (ca. 1900) Mansardedak. Voorgevel met kroonlijst, fries, horizontale banden en hardstenen plint.

Pagina 22

Risalerende ingangspartij met consoles in de fries. Hierboven dakkapel met tympaan

(foto 37).

Boomhoefstraat 26

Langgevelboerderij met dwars- en langsdeel, karschop met veestalling en bakhuis (1901).

Boerderij en bakhuis onder zadeldak, karschop onder mansarde. Oprijlaan met 24 Hollandse eiken ca. 2,00 m. Op het erf een 10-tal essen, 5 eiken en 2 oude stoofpeerbomen. Verder op het erg een gedeeltelijke bestrating van veldkeien.

(foto 38 en 39)

Bulkstraat, ongenummerd.

Metalen Amerikaanse windwatermolen (ca. 1950). Nederlands octrooi

(foto 40).

Bulkstraat 1

Eenlaags landarbeidershuis (19e eeuw). Rieten zadeldak met links wolfeind. Voorgevel voorzien van blokpleisterwerk

(foto 41).

Halstersebaan 25 (Bergen op Zoom)

Dubbel eenlaags woonhuis (ca. 1890) Zadeldak. Empire vensters met luiken. Ligusterhaag en treurwilg.

(foto 42)

Heistraat 1

Landarbeidershuis (ca. 1900) zadeldak gedeeltelijk met riet gedekt. Empire vensters met luiken.

Ligusterhaag en kastanjeboom ca. 2,00 omtrek.

(foto 43)

Heistraat 14

Langgevelboerderij met dwarsdeel (ca. 1900). Rieten wolfdak. Woongedeelte twee traveeën breed. Venster met luiken

(foto 44)

Hellegatstraat 19

Woon- stalhuis (ca. 1890) Zadeldak. Symmetrische vijf traveeën brede gevel van het woongedeelte. Eenvoudige kroonlijst met fries. Muuropeningen met segment- boog en T-vensters. Schuur met middenlangsdeel (1955). Zadeldak. Erf afgescheiden door hazelaar en ligusterhaag. Boomgaard met hoogstammen. Treurwilg.

(foto 45 en 46)

Hellegatstraat 31

Boerderijcomplex van het West-Brabant type (ca. 1915) Woongedeelte tweelaags onder platdak met schild voor en achter. Voorgevel vijf traveeën breed met hoekpilasters en risalerend middenstuk.

Gemetselde dakkapel. Aangebouwd stal annex schuur onder mansardedak met middenlangsdeel en schuur onder zadeldak.

(foto 47)

Herelsestraat 100

R.K. Kerk van de H. Gertrudis van Nijvel (1864, 1924 en 1950)

Van de oorspronkelijke driebeukige kerk van J. van Mansveld bleven zes

Pagina 23

traveeën bewaard bij de uitbreiding van de kerk in 1924. Het oorspronkelijke gebouw bezit nog de achthoekige gevel toren met spits en wimbergen en de neogotische raamomlijstingen en beeldnissen. Het koor is vervangen in 1950 door een vlakke eindgevel. De haaks op het oorspronkelijke schip gerichte uitbreiding van 1924 door de Benedictijner pater Don Paul Bellot, telt vier traveeën en herhaald de detaillering van de oorspronkelijke kerk. Nieuw ingangsportiek met sobere art-deco baksteen-ornarnentiek.

Veelhoekig gesloten koor. Met de voor Don Ballot typerende baksteen decoraties ondermeer de driedelige keperboogramen. Bij elkaar vormt de kerk een hybridisch geheel van een opvallende kwaliteit en is het een curieus voorbeeld van stucadoorsgothiek.

De kerk bevat een rijk interieur met o.a. twee gepolychromeerde neogotische zijaltaren met de H. Maria, de kerk heilige en de twaalf apostelen.

In de kerk bevinden zich dertien gietijzeren spitsboogvensters met ruitvormige roedenverdeling met in hoofdzaak het authentieke glas erin. Verder zeven glas-in-lood vensters van glazenier Kees Kijzer en een venster van Joep Nicolaes.

(foto 48 en 49)

Herelsestraat, ongenummerd

R.K. kerkhof met gietijzeren kruis met crucifix op stenen sokkel (vierde kwart 19e eeuw).

(foto 50)

Herelsestraat 112-114

Oorspronkelijk langgevelboerderij met dwarsdeel, nu dubbelwoonhuis (vierde kwart 19e eeuw, ca. 1960)

Zadeldak. T-vensters. Blokpleisterwerk.

(foto 51)

Herelsestraat 115

Tweelaags herenhuis (tweede helft 19e eeuw, eerste helft 20ste eeuw)

Zadeldak. Aan de achterkant is het huis met een verdieping verhoogd. De symmetrische voorgevel bevat vijf traveeën, kroonlijst met eenvoudige fries en blokpleisterwerk. Schansmuur met ezelsrug.

In siertuin achter drie leilinden en lindeboom ca. 2,OOm omtrek. Plantenkas.

(foto 52)

Herelsestraat 116

Eenlaags woon- winkelhuis met art-deco stijlkenmerken (ca. 1920) Mansardedak. Symmetrische voorgevel van drie traveeën met harmonica vormige middenrilaliet boven ingangsportiek.

(foto 53)

Herelsestraat 119

Eenlaags schoolgebouw op I-vormige plattegrond (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldaken met houten windveren.

Segrnentboogvensters met glasroeden.

(foto 54)

Herelsestraat 124

Tweelaags bedrijfsgebouw van vermoedelijk maalderij (vierde kwart 19e eeuw)

Plat- en lessenaarsdak. Voorgevel voorzien van pilasters. Vensters met glasroeden.

(foto 55)

Herelsestraat 128

Eenlaags woonhuis (tweede helft 19e eeuw)

Zadeldak. Symmetrische voorgevel drie traveeën breed voorzien van eenvoudige kroonlijst, fries en pleisterwerk. Voordeur met smeedijzeren rooster.

(foto 56)

Herelsestraat 133

Tweelaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Platdak, oorspronkelijk met zadeldak. Voorgevel vijf traveeën breed Empire vensters.

Frontale stoep van wit en zwarte tegels.

Pagina 24

Schuurtje onder zadeldak met topgevel bekroning.

(foto 57)

Herelsestraat 134

Eenlaags woonhuis (1899) Zadeldak met aan voorkant mansardeschild. Dakbedekking van ruitvormige zinken- en eternit leien.

Voorgevel vijf traveeën breed met bekroonde midden risaliet, fries, cordonbanden, plint en frontaal trapje. Boogvelden bij de muur- openingen voorzien van siermetselwerk.

(foto 58)

Herelsestraat 139

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type (ca. 1890) Woongedeelte onder zadeldak, bedrijfsgedeelte onder wolfdak. Gevel woonhuis vier traveeën breed Bovenlichten met glas-in-lood. Vier notenbomen ca. 1,10 m omtrek.

(foto 59)

Herelsestraat 147

Voormalige boerderij met café (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak tussen tuitgevels met rechts kleine bekroning. Voorgevel vijf traveeën breed, voorzien van kroonlijst fries en blokpleisterwerk.

(foto 60)

Herelsestraat 155

Boerderijcomplex (ca. 1905) Woonhuis tweelaags onder chaletachtig overstekend zadeldak met windveren en bekroning met makelaar boven ingang. Voorgevel vijf traveeën breed, voorzien van gepleisterde onderbouw met horizontale banden en cordonlijst. Stuclijsten met kuif bij de bovenramen. Luiken bij de benedenramen. Bedrijfsgebouwen, één onder zadeldak één onder mansardedak. Siertuin met een tiental rode beuken waaronder één van ca. 2,50 m omtrek. Verder naaldbomen, meidoornhaag, vlier, hazelnoot, esdoorn, hulst en liguster.

(foto 61)

Herelsestraat 163

Eenlaags woonhuis in eclectische stijl (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak tussen tuitgevels. Symmetrische voorgevel, vijf traveeën breed, met kroonlijst, fries, cordonlijst en plint. Stucwerk muuromlijstingen.

Voorerf omzoomd door smeedijzeren hekwerk met pijlpunten tussen gietijzeren kolommen.

(foto 62)

Herelsestraat 165

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type (vierde kwart 19e eeuw)

Woonhuis, eenlaags onder zadeldak tussen tuitgevels. Symmetrische voorgevel vijf traveeën breed. Kroonlijst, fries met consoles. Muuropeningen met stuclijsten en segmentboog bekroond door kuiven. Tweepaneels voordeur.

De bedrijfsgebouwen bestaan o.a. uit een stal onder mansardedak en een schuur van gedeeltelijk hout onder zadeldak.

Siertuin met o.a. diverse naald- bomen, beuk, linde en hazelnoot. Smeedijzeren hekwerk tussen giet- ijzeren kolommen. (foto 63)

Herelsestraat 168

Boerderij (tweede helft 19e eeuw)

Zadeldak. Blokpleisterwerk op voorgevel. Versprongen dakvoet. Schuur onder zadeldak met dwarsdeel.

(foto 64)

Herelsestraat 173

Langgevelboerderij met dwarsdeel (ca. 1905)

Zadeldak met piron. Symmetrisch woongedeelte van vijf traveeën, met segmentbogen en cordonlijsten. Glas-in-lood bovenlichten. Smeedijzeren hekwerkje bij stoep.

Schuur met rieten wolfdak. Dwarsdeel.

Meidoornhaag, diverse bomen waaronder taxus, beuk, linde en essen.

(foto 65)

Pagina 25

Herelsestraat 174

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type (vierde kwart 19e eeuw)

Woongedeelte vijf traveeën breed met zadeldak tussen tuitgevels, Consoles in de fries.

Aangebouwd bedrijfsgedeelte onder oorspronkelijk rieten wolfskap. Schuur met oorspronkelijke midden- langsdeel. Zadeldak.

(foto 66)

Herelsestraat 185

Vlaamse schuur (19e eeuw) Wolfdak. Riet en golfplaten. Opbouw gedeeltelijk hout en stenen. Woonhuis uit de vijftigerjaren.

(foto 67)

Herelsestraat 198

Landarbeidershuis met bedrijfsruimte (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Woongedeelte twee traveeën breed. Empire vensters met luiken. Voordeur met panelen. In rechter zijgevel is zichtbaar de plaats van de kippenladder. Het hok, dat binnen zat, lag op ca. 2,00 m hoogte. De toegang is dichtgemetseld.

