Locatie:Nispensestraat 79, 4701 CT Roosendaal
CBS Typering: Woonhuis
Bouwjaar: 1928
Architect: Jac. Hurks
Soort monument: Gemeentelijk
Monumentnummer: .
Geplaatst d.d.: 13 mei 2008


Objectbeschrijving:

Situering:
Het vrijstaande pand is gelegen aan de Nispensestraat te Roosendaal, een ruim opgezette straat aan de rand van het centrum, met bebouwing uit het begin van de twintigste eeuw. Links staat op een afstand van enkele meters het vrijstaande pand van de buren. Rechts bevindt zich wat meer ruimte tussen de woning en het erf van de buren. Het pand is op de kopse kant, op enige meters van de straat geplaatst. Dit laatste is ook bij de belendende percelen het geval. De voordeur bevindt zich in de linkerzijgevel. Vóór de woning is een ruime siertuin aangelegd, met aan de rechterkant een oprit. Ook aan de achterkant ligt een ruime tuin.

Hoofdvorm:
Op de bouwtekening die de Roosendaalse architect Jacques Hurks in november 1927 vervaardigde wordt gesproken van een 'landhuisje'. Het huisje heeft een asymmetrische opbouw en bestaat uit twee bouwlagen in verschillende bouwdelen. De hoofdvorm wordt gedomineerd door een zadeldak van rode verbeterde Hollandse pannen. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen (van flink formaat) in Vlaams verband, met enigszins verdiept voegwerk. Het pand draagt veel kenmerken van de expressionistische stijl (Amsterdamse School), zoals een speelse indeling met onder andere een geïntegreerde bloembak, siermetselwerk en brede vensters met houten kozijnen en roeden. Het huis is in hoofdvorm nog in oorspronkelijke staat: er zijn geen aanbouwen van later datum.

Voorgevel:
In het hoofdvolume van de voorgevel (onder het zadeldak) bevinden zich op de begane grond twee brede vensters in houten kozijnen. Links is dit een hoekvenster met twee draaivensters en roeden, met daaronder een houten bloembak. Rechts is dit een groot venster met aan de zijkanten smalle draaivensters met roeden en een houten vensterbank. Boven het hoekvenster bevindt zich een brede houten overstek. Ter rechterzijde steekt een klein eenlaags bouwdeel uit de hoofdvorm. Het wijkt tevens iets terug van de voorgevel, omdat ervóór een bloembak in de gevel is gemetseld. In dit lagere deel bevindt zich een breed hoekvenster met houten kozijn, waarin zich aan de voorzijde drie draaivensters met roeden bevinden. De uitbouw is gedekt met een plat houten dak met breed overstek en daaronder geschilderde houten betimmering. Hierboven bevindt zich de aanzet van het zadeldak. Op de eerste verdieping is een breed venster met houten kozijnen en vier draaivensters met roeden geplaatst. Daaronder hangt een houten bloembak. Rechts wordt het zadeldak onderbroken door een schoonsteen die ongeveer tot nokhoogte reikt. Deze heeft een ijzeren kap met krullen en een windvaan in de vorm van een hert. Over de gehele gevel bevindt zich siermetselwerk: onder de vensters op de begane grond zit een koppenlaag in een donkerdere baksteen. Ook het metselwerk daaronder heeft deze donkerdere koppen in het Vlaams verband. Boven de vensters in het hoofdvolume is strekken/koppenlaag aangebracht. Uitstekende strekken zorgen voor meer speelsheid. In de punt van de gevel steken koppen uit en zijn de bakstenen diagonaal gemetseld. Ook bevinden zich op verschillende plekken ventilatieopeningen tussen koppen.

Rechterzijgevel:
Aan de rechterzijde van het huis verspringt de gevellijn tweemaal: links bevindt zich het eenlaags bouwdeel wat ook aan de voorzijde zichtbaar is, in het midden van de muur van het hoofdvolume en geheel rechts bevindt zich weer een terugspringend lager bouwdeel (de berging). Behalve het hoekvenster met houten draaivenster en roeden aan de linkerkant, zijn er in de rechterzijgevel geen ruiten. Aan het metselwerk is echter te zien dat in het linker gedeelte (wat hier uitsteekt ten opzichte van het middenstuk) ooit een tweede hoekvenster heeft gezeten. Het bouwdeel heeft net als aan de voorkant een houten betimmering met daarboven een brede houten overstek. Dit overstek is gehandhaafd in de rest van de geveldelen aan deze zijde. Eronder is een strekken- en koppenlaag gemetseld, erboven bevindt zich het dak. Ook in deze gevel is een koppenlaag van donkerder baksteen gemetseld ter hoogte van de onderdorpel van het venster. In het deel daaronder zijn de koppen eveneens donkerder. Er zijn ventilatieopeningen tussen strekken.

