Locatie:Plantagebaan 98, 4724 RA Wouwse Plantage
CBS Typering: Langgevelboerderij
Bouwjaar: vierde kwart 19e eeuw
Architect: onbekend
Soort monument: Gemeentelijk
Monumentnummer: .
Geplaatst d.d.: 30 juni 2009
Kadastrale aanduiding: Wouw, Sectie O, Nr 298

Omschrijving van het monument

Algemeen
De ontwikkelingsgeschiedenis van het landgoed "De Wouwse Plantage" is bepalend geweest voor het ontstaan van het dorp, dat aan de rand ligt van de uitgestrekte bossen van het landgoed als een laan met grote platanen (de Plantagebaan) met lintbebouwing. Aan weerzijde van de Plantagebaan in het dorp bevindt zich een nieuwbouwwijk. De Plantagebaan loopt van de kern van het dorp Wouw over de A 58, door het dorp Wouwse Plantage richting Woensdrecht. Lange tijd hebben de verspreid gelegen gebouwen langs de Plantagebaan in het buitengebied een agrarische functie gehad.

Het boerderijcomplex aan de Plantagebaan 98 ligt door een voortuin gescheiden van de straat en bestaat uit een langgevelboerderij uit het vierde kwart van de 19e eeuw met aan de linkerzijde van de boerderij een schuur die gebouwd is in 1930, achter de boerderij bevindt zich een schuur die gebouwd is in 1950 en in 2007 is aan de rechterzijde van de boerderij een werktuig berging gebouwd. De boerderij en de schuur uit 1930 zijn beschermenswaardig.
Het erf is verhard en het complex wordt omringd door lindebomen en kastanjebomen en met een haag van de openbare weg gescheiden. Het pad kan ter hoogte van het woongedeelte van de boerderij worden afgesloten met een hek.

Langgevelboerderij
De gedeeltelijke onderkelderde boerderij is gebouwd in het vierde kwart van de 19e eeuw en staat op een rechthoekig grondvlak met een iets uitgebouwd stalgedeelte. Aan de rechter zijgevel is een éénlaagse rechthoekige aanbouw gebouwd onder een platdak. Het pand omvat een begane grond en een zolderverdieping onder een met rode Hollandse pannen gedekt zadeldak met een wolfeind. De nok staat haaks op de straat en in de nok bevindt zich een schoorsteen.
De gevels zijn gebouwd van baksteen in kruisverband, de voorgevel is wit geschilderd en het woongedeelte van de voorgevel heeft een gepleisterde plint.

Voorgevel
De voorgevel heeft een gepleisterde plint en ter hoogte van de verdieping twee vensters met stolpramen. De ramen kunnen worden geblindeerd met houten luiken met zandlopers. De gevel wordt afgesloten met een kantpan en over de gevel zijn ankers zichtbaar.

Linker zijgevel
In de linker zijgevel bevinden zich ter hoogte van het woongedeelte drie venster met vernieuwde ramen. De vensters kunnen worden geblindeerd met houten luiken. De vensters hebben een strekkenlaag en een hardstenen lekdorpel. Voor het uitgebouwde deel van de boerderij bevindt zich een korfboogvormige opening met houten opgeklampte deuren. Dit geveldeel wordt afgesloten met een gepleisterde lijst en een bakgoot. Over de gevel zijn ankers zichtbaar.
In het stalgedeelte bevinden zich drie boogvormige toegangen met een houten opgeklampte deur. Over dit geveldeel zijn ankers zichtbaar.

Rechter zijgevel
De rechter zijgevel is ter hoogte van het woongedeelte drie traveeën breed en bestaat uit een venster ter hoogte van het maaiveld met daarboven een venster dat de opkamer markeert. Voorts een toegang met een paneeldeur met een ongedeeld bovenlicht en een venster. De vensters zijn voorzien van nieuwe ramen. In de linkergevel van de aanbouw bevindt zich een venster, in de kopse gevel bevinden zich twee vensters en in de rechtergevel bevindt zich een venster. Dit geveldeel wordt afgesloten met een geprofileerde bakgoot en over de gevel zijn ankers zichtbaar.
In de gevel ter hoogte van de stal bevinden zich een venster, een korfboogvormige opening met dubbele houten opgeklampte deuren, een getoogd stalraam en een rechthoekige gevelopening met dubbele houten opgeklampte deuren.

Achtergevel
De achtergevel is vanaf de openbare weg niet zichtbaar.

Schuur (1930)
De éénlaagse schuur bestaat uit een begane grond en een zolder onder een zadeldak dat gedekt is met gesmoorde tuile-du-Nordpannen. In de nok bevindt zich aan de achterzijde een schoorsteen. De schuur is aan de achterzijde verlengd met een aanbouw onder een lessenaarsdak.
In de gevel aan de zijde van de boerderij bevinden zich drie segmentboogvormige toegangen met dubbele houten opgeklampte deuren en twee toegangen en een stalraam.
In de linker zijgevel van deze schuur bevinden zich enkele ijzeren stalramen met een zesruits roedenverdeling en een betonnen stalraam.

  • TERUG