Locatie: van Gilselaan 51-53, 4702 GJ Roosendaal
CBS Typering: Sint Josephklooster
Bouwjaar: 1909
Architect: C. Bennaars
Soort monument: Gemeentelijk
Monumentnummer: .
Geplaatst d.d.: 25 oktober 1994
Kadastrale aanduiding: Roosendaal, Sectie C, Nr 9548

Typering
Het betreft een zeer breed en relatief ondiep tweeeneenhalf laags kloostergebouw met risalerende hoek en middenpartij, voorzien van lijstgevel met samengesteld dak evenwijdig aan de voorgevel, gedekt met zwarte leien.

Historische omschrijving
Het St. Josephklooster werd samen met de bijbehorende school gebouwd naar een ontwerp van C. Bennaars. De grond werd in 1908 te koop aangeboden door de gebroeders Van Gilse, in 1909 werd gestart met de bouw. De opdrachtgevers waren de zusters van de Congregatie van de Penitenten Recollectinen der Onbevlekte Ontvangenis, de Franciscanessen. Bij dit klooster werden in 1910 ook drie scholen opgeleverd, de St. Franciscus, de St. Anna en de St. Joseph. Deze scholen zijn in 1990 afgebroken. De schoolvleugel, die haaks op het hoofdgebouw stond aan de zijde van het Knipplein, is inmiddels vervangen door nieuwbouw. In de Tweede Wereldoorlog werden de meeste vensterglazen van het klooster vernield. Delen van het exterieur, maar vooral het interieur werden ingrijpend gewijzigd in 1960, ter gelegenheid van de viering van het gouden jubileum.

Omschrijving exterieur
Het klooster bestaat uit een lange gevel met risalerende hoekpartijen en middenpartij.
De plint bestaat uit donkergrijze baksteen met grijze voeg en een afgeschuinde profielsteen aan de bovenzijde. De rest van de gevel is op de decoratieve elementen na opgetrokken in roodbruine machinale baksteen, die grijsgeel platvol gevoegd is. De risaliet aan de linkerzijde heeft gekoppelde vensters. Vrijwel alle kozijnen zijn aan de bovenzijde voorzien van loodslabben die een halfcirkelvormig patroon hebben. De witgeschilderde vensters bestaan uit vierruits ramen met een gedeeld bovenlicht met glas-in-lood. Alle glas-in-loodramen aan voor- en achtergevel zijn in 1960 vernieuwd. De hardstenen dorpels zijn deels recht, deels afgeschuind. De vensterneggekanten bestaan verder uit geprofileerde kalkstenen onderdelen. De hardstenen lateien zijn geprofileerd. Ter hoogte van de onder- en bovendorpels en het midden daarvan bevinden zich speklagen van grijze baksteen. Deze speklagen treft men over het gehele gebouw aan. De vensters worden gekoppeld door een verhoogde segmentboog, waaronder twee rondbogen van profielsteen en baksteenmozaÔek van rood met gele kruisvormen. De vensters van de eerste verdieping beginnen vanaf een brede afgeschuinde gemetselde baksteenrand. Deze vensters zijn gekoppeld door een rondboog, per venster een rondboog met een cirkel daartussen. De velden zijn gevuld met oranjerode en okergele baksteen in een ruitpatroon. Boven een verspringend gemetselde sierlijst/dorpel begint de topgevel. In het midden is een groot laadluik met houtwerk in v-vormig patroon onder een rondboog. Dit luik wordt geflankeerd door smalle tweelichts lage vensters onder een rondboog. De bogen zijn gevuld oranjerood en gele baksteen in kruisvorm. Ter hoogte van de wisseldorpel en de bovendorpel bevinden zich speklagen. De topgevel is afgezet met uitkragende getrapt geprofileerde hardstenen blokken. Op de spits staat een overhoeks geplaatste pinakel met bolvorm en eindblok.