Linkerzijgevel:
De voordeur is in de linkerzijgevel van het pand geplaatst, rechts van het midden. De deur is van geschilderd hout en heeft een typerende expressionistische ornamentiek. De onderdorpel is van hardsteen, het opstapje daarvoor van baksteen met rode en grijze tegels. Rechts naast de voordeur zitten als onderdeel van het hoekvenster aan de voorkant nog twee draaivensters met roeden, met daaronder een houten vensterbank en plantenbak. Links van de deur markeert een klein venster met houten vensterbank het toilet. Daaronder is een vierkante plantenbak gemetseld, maar deze lijkt niet oorspronkelijk. Vanaf de rechterzijde loopt een overstek tot boven het kleine venster. Links hiervan is het pand hoger, waardoor het dak in het midden onderbroken wordt. In dit deel van de gevel bevindt zich een klein kelderraam met traliewerk. Links daarvan zit een modern houten dubbel draaikozijn met bovenlichten en dubbel glas. Eronder bevindt zich een rollaag. Op de eerste verdieping is een zeer breed venster met houten kozijnen en zes draaivensters met roeden gemaakt. Direct hierboven bevindt zich een overstek en tevens (links) een schoorsteen met ijzeren kap met krullen op de hoeken. Uiterst links is nog de tweelaags berging met een eigen zadeldak en daaronder overstekken. Het staat vanaf de zijgevel gezien in de lengterichting. Onder het overstek zit een houten kozijn met drie klapvensters met roeden. Over de gehele zijgevel is siermetselwerk aangebracht: dezelfde koppen/strekkenlagen als aan de andere zijden, plus (onregelmatig) verspringend en uitstekend metselwerk.

Achtergevel:
Aan de achtergevel zijn - net als aan de rechterzijgevel - drie verspringende gevellijnen te zien. Links het eenlaags bouwdeel waarin ooit een venster heeft gezeten, in het midden het hoofdvolume van het pand en rechts de lagere berging met eigen zadeldak. In het hoofdvolume bevinden zich openslaande dubbele deuren in houten kozijnen met roeden en een hardstenen onderdorpel. Links, rechts en boven worden de deuren omringd door langwerpige vensters met roeden. Hierboven bevindt zich een koppen/strekkenlaag. De deuren openen naar het terras, wat enigszins verhoogd in de ruime achtertuin ligt. In de verdieping zit een breed dubbel draaivenster met houten kozijnen, vensterbank en roeden. De gevel wordt in het midden bekroond door een schoorsteen met ijzeren kap met krullen. Ter hoogte van de nok zit een muuranker op de schoorsteen. Het rechter bouwdeel heeft links van het midden een houten deur met hardstenen onderdorpel. Rechts hiervan staat een waterpomp. Op de eerste verdieping bevindt zich in het midden een enkel draaivenster met houten kozijn, vensterbank en roeden. Ter hoogte van de dakrand komen de twee overstekken met goten om de hoeken. Het metselwerk aan deze zijde is beduidend rustiger dan aan de voor- en linkerzijgevel. Wel is er sprake van de donkere koppen aan de onderzijde en van ventilatieopeningen, maar er verspringt niets in het metselwerk.

Interieur:
Het interieur is nog grotendeels in oorspronkelijke staat. In vrijwel alle vensters bevindt zich nog enkele beglazing met roeden. De deuren zijn van donker hout en hebben een zwart ornament in de lengte. Het deur- en raambeslag is nog oorspronkelijk. De woonkamer en salon hebben houten vloeren en tussen beide ruimten zijn houten schuifdeuren met glas aanwezig. Aan weerszijden van de deuren is een houten inbouwkast. In de woonkamer bevindt zich een gemetselde schouw/kachelplaats; in de salon een zeer typerende (expressionistische) groen en zwart betegelde schouw/kachelplaats. De vloer in de gang is bedekt met marmeren tegels, de vloeren in keuken en berging van grijze tegels. Het toilet is gemoderniseerd, net als de keuken, hoewel in die laatste ruimte nog een oude wandkast staat. De muren zijn hier vanaf de grond voor ongeveer tweederde deel crèmekleurig betegeld, met een zwarte plint aan de bovenzijde. De trap is van hetzelfde donkere hout als de deuren, net als de balustrade op de verdieping (in expressionistische stijl). De zoldering is betimmerd met houten platen en boven de bergruimte met houten schrootjes. In één van de kamers aan de voorkant bevinden zich twee inbouwkasten met ruiten en ijzeren roeden. De badkamer is geheel gemoderniseerd.

Schuur:
Rechtsachter in de tuin staat een schuurtje in expressionistische stijl, dat hoogstwaarschijnlijk uit hetzelfde jaar stamt als het huis zelf. Het langwerpige eenlaags bouwvolume heeft een zadeldak en is gebouwd in rode baksteen, gemetseld in Vlaams verband. Het is gedekt met rode Hollandse verbeterde pannen. Onder de dakrand zit een breed houten overstek met goot. Aan de voorkant bevindt zich in het midden een deur met ruit en bovenlicht. Links daarvan bevinden zich twee grote ruiten met daaronder betimmering. Hierboven is de gevel betimmerd met verticale zwarte planken en witte latjes, waarin zich in het midden een langwerpig venster bevindt. In de punt zijn witte latjes op speelse (en typische expressionistische) wijze diagonaal geplaatst. De betimmering aan de achtergevel is gelijk aan de voorzijde. De muur hieronder is blind. De rechterzijgevel is eveneens blind, terwijl in de linkerzijgevel direct onder de dakrand vier kleine brede ruiten in een houten kozijn zijn gecreëerd.

Waardering:

Het huis is:
- cultuurhistorisch van waarde als onderdeel van de vroeg twintigste-eeuwse bebouwing van de Nispensestraat.
- architectuurhistorisch van waarde vanwege de gaafheid van hoofdvorm en detaillering, in zowel interieur als exterieur. Bovendien is het van waarde als een vrijwel ongeschonden voorbeeld uit het vroege oeuvre van de Roosendaalse architect J.M. Hurks.