Locatie:Stationsplein 1, 4702 VX Roosendaal
CBS Typering: Stationsgebouw met perrons e.d.
Bouwjaar: 1905
Architect: Ir. G.W. van Heukelom en D.E.C. Knuttel
Soort monument: Rijksmonument
Monumentnummer: 517243
Geplaatst d.d.: 12-10-2001
Kadastrale aanduiding: Roosendaal, Sectie A, Nr 4428-4441

Beschrijving

Inleiding.

Stationsgebouw naar ontwerp van G.W. Van Heukelom en D.E.C. Knuttel uit omstreeks 1905. Het rijk gedecoreerde gebouw draagt kenmerken van een Berlagiaanse bouwstijl.

Omschrijving.

Het gebouw bestaat uit enkele geschakelde bouwmassa's, tezamen een langgerekte plattegrond vormend, parallel aan de spoorlijnen. Het hoofdgebouw is uitgevoerd in baksteen op een met granieten platen beklede plint. Enkele constructieve en decoratieve elementen zoals de aanzetstenen van de ontlastingsbogen zijn uitgevoerd in natuursteen. De daken zijn gedekt met pannen. De diverse elementen worden onderscheiden door de tussen- en brandmuren die boven de dakvlakken uitsteken. Het belangrijkste, en oudste gedeelte is een tweelaagse bouwmassa op rechthoekige plattegrond onder afgeplat zadeldak met middenrisaliet met topgevel. Aan de linkerkant verlengd met een evenhoog gedeelte dat aan de voorzijde op de begane grond een uitstekend éénlaags gedeelte onder lessenaarsdak heeft. Aansluitend het douanegebouw, aan de straatkant éénlaags met topgevel in het midden, boven het dakschild een opbouw met lichtbeuk. De zijgevel is twee lagen hoog met klimmend rondboogfries waarboven de lichtbeuk zich voortzet. In de lichtbeuk grote, dicht tegen elkaar aan geplaatste rondboogramen met metalen kozijnen. Daar aangrenzend, terugliggend ten opzichte van het douanegebouw een éénlaagse bouwmassa onder plat dak. Rechts van het hoofdgebouw de latere invulling door Van Ravenstein, deze sluit aan bij een restant van het oude station, een bouwmassa uit 1907 onder plat dak met dakschilden. Tegen de zijgevel opnieuw een rondboogfries. De voorgevel van de hoofdmassa heeft grote, samengestelde driedelige raampartijen. Op de begane grond rechthoekige ramen met in de getoogde bovenlichten een kleine roedenverdeling en kathedraalglas. De bovenlichten zijn per drie binnen een travee onder een segmentboog gevat. De ramen op de verdieping vormen steeds met drie een rondboog, ook hier met kleine roedenverdeling. Eronder zijn afbeeldingen aangebracht tot op de segmentboog van de onderliggende ramen. De afbeeldingen in sectieltegels vertegenwoordigen verschillende landen, per travee is een wereldbol afgebeeld, geflankeerd door wapenschilden van Griekenand, Turkije, Rusland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Engeland, Denemarken, Zweden, en Noorwegen In de middenrisaliet is een ingang gemaakt. In de topgevel een rondboograam waarboven een sculptuur van een gevleugeld wiel is geplaatst, het oude symbool van de Nederlandse Spoorwegen. De top is afgewerkt met een natuurstenen band. Verspreid in het dakvlak enkele dakkapelletjes met houten betimmering. Het linkergedeelte, dat van de hoofdmassa wordt gescheiden door een brandmuur, heeft op de begane grond staande ramen met een kleine roedenverdeling, op de verdieping grotere ramen. Het plat dak van het uitstekend gedeelte heeft een balustrade. De hoeken bekroond met schelpmotief. Het douanekantoor is drie traveeën breed en heeft per travee een samengesteld raam van drie rechthoekige ramen onder een doorlopende lijst met daarboven drie getoogde bovenlichten met een kleine roedenverdeling, samengevat onder een segmentboog. In het midden een moderne ingang met luifel, bekroond door een topgevel. De zijgevel heeft alleen op de begane grond