Locatie:Kerkplein 1, 4709 Nispen
CBS Typering: Kerk
Bouwjaar: 1931
Architect: J. Cuypers
Soort monument: Gemeentelijk monument
Monumentnummer: .
Geplaatst d.d.: 25 oktober 1994
Kadastrale aanduiding: Nispen, Sectie F, Nr. 3186

Typering

Een vrijstaand kerkgebouw op een kruispunt van wegen in het hart van het kerkdorp Nispen. De kerk is van het basilicale type met een schijntransept, met zadel- en lessenaardaken waarop leien in Maasdekking. In de vorm van narthex is een voorportaal, een zijportaal en een kapel aangebouwd, aansluitend een uitspringende toren op vierkant grondvlak met torenspits waarop leien in Maasdekking.

Historische omschrijving

De kerk staat waarschijnlijk op dezelfde plaats waar de eerste kerk van Nispen in 1157 is gebouwd en vervangt een kerk die daar gestaan heeft van de 17e eeuw tot 1930 toen het kerkbestuur de oude kerk liet afbreken. De zeventiende eeuwse toren met spits uit de negentiende eeuw werd toen gerestaureerd.

De nieuwe kerk, een ontwerp van J. Cuypers, werd 23 april 1931 geconsacreerd en in gebruik genomen, de kerk werd toegewijd aan Maria Hemelvaart.

Het in de voorgevel opgenomen beeld van Maria dateert ook uit 1930 en werd geleverd door de Kunsthandel J. Cuypers.

In 1940 werd de kerk bij oorlogshandelingen beschadigd, maar de schade kon worden hersteld. De toren werd in 1944 door de Duitsers opgeblazen en was geheel verwoest.

In opdracht van het kerkbestuur werd er in 1958 een nieuwe toren gebouwd, naar ontwerp van architect J. Elst, deze toren staat op dezelfde plaats als de voorgaande. Aan kerk en toren zijn later nagenoeg geen verbouwingen meer uitgevoerd. De kerk vervult nog altijd een parochiale functie.

Omschrijving exterieur

De gevels van de kerk zijn opgetrokken uit machinaal gevormde roodbruine baksteen met verdiepte lichtgrijze voeg. Het metselwerk wordt geleed door groepjes van drie koppen met roostertjes daartussen, deels zijn deze in gebruik als ventilatieroostertjes, het merendeel is echter zuiver versierend.

De voorgevel, westzijde.

Het zijportaal rechts heeft een keperboogvormige deur in dito portiek, afgezet met kalksteen speklagen. Drie keperboograampjes verlichten de ruimte onder het lessenaardak.

Het hoofdportaal staat centraal, ook met een keperboogvormige vleugeldeur met sierbeslag in een spitsbogige portiek, die afgezet is met kalkstenen speklagen.

De boogvulling is wit gepleisterd en van een geel geschilderd kruis voorzien. Boven het hoofdportaal een zadeldak.

De doopkapel aan de linkerzijde heeft een meervoudig schilddak, de muurvorm volgend, in de muur aan de straatzijde vier keperboograampjes.

Achter de narthex de opgaande voorgevel van de kerk, centraal voorzien van een klimmende reeks van vijf spitsboogramen bezet met glas-in-lood; de spitsbogen worden aan de bovenzijde geaccentueerd door een uitgemetselde rand.

In de topgevel geflankeerd door smalle vensters in spitsboognisjes een hoge spitsboognis met daarin een zandstenen beeld onder een zandstenen baldakijn voorstellende: Maria Hemelvaart.

De puntgevel heeft een staande rollaag als afwerking en een driehoekige uitmetseling waarboven een hardstenen kruis als bekroning.

De zijgevels bestaan uit zeven traveeën, gescheiden door schuin aflopende steunberen bij de zijbeuken en door lisenen met schuin aflopende steunberen bij het middenschip. De vensters hebben drie spitsboogvensters met glas-in-lood, waarvan het middelste venster het hoogste is.

De wit geschilderde gootlijsten worden gedragen door houten klossen.

De gootlijst van de zijbeuk wordt onderbroken door een schijntransept, ter breedte van een travee, het schijntransept heeft een zadeldak gedekt met leien.

In het dak van het middenschip drie kleine tweelichtsdakramen onder plat dak.