Op het erf drie populieren.

(foto 68)

Herelsestraat 200

Landarbeidershuis met bedrijfsruimte (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Een topgevel met kleine trapbekroning. Geschulpte gootklossen.

(foto 69)

Herelsestraat 215

Landarbeidershuis met bedrijfsruimte (vierde kwart 19e eeuw, 1980)

Rieten zadeldak met wolfeind. Boven deur naar bedrijfsgedeelte rondbogig bovenlicht met geometrische verdeling. Schuur onder rieten zadeldak. (1890) Erf met ligusterhaag kleine boomgaard met hoogstammen. (foto 70)

Hollandse dreef 10

Boerderijcomplex (ca. 1935) Eenlaags woongedeelte onder zadeldak. Monumentale ingangspartij Schuur onder golfplaten zadeldak. Brandkuil voor het huis

(foto 71)

Hollandse dreef 14

Eenlaags landarbeiderswoonhuis (ca. 1940). Zadeldak tussen tuitgevels. Voordeur met eenvoudige omlijsting. Venster met ellipsbogige ontlastingsboog. Rechts los- en aangebouwde bedrijfsruimten onder zadeldaken

(foto 73)

Hollandse dreef 18

Eenlaags landarbeidershuis (ca. 1890) met duivenhok en houten schuur. Zadeldak. Erfafscheiding met beuken laag en ingangsboog van twee beuken naar de hof. Naast het huis kleine oprijlaan van beuken. Voor het huis twee snoeilindes.

(foto 72)

Hollandse dreef, ongenummerd

Vier gietijzeren grenspalen met België voorzien van de nummers 241 t/m 244 (1843)

(foto 74)

Julianaweg 13

Langgevelboerderij "Nachtegaalshof" met dwarsdeel (vierde kwart 1e eeuw) Zadeldak. Woongedeelte drie traveeën breed. Vlaamse schuur. Rieten wolfdak en stenen onderbouw. Op het erf o.a. twee snoeilindes ca. 2,20 m en een linde van 2,00 m omtrek. (foto 75)

Kloosterstraat 11-13

Voormalig kloostercomplex met school van de Zusters van Roosendaal (1850 onderbouw, 1873 bovenbouw, 1875 en 1901 kapel en 1917 school). Schilddaken.

Pagina 26

Tweelagig U-vormig complex met open zijde naar de straat gekeerd. Achter het middenstuk een binnenplaats. Gevels voorzien van kroonlijst, fries, rond- en segmentboogvensters. De linker vleugel bevat de eenbeukige kapel met driezijdige absis. Rondboogvensters met glas-in-lood ramen. Op het dak een vierkante klokkenstoel met luidklokje en achtzijdige naaldspits. Tegen de rechtervleugel aangebouwd de tweelagige school met zeven lokalen. Mansardedaken. De kopgevels met pilasters en driepas in het metselwerk. Gevels voorzien van horizontale banden. Boogtrommels met siermetselwerk. Aan de noordwestkant ingangspartij met monumentale voordeur omlijsting. Midden op de binnenplaats een Beatrixboom, 31-01-1988 (lindeboom)

(foto 76 tlm 78).

Kriekendreef 2

Op het erf van de boerderij uit ca. 1910 een geknotte en gekandala- berde beukenboom van 4.50 m omtrek.

(foto 80)

Kruislandseweg 31

Langgevelboerderij met oorspronkelijke dwarsdeel (tweede helft 19e eeuw)

Zadeldak. Woongedeelte drie traveeën breed.

Twee schuren, waarvan een van steen en de ander van hout. Beide met zadeldaken.

(foto 81)

Laagweg 2

Langgevelboerderij "Hoeve Spreeuwenburg" met langsdeel (19e eeuw)

Zadeldak met eenzijdig wolfeind. Oorspronkelijk met riet gedekt nu golfplaten.

Diverse schuren en bakhuis onder zadeldaken.

(foto 82)

Laagweg 3

Langgevelboerderij met oorspronkelijke dwarsdeel. (vierde kwart 19e eeuw)

Woongedeelte onder zadeldak. Bedrijfsgedeelte oorspronkelijk rieten zadeldak met wolfeind nu golfplaten.

Schuur onder schilddak.

(foto 83)

Laagweg 5

Oorspronkelijk dubbelwachters- huis nu woonhuis (18e eeuw, ca. 1950)

Zadeldak. Boven de oorspronkelijke vensters ellipsbogen. Schuur uit 1945. Wolfdak.

(foto 84)

Luienhoekweg.2

Boerderijcomplex met woonhuis (ca. 1950)

Schuur met langsdeel en kar schop (ca. 1920) Zadeldaken.

(foto 85)

Luienhoekweg 3

Langgevelboerderij met oorspronkelijke dwarsdeel (1908) Zadeldak. Symmetrisch vijf traveeën breed woongedeelte met empirevensters. Schuur met oorspronkelijk langsdeel. Zadeldak.

(foto 86)

Luienhoekweg 5

Langgevelboerderij met dwarsdeel (tweede helft 19e eeuw) Rieten zadeldak met wolfeind.

(foto 87)

Luienhoekweg 6

Langgevelboerderij met oorspronkelijk dwarsdeel (derde kwart 19e eeuw)

Rieten zadeldak met wolfeind. Kopgevel met trapbekroning. Twee schuren onder zadeldaken met topgevelbekroning van trapje en houten makelaar. Meidoornhaag en populierenbeplanting.

(foto 88 en 89)

Pagina 27

Luienhoekweg 9

Eenlaags woonhuis (tweede helft 19e eeuw)

Zadeldak. Gedeeltelijk wit gepleisterd.

Erfafscheiding met ligusterhaag. O.a. aanwezig knotlinde en beukenbomen.

(foto 90)

Luienhoekweg, ongenummerd

Canadees oorlogsmonument (1945)

Gift van Moerstraten.

(foto 91)

Markt

Marktplein in centrum van Wouw ingeplant met lindebomen en gazon, aan de zuidkant de middeleeuwse St. Lambertuskerk. Op de markt het voormalige gemeentehuis uit 1921 en twee hardstenen waterpompen uit 1758. Tot 1923 was er een veedrenk annex brandkuil op de markt.

Markt, ongenummerd.

Tegen de westgevel van de kerk natuurstenen grafmonument (ca. 1960) van Kolonel George Carleton (leider van het ontzet van Bergen op Zoom 08-03-1814)

(foto 92).

Markt 1

Voormalig gemeentehuis (1921) Onder architectuur van Jos Cuypers. Schilddak. Voorgevel zeven traveeën breed met risalerend ingangspartij voorzien van bordes en twee trappen. De risaliet bevat het gemeentewapen en een gegolfde bekroning. Gepleisterde gevels.

(foto 93)

Markt 2.

Eenlaags woonhuis met smederij (1838)

Zadeldak tussen tuitgevels. Voorgevel vijf traveeën breed. Kroonlijst en fries.

Voor het huis een travalje of hoefstal.

(foto 94)

Markt 8

Tweelaags woonhuis 20ste eeuw)

Historiserende stijl.

Zadeldak. Voorgevel vijf traveeën breed met overbouwde poort.

Monumentale voordeur omlijsting. Gedeeltelijk hardstenen en veldkeien stoep. Vier hardstenen bewerkte stoeppalen waartussen vierkant staafijzer.

(foto 95)

Markt 9-9a

Tweelaags dubbel woonhuis

met overbouwde poort (derde kwart 19e en 20ste eeuw)

Historiserende stijl.

In de voorgevel zijn sluitstenen en onderdelen van het basement van het 19e eeuws huis verwerkt.

Hardstenen stoep met bordes en twee trappen.

(foto 96)

Markt 14

Gemeentehuis (1978). Stijlkenmerken van de Bosscheschool.

Architect Ir. F. Ruijs te Breda Zadel- en lessenaarsdaken. L-vormige plattegrond. Twee- en drie bouwlagen. Klokkentoren met carillon.

(foto 97)

Markt 21

Eenlaags woonhuis (eind 19e eeuw)

Eclectische stijl.

Mansarde. Voorgevel vijf traveeën breed met hoekpilasters en middenrisaliet. Kroonlijst en rijk bewerkte fries, stuclijsten en hardstenen plint en frontale stoep met trap. Bekroonde tympaan boven ingang.

(foto 98)

Markt 22

Tweelaags herenhuis nu winkelhuis (tweede helft 19e eeuw) Eclectische stijl.

Schilddak. Voorgevel vier traveeën breed. Winkelpui uit zestiger jaren. Kroonlijst met fries waarin opgenomen dubbele consoles T-vensters in de bovenverdieping bekroond met tympaan- en segment- bogen, voorzien van gietijzeren raamroosters. (foto 99)

Pagina 28

Markt 27

Tweelaags herenhuis "De Zwaan" met inrijpoort (1800) hierachter werd tot 1958 bier "De Ster" gebrouwen.

Zadeldak tussen tuitgevels. Voor- gevel vier traveeën breed met pilasters geheel gestuct met hardstenen plint en cordon.

Links een ingebouwde inrijpoort bekroond door een gebeeldhouwde zwaan geflankeerd door stenen

vazen.

(foto 100)

Markt, ongenummerd

Twee hardstenen pompen (1768), gerestaureerd~, Lodewijk XV-stijl versierd met druipsteenrnotief. De pomp aan de noordkant van het plein is bekroond met een vaas. De andere pomp aan de zuidkant van het plein draagt een ornament, waarop het wapen van Karel Philip Theodoor van Palts-Sulzbach, markies van Bergen op Zoom van 1729-95, staat afgebeeld.

Rijksmonunent.

(foto 101 en 102).

Moerstraatsebaan 1

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type "de Groote Plas" (1886)

Alle opstallen onder zadeldaken. Dak woongedeelte met houten windveren. Voorgevel drie traveeën breed.

Schuur met middenlangsdeel, vijf gebinten en driebeukig. Tuitgevels. Ellipsvormige boog bij deeldeuren. Twee dichtgezette koetsdeuren. Houten karschop. Bakhuis.

Op het erf twee snoeilinden, drie 100 jarige notenbomen, een kastanje

en moerbeiboom.