twee ramen, in een smallere uitvoering als voor. Verder is de gevel blind. De achtergevel van dit kantoor heeft een aantal rechthoekige ramen als in de voorgevel waarvan de bovenlichten een kleine roedenverdeling hebben. Boven de deuren enkele metalen lateien. In het middendeel liggen de grote samengestelde ramen in verdiepte vlakken. Deze vlakken hebben aan de bovenzijde segmentbogen met natuurstenen aanzet- en sluitstenen en worden omlijst door geprofileerde strengperssteen. Meer naar het oosten toe zijn boven de ramen natuurstenen lateien aangebracht, erboven segmentbogen in het metselwerk. Boven smalle deuren zijn resten van opschriften ("mannen" en "vrouwen") leesbaar. De zijgevel aan het rechteruiteinde van het station heeft op de hoeken lagere uitspringende bouwmassa's met deuren op de begane grond en daarboven enkele kleine ramen die ten opzichte van elkaar verspringen. In het interieur zijn belangrijke delen van de oorspronkelijke toestand bewaard gebleven. Het middendeel van de hoofdmassa is nu ingericht als restaurant, in het voorste gedeelte is schoon metselwerk in rode strengperssteen, tot lambrizeringshoogte betegeld met groen-turquoise geglazuurde tegels uit de bouwtijd zichtbaar. Pilasters in rode strengperssteen op een hardstenen voet dragen scheibogen, eveneens uitgevoerd in rode strengperssteen. In de ruimte daarachter zijn ramen naar de perrons met kathedraalglas in de bovenlichten aanwezig. De klok (verplaatst) bestaat uit sectieltegels. (Andere sectieltegeltableaus met voorstellingen van zon en maan zijn ondermeer in het douanegebouw bewaard gebleven). Achter de bouwmassa liggen de overkapte perrons en sporen, door tunnels met elkaar verbonden. De perrons lopen zowel aan oost- als aan de westkant tot buiten de bouwmassa van het station door. Aan de straatkant afgescheiden door een glaswand met metalen kozijnen op een bakstenen muurtje. Tegen de achterzijde van het stationsgebouw ligt het eerste perron onder zadeldak op een geklonken vakwerk portaalspant. De staanders tegen de achtergevel van het station hebben een natuurstenen voet, de losstaande staanders op het perron zijn geheel in ijzer uitgevoerd. Ter plekke van de trappartijen zijn lichtkappen aangebracht. Ter hoogte van het restaurant twee brede trappen, samenkomend bij één trap, naar de perrons weer in twee trappen gesplitst. Allen uitgevoerd in graniet. De tunnel wordt overkluisd door bakstenen troggewelfjes op ijzeren liggers, ondersteund door bredere ijzeren balken. De wanden van het trappenhuis zijn in witte strengperssteen uitgevoerd, de afgeronde hoeken bekleed met graniet. Het middenperron (van tweede en derde spoor) heeft een overkapping van een flauw hellend zadeldak, uitgevoerd in hout op geklonken ijzeren portaalspanten. Op het perron staan enkele gebouwtjes waaronder een perronwachtershuis, uitgevoerd in vakwerk van verblendsteen in ijzer. Van het seinhuis B is het bouwvolume nog aanwezig tussen tunneltrappen en perronoverkapping. Thans in gebruik als onderkomen voor de perrondienstleiding.

Waardering.

Het stationsgebouw met overkappingen, perronbebouwing en onderdoorgangen is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorisch belang als uitdrukking van een sociaal-economische, technische en typologische ontwikkeling. Daarnaast heeft het architectuurhistorische waarde vanwege stijl en de op het karakter van grensstation toegesneden decoratieve toevoegingen. Het heeft ensemblewaarde als essentieel onderdeel van het gehele stationscomplex. Het is relatief gaaf bewaard gebleven.

Kadastrale aanduiding en bijbehorende kadastrale tenaamstelling:

  • TERUG