De achtergevel, oostzijde, wordt afgesloten door een vijfzijdige absis met spits dak en kruis, en twee absidiolen met schild/lessenaardaken.

De absis heeft een kooromgang met gebroken lessenaardak.

Tussen de absis en absidiool een hoge smalle bakstenen schoorsteen met siermetselwerk aan de bovenzijde.

De absidiolen zijn in gebruik als sacristie en bijsacristie.

De sacristie is toegankelijk via twee paneeldeuren.

De toren heeft een hardstenen plint en is verder opgetrokken uit roodbruine machinaal gevormde baksteen.

Aan de straatzijde van de toren een dubbele houten deur in segmentboogportiek.

In de hoge onderbouw van de toren diverse rechthoekige vensters met glas-in-loodramen.

In de bovenbouw van de toren in elke gevel gepaarde galmgaten onder rondboog, boven de galmgaten de wijzerplaten van het uurwerk.

De hoeken van de torenopbouw zijn afgezet met natuurstenen blokken, de bovenste iets hoger en afgerond opgewerkt.

De toren heeft een achtzijdige spits gedekt met leien in Maasdekking en een bekroning van een smeedijzeren kruis op een bol.

Omschrijving interieur

De narthexruimten zijn in geometrisch patroon met rode, grijze en zwarte tegels belegd. Door deze ruimten komt men in de kerk via een brede middendeur onder keperboog en twee smalle deuren onder keperboog en gedrukte keperboog.

De kerk is door bakstenen zuilen gedeeld in een driebeukige ruimte, het middenschip is twee keer zo breed als de zijbeuken door de hoog geplaatste ramen van het middenschip wordt de kerk verlicht.

Het middenschip rust op vierkante granieten zuilen, de voet is ruw bewerkt, de schacht is gepolijst. De aanzetstenen volgen de vorm van de spitsbogen vloeiend, ze zijn uitgevoerd als de scheibogen.

Tussen de trapsgewijs uitgemetselde bandribben zijn er rondlopende gewelven met driehoekige uitsparingen voor de vensters van de lichtbeuk, de bandribben hebben de vorm van een gedrukte spitsboog.

De zijbeuken hebben een ingenieus gemetseld gewelf dat steunt op de bandrib die van de aanzetsteen naar de zijmuur overgaat in een trapsgewijs gemetseld deel.

De vloeren van de kerkruimte zijn betegeld met steenrode vierkante tegels en donkerbruine tegels aan de kanten.

De binnenmuren van de kerk zijn uitgevoerd in schoon metselwerk, hier zijn de staties van de kruisweg ingewerkt.

Deze statiepanelen met keperboog zijn uitgevoerd in eikehout, de reliëfs zijn stemmig ingekleurd.

De biechtstoelen zijn eveneens uitgevoerd in sober gedecoreerd metselwerk en maken deel uit van de gemetselde wanden.

De westelijke binnengevel heeft een koorpartij met een modern orgel. De koortribune wordt gedragen door twee Toscaanse zuilen. Het koor heeft een vlakke vloer en een gemetselde borstwering in open siermetselwerk.

De hoge ramen van de voorgevel zijn dichtgemetseld tot blindnissen.

Rechts en links van de hoofdingang een wijwaterbakje in schelpmodel met wit kruis, uitgevoerd in Naamse steen. Op diverse plaatsen in de kerk wijkruisen in een vierkantvorm.

Een smeedijzeren sierhek sluit de doopkapel af.

Het priesterkoor in en voor de absis is verhoogd.

Voor het priesterkoor staan twee communiebanken met koorhekken. Het rechter opengewerkte bronzen hek heeft een medaillon met de afbeelding van Brood en Vissen, het linkerhek heeft een medaillon waarop een Pelikaan die zich in de borst pikt om jongen te voeden.

De triomfboog is voorzien van een beschildering met diverse heiligen. Op een geschaduwd lichtgeel fond een boerenman en een boerin, Lambertus en Willibrord, Maria en Johannes de Doper en bovenaan het Lam Gods omringd door de symbolen van de vier evangelisten. Links onder aan de triomfboog een bakstenen kuipmodel met een spitsboogdeur, de vijfkantige preekstoel, de zijkant afbeeldingen in reliŽf van heiligen.