Rechts van de risaliet bevindt zich de deur van nummer 51.
Het is een geverniste paneeldeur met kussens en vernieuwde deurroosters. Er is een tandlijst in het deurkalf en een hoog bovenlicht. Rechts van de deur zijn twee series van gekoppelde vensters. Boven de hardstenen latei van de vensters op de begane grond bevinden zich een grote segmentboog als koppelboog en boven de vensters elk een kleine segmentboog. De vensters van de eerste verdieping hebben boven de latei een rondboog met vulling van baksteenmozaÔek. Tenslotte is er een verdieping met relatief smalle tweelichtsvensters onder segmentboog.
In het dakvlak hierboven bevinden zich grote vierlichts dakkapellen met wolfdak en zinken piron. De volgende travee is een verkleinde uitgave van de hoekrisaliet met rondbogen boven de vensters en een topgevel.
De vier traveeŽn hiernaast, tussen de kleine risaliet en de entree, zijn anders vormgegeven. Op de begane grond bevinden zich grote negenruits vensters. Deze zijn geplaatst onder een hoge rondboog met daarin een hoge en twee lage rondboogjes. De gehouwen kalkstenen aanzetstukken zijn bewerkt. De boogjes hebben een vulling met visgraatmotief of anderszins. Dan volgt de borstwering van de vensters op de verdieping, bestaande uit drie blinde bogen met baksteenmozaiek per vensteras. De verdieping hier correspondeert met de kapel. Deze heeft hoge rondboog ramen met bakstenen rondboogtracering. Het glas-in-lood is aan de buitenzijde beveiligd door middel van transparante kunststof platen. In het dakvlak hierboven bevinden zich twee kleine dakkapellen met gedeelde halfcirkelvormige ramen en een wolfdakje met piron. Deze dakkapellen hebben een versiering in de vorm van diamantkopjes.
De weinig risalerende hoofdentree is gesitueerd op de as van de St. Josephsstraat. Het deurgedeelte risaleert een halve steen meer. De deurtravee wordt geflankeerd door twee rijen smalle twee- en vierlichts vensters. De hoofdentree bestaat uit een dubbele vleugeldeur, te bereiken via drie uitpandige hardstenen treden. Het zijn de originele geverniste kussenpaneeldeuren, waarvan de deurroosters zijn vernieuwd. De deuren zijn voorzien van zilverkleurige deurstangen annex brievenbus. Boven het deurkalf met tandlijst is een drieruits bovenlicht met vernieuwd glas-in-lood. Het geheel is geplaatst onder een hoge rondboog met tussenboog en boogvulling met profielsteen en baksteenmozaÔek. De boog steunt op gedeeltelijk ronde hardstenen pilasters, die uit blokken zijn opgebouwd, met composietkapiteel. De pilasters maken onderdeel uit van de verdere portaaldecoratie. Deze bestaat op de eerste verdieping uit blokken van wisselende grootte die doorlopen tot de stenen sierlijst annex dorpellijst van het hoge en brede achtruitsvenster ter breedte van het entreekozijn op de begane grond. Boven een boogfries als borstwering met baksteenmozaÔek bevindt zich het rondboograam van de tweede etage. Het maaswerk heeft eenvoudige geometrische vormen. De terugwijkende zijtraveeŽn hebben een rondboogfries onder de daklijst, de deurtravee heeft een aparte topgevel met klimmend rondboogfries waarin drie tweelichtsvensters zijn uitgespaard. Achter deze topgevel komen verschillende samengestelde dakschilden voor. Hierin bevinden zich twee dakkapellen met halfcirkelvormige ramen. Tenslotte is er een achthoekige dakruiter met open klokkestoel en bekroning op de spits.
Rechts van de middentravee volgt een gedeelte van twaalf traveeŽn. Dit heeft op kleine details na de vorm gekregen van de eerste vensterassen na de linkerhoekrisaliet. …ťn van de verschillen is dat deze vensters niet zijn voorzien van een hardstenen latei.
In het dakvlak aan deze kant zijn zes grote dakkapellen aangebracht met vierruitsvensters, wolfdak en piron. De gevel eindigt tenslotte met een hoekrisaliet die vergelijkbaar is met de eerstbeschrevene. Deze risaliet loopt echter veel dieper door naar de tuinzijde. In de zijgevel is nog een groot origineel glas-in-loodraam te vinden. De gloeiende warme kleuren hiervan contrasteren sterk met de vernieuwde, pastelkleurige.
De zijgevels en achtergevels zijn evenzeer zorgvuldig gedetailleerd.
Het geheel is vrijwel gaaf, op een enkel dichtgemetseld raam na.
Voor het klooster staat een erfafscheiding in de vorm van een laag bakstenen muurtje met ijzeren buizen. Deze afscheiding verving in 1960 de hoge hekken met baksteen opbouw, staanders en ijzeren spijlen.
Het pand verkeert in goede staat.

