Omschrijving van het monument Algemeen
De ontwikkelingsgeschiedenis van het landgoed "De Wouwse Plantage" is bepalend geweest voor het ontstaan van
het dorp, dat aan de rand ligt van de uitgestrekte bossen van het landgoed als een laan met grote platanen
(de Plantagebaan) met vrijstaande bebouwing. Aan weerzijde van de Plantagebaan in het dorp bevindt zich een
nieuwbouwwijk.
De Plantagebaan loopt van de kern van het dorp Wouw over de A 58, door het dorp Wouwse Plantage richting
Woensdrecht en kruist de Westelaarsestraat. Deze straat loopt ten noorden van het dorp van de Bergsebaan
naar het dorp Heerle en heeft een agrarisch karakter door verspreid gelegen bebouwing.
Veel verspreid gelegen gebouwen langs de Westelaarsestraat hebben nog hun agrarische functie behouden.
Het boerderijcomplex aan de Westelaarsestraat 35 is in 1931 gebouwd in opdracht van Joh. F. Doggen naar
een ontwerp van Alph. Van Woerkom, architect te Wouw. Het complex bestaat uit een woonhuis en een grote
schuur die door een tussenlid met elkaar zijn verbonden. Het woonhuis wordt van de openbare weg gescheiden
door een tuin en een haag met een hek met twee kolommen met een ezelsrug.
Via deze toegang is het woonhuis bereikbaar. Het verharde erf is via een tweede toegang bereikbaar.
Het vrijstaande woonhuis van het boerderijcomplex is gebouwd eeuw onder invloed van de Delftse School.
Naast het woonhuis bevindt zich een kleine wagenschuur die niet beschermenswaardig is. Woonhuis
Het gedeeltelijke onderkelderde woonhuis staat op een rechthoekig grondvlak en omvat een begane grond,
een verdieping en een zolderverdieping onder een geknikt zadeldak dat gedekt is verbeterde Hollandse pannen.
De nokrichting staat haaks op de straat. Aan de voor- en achterzijde van de nok bevindt zich een schoorsteen
die de voor- en achtergevel als tuit beëindigd. De gevels zijn gebouwd van rode baksteen in klezoorverband
met een donker trasraam. De vensteropeningen hebben een keramische lekdorpel. Twee lagen boven de gevelopeningen
is een boogvormige rollaag ingemetseld. Voorgevel
De voorgevel heeft aan de linkerzijde een toegang die wordt gevormd door een authentieke paneeldeur met een
ovale glasopening en een bovenlicht met een roedenverdeling. De toegang wordt omlijst met penanten en een
kroonlijst waaraan verlichtingsarmatuur is bevestigd. Voor de toegang bevindt zich een hardstenen stoep.
Rechts van de toegang bevindt zich een kozijn met een stijl en twee ramen met een vierruits roedenverdeling.
In het gevelvlak rechts van dit kozijn is een rondboogvormige nis in de muur gespaard waarin een beeld is
geplaatst.
Ter hoogte van de verdieping bevinden zich drie vensters met gedeelde stolpramen.
Ter hoogte van de zolderverdieping bevindt zich een venster met een raam met en vierruits roedenverdeling.
De gevel is ter hoogte van de aanzet van het dak uitgetand en wordt afgesloten met een kantpan. Linker zijgevel
In de linker zijgevel bevinden zich ter hoogte van de verdieping twee vensters met gedeelde stolpramen.
De gevel wordt afgesloten met uitgetand metselwerk en een mastgoot op ijzeren beugels. Rechter zijgevel
In de rechter zijgevel bevindt zich op de begane grond een ongedeeld venster en ter hoogte van de verdieping
bevinden zich twee vensters met gedeelde stolpramen. De gevel wordt afgesloten met uitgetand metselwerk en
een mastgoot op ijzeren beugels. Achtergevel
De achtergevel is vanaf de openbare weg niet zichtbaar. Tussenlid
Een éénlaags tussenlid onder een zadeldak dat gedekt is met gesmoorde muldenpannen verbindt het woonhuis met
de schuur.
In de westgevel bevinden zich een grote rechthoekige opening met houten opgeklampte deuren, een opening met
een houten opgeklampte deur en acht betonnen stalramen met een zesruits verdeling.
De gevel wordt afgesloten met een mastgoot.
In de oostgevel bevinden zich twee rechthoekige openingen met een houten opgeklampte deur en negen betonnen
stalramen met een zesruits verdeling. De gevel wordt afgesloten met een mastgoot. Schuur
De schuur ligt achter het woonhuis en wordt door het erf daarvan gescheiden.
De schuur is gebouwd van rode baksteen in klezorenverband en bestaat uit een begane grond, een zolderverdieping
en een zolder onder een zadeldak dat gedekt is met rode en gesmoorde muldenpannen waarvan de nok evenwijdig aan
de straat loopt. De gevelopeningen hebben aan de bovenzijde een strekkenlaag. Voorgevel (evenwijdig aan- en zichtbaar vanaf de straat)
In de voorgevel bevinden zich vijf rechthoekige toegangen met houten opgeklampte deuren en aan beide zijden
van een toegang bevindt zich een betonnen stalraam met een zesruits verdeling. Deze gevelopeningen worden
afgesloten met een strekkenlaag. Een iets terug liggende strek loopt over de gevel boven de strekkenlagen.
De gevel wordt afgesloten met een mastgoot. Linker zijgevel (haaks op de straat)
In de linker zijgevel bevinden zich op de begane grond vier toegangen. Het middelste is de grootste en hoogste
toegang met een dubbele houten schuifdeur. Links hiervan bevind zich een rechthoekige gevelopening met twee
houten opgeklapte deuren. Rechts van de hoofdtoegang bevinden zich twee toegangen met een houten opgeklampte
deur en een drieledig bovenlicht.
Ter hoogte van de verdieping bevinden zich vijf betonnen stalramen met een zesruits verdeling.
In de top zijn twee gedeelde gevelopeningen zichtbaar. De gevel wordt afgesloten met vlechtingen. Rechter zijgevel
In de rechter zijgevel bevinden zich op de begane grond drie toegangen met een houten opgeklampte deur en
een drieledig bovenlicht. Tussen de toegangen bevinden zich twee betonnen stalramen met een zesruits verdeling.
Ter hoogte van de verdieping bevinden zich drie betonnen stalramen met een zesruits verdeling.
In de top zijn twee gedeelde gevelopeningen zichtbaar. De gevel wordt afgesloten met vlechtingen. Achter gevel
De achter gevel is vanaf de openbare weg niet zichtbaar.