Locatie:Molenstraat 12, 4701 JS Roosendaal
CBS Typering: Woonhuis
Bouwjaar: 1880
Architect: onbekend
Soort monument: Gemeentelijk
Monumentnummer: .
Geplaatst d.d.: 14 oktober 1992
Kadastrale aanduiding: Roosendaal, Sectie L, Nr 3376

Typering
Het betreft een tweelaags pand van zes traveeën in de gevelwand met omlopend dakschild met leien in maasdekking en een licht gewelfde overkapping.

Historische omschrijving
Het pand werd in opdracht van de bankier J. Luykx rond 1880 gebouwd als woonhuis. In 1923 werd het pand verkocht aan de heer A. Balthazaar, die er een juwelierszaak in vestigde. Sinds 1974 is er een horecabedrijf in ondergebracht.
De architect is onbekend.

Omschrijving exterieur
De drie traveeën op de begane grond zijn niet origineel. Boven de lage, uit twee delen bestaande, plint bevinden zich de afgeronde brede hardstenen dorpels. De dorpels steunen op twee gewelfde ingesnoerde consoles. De schuifvensters op de begane grond zijn deels wit, deels bruin geschilderd. De gevel is crémewit gepleisterd en is op de begane grond voorzien van diepe schijnvoegen.
Ter hoogte van het bovenlicht bevinden zich langszij twee liseenachtige delen. Aan de onderkant zijn deze voorzien van druppen, in het midden van een "centenlijst" en aan de bovenzijde van een halfrond gewelfde lijst met cirkeldecoratie. Het bovenlicht van de vensters wordt bekroond door een veelvormig gewelfd schild met een pijnappel en ranken aan weerszijden. Hierboven bevindt zich over de gehele breedte een tandlijst.
Tussen iets risalerende delen in de derde travee van links bevinden zich de vleugeldeur, te bereiken via twee uitpandige afgeronde hardstenen treden. De donkerbruin geschilderde deuren zijn voorzien van een koperen duwstang met hoekdecoraties. De iets getoogde deuren zijn rondom voorzien van zigzagranden, geschulpte randen, blokjes en druppen. De middenstijl is voorzien van diamantkopjes. De hardstenen omlijsting heeft een randdecoratie van een gestileerde tulp tussen over elkaar geplaatste kettingbogen.
Het bovenlicht van de vleugeldeur wordt geflankeerd door C-vormige consoles. Aan de onderzijde zijn deze van druppen voorzien, in het middenstuk van laurierblad en Lodewijk XVI bloem, aan de bovenkant van leeuwekoppen.
Het rechterdeel van de pui is rond 1923 verbouwd. De plint en de smalle zijdelen zijn bekleed met gepolijst grijs graniet. De rest is opgevuld met grote glaspanelen, die aan de linkerzijde sterk zijn afgerond. Aan de rechterzijde is er eveneens een sterk afgerond stuk bij de ingang van het portiek, waardoor erdaar een ondiepe vitrine ontstaat. Het bovenlicht bestaat uit langwerpige panelen met glas-in-lood-vulling en vult de hele breedte, ook boven het portiek. De vloer van het portiek bestaat uit matte tegels in krakelingmotief.
De deur is behalve met glasvulling voorzien van een koperen deurgreep en schopplaat en heeft een getrapte verwerking van het paneel aan de bovenzijde.
Boven de reeds genoemde afsluitende tandlijst is een brede waterlijst aangebracht, die ook doorloopt als lijst van de bodemplaat van het rechthoekige balkon boven de deur. Iets daar boven bevindt zich een iets smallere waterlijst, als vensterdorpels iets verder uitkragend. Deze lijst dient tevens als dekplaat voor het balkon. Hiertussen bevinden zich ingesnoerde consoles met bladmotief en knoppen. Het balkon heeft als hoekblokken pilasterelementen en knoppen. Hiertussen bevinden zich in steen uitgewerkte cirkels met achtbladige bloemen tussen kleinere cirkels en bladmotief.
De vensters op deze vlak gepleisterde etage zijn draaibaar en voorzien van een bovenlicht. Op het draaipunt is het houtwerk voorzien van een diamantkopje, een blokje en een bolletje. De vensters zijn omlijst door profiel, dat boven de middendorpel iets inspringt, waardoor er ruimte is voor een drup. Boven de vensters zijn door het profiel heen ovale schilden met een hangende bloem en een parelrand, bandwerk rondom en klimoptakken aan weerskanten aangebracht.
De omlijsting van het balkonvenster is anders. Deze bestaat uit lisenen met sleuven en druppen en een latei van blokjes met bloemmotief van wisselende hoogte. Op de hoekblokken van het balkon zijn composietzuilen geplaatst met ring. Tot de gedecoreerde ring zijn er blad- en bloemmotieven, daarboven cannelures. Deze zuilen dragen een uitkragende lijst met consoles met knoppen aan de onderzijde. Daar boven is een deklijst met eenvoudige afgeronde blokjes. Tenslotte volgt er een dak-kapel met aedicula-omlijsting, staande op een borstwering met blokken en knoppen. De composietzuilen hebben hier boven de ring een gladde schacht. Het venster bestaat uit openslaande ramen met bovenlicht, waar boven sierblokjes, een latei en een tandlijst. De bekroning wordt gevormd door een segmentvormig fronton met bladvorm, krullen en een tandlijst.
Op de hoeken van het dak bevinden zich in Neo-Rococo stijl uitgevoerde zinken decoraties. Boven het reeds genoemde schilddak bevindt zich nog een hoger opgebouwd deel. Dit is deels voorzien van zink aan de voorzijde, de rest van rode oud hollandse dakpannen.
Het pand verkeert in goede staat.

Redengevende omschrijving
Het pand is een goed en gaaf voorbeeld van een voornaam herenhuis in de Eclectische stijl en vormt samen met de panden 8 en 10 een markant onderdeel van de Molenstraat.
Het pand maakt onderdeel uit van de historisch gegroeide stedebouwkundige structuur van de Molenstraat.

  • TERUG