(foto 103)

Moerstraatseweg 14

Boerderijcomplex (tweede helft 19e eeuw)

Woongedeelte onder rieten zadeldak. Gedeeltelijk empire vensters met luiken.

Bedrijfsgedeelte onder zadeldak. Twee oude treurwilgen. (foto 104)

Moerstraatseweg 40

Ouden beukenhaag als erfafscheiding bij wederopbouw boerderij uit 1947.

(foto 105)

Moerstraatseweg 83

R.K. Pastorie (1927) Architect Jac. Groenendaal. Schilddaken, met bekroning van pirons. Baksteenbouw. Ligusterhaag en treurbeuk.

(foto 106)

Moerstraatseweg 85

R.K. Kerk H. Theresia van het Kind Jezus (1926)

Architect Jac. Groenendaal. Eenbeukige kruiskerk met gotiserende en Amsterdamse school stijlkenmerken.

Vierkante toren met achthoekige spits geflankeerd door een acht- hoekige kapel met dito puntdak. Absis gesloten door halve tienhoek. Gemetselde kruisgewelven. Eenvoudige baksteen versieringen onder goten en bij de ramen. Gefigureerde glas-in-lood vensters in absis en in oostgevel.

(foto 107)

Moerstraatseweg, ongenummerd

H. Hartbeeld op voetstuk (tweede kwart 20ste eeuw) steen. Opschrift: Komt allen tot mij. inscriptie: Eigendom GLV 4023.

(foto 108)

Moerstraatseweg, ongenummerd

Kerkhof met gietijzeren kruis met crucifix op dito sokkel (tweede kwart 20ste eeuw) eenvoudige natuur stenen graven.

Moerstraatseweg 89

Eenlaags schoolgebouw (ca. 1925)

Zadeldaken. Baksteen bouw. Risalerende ingangspartij met stijlenkenmerken van de Amsterdamse school.

Pagina -29

Schansmuur met ezelsrug. Lindeboom 2,00 momtrek. (foto 109)

Moerstraatseweg 112

Voormalige herberg (18e eeuws) met gelagkamer (19e eeuws) compleet met tapkast en beschilderd schouwtje. Zadeldak met riet gedekt tussen topgevels met kleine trapbekroning. Schuur onder zadeldak met asbestcement leien gedekt.

N.B. in de gelagkamer op de schoorsteenboezem een schildering op kalkpleister groot 123 cm. breed en 95 cm. hoog. Links en rechts zijn, binnen deze maten, pilastertjes in reliëf aangebracht. Boven in zitten ronde reliëfknoppen van waaruit geschilderde guirlandes naar beneden hangen. De schildering zowel religieuze als profane zaken: links is afgebeeld, naar links hellende bomen, een theekoepel, een man met een hond maar ook een geprononceerd in het vlak geplaatst wegkruis met knielende vrouw. Op de theekoepel staat een kruisje. De schouwplank is gemarmerd. De wanden boven de lambrisering zijn gekalkt en met roodachtig wikkelwerk versierd. In de gelagkamer een schottenwand naar de woonkamer, die weggeschoven kon worden bij toneelvoorstellingen. Deze wand is trompe l'oeil beschilderd met panelen, scharnieren, sleutelgaten en pokhout en knoppen in oker, bruin en zwart. Elders nog een dubbele deur die fraai gehout is, deze geeft toegang tot kelder en slaapkamer. De tapkast is gehout en gedecoreerd. Balkplafond donker steengeel. Voor de herberg drie snoeilindes van ca. 1.40 meter omtrek

(foto's 110 en 235).

Moerstraatseweg 134

Landarbeidershuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak met links een kleine trapbekroning in de topgevel. Schuur onder zadeldak, links eveneens bekroonde topgevel.

Hof met haagafscheiding

(foto 111)

Nieuwstraat 2

Eenlaags woonhuis "De Merel" (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak tussen tuitgevels. Symmetrische voorgevel van vijf traveeën. Kroonlijst en fries. Vensters met luiken. Voordeur met rooster en in bovenlicht levensboom. Frontaal trapje.

(foto 112)

Nieuwstraat 4

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw).

Mogelijk oudere kern. Zadeldak met tuitgevel aan de straat. Vier traveeën breed. Zijgevels ouder metselwerk. (foto 113)

Nieuwstraat 6-6a

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak met wolfeind. Ingezwenkte lijstgevel aan de straat. Vensters vergroot.

(foto 114)

Nieuwstraat 7

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Voorgevel drie traveeën breed. Empire vensters.

(foto 115)

Nieuwstraat 9

Eenlaags woonhuis met bedrijfsruimte (tweede helft 19e eeuw)

Zadeldak. In bedrijfsgedeelte deur met rondbogig bovenlicht met geometrische roedeverdeling.

(foto 116)

Nieuwstraat 46

Voormalige wagenmakerij (vierde kwart 19e eeuw) Zadeldaken. L-vormige plattegrond. Negen-ruits gietijzeren venster.

(foto 117)

Pagina 30

Pastoor Potterstraat 2-12

Woningbouwcomplex van drie tweedubbele huizen (1953).

Zadeldaken. Enkele huizen met originele raamindeling

(foto 117a)

Pastoor Potterstraat 14-48

Woningbouwcomplex van negen tweedubbele huizen. Zadeldaken. Enkele met originele raamindeling

(foto 231).

Plantagebaan 18

Langgevelboerderij (eerste kwart 20ste eeuw)

Zadeldak met houten windveren. Symmetrisch woongedeelte tussen pilasters. Vijf traveeën breed. Boven de muuropeningen segmentbogen met aanzet- en sluitstenen. Cordon banden. Empire vensters. Gehele voorgevel met getande fries.

(foto 118)

Plantagebaan 55

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type (eerste kwart 20e eeuw)

Mansardedak. Symmetrische voorgevel van vijf traveeën breed. Siermetselwerk in fries, segmentbogen en cordonlijst. Klein portiek. Schuur eveneens mansardedak.

(foto 119)

Plantagebaan 61

Boerderijcomplex op L-vormige plattegrond (vierde kwart 19e eeuw).

Zadeldak. Voorgevel drie traveeën breed. T-vensters met luiken.

Schuur aangebouwd onder zadeldak. Op het erf een oude noot en peer.

(foto 120)

Plantagebaan 69

Langgevelboerderij met zijlangsdeel (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Woongedeelte symmetrisch vijf traveeën breed. Empire vensters.

In bedrijfsgedeelte diverse rondboogvensters met geometrische roedeverdeling.

Over de gehele voorgevel bewerkte fries met consoles

(foto 121)

Plantagebaan 71

Langgevelboerderij "Sacha Hoeve" (ca. 1880)

Rieten zadeldak met aan de straat- kant een versprongen dakvoet. Bakhuis met zadeldak.

Houten schuur met schilddak van riet.

Ligusterhaag.

(foto 122) .

Plantagebaan 73

Langgevelboerderij met oorspronkelijk dwarsdeel (tweede helft 19e eeuw)

Zadeldak met houten windveren. Dichtgezette deel- en staldeuren. In het bedrijfsgedeelte deur met rondbogig bovenlicht met geometrische roedeverdeling.

Houten Vlaamse schuur met zijlangsdeel. Oorspronkelijke met rietdekking nu golfplaten.

(foto 123)

Plantagebaan 75

Boerderijcomplex (1877) Vrijstaand symmetrisch woonhuis vijf traveeën breed. Zadeldak. Muuropeningen met segmentbogen en T-vensters. Dubbel voordeurrooster. Schuur tevens stal met middenlangsdeel Zadeldak.

Siertuin met o.a. meidoorn- en ligusterhaag, hazelnoot, kleine boomgaard met hoogstammen. Oprijlaan omzoomd door diverse bomen waaronder beuk, kastanje, populier en esdoorn.

(foto 124)

Plantagebaan 96

Boerderijcomplex (tweede helft 19e eeuw, ca. 1980)

Woongedeelte onder rieten zadeldak met topgevelbekroning. Witgepleisterd.

Bedrijfsgedeelte van hout onder rieten wolfdak.

(foto 125)

Pagina 31

Plantagebaan 98

Langgevelboerderij met dwarsdeel (vierde kwart 19e eeuw) Zadeldak. Woongedeelte vier traveeën breed. Voordeur verplaatst naar achtergevel. Empire vensters met luiken. Kroonlijst en fries. Schuur onder zadeldak met wolfeind. Smeedijzeren poortje met pijlpunten.

Vier linden, zeven kastanjes verder als erfafscheiding een linde, plataan, beuk, berk en zilverlinde alle uitgevoerd als snoeiboom.

(foto 126)

Plantagebaan 176

Eenlaags woonhuis (begin 20ste eeuw)

Platdak met voor- en achterschild. Symmetrische gevel van vijf traveeën met pilasters en middenrisaliet waarboven gemetselde dak- kapel. Voordeur met portiek en gietijzeren rooster. Bovenlicht met glas-in-lood. Muuropeningen met segmentboog.

Frontale stoep met geblokte tegels.

(foto 127)

Plantagebaan 179

Woongedeelte van boerderijcomplex (ca. 1910)

Mansardedak. Symmetrische voorgevel vijf traveeën breed met pilasters en middenrisaliet. Voordeur met portiek en gietijzeren rooster. Glas-in-lood bovenlicht en Jugendstilmotief.

(foto 128)

Plantagebaan 192

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Symmetrische voorgevel, drie traveeën breed. Voordeur met geometrisch bovenlicht. Empire vensters met luiken. Gesneden gootklossen.

Op het erf koetshuis met drie dubbele deuren. Zadeldak.

(foto 129)

Plantagebaan 194

Schuur met middenlangsdeel (vierde kwart 19e eeuw) Zadeldak.

(foto 130)

Plantagebaan 196

Langgevelboerderij met dwarsdeel (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Symmetrisch woongedeelte, vijf traveeën breed. T-vensters met luiken.

Schuur met middenlangsdeel. Zadeldak.

(foto 131)

Plantagebaan 199

Woonhuis met bedrijfsgedeelte (vierde kwart 19e eeuwen ca. 1960)

Zadeldak. Woongedeelte drie traveeën breed met segmentbogen voorzien van aanzet- en sluitstenen en portiek bij voordeur. In zijgevel laaddeur met rondbogig boven- licht voorzien van geometrische roedeverdeling.

