Locatie:Burgemeester Schoonheijtstraat 1, 4701 LS Roosendaal
CBS Typering: Woonhuis
Bouwjaar: 1932
Architect: Jac. Hurks
Soort monument: Gemeentelijk
Monumentnummer: .
Geplaatst d.d.: 28 september 2009
Kadastrale aanduiding: Roosendaal, Sectie A, Nr 2517

Omschrijving van het monument

Algemeen: De Burgemeester Schoonheijtstraat is in het begin van de 20ste eeuw aangelegd vanwege de ontwikkeling en de inrichting van de stationsbuurt en de verplaatsing van het station. De panden aan de Burgemeester Schoonheijtstraat tonen een rijke schakering aan bouwstijlen en invloeden. Veel panden zijn als woningen gebouwd.

Het pand Burgemeester Schoonheijtstraat 1 is in 1932 gebouwd in een sobere, expressionistische bouwstijl naar een ontwerp van architect Jac. Hurks. Het pand is gelegen op de hoek van de Burgemeester Schoonheijtstraat en de Stationsstraat. Aan de achterzijde is in 1963 een praktijkruimte aangebouwd voor huisarts C.W.M. Oomen. Nadien heeft huisarts W.B.M. Oomen zijn huisartsenpraktijk hierin uitgeoefend.

Het pand uit 1932 heeft een nagenoeg vierkante plattegrond en heeft op het dak van een ťťnlaagse uitbouw een balkon.

Het pand heeft een begane grond, een verdieping en een zolderverdieping onder een platdak met dakschilden die gedekt zijn met gesmoorde Romaanse pannen.

Voorgevel (aan de Burgemeester Schoonheijtstraat): De tweelaagse voorgevel (met een overhoekse gevel bij de Stationsstraat) is boven het trasraam met rode baksteen in Noords verband gemetseld. Het iets terugliggende voegwerk is oorspronkelijk. De gevel wordt beŽindigd door een voor de bouwtijd kenmerkende, fors uitstekende bakgoot boven een band met eenvoudig siermetselwerk. De goot en de sierband lopen bij de zijgevels door. Centraal wordt de gootlijst doorbroken door een rond gemetseld middenrisaliet boven de entree. Dit risaliet wordt eveneens met een overstekende goot beŽindigd. Door het dominerende risaliet heeft de voorgevel een sterk verticaal karakter.

Op de begane grond bevindt zich centraal in de gevel de oorspronkelijke voordeur in een ondiep portiek. Aan weerszijden is een klein venster aanwezig. Links van de entree en in de overhoekse gevel bevindt zich op de begane grond en de verdieping een staande vensteropening. Rechts is op de begane grond een liggende vensteropening aanwezig, en twee ondiepe vensters met vierkante raampjes in de uitbouw. Op de verdieping is een soortgelijk ondiep venster aanwezig. De vensters dateren uit de bouwtijd en hebben een houten lekdorpel. Boven de entree bevindt zich het al eerder genoemde risaliet dat over de verdieping en de zolder doorloopt. Het risaliet heeft vijf zeer smalle ladderramen met niet authentiek glas die door ťťn kop brede muurdammen worden gescheiden.

Gevel aan de Stationsstraat De gevel aan de Stationsstraat is net als de voorgevel boven het trasraam met rode baksteen in Noords verband gemetseld en terugliggend gevoegd. Het drielaags linker geveldeel is iets risalerend ten opzichte van het rechter, tweelaags geveldeel en wordt door een overstekende bakgoot beŽindigd. Op de begane grond bevinden zich ťťn brede en twee smalle vensteropeningen. Opvallend is het driezijdige bovenlicht van het brede venster. Dit bovenlicht is de onderzijde van de driezijdige gemetselde erker op de verdieping. Het dak van de erker fungeert als balkon. Het bovenlicht heeft een glas-in-lood vulling dat uit de bouwtijd dateert. Rechts van de erker op de verdieping zijn twee smalle vensters aanwezig zoals op de begane grond. Ter hoogte van de zolder is een balkon. Centraal in een pui bevindt zich de balkondeur met zijlichten met eenvoudig glas-in-lood in het bovenlicht en de bovenramen. Links bevindt zich een oorspronkelijke, zeer smalle gemetselde schoorsteen.

  • TERUG