Voor de preekstoel een doopvont uit 1840, de vierkante voet, de vaasvormige stambaluster en de gewelfde schaal zijn van gepolijste Naamse Steen, het deksel met bol en kruis is van rood koper.

Rechts onder de triomfboog een houten beeld van Maria met het Heilig Hart, van de beeldhouwer A. van Genk.

Hier is ook een "eerste steen" aangebracht met de tekst: "Me posuit, J. van Spaandonk, 8-9-1930".

De vijfzijdige absis heeft een omgang en een eigen, kleinere triomfboog met beschildering.

In de absis staat het hoogaltaar. Aan de voet van het altaar staan twee rood koperen kandelaars van 1.10 meter hoog, vervaardigd omstreeks 1955.

De altaartafel is bekleed met een glasmozaïek in goud, groen en blauw met arabesken en druivetrossen, in het midden de verstrengelde letters: "X. P."

Het tabernakel is van rozegrijs marmer. Het heeft het opschrift: "Altare Privilegiatum Quotidianum Perpetuum". In de zijpanelen reliŽfs met Het breken van het brood en de Bruiloft te Kana. Bij het tabernakel vier Neo-barokke processiekandelaars van zilver en gedeeltelijk verguld.

In het midden achter een gordijn de bronzen tabernakeldeuren, deze worden bewaakt door twee biddende koperen engelenfiguren.

Op de hoeken van de bovenbouw twee engelen die een kaars dragen. In het midden twee engelen die de gekroonde voorhang met crucifix ophouden, de engelenfiguren zijn uitgevoerd in hout en hebben een pagekapsel.

Via de omgang komt men bij de deur van de sacristie, deze paneeldeur heeft een sierommetseling en een keperboogvormig veld met fries in reliŽf met een engelenfiguur.

Tot de inventaris van de kerk behoort onder meer het volgende:

Diverse rijk bewerkte geel koperen kandelaars uit de 18de en 19de eeuw.

Twee rijen rechte eikehouten kerkbanken met emaille nummerplaatjes met zicht op het altaar.

Een lindehouten beeld van St. Jozef met bloeiende tak, A. van Genk, Antwerpen.

Goudkleurig vaandel: "H.Hart van Maria bid voor ons", uit 1888.

Goudkleurig vaandel: "H.Hart van Jezus Barmhartigheid", eind 19de eeuw.

Een missiekruis gedateerd 14 juni 1886.

Een polychroom laat 19de eeuws beeld van Maria met Rozenkrans.

Een beeld uit dezelfde tijd van St. Antonius van Padua, créme met goudkleur. Een smeedijzeren kaarsenkroon.

Een houten Heilig Hartbeeld van A. van Genk. (ca. 1885)

Een klein beeld van de H. Donatus gesigneerd: "Bruno Gerrits, Antwerpen 1931".

De oude windhaan van de toren.

Polychroom gipsen beeld op sokkel met engelenkopjes: H. Benedictus.

Beeld met bijbel, kelk en slang.

In de zijkapel rechts van de absis, die voorzien is van een stergewelf, gewijd aan de H. Donatus (ca. 1930) bevinden zich:

Een rijk bewerkte ijzeren kaarsenkroon uit ca. 1700.

Een altaar met Neo-barokke koperen kandelaars.

Een stenen beeld op sokkel met naam van de heilige, uitgerust in legertenue, met kruis in de linkerhand en opgeheven rechterhand.

Een spitsbogige achterwand met beschildering in oker en blauw, voorstellende donder en bliksem en een boerderij met kerk.

Op de onderrand een beschildering van gestileerd eikeloof.

De zijkapel, links van de absis, met stergewelf, is toegewijd aan Maria, er staat een wit beeld in van Maria Ten Hemelopneming.

De schildering op de achterwand toont de apostelen en een rand van rozen.

*Met dank aan de Stichting Kerkelijk Kunstbezit te Utrecht.

Redengevende omschrijving

De gave kerk uit 1931 is van belang in het oeuvre van J. Cuypers, door de laat-gotiserende trant, vanwege het gave interieur, vanwege de sociaal-historische waarde en gezien de silhouetwerking van de toren in het omringende land.

  • TERUG