(foto 132)

Plantagebaan 200

Eenlaags woonhuis met bedrijfsgedeelte (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Woongedeelte drie traveeën breed. T-vensters met luiken. Gestoken gootklossen.

(foto 133)

Plantagebaan 202

Eenlaags woonhuis (begin 20ste eeuw)

Zadeldak met wolfeind. Ingezwenkte symmetrische lijstgevel aan de straat. Drie traveeën breed. (foto 134)

Plantagebaan 210

Eenlaags woonhuis (begin 20ste eeuw)

Zadeldak. Symmetrische voorgevel drie traveeën breed. Muuromlijstingen met stuclijsten en kuifbekroning.

Frontaal stoep en trapje.

(foto 135)

Plantagebaan 212

Eenlaags woonhuis (begin 20ste eeuw)

Mansardedak. Kopgevel aan de straat. Drie traveeën breed.

Muuropeningen met segmentboog.

Frontaal stoep van geblokte tegels en trapje.

Cordonlijsten en raambefjes. Vier-paneels voordeur met imitatiehout beschildering.

(foto 136)

Pagina 32

Plantagebaan 214

Eenlaags woonhuis (eerste kwart 20e eeuw)

Mansardedak. Kopgevel aan de straat. Klein portiek bij voordeur. Bovenlichten met glas-in-lood.

(foto 137)

Plantagebaan 219

R.K. drie-beukige gotiserende kruiskerk van H. Gertrudis (1925, 1959)

Onder zadeldaken met gekoppelde spitsboogramen. Vierkante dakruiter op de viering. Sacristie onder zadeldaken. In 1950 is het schip verlengd met een opzij geplaatste vierkante toren met dito spits. Door W.J. Bunnik te Breda. Dit gedeelte is soberder gedetailleerd dan het oudere uit 1925. Inwendig rib- en stergewelven en afwisseling tussen baksteen en witgepleisterde muurgedeelten. Absis gesloten door halve veertien-hoek. Aparte doopkapel.

Kerkhof met lijkenhuis achter de kerk met gietijzeren kruis. Oude beukenbomen en haag.

(foto 138 en 237)

Plantagebaan 221

Tweelaags R.K. Pastorie (1877)

Zadeldak tussen tuitgevels. Voorgevel met hoek- en midden pilaster. Vier traveeën breed. Pleisterwerk en bekroning boven vensters. Aan de straat schansmuur met ezelsrug. Siertuin met o.a. treurbeuk.

(foto 139)

Plantagebaan 222

Tweelaags woonhuis (eerste kwart 20ste eeuw)

Samengestelde dakvorm. Topgevel aan de straat met balkon en erker. Siermetselwerk. Siersmeedwerk poortje.

(foto 140)

Plantagebaan.224

Eenlaags woonhuis (eerste kwart 20ste eeuw)

Schilddaken met plat. Links uitbouw met torendak. Portiek bij voordeur.

(foto 141)

Plantagebaan 225

Voormalig café "d' Ouwe Schuur" (vierde kwart 19e eeuw) oorspronkelijk behorende bij het landgoed "Wouwse Plantage". Zadeldak met dakoverstek en houten windveren en makelaar. Voorgevel met ommetselde rondbogig venster en drie rondvensters.

(foto 142)

Plantagebaan, ongenummerd.

Stenen korfboogbrug over de Zoom (ca. 1950) (foto 143)

Plantagebaan 229

Steenbakkerij "De Wouwse Plantage" (steenoven: :.1903; woonhuis: 1904 (afgebroken); schuur:: 1903;.loods: 1909.

De steenbakkerij is gesticht door Constatijn Petrus baron de Caters

in die tijd eigenaar van de Wouwse Plantage, wonende in Antwerpen. De huidige gebouwen zijn voor Pierre Paul en René Walter Emsens gebouwd. In 1963 neemt J. Tinga de productie van de steenbakkerij over. In 1984 wordt definitief deze bakkerij voor handvorm stenen gesloten. De steenoven is een ellipsvormige ringoven, waarbij het vuur zich al naar gelang het bakproces van de stenen vorderde ringvormig verplaatste. De oven bevat een flauw hellend schilddak met in het midden door de nok de lange ronde fabrieksschoorsteen

(foto 144).

Plantagebaan 232

Voormalig "Hotel Goense", later "Hotel Dekkers", (1911, ca. 1980) oorspronkelijk behorende bij het landgoed "Wouwse Plantage". Samengestelde dakvorm waaronder een torendak.

Villa-achtige bouw op kleine heuvel met zicht over Plantagebaan.

In 1980 sterk historiserend verbouwd.

(foto 145)

Plantage Centrum

Wouwse Plantage. Op hetlandgoed "Wouwse Plantage" -ontstaan in

Pagina 33

1839 door aankoop van Domeinen door de Nederlandse Belg Pierre Joseph

de Caters van grote stukken woeste grond ten zuiden van Wouwen aanleiding tot het ontstaan van het nabij gelegen dorp Wouwse Plantage bevinden zich een twaalftal gebouwen (ten dele met bijgebouwen), die met uitzondering van het uit 1845 daterende hoofdhuis, "Het Kasteel", dateren uit de laatste drie decennia van de 19de eeuwen die tezamen één samenhangend complex vormen, Plantage Centrum.

Het zwaartepunt van het complex wordt gevormd door het in 1898 in neo-renaissance stijl verbouwde hoofdhuis, waaromheen de dienstwoningen en bedrijfsgebouwen zijn gegroepeerd, die met name door hun rustieke decoraties met quasi-vakwerk, in patroon gemetselde drainage buizen en ten dele nog aanwezige (blok-) beschilderingen een duidelijk op het kasteel gericht gezicht hebben gekregen. De gebouwen zijn hoofdzakelijk opgetrokken uit baksteen (en drainage buizen), afkomstig van een voorheen tot het landgoed behorende steenbakkerij, en ten dele uit hout. Het landgoed zelf, dat hoofdzakelijk uit bospartijen (productiebos; jachtgebied) bestaat komt niet voor bescherming in aanmerking.

Vanwege de samenhang met het complex, de curieuze en voor Nederland zeldzame, rustieke bouwornamentiek, de betekenis voor de streekgeschiedenis en als één der laatste in Nederland gerealiseerde landgoederen, bestaande uit een twaalftal gebouwen met in totaal vijf bijgebouwen van belang wegens architectuurhistorische en kunsthistorische waarde.

Plantage Centrum 1

"Het Kasteel": in oorsprong uit 1845 daterend, voor Pierre de Caters gebouwd, in baksteen opgetrokken landhuis, dat in 1895-1896 in neorenaissance stijl werd gebouwd en ondermeer werd uitgebreid met een achtkantige toren en een inmiddels weer verdwenen biljartkamer.

Het gebouw met verdieping en het noordelijk deel tevens met verdiep heeft een min of meer T-vormige plattegrond met tegen de noordgevel een aan de westzijde grotendeels ingebouwde vierkante, aan de bovenrand iets uitkragende toren van vier etages onder ingesnoerd achtkantig tentdak met op de top een klokkentorentje onder tentdak bekroond door sierlijke, smeedijzeren kruisbloem, en met tegen de oostzijde van de zuidgevel de achtzijdige, uit 1895-96 daterende toren van vier etages onder ingesnoerd achtkantig tentdak met op de top een ui-spits op achtkantige voet en bekroond door sierlijke smeedijzeren kruisbloem met windvaan. Het noordelijk deel, dat aan de oostzijde rechthoekig en aan de westzijde driezijdig uitspringt ten opzichte van het zuidelijk deel, heeft een zadeldak (nok/O-W) tussen neo-renaissance topgevels met sierankers en heeft aan de noordzijde aan weerszijden van de toren een in het gevelvlak doorlopende, gemetselde dakkapel onder insteekkap tegen tuitgevel. Het zuidelijk deel heeft een zadeldak (nok/Z-N), aan zuidzijde tegen tuitgevel met sierankers, aan de noordzijde, het noordelijk zadeldak kruisend, doorlopend tot tegen de noordtoren en aan de westzijde met insteekkap van gelijke nokhoogte tegen een neo- renaissance topgevel, afgesloten door een segmentvormig fronton en gedecoreerd met sierankers en piroenen.

Alle daken zijn gedekt met leien; alle, oorspronkelijk in schoon metselwerk opgetrokken en bij de

Pagina 34

verbouwing in 1895-1896 vrijwel geheel gepleisterde gevels zijn thans geheel wit geverfd.

In de gevels rechtgesloten, grote en kleinere ongedeelte, 4- en 6-delige vensters; keperboog-venster in westelijke dakkapel aan noordzijde; ronde blindnissen op vierde etage van noordtoren; getoogde vensters op vierde etage van achtkantige toren; voormalige balkondeuren op de verdieping van de driezijdige uitbouw aan de westzijde.

Rijksmonument

(foto 146)

Plantage Centrum 2

Grote boerderij (XIXd), bestaande uit een woongedeelte met lage verdieping onder met geglazuurde muldenpannen en Tuiles-du-Nord gedekt zadeldak (nok / O-W) aan de noordzijde en aan de zuidzijde daarop aansluitend een langgerekte schuur onder met Hollandse pannen gedekt zadeldak (nok / N-Z). De gevels van het woongedeelte zijn

met name aan de oostzijde door het decoratieve gebruik van drainage- buizen opengewerkt tot een soort kantwerk b.v. rond de ronde vensters in de oost- en noordgevel, langs de onderzijde van de geveltoppen, rond de rechtgesloten vensters met ruitvormige roeden- verdeling op de verdieping van de westgevel en rond het venster in de gemetselde, in het gevelvlak doorlopende dakkapel onder insteek- kap aan de noordzijde. In de oostgevel een 6-ruits venster, twee geschilderde deuren met bovenlichten en een geschilderd 6-ruits venster, in de noordgevel een 3-ruits venster, een deur, een 6-ruits venster en op de verdieping deuren van een voormalig balkon, alle voorzien van een omtimmering en fronton van onbewerkte, gehalveerde boomstammen, in de westgevel grote dubbele deuren en een 4-ruits venster.

