Locatie:Westelaarsestraat 23, 4725 SZ Wouwse Plantage
CBS Typering: Boerderijcomplex
Bouwjaar: 1936
Architect: Jac. L. Elst
Soort monument: Gemeentelijk
Monumentnummer: .
Geplaatst d.d.: 30 juni 2009
Kadastrale aanduiding: Wouw, Sectie P, Nr 861

Omschrijving van het monument

Algemeen
De ontwikkelingsgeschiedenis van het landgoed "De Wouwse Plantage" is bepalend geweest voor het ontstaan van het dorp, dat aan de rand ligt van de uitgestrekte bossen van het landgoed als een laan met grote platanen (de Plantagebaan) met vrijstaande bebouwing. Aan weerzijde van de Plantagebaan in het dorp bevindt zich een nieuwbouwwijk. De Plantagebaan loopt van de kern van het dorp Wouw over de A 58, door het dorp Wouwse Plantage richting Woensdrecht en kruist de Westelaarsestraat. Deze straat loopt ten noorden van het dorp van de Bergsebaan naar het dorp Heerle en heeft een agrarisch karakter door verspreid gelegen bebouwing. Veel verspreid gelegen gebouwen langs de Westelaarsestraat hebben nog hun agrarische functie behouden.

Het boerderijcomplex is gebouwd in 1936 in opdracht van de heer J.M. Raaijmakers te Westelaar, gemeente Wouw en ontworpen door Jac. L. Elst, architect, bestaat uit en woonhuis met een garage en een schuur die door een tussenlid met elkaar verbonden zijn. In 1985 is aan de rechterzijde van de schuur een aanbouw gebouwd die niet beschermenswaardig is.

Woonhuis
Het gedeeltelijke onderkelderde woonhuis staat op een rechthoekig grondvlak en omvat een begane grond, een verdieping en een zolderverdieping onder een samengesteld schilddak waarvan de dakvlakken gedekt zijn met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. De nokrichting van het hoogste dak loopt evenwijdig aan de straat. Aan beide zijden van de nok van dit dak bevindt zich een schoorsteen. De gevels zijn met rode baksteen in Vlaamsverband gemetseld. De gevelopeningen hebben een keramische lekdorpel en worden afgesloten met een strekkenlaag. De gevels hebben een trasraam. De gevels worden afgesloten met een overstek waarin zich de bakgoot bevindt.

Voorgevel
In de voorgevel bevindt zich aan de linkerzijde de toegang in een rondboogvormig ondiep portiek. De toegang wordt gevormd door een rondboogvormige houten deur met een rondboog. De rondboog heeft aanzet stenen en een sluitsteen. Aan beide zijden van de toegang bevindt zich een venster met drie horizontale banden waarboven een lantaarn is aangebracht. Boven de toegang bevindt zich een gedeeld venster. Rechts van de toegang bevindt zich een risalerend geveldeel met een driezijdige erker met balkon met een gemetselde balustrade. De vensters in de erker hebben een ongedeeld onderraam en een klepraam. Een gevelopening met openslaande deuren en zijramen geeft toegang tot het balkon. In het dakvlak boven deze gevel bevindt zich een dakkapel met een dakoverstek en twee ongedeelde ramen.

Linker zijgevel
De linker zijgevel heeft aan de voorzijde twee smalle hoge ongedeelde vensters. Voor een risalerend geveldeel bevinden zich twee smalle hoge vensters. In het risalerend deel bevinden zich op de begane grond en de verdieping een samengesteld venster. Het venster op de begane grond heeft een kalf en klepramen. Een tweede toegang onder een afdak dat draagt op consoles bevindt zich in het lagere deel achter het woonhuis.

Rechter zijgevel
De rechter zijgevel heeft aan de voorzijde een halfraam met een ongedeeld venster. Voor een risalerend geveldeel bevindt zich een venster met openslaande ramen en een ongedeeld bovenlicht. Ter hoogte van de verdieping bevinden zich twee vensters. In het risalerend deel bevinden zich op de begane grond en de verdieping twee vensters.

Achtergevel Aan de achtergevel is het tussenlid gebouwd. In de achtergevel is op de begane grond een gevelopening gemaakt met openslaande deuren, zij en bovenlichten. Ter hoogte van de verdieping bevindt zich een venster met openslaande ramen. Deze gevel is vanaf de openbare weg niet zichtbaar.

Tussenlid
Het zadeldak van het tussenlid is gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen en staat haaks op de straat. Aan de westgevel is een garage aangebouwd. In de oostgevel bevinden zich, twee toegangen en twee vensters. In de westgevel bevinden zich een toegang en enkele vensters. De gevels worden afgesloten met een bakgoot.

Schuur
De schuur bestaat uit een begane grond en diverse bouwlagen voor de opslag onder een fors mansardedak dat gedekt is met eterniet leien en waarvan de nok evenwijdig met de straat loopt. In de voorgevel bevinden zich vijf toegangen met houten opgeklampte deuren en tien betonnen stalramen met een vlakverdeling. De gevel wordt afgesloten met een mastgoot. In de linker zijgevel bevindt zich op de begane grond een toegang met dubbele houten opgeklampte deuren met een gedeeld bovenlicht. Links van deze toegang bevinden zich twee kleinere toegangen met houten opgeklampte deuren. Rechts van de grote toegang is een enkele toegangsdeur De gevel wordt afgesloten met een strook siermetselwerk. In de rechter zijgevel bevindt zich op de begane grond een toegang met dubbele houten opgeklampte deuren met een gedeeld bovenlicht. Rechts van deze toegang bevindt zich (een kleinere toegang met houten opgeklampte deuren) deze toegang is verwijderd en is een schuur aangebouwd. en links een toegang met een houten opgeklampte deur. Voorts bevinden zich in deze gevel enkele stalramen, een rond venster en een ventilatie opening ter hoogte van de top van de gevel. De gevel wordt afgesloten met een strook siermetselwerk.
De achter gevel is vanaf de openbare weg niet zichtbaar.

  • TERUG