Locatie:Dorpsstraat 26, 4709 AC Nispen
CBS Typering: Molenaarswoning
Bouwjaar: 1909
Architect: F.B. Sturm
Soort monument: Gemeentelijk monument
Monumentnummer: .
Geplaatst d.d.: 30 juni 2009
Kadastrale aanduiding: Roosendaal, Sectie F, Nr. 2949

Omschrijving van het monument

Algemeen

Het ten zuiden van Roosendaal gelegen dorp Nispen grenst aan het Belgische Essen. Nispen heeft een oude geschiedenis als kerkdorp. Reeds in de twaalfde eeuw zou hier een kerk hebben gestaan. De door J. Cuijpers in 1931 gebouwde kerk siert nu het Kerkplein. Het dorp is in oorsprong driehoekig van vorm met langs de randen De Lind, de Dorpsstraat en de Bergsebaan. De Lind heeft aan de zuidzijde een dorps- en aan de noordzijde een agrarisch karakter. In de Dorpsstraat bevinden zich in hoofdzaak vrijstaande woningen en bedrijfjes die rond de eeuwwisseling 1900/2000 zijn gebouwd, een molen met woonhuis en bijgebouwen, een boerderij en een school met klooster, gebouwd in 1926 door het architectenbureau F.B. Sturm te Roosendaal. Het klooster is inmiddels gesloopt. De Bergsebaan heeft door de vele ingrepen en nieuwbouw haar dorpse karakter verloren.

Het vrijstaande, gedeeltelijk onderkelderde woonhuis aan de Dorpsstraat 26 is in 1909 gebouwd en de bijgebouwen in 1909-1910 in opdracht van molenaar Alouisius Aerden naar een ontwerp van architect F.B. Sturm te Roosendaal. De woning en de bijgebouwen maken onderdeel uit van het molencomplex waarvan de molen is gebouwd in 1850. De molen is een rijksmonument. Het woonhuis heeft haar functie behouden, de bijgebouwen kunnen nu worden gebruikt als opslagruimte.

Aan de rechterzijde van het woonhuis bevindt zich de entree naar het achterliggende erf. De linkerzijde grenst deels aan een tuin die behoort bij het pand Dorpsstraat 26. Aan de linkerzijde is een éénlaags tussenlid gebouwd dat een schuur verbindt. Deze schuur wordt door een éénlaagse bebouwing met platdak verbonden met een schuur.

Woonhuis

Het gedeeltelijk onderkelderde vrijstaande woonhuis aan de Dorpsstraat 26 is in 1908 gebouwd en grenst direct aan de stoep. Het staat op een rechthoekig grondvlak en heeft een begane grond en een zolderverdieping onder een zadeldak dat gedekt is met gesmoorde kruispannen en waarvan de nok evenwijdig loopt. Aan beide zijden van de nok bevindt zich een schoorsteen met siermetselwerk. De dakvlakken worden aan beide zijden afgesloten met een windveer. In het voordakvlak zijn vier recent Velux-dakramen geplaatst.

De gevels zijn gebouwd van rode strengperssteen in kruisverband en verlevendigd met een plint van gewassen grind en gepleisterde speklagen. Na de Tweede Wereldoorlog is het plint hersteld als gevolg van oorlogsschade. De vensteropeningen liggen in een verdiept gevelvlak en hebben een hardstenen lekdorpel. Door de plint, de speklagen en de gevellijst heeft de gevel een horizontaal karakter.

Voorgevel

De voorgevel is vijf gevelassen breed, links en rechts van de toegang bevinden zich twee vensters.

De gevelopeningen worden afgesloten met een korfboog die gedecoreerd is met hardstenen inzetstukken. De vensters zijn voorzien van houten rolluiken.

Er bevinden zich vier vensteropeningen en een ondiep portiek. De toegang wordt gevormd door een hardstenen trede, de toegangsdeur met een smeedijzeren decoratie en een ongedeeld bovenlicht. De vier schuifvensters zijn T-vensters en het boogveld is gevuld met siermetselwerk.

De gevel wordt afgesloten met een gevellijst met geprofileerde kunststenen consoles, een gedecoreerde lijst, een fries met siermetselwerk en een geprofileerde bakgoot. Deze gevellijst is ter plaatse van de zijgevels gekornist.

Linker zijgevel

De linkerzijgevel is verlevendigd met rode bakstenen speklagen en heeft aan de voorzijde een halfraam met een venster. Voorts bevinden zich op de begane grond een venster met een kalf en klepraam en een ongedeeld venster. Ter hoogte van de verdieping bevindt zich een venster een geprofileerd kalf, twee ramen en een ongedeeld bovenlicht. De gevel wordt afgesloten met uitgetand geel siermetselwerk en een geprofileerd dakoverstek.

Rechter zijgevel

De rechter zijgevel is verlevendigd met rode bakstenen speklagen en heeft op de begane grond twee ongedeelde vensters. Ter hoogte van de verdieping bevindt zich een in een rondboogvormige gevelopening een Frans balkon met siersmeedwerk, een deur en een drieledig bovenlicht met geel gefigureerd glas. Boven deze gevelopening is een afdakje zichtbaar. De gevel wordt afgesloten met uitgetand geel siermetselwerk en een geprofileerd dakoverstek.

Achtergevel

De achtergevel is vanaf de openbare weg niet zichtbaar.

  • TERUG