In de westgevel van het schuurgedeelte (v.N.n.Z.) twee stel hoge deeldeuren, vrij recente grote ramen en deur, twee stel lagere deeldeuren met ertussen (en er- naast) een staldeur en betonnen stalramen. In de zuidgevel drie halfronde, houten stalramen, twee staldeuren en een hooiluik.

In de oostgevel (v.N.n.Z.) twee stel hoge deeldeuren met 11-ruits bovenlicht, een 6-ruits venster, twee deuren met gedeeld bovenlicht, twee 6-ruits vensters en twee stel lagere deeldeuren, waartussen een 6-ruits venster; alle vensters met luiken.

De boerderij heeft rondom een zwart geteerde plint en vertoont aan de oostzijde de restanten van een blokbeschildering in geel en blauw met rode voeg en aan de noordzijde in rood en geel. Rijksmonument

(foto's 147 en 148)

Plantage Centrum (2to) Schuur.

Ten westen van de boerderij een in schoon metselwerk opgetrokken schuur met rode Hollandse pannen gedekt zadeldak (nok / O-W).

In de noordgevel een staldeur, een halfrond stalraam, twee deuren met gedeeld bovenlicht (ter plaatse van voorheen twee stel grote dubbele deuren) en grote dubbele deuren; in westgevel een raampje en een zolderluik; tegen de zuidgevel een deels houten, deels bakstenen loods onder dak van golfplaten; in de oostgevel een deur, een halfrond raam en een zolderluik. (foto 149)

Plantage Centrum (2by) Voormalige bakkerij (XIXd);

In schoon metselwerk opgetrokken rechthoekig gebouwtje met lage begane grond en verdieping onder met rode Tuiles-du-Nord gedekt zadeldak. In de oostgevel drie spitsboog nissen met zware balk ter hoogte van de verdiepingsvloer en in de meest zuidelijke nis een deur en een venster. In de zuidgevel één rond en één halfrond ommetseld gietijzeren raampje.

Pagina 35

Tegen de zuidzijde van de westgevel een uitbouwtje onder lessenaarsdak; in deze gevel twee deuren naar de kelderachtige begane grond. In de noordgevel een ommetselde, rondgesloten dubbele deur op de verdieping.

Rijksmonument

(foto 150)

Plantage Centrum 3

"Prinsenhof"; uit 1871 daterende, in schoon metselwerk opgetrokken boswachterswoning. De rechthoekige hoofdmassa heeft een verdieping en twee haaks op elkaar staande zadeldaken (oostelijk deel nok/O-W; westelijk nok/N-Z); in de oostgevel op de begane grond twee rechtgesloten vensters (4-ruits onderraam en bovenlicht), op de verdieping twee rondboog T-vensters en in de geveltop een rond venster; tegen het oostelijk deel van de zuidgevel een lage aanbouw onder zadeldak (nok/N-Z), met gedeeltelijk beglaasde, dubbele paneeldeur met hardstenen stoep in zuidgevel, met een rechtgesloten, aan haven- en zijkant(en) met ruwe boomstam omtimmerd venster met ruitvormige roedenverdeling in oost- en zuidgevel en met een betimmering van aangepunte palen onder de dakranden en in de geveltop; in het westelijk deel van de zuidgevel vier getoogde I-vensters (op begane grond 4-ruits onderraam) en rond venster in geveltop; tegen de noordgevel een vrij hoge aanbouw zonder verdieping onder zadeldak (nok/N-Z) met een groot 9-ruits venster in de oostgevel, twee ronde vensters in de geveltop en een recent vernieuwde, lage, omlopende aanbouw tegen de noord- en westgevel onder met pannen gedekt lessenaarsdak. Alle zadeldaken zijn met eterniet leien gedekt. en hebben eenvoudige wind- veren; de geveltoppen van de hoofdmassa hebben een halfsteens uitkraging met tandlijst; de oostgevel is voorzien van enig sierpleisterwerk.

Rijksmonument

(foto 151)

Plantage Centrum 4

Boerderij (XIXd) van het Brabantse langgeveltype, opgetrokken in schoon metselwerk, met aan beide zijden een sprong tussen woon- en het schuurgedeelte en onder een met riet en (gedeeltelijk geglazuurde) rode Hollandse pannen gedekt zadeldak (nok/O-W) met gesneden windveren en makelaars. In de zuidgevel deeldeuren met aan weerszijden een getoogde, 6-ruits gietijzeren stalraam en een staldeur in het schuurgedeelte en een deur met gedeeld bovenlicht en drie 6-ruits vensters met diefijzers en luiken in het woongedeelte. In de oostgevel een zolderluik. In de noordgevel twee kelderlichten, twee 4-ruits opkamervensters met diefijzers en luiken, een vernieuwde deur en een 6-ruits venster met luiken in het woongedeelte, en een staldeur, waarboven en -naast een grotendeels open ruimte onder afhang, enige raampjes en twee stel deeldeuren in het schuurgedeelte. In de westgevels twee halfronde gietijzeren stalramen en een hoofdluik.

Rijksmonument

(foto 152)

Plantage Centrum (4by) Schuur.

Achter de boerderij van oost- naar west:

Een grote schuur (XIXd) onder met (gedeeltelijk geglazuurde) rode Hollandse pannen en aan de uiteinden met riet gedekt wolfdak (nok/N-Z); noord- en westgevel van gepotdekselde houten delen, met deeldeuren aan de oostzijde van de noordgevel en dubbele deuren aan de noordzijde van de westgevel; de in schoon metselwerk opgetrokken oostgevel heeft in het midden een risalerende schijningangspartij onder insteekkap en een met drainagebuizen opengewerkte geveltop, heeft een viertal met ruwe boom- stammetjes omtimmerde vensters en opgetimmerd vakwerk van onbewerkte, gehalveerde boomstammen;

Pagina 36

in de schoon metselwerk opgetrokken zuidgevel heeft aan de oostzijde echter, westzijde schijndeeldeuren, heeft een vrijwel geheel met drainagebuizen opengewerkte geveltop en opgetimmerd vakwerk.

Rijksmonument

(foto 153)

Plantage Centrum (4by) Voormalige wasserij (ca. 1900)

Rechthoekig, in schoon metselwerk opgetrokken gebouwtje onder met geglazuurde rode Hollandse pannen gedekt zadeldak (nok//N-Z); deur met aan weerszijden een venster en in geveltop een rond venster in zuidgevel, venstertje in westgevel, twee mestdeurtjes en een venstertje in noordgevel en staldeur in oostgevel.

Rijksmonument

(foto 154)

Plantage Centrum (?) Schuur.

In schoon metselwerk opgetrokken schuur onder met rode Hollandse pannen gedekt zadeldak (nok//N-Z) met windveren; getoogde deeldeuren, staldeur, 6-ruits stalraam en hooiluik in zuidgevel; drie getoogde en één nieuwe rechtgesloten staldeur(en) en 4-ruits stalramen in westgevel; tegen de oostgevel aangebouwd een gedeeltelijk open, houten loods onder golfplaten lessenaardak; in de noordgevel een getoogd 6-ruits stalraam en ter plaatse van voor- heen getoogde deeldeuren en stal- deur thans twee rechtgesloten staldeuren en stalramen.

Rijksmonument /P>

(foto 155)

Plantage Centrum 5-6-7

"De Driehuizen": reeks van drie dienstwoningen, bestaande uit een -aan de voorzijde risalerend- middengedeelte met verdieping onder met Tuiles-du-Nord gedekt zadeldak (nok//NW-ZO) en twee vleugels zonder verdieping onder met Tuiles-du-Nord gedekte zadeldaken (nok//ZW-NO) met afhang aan elk der uiteinden van de NW-gevel. Met uitzondering van de uiteinden van de ZO-gevel en de ZW- en NO-gevel, welke boven een bakstenen plint bestaan uit verticale delen met gehalveerde boomstammetjes op de naden en met opgetimmerd vakwerk van gehalveerde, onbewerkte boomstammen, zijn de gevels opgetrokken in schoon metselwerk en aan de voorzijde voorzien van opgetimmerd vakwerk.

Langs de dakranden getande boeidelen en getrapte windveren bekroond door gesneden makelaar.

In de ZO-gevel vierdelige vensters (ten dele) met ruitvormige roeden- verdeling in het midden en aan de uiteinden (ten dele) met 20-ruits roedenverdeling; een ruitvormig, 4-ruits venster boven de vensters van het midden-gedeelte en de eerste vensters terzijde van het middengedeelte, en een driehoekig, 3-ruits venster in de geveltop. Tegen de NW-gevel van het midden- gedeelte een uitgebouwd toilet; in deze gevel een 4-delig venster met 20-ruits roedenverdeling, een opgeklampte deur met 4-ruits bovenlicht, op de verdieping een 12-ruits venstertje, een luik en in de geveltop een ronde nis.

Rijksmonument

(foto 156)

Plantage Centrum (6) Schuur.

Achter "De Driehuizen" een in schoon metselwerk opgetrokken schuur onder met rode (aan de ZO-zijde geglazuurde) muldenpannen gedekt zadeldak; dubbele deur in ZO-gevel; schuurdeur in NO-gevel; 3-ruits betonnen stalramen. Rijksmonument

Plantage Centrum 8

Boerderijcomplex (XIX d), bestaande uit een laag woongedeelte van drie traveeën onder zadeldak met flamkerende hoog aangebouwde zijlangsdeelschuren onder zadeldak met wolfeind op buitenste kopgevels.

Boven de muuropeningen in de zuidgevel van de boerderij bevinden

Pagina 37

zich pseudo spitsboogvensters met dito roedekruisingen. Zo ook schijnvensters en deeldeuren in de beide schuren.

(foto's 157, 158 en 159)

Plantage Centrum 10

"Het Jachthuis"; in oorsprong als herberg gebouwd, uit omstreeks 1875 daterend gebouw, bestaande uit een a-centraal geplaatst gedeelte met verdieping onder zadeldak (nok//N-Z), met tegen de westgevel een aanbouw zonder verdieping onder zadeldak (nok//O-W) met afhang over iets inspringende aanbouw aan noordzijde, en met tegen de oost- gevel eveneens een aanbouw zonder verdieping onder zadeldak (nok//O-W), die echter aan de zuidzijde iets uitspringt, een iets hogere en noordelijker gelegen nok heeft en waarop aan de oostzijde aansluit, een aan de noordzijde inspringende en aan de zuidzijde ver uitspringende garage onder L-vormig omlopend zadeldak, aan de zuidzijde tegen topgevel. De overkragende daken zijn alle, uitgezonderd gedeelten aan de noordzijde, gedekt met riet en voorzien van sierlijk gesneden boeidelen, windveren en makelaars.