Omschrijving interieur
De entree van nummer 51 is nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. De houten steektrap is gebeitst en heeft balusters met middenknoppen. De hoofdbaluster heeft een grote bolknop. Het plafond heeft een gestucte Neo-Renaissance middenrozet, profiellijnen aan de zijden en consoles met een gehelmd hoofd en diverse florale motieven.
Het voorportaal van nummer 53 is eveneens nog in originele staat. Op de vloer liggen vierkante tegels in sterpatroon met lichte blauwe en grijze tinten. Het plafond heeft een ovale stucrozet. Deze rozetten zijn ook aangebracht in de ontvangkamers ter linkerzijde van de voordeur. Aan de rechterkant treft men een groot aantal dienstvertrekken aan.
Het eerste vertrek is de refter. In de korte gevel is een Bijbelse voorstelling in hoogreliŽf ingemetseld. Deze houten sculptuur met de Uitdeling van Brood en Vissen behoorde tot de decoratie van de in 1960 vervangen communiebanken. De resterende ruimten worden gebruikt als keuken en wasruimte. In het deel van de risaliet vindt men een bijzonder interieurelement. Dit is een grote ijzeren droogkast op een bakstenen voet. Via rollagers en geleiders kan men langwerpige diepe laden uittrekken. Hierin bevinden zich horizontale stangen, waarop de kleding nog steeds te drogen gelegd wordt. Het droogproces kan gevolgd worden door een vierruits raam met gezandstraald glas in repeterend patroon.
Op de eerste verdieping bevindt zich de kapel. Voor deze kapel hangt het andere bewaarde houten reliŽf. Hierop is afgebeeld Mozes met het volk IsraŽls in de woestijn bij de uitdeling van manna. In het voorportaal staat op een sokkel een houten beeld van St. Franciscus, daterend uit de bouwtijd.
De kapel op de eerste verdieping zelf is een brede eenbeukige kapel met vier raamtraveeŽn, een brede koortribune en een diepe halfronde absis. De gewelven zijn voorzien van afgeronde kruisribben met open gewelfschotel. Deze kapel is in 1960 opnieuw ingericht. Alle muurschilderingen verdwenen onder een beige en witte verflaag, de glas-in-loodvensters en het altaar werden vervangen. Het huidige witmarmeren eenvoudige altaar, het crucifix met zilveren Christus en overige kandelaars en tabernakel werden ontworpen door edelsmid Van der Heijden uit Bodegraven. Aan de wanden hangen kruiswegstaties van glas in wit, zwart en grijze tinten. Deze zijn gesigneerd "G.P." en doen stilistisch sterk denken aan het werk van Charles Eyck. Ondanks de veranderingen is de ruimtewerking nog geheel intact.
De bovenverdieping wordt grotendeels bezet door de cellen van de zusters.
Het klooster is geheel onderkelderd.

Redengevende omschrijving
Dit klooster van grote lengte in een stijl met zowel Neo-Gotische als Neo-Renaissance elementen is van zowel architectuurhistorisch als stedebouwkundig belang. Het is een markant gebouw van cultuurhistorische betekenis, omdat hier de zusters Franciscanessen waren gehuisvest die jarenlang onderwijs verzorgden in Roosendaal.

  • TERUG