De in baksteen opgetrokken gevels zijn boven een plint in schoon metselwerk voorzien van een rustieke houten bekleding, bestaande

uit opgetimmerd vakwerk van zwartgeteerde, gehalveerde, onbewerkte boomstammen gevuld met bruin-rood geverfde (per vak) afwisselend horizontaal, verticaal en diagonaal aangebrachte boomstammetjes. Dit echter met uitzondering van de in schoon metselwerk opgetrokken en van opgetimmerd vakwerk voorziene noordgevel.

In de noordgevel 6-ruits ramen, op de begane grond met blinden, en in de geveltop een rond venster; in de west- en zuidgevel T-vensters en smalle, hoge vensters met boven- licht, op de verdieping aan de west- en oostzijde kleine recht- hoekige vensters, alle voorzien van ruitvormige roedenverdeling, waarin ten dele blauwe ruiten; grotendeels dito beglaasde dubbele toegangsdeuren en op de verdieping balcondeuren in het hoge gedeelte, en enkele deur met bovenlicht in de sprong met de oostelijke aanbouw. Boven het uit ruwe boomstammen opgetrokken balkon en het grote venster in de westgevel een met riet gedekte luifel. In de oost- en westgevel (aan de westzijde over- hoeks geplaatst) grote recht- gesloten dubbele deuren.

Rijksmonurnen!

(foto 160)

Plantage Centrum 11

Voormalige houtzagerij (ca. 1895)

In schoon metselwerk opgetrokken gebouw zonder verdieping onder met geglazuurde muldenpannen gedekt wolfdak en met aan de oostzijde een hoger opgetrokken, risalerende ingangspartij onder insteekkap met siertimmerwerk tussen de geprofileerde windveren en met overhoekse makelaar, eindigend in een in zink uitgevoerde piroen; plint, hoekblokken en omlijstingen van deur- en vensteropeningen en -nissen in pleisterwerk.

In de oostgevel een deur met getoogd, tweeruits bovenlicht, waarboven een rond gesloten luikopening, en met aan weerszijden een getoogd 6-ruits venster; in noord- en zuidgevel een getoogde, gepleisterde nis en in de geveltop een ommetseld rond venster; in de westgevel in het midden een gepleisterde deurnis met aan weerszijden een gepleisterde vensternis.

Rijksmonument!

(foto 161)

Plantage Centrum (11by)Voormalige smederij (XIXd);

Gebouw zonder verdieping onder met rode Hollandse pannen gedekt zadeldak; de gevels van het meest oostelijk deel zijn opgetrokken in zwart geteerd metselwerk; de overige gevels/geveldelen zijn boven een gemetselde plint van gepotdekselde houten delen; over de wanden is opgetimmerd vakwerk van gehalveerde, onbewerkte boomstammen aangebracht.

In de oostgevel een deur, een luikopening en twee rondboog- zolderraampjes; in de zuidgevel twee 16-ruits venster met luiken en twee kleine 6-ruits vensters; in de westgevel dubbele deuren met daar- boven een luik; tegen de noordgevel een aanbouw onder afhang, met wanden van gepotdekselde delen en open latwerk.

Rijksmonument

(foto 162)

Pagina 38

deel zijn opgetrokken in zwart geteerd metselwerk; de overige gevels/geveldelen zijn boven een gemetselde plint van gepotdekselde houten delen; over de wanden is opgetimmerd vakwerk van gehalveerde, onbewerkte boomstammen aangebracht.

In de oostgevel een deur, een luikopening en twee rondboog- zolderraampjes; in de zuidgevel twee 16-ruits venster met luiken en twee kleine 6-ruits vensters; in de westgevel dubbele deuren met daar- boven een luik; tegen de noordgevel een aanbouw onder afhang, met wanden van gepotdekselde delen en open latwerk.

Rijksmonument

(foto 162)

Plantage Centrum 12

Voormalige paardenstal (XIXd), thans dienstwoning: in schoon metselwerk opgetrokken gebouw zonder verdieping onder met rode Hollandse pannen en riet gedekt schilddak met insteekkap boven risalerend gedeelte aan noordzijde van oostgevel, boven houten dakkapel in oostelijk dakvlak en boven gemetselde dakkapel aan zuidzijde. In de westgevel tweemaal twee gekoppelde, getoogde 8-ruits schuifvensters en een mestluik; in de oostgevel twee gekoppelde grote deuren met gedeelde bovenlichten in het risalerend gedeelte en een deur, waarin 3-ruits venster, met aan weerszijden een hooggeplaatst, getoogd venster met rechtgesloten vensters met ruitvormige roedenverdeling en een spitsboog-nis in de dakkapel.

Geveldecoraties door middel van in het metselwerk geplaatste drainage buizen; in rijen boven de strekken der getoogde vensters en de deur, en samengesteld tot rondjes (oost- en zuidgevel), vierpas (motieven) en ruiten (noordgevel).

Rijksmonument

(foto 163)

Plantage Centrum 13

Woning. Gepleisterde woning (XIXd) zonder verdieping onder met Hollandse pannen gedekt zadeldak en met tegen de noordgevel een iets lagere, in schoon metselwerk opgetrokken aanbouw onder met Hollandse pannen gedekt zadeldak. In de westgevel een 20-ruits venster en een deur (in de aanbouw), een ommetseld rondboogvenster met twee 6-ruits draairamen en gedeeld bovenlicht, en twee ommetselde, ronde zoldervensters; in de oostgevel een deur en kleine vensters (in de aanbouw) en twee 4-ruits zoldervensters; in de zuidgevel een sleutelgatvormige ommetseling, waarin een getoogd 12-ruits schuifvenster omgeven door ommetselde rondjes en ronde vensters, twee ommetselde ronde zoldervensters en een driehoekig 6-ruits venster in de met boom- stammetjes beklede geveltop.

Rijksmonument

(foto 164)

Plantage Centrum 14

Tuinmanswoning (XIXd); in schoon metselwerk opgetrokken huis zonder verdieping onder met grijze Tuiles-du-Nord gedekt zadeldak (nok//O-W) met afhang over aanbouw (vrm. kippenhok) aan de noordzijde; in de zuidgevel een 20-ruits schuifvenster, een vernieuwde deur en een venstertje; in de oostgevel twee kleine vensters; tegen de zuidzijde van de westgevel een in schoon metselwerk opgetrokken aanbouw zonder verdieping onder met Hollandse pannen gedekt zadeldak (nok//N-Z); in de westgevel hiervan twee vensters en in de zuidgevel een deur met aan weerszijden een hoog 2-ruits venster en erboven een getoogde nis. Rijksmonument

(foto 165)

Plantage Centrum, ongenummerd.

Plantenkas (eerste helft 20ste eeuw)

(foto 238)

Pagina 39

Roosendaalse baan 22

Langgevelboerderij met dwarsdeel (1886)

Zadeldak. Vijf traveeën breed woongedeelte. T-vensters met luiken. In bedrijfsgedeelte ellips- vormige deeldeuren en rondboog- vensters met geometrische roedenverdeling. Muizentand in fries van gele en rode steen. Ligusterhaag. Acht kastanjebomen en twee beuken van ca. 2.00 m omtrek.

(foto 166)

Roosendaalsestraat 1

Tweelaags hoekhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Schilddak. Gevels aan de straat voorzien van wit pleisterwerk, bovendien aan de Markt kant voorzien van horizontale banden en aan de Roosendaalse straat kant op de benedenverdieping met bossagewerk en muuromlijstingen met kuiven. Verder een kroonlijst met fries en consoles, cordonlijst en plint.

Op de bovenverdieping T-vensters. Aan weerskanten van voordeur een gietijzeren schraaprooster. Schansmuur met aan de straatkant drie pilasters met ui-bekroning waartussen smeedijzeren hekwerk.

(foto 167)

Roosendaalsestraat 5

Eenlaags woonhuis (eerste kwart 20ste eeuw)

Mansardekap. Voorgevel vijf traveeën breed. Risalerende ingangspartij met in het dak een ingebouwd balkon met segmentboog bekroning tussen pilasters. Fries, horizontale banden en plint. Muuropeningen met segmentboog en sluit- en aanzetstenen. T-vensters.

(foto 168)

Roosendaalsestraat 12

Eenlaags woonhuis (eerste kwart 19e eeuw)

Mansardedak. Siermetselwerk in voorgevel. Bewerkte stenen lateien.

(foto 169)

Roosendaalsestraat 14

Tweelaags herenhuis (19e eeuw). Mogelijk oudere kern.

Afgewolfd mansardedak. Gepleisterde lijstgevel in eclectische stijl voorzien van klauwstukken. Onderpui blokpleisterwerk.

(foto 170)

Roosendaalsestraat 13-15

Eenlaags dubbelwoonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Symmetrische pilastergevel met kroonlijst, fries, horizontale banden, hardstenen basement, ingangsportiek en muuropeningen met segmentbogen en aanzet- en sluitstenen. No. 15 bevat oorspronkelijke voordeur met gietijzeren rooster.

(foto 171)

Roosendaalsestraat 18

Tweelaags winkelhuis (derde kwart 19e eeuw). Mogelijk oudere kern.

Zadeldak. Gepleisterde voorgevel vier traveeën breed met segmentboogvensters en T-ramen. Muur- omlijstingen. Kroonlijst met fries en consoles. Dwars op de voorbouw bevindt zich achterbouw onder zadeldak.

(foto 172)

Roosendaalsestraat 19

Eenlaags woonhuis (derde kwart 19e eeuw). Mogelijk met oudere kern.

Zadeldak met rechts een tuitgevel. A-symmetrisch gepleisterde voorgevel, vijf traveeën breed. Kroonlijst, fries met consoles, Muuromlijstingen met kuif.

(foto 173)

Roosendaalsestraat 20

Tweelaags woonhuis (1875) Schilddak. Gepleisterde voorgevel drie traveeën breed. Kroonlijst met fries en consoles en cordonlijst. Muuromlijstingen. Voordeur met bloktrede. (foto 174)

Roosendaalsestraat 22

Eenlaags café annex slijterij (eerste kwart 20ste eeuw)

Zadeldak met wolfeind. Ingezwenkte

Pagina 40

lijstgevel aan de straat. Segmentboogvensters. Links vergroot venster.

(foto 175)

Roosendaalsestraat 23

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak tussen tuitgevels. Voor- gevel vier traveeën breed. Kroonlijst met fries. Horizontale banden en plint. Muuropeningen met segmentbogen voorzien van aanzet- en sluitstenen. In het dak kleine kapel met piron. (foto 176)

Roosendaalsestraat 24

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak tussen tuitgevels. Symmetrische voorgevel drie traveeën breed. Kroonlijst met eenvoudige fries. T-vensters.

(foto 177)

Roosendaalsestraat 25

Huis met bedrijfsruimte (vierde kwart 19e eeuw). Mogelijk oudere kern.

Zadeldak met wolfeind aan de straat. Voorgevel vijf traveeën breed. Kroonlijst met fries, horizontale banden, plint. Muuropeningen met segmentboog voorzien van aanzet- en sluitstenen. Zijgevel woonhuisgedeelte gepleisterd. Staldeur met geometrisch roedeverdeling in bovenlicht.

Erf met veldkeien. Liguster- en meidoornhaag. Enige hoogstam fruitbomen.

(foto 178)

Roosendaalsestraat 35

Eenlaags winkelhuis (eerste kwart 20ste eeuw)

Zadeldak. Blokpleisterwerk voorgevel met driepas bekroning.

(foto 178a)

Roosendaalsestraat 36

Voormalige boerderij nu woonhuis (eerste helft 19e eeuw) Zadeldak. Blokpleisterwerk voorgevel, vier traveeën breed. Kroonlijst en eenvoudige fries. Lateien voorzien van meander.

(foto 179)

Roosendaalsestraat 38

Eenlaags woonhuis (1886)

Zadeldak tussen tuitgevels. Symmetrische vijf traveeën brede voorgevel. Empire vensters. Kroonlijst en eenvoudige fries. Voordeur met bloktrede.

(foto 180)

Roosendaalsestraat 40

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Symmetrische drie traveeën brede voorgevel. Empire vensters. Voordeur met vier panelen. Bloktrede. Kroonlijst en eenvoudige fries.

(foto 181)

Roosendaalsestraat 42

Woonhuis (18e eeuw). Mogelijk met oudere kern.

Zadeldak met wolfeind. Ingezwenkte lijstgevel aan de straat. Blokpleisterwerk. Monumentale ingangspartij. Frontaal trapje. T-vensters. Smeedijzeren hekwerk. Druif en oude suikeresdoorn.

(foto 182)

Roosendaalsestraat 43

Eenlaags woonhuis "In den Groenen Zonck" (18e-19e eeuw) Zadeldak. Gepleisterde symmetrische voorgevel, vijf traveeën breed. Kroonlijst, fries met consoles, muuromlijstingen met kuif. T-vensters. Dubbele voordeur met drie panelen en snijwerk. Bovenlicht met levensboom. Frontaal trapje. Rechts aangebouwd het voormalige koetshuis (eerste kwart 20ste eeuw)

Zadeldak met overstek en houten windveren aan de straat.

Imitatie vakwerk voorgevel.

(foto 183)

Roosendaalsestraat 44

Tweelaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Voorgevel drie traveeën breed. Kroonlijst met fries en consoles. Stucwerk muuromlijstingen

Pagina 41

met kuif. Bewerkte voordeur met rooster en frontaal trapje.

(foto 184)

Roosendaalsestraat 45

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak. Topgevel aan de straat met imitatie vakwerk. Onderpui gepleisterd. Muuromlijstingen. Muizentand onder goot. Frontaal trapje.

(foto 185)

Roosendaalsestraat 46

Tweelaags huis (begin 19e eeuw). Mogelijk oudere kern. Zadeldak tussen tuitgevels. Achteraanbouw eenlaags onder zadeldak haaks op de voorbouw. Gepleisterde symmetrische voorgevel vijf traveeën breed. Kroonlijst, cordonlijst met consoles en hardstenen plint. Onderpui met horizontale banden. T-venster. Achtergevel (ca. 1985)

Oude beuken- en ligusterhaag.

(foto 186)

Roosendaalsestraat 47-49

Eenlaags dubbelwoonhuis (eerste kwart 20ste eeuw) Zadeldak. Zes traveeën brede voorgevel. Kroonlijst met fries en consoles, horizontale banden en doorlopende lateien met bekroonde sluitstenen. T-vensters. Frontale stoep met trapje.

(foto 187)

Roosendaalsestraat 54

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak tussen tuitgevels. Voorgevel drie traveeën breed. Kroonlijst met eenvoudige fries en plint. T-vensters. Frontale stoep.

(foto 188)

Roosendaalsestraat 59

Eenlaags woonhuis (vierde kwart 19e eeuw)

Zadeldak tussen tuitgevels. Symmetrische vijf traveeën brede voorgevel. Kroonlijst met fries en consoles. Muuromlijstingen met kuifbekroning. Frontale stoep en trapje. Erfafscheiding met smeedijzeren hekwerk.

(foto 189 en 190)

Roosendaalsestraat 61

Eenlaags woonhuis annex café (eerste kwart 20ste eeuw) Mansardedak. Symmetrische zes traveeën brede voorgevel. Muuropeningen met segmentboog. Venster met geometrische roedenverdeling. Frontale stoep. (foto 191).

Roosendaalsestraat 64

Tweelaags villa "Eikenhof" met eclectische stijlkenmerken (1905)

Samengestelde dakvorm voorzien van zinken leien. Frontale trap. Authentiek Koetshuis aanwezig. Siertuin met o.a. twee treurbeuken en kastanjebomen.

(foto 192)

Schoolstraat 3

Voormalige zeven klassige R.K. jongensschool st. Lambertus nu Nederlands enige Zijdemuseum

(1913).

Zadeldak. Pilastergevel waartussen steeds drie raamtraveeën zijn geplaatst met ellipsbogen.

Met trapgevelbekroonde rondbogige ingangspartij met blindnissen.

Op erf aanplant van o.a. moerbeibomen.

(foto 193)

Spellestraat 44

Mariakapel (ca. 1935) van architect Valk. Hoefvormige plattegrond. Helmdak met pirons. Omgeven door zes linden ca. 1.50 m omtrek.

(foto 194)

Spellestraat 45

Voormalige boerderij met langsdeel (1860)

Pagina-42

Zadeldak tussen tuitgevels. Inspringend woongedeelte niet meer als zodanig in gebruik.

Op het erf een haag, jonge seringenboom en wilg van ca. 2.80 m omtrek.

(foto 195)

Spellestraat 47

Boerderijcomplex (1668, ca. 1900)

Symmetrisch woongedeelte vijf traveeën breed. Empire vensters met luiken. Voorkant met mansarde en achterkant met zadeldak. In zij- en achtergevel oudere bouwfragmenten zichtbaar, onder andere ophoging van dak.

Schuur onder schilddak met zijlangsdeel, oorspronkelijk geheel met riet gedekt. Bakhuis met veestalling. Zadeldak.

(foto 196)

Spellestraat 49

Langgevelboerderij met dwarsdeel (1698)

Zadeldak met wolfeind. Inspringend woongedeelte vijf traveeën breed met blokpleisterwerk. Frontale stoep.

Op het erf een bakhuis met ingehakt jaartal.

(foto 197, 197a en 197b)

Spellestraat 50

Langgevelboerderij met dwarsdeel (17e-18e eeuws)

Zadeldak met wolfeind gedekt met riet. Inspringend woongedeelte, drie traveeën breed. Empire vensters met luiken. Vlaamse schuur met zijlangsdeel en rieten zadeldak. Bakhuis onder zadeldak.

Op het erf enige oude wilgen.

(foto 198)

Spellestraat 51

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type (1928)

Op woonhuis, stal en schuur een mansardedak. Woonhuis vijf traveeën breed, hoekpilasters en midden risaliet met portiek en gemetselde dakkapel. Kroonlijst fries en horizontale banden en plint. Siermetselwerk. Frontale stoep.

Twee parallelle schuren met middenlangsdeel.

(foto 199)

Spellestraat 54

Boerderijcomplex (Begin 19e eeuw, ca. 1910)

Inspringend woongedeelte met zadeldak. Bedrijfsgedeelte met rieten zadeldak en wolfeind. Dwarsdeel. Schuur onder mansardedak met middenlangsdeel.

Bakhuis onder zadeldak. Meidoornhaag en enige hoogstammen.

(foto 200)

Steenbergsestraat 3

Langgevelboerderij "Hoeve Looike" met dwarsdeel (ca. 1900) Zadeldak. Empire vensters. Waterpomp met uitstortgootsteen. Schuur onder zadeldak met middenlangsdeel Ligusterhaag.

(foto 201 en 202)

Steenbergsestraat, ongenummerd

Mariakapelletje (1944)

Opschrift: in dankbare liefde, toegewijd aan O.L.Vrouw voor ons aller behoud 30 oktober.

Omgeven door meidoornhaag / liguster en leliën van dalen onder mansardedak.

(foto 203)

Steenbergsestraat 6

Boerderijcomplex (eerste kwart 20ste eeuw)

Woongedeelte symmetrisch vijf traveeën breed. Muuropeningen met segmentboog. Kroonlijst en fries met consoles. T-vensters. Aangebouwd bedrijfsgedeelte en schuur met middenlangsdeel onder zadeldak. Karschop met drie poorten. Smeedijzeren hekwerk met pijlpunten. Kleine boomgaard met hoogstammen. Erfafscheiding met dertiental linden ca. 0.90 momtrek.

(foto 204)

Pagina-43

Steenbergsestraat 7

Langgevelboerderij met middenlangsdeel (eerste kwart 20ste eeuw)

Woongedeelte onder zadeldak. Voorgevel blokpleisterwerk vier traveeën breed. Bedrijfsgedeelte zadeldak met wolfeind. Muuropeningen met segmentbogen.

Beukenhaag als erfafscheiding.

(foto 205)

Torenplein

L-vormig plein gelegen aan de westzijde van de middeleeuwse St. Lambertuskerk. Aan het plein staat nieuwbouw vanwege oorlogsgeweld uit ca. 1953 van P.T.T. kantoor, politiepost, burgemeestershuis, buurtwinkel en enkele woonhuizen. Op het plein leilinden en bestrating van kinderkoppen en klinkerkeien. Gietijzeren lantaarnpalen.

Torenplein 1

R.K. Kerk van St. Lambertus. Laatgotische kruiskerk, in 1882 gerestaureerd, in 1944 grotendeels verwoest, restauratie 1945-53. Bestaande uit een zesdelig gesloten koor, geheel met natuursteen bekleed transept, een bij de restauratie, in gewijzigde vorm herbouwd driebeukig schip en een 15e eeuwse toren van baksteen met banden van natuursteen, met steunberen en verdeeld in zes geledingen met lisenen en boogfriezen. In het koor een aantal eiken beelden, gespaard gebleven uit de in 1944 verwoeste koorbanken, die afkomstig waren uit de abdij van St. Bernard op de Schelde en vervaardigd waren door Artus Quellien de Jong, Lodewijk Willemsens, Hendrik Frans Verbruggen e.a. in 1690-1699.

Andere beelden uit deze koorbanken voor de biechtstoelen.

Rijksmonument

(foto 206, 207 en 207a)

Torenplein 8

Tweelaags voormalige dienstwoning voor burgemeester (~). Zadeldak. In aangebouwd gedeelte links van het huis een nis met natuurstenen beeld van de patroonheilige van de st. Lambertuskerk de H. Leonardus. (foto's 232 en 233)

Torenplein 11 tlm 14

Tweelaags huizencomplex met politiepost en voormalig P.T.T. kantoor en dienstwoningen (1953). Zadeldaken.

(foto 231)

Vleetweg, ongenummerd

Gietijzeren grenspaal (1843) met België genummerd 243.

Waterstraat 4

Boerderijcomplex (ca. 1910)

Eenlaags woongedeelte, schilddak met plat. Symmetrische vijf traveeën brede voorgevel met hoekpilasters en middenrisaliet waarboven gemetselde kapel met gebogen tympaan bekroning. Kroonlijst met fries, horizontale natuurstenen banden en plint. Muuropeningen voorzien van segmentboog met aanzet- en sluitstenen. Voordeur met smeedijzeren rooster. Frontale stoep en trapje. Bedrijfsgedeelte met zadeldak en midden langsdeel. Tussenbouw onder schilddak. Aan de straat Jugendstil smeedijzeren hekwerkje.

Op het erf boomgaard met 10-tal oude hoogstammen siertuin en haag.

(foto 208 en 209)

Waterstraat 10

Langgevelboerderij met dwarsdeel (eerste kwart 20ste eeuw) Zadeldak. Voorgevel gepleisterd. Woongedeelte vergroot met drie traveeën. Voor het huis een ijzeren travalje of hoefstal.

(foto 210 en 211)

Westelaarsestraat 10

Langgevelboerderij met langsdeel (vierde kwart 19e eeuw) Zadeldak. Woongedeelte vijf traveeën breed. Voor- en zijgevel met

Pagina 44

blokpleisterwerk. Schuur onder mansardedak met middenlangsdeel (eerste kwart 20ste eeuw). Hekwerk tussen hardstenen palen. Twee hoogstam fruitbomen.

(foto 212)

Westelaarsestraat 23

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type (tweede kwart 20ste eeuw)

Woongedeelte twee laags onder samengesteld schilddak. Schuur onder mansardedak met langsdeel en paardenstal. Erf met haag en populierenbeplanting.

(foto 213 en 214)

Westelaarsestraat 26

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type "Heulberg" (eerste kwart 20ste eeuw)

Eenlaags woongedeelte onder zadeldak. Voorgevel vijf traveeën breed. Bewerkte voordeur met smeedijzeren roosters. Schuur met middenlangsdeel en zadeldak.

Siertuin en ligusterhaag. (foto 215 en 216)

Westelaarsestraat 35

Boerderijcomplex van het West-Brabantse type (ca. 1935, derde kwart 19e eeuw)

Tweelaags woongedeelte onder zadeldak. Monumentale ingangspartij. Schuur met middenlangsdeel onder zadeldak en schuur onder rieten wolfdak.

Diverse hoogstam fruitbomen en populieren.

(foto 217 en 218)

Westelaarsestraat 44

Langgevelboerderij met dwarsdeel (vierde kwart 19e eeuw) Zadeldak. Woongedeelte drie traveeën breed met empire vensters en luiken.

Een enkele hoogstam fruitboom.

(foto 219)

Westelaarsestraat 56

Langgevelboerderij "Hoeve Zaafsel" met dwarsdeel (1909) Zadeldak met houten geschulpte windveren en makelaar. Woongedeelte symmetrisch vijf traveeën breed met kroonlijst en fries met consoles.

Muuropeningen met segmentboog. T-vensters. Bovenlicht voordeur met siersmeedwerk.

(foto 220)

Westelaarsestraat 58

Langgevelboerderij met dwarsdeel (19e eeuw)

Rieten zadeldak met wolfeind. Bedrijfsgedeelte uitspringend. Naast deeldeuren rondboogvensters met geometrische roedenverdeling. Schuur met zijlangsdeel. Rieten schilddak. Kippen- en varkenshok onder zadeldak.

(foto 221 en 222)

Weststraat 3

Langgevelboerderij met oorspronkelijk dwarsdeel nu zijlangsdeel (tweede helft 19e eeuw) Zadeldak met tuitgevel op woongedeelte. Bedrijfsgedeelte onder rieten zadeldak. Empire vensters met luiken. Gietijzeren levensboom in bovenlicht voordeur. Erf gedeeltelijk met veldkeien belegd.

(foto 224)

Zoom, ongenummerd

in de Zoom een stuw (tweede helft 19e eeuw)

(foto 239).

Zoomvlietweg 1

Langgevelboerderij met dwarsdeel (eerste kwart 20ste eeuw) Zadeldak. Woongedeelte vier traveeën breed. Ramen vernieuwd. Diverse hoogstam fruitbomen.

(foto 225)

Zoomvlietweg 3

Langgevelboerderij met dwarsdeel (derde kwart 19e eeuw) Zadeldak met wolfeind. Bedrijfsgedeelte met riet gedekt. Bak- en waarschijnlijk washuis onder zadeldaken. Schuur met zijlangsdeel, oorspronkelijk met riet

Pagina 45

gedekt. Schuur met dwarsdeel waarin o.a. varkenshokken onder zadeldak.

Kleine boomgaard met enkele hoogstammen, doorgeschoten beukenhaag en liguster.

(foto 226)

Zoomvlietweg 5

Langgevelboerderij met dwarsdeel (eerste kwart 20ste eeuw) Zadeldak met houten windveren. Woongedeelte vijf traveeën breed, kroonlijst fries en vensters met luiken. 16-tal leilinden aan de straat. Oprijlaan met 20-tal platanen ca. 1.20 momtrek. Aan de Westelaarsestraat een smeedijzeren poort.

(foto 227)

Zoomvlietweg 15a

Woonhuis gedeelte en restanten van het afgebrande bedrijfsgedeelte van langgevelboerderij "Nieuw Moerbeek" met dwars deel (tweede helft 19e eeuw). Zadeldak. Voorgevel drie traveeën breed. Oprijlaan met aan een kant populierbeplanting. Erf met zestal lindebomen ca. 2.50 meter omtrek, hoogstam fruitbomen en notebomen ca. 2.00 meter omtrek.

(foto 228)

Zoomvlietweg 26-28 (Bergen op Zoom)

Eenlaags dubbelwoonhuis (eerste kwart 20ste eeuw) Zadeldak met topgevel aan de straat, houten windveren en makelaar. Gepleisterde symmetrische voorgevel vijf traveeën breed. (foto 229)

Zoomvlietweg 44 (Bergen op Zoom)

Brandkuil (ca. 1935). Gelegen t.o huis no. 44. Gegraven in het kader van de werkverschaffing en brandbestrijding. (foto 230)

Pagina 46

6. LITERATUURLIJST

A.J. van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlandse gemeenten, Gorichem, 1848 (onder Wouw).

F.F.X. Cerutti, "Gageldonck", Jaarboek Ghulden Roos, V 1945.

Cuijpers, Gemeente Wouw, waardevolle elementen in ALC- en AKI.,-gebieden, bijlage bij bestemmingsplan "Buitengebied"- Ruilverkaveling Kruisland - Wouw, 's-Hertogenbosch, 1988.

A. Delahaye, W.A. van Ham en C. van Heijst, St. Gertrudis in het woud, Wouw, 1976.

R Hermans, Landgoedgids Wouwse Plantage, De Vierschaar, Wouw 1984

R. Hermans, Over de oudste Herberg van Moerstraten, De Vierschaar, Wouw, 1988.

R. Jacobs en J. Schijven, De marktpompen van Wouw, Wouw 1985

G.C.A. Juten, "Wouw", Oudheidkundig Jaarboek, IV 1924.

J. Kuyper, Gemeente Atlas van de provincie Noord-Brabant, Leeuwarden 1865,

W. Maas, W.A. van Ham en A. Delahaye, Gedenkboek Moerstraten, Wouw, 1977

Kastelen in Brabant, van burcht tot landhuis, s-Hertogenbosch 1982.

J. Renes, West-Brabant; Een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985.

J.G.N. Renaud, "Kastelen in Noord-Brabant". Brabants Jaarboek, II 1950, waarin o.a. het kasteel van Wouw,

F. Schijven, Grafmonumenten in Wouw, De Vierschaar, Wouw, 1986.

C.J.F. Slootmans, "Het voormalige kasteel te Wouw" Jaarboek Ghulden Roos, II 1943.

A. Steegh, "Dorpen in Brabant", Biidrage in de qelijknamige catalogus, 's-Hertogenbosch, 1979.

A Steegh, Monumentenatlas van Nederland, Zutphen, 1985.

S.H.A.M. Zoetmulder e.a., De Brabantse molens, Helmond, 1973.

De gemeentehuizen van Wouw, Wouw, 1980

Rijksdienst voor de monumentenzorg, Lijst van onroerende monumenten in de provincie Noord-Brabant, Zeist

  • TERUG